Operation Manual

269
U
Het selecteren van Ja laat aanpassingen toe die normaal worden
gemaakt door de W (M), X (T), L (U), AF-stand- of D-knop
ingedrukt te houden en aan een instelschijf te draaien door aan de
instelschijf te draaien nadat de knop is losgelaten (dit is ook van
toepassing op de Fn-, Pv- en A AE-L/AF-L-knoppen als ze zijn
toegewezen aan de functie “+ instelschijven” met behulp van
Persoonlijke instelling f4, Fn-knop toewijzen, f5, Voorbeeldknop
toewijzen, of f6 AE-L/AF-L-knop toewijzen). De instelling wordt
opgeheven als een van de betreffende knoppen opnieuw wordt
ingedrukt of als de ontspanknop half wordt ingedrukt. De instelling
wordt ook opgeheven wanneer de stand-by-timer afloopt, behalve als
Geen limiet is geselecteerd voor Persoonlijke instelling c2 Stand-by-
timer.
Bij het selecteren van Sluiter ontgrendeld kan de sluiter worden
ontspannen als er geen geheugenkaart is geplaatst, hoewel er geen
beelden worden opgenomen (ze worden echter wel in de monitor
weergegeven in de demostand). Als Sluiter vergrendeld is
geselecteerd, werkt de ontspanknop alleen als er een geheugenkaart
in de camera is geplaatst.
Als (W) is geselecteerd, worden de
belichtingsaanduidingen in de zoeker en het informatiescherm
weergegeven met negatieve waarden links en positieve waarden
rechts. Selecteer (V) om positieve waarden links
en negatieve waarden rechts weer te geven.
f8: Knop loslaten voor instelsch.
G-knop A menu Persoonlijke
instellingen
f9: Ontspannen bij geen kaart
G-knop A menu Persoonlijke
instellingen
f10: Aanduidingen omkeren
G-knop A menu Persoonlijke
instellingen