Operation Manual
45
s
4 Kies het scherpstelpunt.
Autofocus breed en normaal : draai de vergrendeling
van de scherpstelselectieknop op “J” en
verplaats het scherpstelpunt met de multi-
selector naar een ander punt in het beeld.
Zet de
vergrendeling van de scherpstelselectieknop
weer op “L” wanneer de selectie klaar is.
Autofocus gezichtsprioriteit: een dubbele gele rand
wordt weergegeven wanneer de camera een
portretonderwerp voor de camera detecteert
(wanneer de camera meerdere gezichten -
maximum vijf - detecteert, stelt hij scherp op het
onderwerp dat het dichtste bij is).
Handmatige scherpstelling: kies het scherpstelpunt
voor elektronische afstandsmeting met de multi-selector (p. 59) zoals hierboven
beschreven voor autofocus breed en normaal.
5 Stel scherp.
Autofocus: in autofocus breed en normaal stelt de
camera scherp terwijl de ontspanknop half wordt
ingedrukt.
In autofocus gezichtprioriteit stelt de
camera scherp voor het gezicht in de dubbele gele
rand terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt;
als de camera het onderwerp niet meer detecteert
(bijvoorbeeld omdat het onderwerp wegkijkt),
verdwijnt de rand.
Het scherpstelpunt knippert
groen en de monitor licht mogelijk op of wordt
donker terwijl de camera scherpstelt. Als de
camera kan scherpstellen, wordt het
scherpstelpunt groen weergegeven. Als de camera
niet kan scherpstellen, knippert het
scherpstelpunt rood. U kunt een foto maken ook
wanneer het scherpstelpunt rood knippert, en enkelvoudige autofocus wordt
gebruikt ongeacht de voor de autofocusstand geselecteerde optie (p. 54).
Controleer de scherpstelling op de monitor voordat u de foto maakt.
E
xit
Vergrendeling van de
scherpstelselectieknop
Scherpstelpunt
E
xit
Scherpstelpunt
E
xit
E
xit










