Operation Manual

Het netwerk configureren / Macintosh / Verbinding maken met een infrastructuurnetwerk
Inleiding 45
6 Voer de netwerknaam in en andere instellingen voor het
draadloos toegangspunt en klik op [OK].
Netwerknaam: Voer een naam in van maximaal 32 tekens.
Draadloze beveiliging: Kies uit [Geen], [WEP-wachtwoord], [WEP
40/128-bit hex], [WEP 40/128-bit ASCII], [WPA-persoonlijk] en
[WPA2-persoonlijk]. [LEAP], [WPA-bedrijfsniveau], [WPA2-
bedrijfsniveau] en [802.1X WEP] kunnen niet worden gebruikt
met de WT-4.
Wachtwoord: Voer een beveiligingssleutel in wanneer WEP- of
WPA-encryptie is geactiveerd. De lengte van de sleutel hangt af
van de geselecteerde optie bij [Draadloze beveiliging]:
[WEP]: Voer een sleutel in van 5 of 13 tekens.
[WEP 40/128 bit (hex)]: Voer een hexadecimale sleutel in van 10
of 26 tekens. Hexadecimale sleutels mogen enkel de cijfers
0–9 en de letters a, b, c, d, e, en f bevatten.
[WEP 40/128-bit (ASCII)]: Voer een sleutel in van 5 of 13 tekens.
[WPA-persoonlijk], [WPA2-persoonlijk]: Voer een sleutel in van 8 tot
63 tekens.