Operation Manual
Copyright © 2003 Nokia. All rights reserved.
42
■ Profielen (menu 3)
U kunt de telefoontonen aanpassen voor verschillende
gebeurtenissen en omgevingen. Pas eerst de groepen met
instellingen, of profielen, naar wens aan. Vervolgens hoeft u alleen maar een
profiel te activeren om het te gebruiken.
Een profiel activeren en de instellingen wijzigen
Open het menu Profielen, selecteer het profiel en selecteer Activeren.
Als u de instellingen van het geselecteerde profiel wilt wijzigen, selecteert u
Aanpassen. Selecteer: Type beltoon, Beltoonvolume, Oprogifignaal, Berichten-
signaaltoon, Toetsenvolume, Waarschuwingstonen, Trilsignaal, Ritmisch
knipperlicht, Screensaver of Naam wijz. (niet beschikbaar onder Normaal).
Selecteer de gewenste optie en druk op OK.
U kunt ook de instellingen van het geselecteerde profiel wijzigen met
Tooninstellingen (menu 4-1), zie pagina 43.
Tip: Ga als volgt te werk om snel een profiel te activeren vanuit de
standby-modus of tijdens een gesprek: Druk snel op de toets , ga naar
het gewenste profiel en druk op OK.
■ Instellingen (menu 4)
In dit menu kunt u diverse instellingen van de telefoon
aanpassen. U kunt ook enkele menu-instellingen terugzetten
naar hun standaardwaarden door Fabrieksinstellingen terugzetten te selecteren.










