Operation Manual
79
Z
Belichtingscorrectie
Met belichtingscorrectie kan de door de camera geselecteerde
belichtingswaarde gewijzigd worden om foto’s helderder of
donkerder te maken. Deze functie werkt het best in combinatie met
centrumgerichte meting of spotmeting (0 75). Kies uit waarden
tussen –3 LW (onderbelichting) en +3 LW (overbelichting) in stappen
van
1
/3 LW. In het algemeen maken positieve waarden het onderwerp
helderder terwijl negatieve waarden het onderwerp donkerder
maken.
De belichtingscorrectie wordt aangepast met de instelschijf voor
belichtingscorrectie. Houd de ontgrendelingsknop van de instelschijf
voor belichtingscorrectie ingedrukt en draai de instelschijf voor
belichtingscorrectie naar de gewenste instelling.
–1 LW Geen
belichtingscorrectie
+1 LW
Instelschijf voor belichtingscorrectie
Ontgrendelingsknop van instelschijf
voor belichtingscorrectie










