Gebruikshandleiding

78
Flitsopnamen met de geavanceerde draadloze belichting
Instelling van de flitsmodus, de flitssterktecompensatiewaarden,
en het kanaalnummer op de hoofdflitser
1
Druk op de g knop op de hoofdflitser om “M” te
doen oplichten, en druk vervolgens op de a
knop om de gewenste flitsmodus te kiezen.
2
Druk op de e of f knop om een hogere of
lagere flitssterktecompensatiewaarde te kiezen.
Compensatiewaarden kunnen ingesteld worden in
stappen van 1/3 LW van –3,0 tot +3,0 LW.
De flitssterkte kan ingesteld worden van M1/1 tot
M1/128 in de Manuele G modus.
3
Druk de g knop in om “A” te doen oplichten, en
druk vervolgens op de
a
knop om de
flitsmodus te kiezen voor de slaafflitser van groep A.
Als de hoofdflitser ingesteld staat op herhaald flitsen
kunnen de modi herhaald flitsen of flitserannulatie
ingesteld worden op de slaafflitser.
4
Volg stap 2 om de flitssterktecompensatiewaarde
op de slaafflitser van groep A in te stellen.
5
Ga te werk zoals in stappen 3 en 4 om de
flitsmodus en de flitssterktecompensatiewaarde van
de slaafflitsers van groepen B en C in te stellen.
6
Druk op de g knop van de hoofdflitser om het
kanaalnummer te doen oplichten, en druk
vervolgens op de e of f knop om het gewenste
kanaalnummer te kiezen.