Operation Manual
354
n
Ontspannen
Ontspanstand S (enkel beeld), CL (continu lage snelheid), CH (continu hoge
snelheid), J (stil ontspannen), E (zelfontspanner),
M
UP (spiegel omhoog)
Beeldsnelheid 1–5 bps (CL) of 5,5 bps (CH)
Zelfontspanner 2 sec., 5 sec., 10 sec., 20 sec.; 1–9 opnamen bij intervallen
van 0,5, 1, 2 of 3 sec.
Belichting
Lichtmeting DDL-lichtmeting met RGB-sensor met 2016 pixels
Lichtmetingmethode • Matrix: 3D-kleurenmatrixmeting II (objectieftypen G, E en
D); kleurenmatrixmeting II (andere CPU-objectieven);
kleurenmatrixmeting beschikbaar met objectieven
zonder CPU indien de gebruiker de objectiefgegevens
opgeeft
• Centrumgericht: 75% van het beeld wordt gemeten in een
cirkel van 12 mm in het midden van het beeld. De
diameter van de cirkel kan worden gewijzigd naar 8, 15 of
20 mm of het gemiddelde van het gehele beeld kan
worden gemeten (objectieven zonder CPU gebruiken
een cirkel van 12 mm)
• Spot: meet een cirkel van 4 mm (circa 1,5% van het beeld)
gecentreerd op het geselecteerde scherpstelpunt (op
middelste scherpstelpunt wanneer een objectief zonder
CPU wordt gebruikt)
Bereik (ISO 100, f/1.4
objectief, 20 °C)
• Matrix- of centrumgerichte meting: 0–20 LW
• Spotmeting: 2–20 LW
Lichtmeterkoppeling Gecombineerd CPU en AI (inklapbare diafragmasimulator)
Belichtingsstand Automatisch programma met flexibel programma (P);
sluitertijdvoorkeuze (S); diafragmavoorkeuze (A);
handmatig (M)
Belichtingscorrectie –3–+3 LW in stappen van
1
/3 LW
Belichtingsbracketing 2–5 beelden in stappen van
1
/3,
2
/3, 1, 2, of 3 LW
Flitsbracketing 2–5 beelden in stappen van
1
/3,
2
/3, 1, 2, of 3 LW
Witbalansbracketing 2–3 beelden in stappen van 1, 2 of 3
ADL-bracketing 2 beelden met geselecteerde waarde voor één beeld of
3–5 beelden met vooringestelde waarden voor alle
beelden
Belichtingsvergrendeling Lichtsterkte vergrendeld bij gedetecteerde waarde met
A AE-L/AF-L-knop










