Operation Manual
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.
48
• Oproepen blokkeren: met deze netwerkdienst kunt u uitgaande en inkomende
oproepen met de telefoon beperken. Selecteer een van de opties voor
blokkering en schakel de optie in (Activeren) of uit (Annuleren) of controleer of
een dienst geactiveerd is (Controle status).
• Vaste nummers: U kunt de uitgaande oproepen beperken tot geselecteerde
telefoonnummers (netwerkdienst).
• Beperkte groep gebruikers: met deze netwerkdienst kunt u een groep personen
opgeven naar wie u kunt bellen en die naar u kunnen bellen.
• Beveiligingsniveau: hiermee stelt u de telefoon zodanig in dat gevraagd wordt
naar de beveiligingscode wanneer een nieuwe SIM-kaart in de telefoon wordt
geplaatst (Telefoon) of wanneer u het telefoonboek van de telefoon selecteert
(Geheugen).
Wanneer u het beveiligingsniveau verandert, worden alle laatste oproepen –
met inbegrip van gemiste oproepen, ontvangen oproepen en gekozen nummers
– gewist.
• Toegangscodes wijzigen: hiermee kunt u de beveiligingscode, de PIN-code, de
PIN2-code of het blokkeerwachtwoord wijzigen. In deze codes kunnen alleen
de cijfers 0 tot en met 9 worden gebruikt.
Gebruik geen toegangscodes die lijken op alarmnummers, zoals 112, om te voorkomen dat
per ongeluk het alarmnummer wordt gekozen.
Fabrieksinstellingen terugzetten (menu 4-8)
Hiermee kunt u bepaalde menu-instellingen op hun oorspronkelijke waarde
terugzetten. Druk op Menu, selecteer Instellingen en Fabrieksinstellingen










