Operation Manual

91
t
Flitscorrectie
Met behulp van flitscorrectie kunt u het door de camera voorgestelde niveau van de
flitssterkte aanpassen, waardoor de helderheid van het hoofdonderwerp ten opzichte
van de achtergrond verandert. U kunt de flitssterkte verhogen om het hoofdonderwerp
lichter te maken of verlagen om ongewenste hoge lichten of reflecties te voorkomen.
Houd de knop
(
MY) ingedrukt en draai aan de secundaire instelschijf totdat de
gewenste waarde wordt weergegeven in het lcd-venster.
De flitscorrectie kan worden
ingesteld op een waarde tussen –3 LW (donkerder) en +1 LW (helderder) in stappen van
1
/3 LW.
Kies een positieve waarde om het onderwerp lichter te maken of een negatieve
waarde om het onderwerp donkerder te maken.
Bij een andere waarde dan ±0 wordt het pictogram Y weergegeven in het lcd-venster
zodra u de knop
(
MY) loslaat.
De huidige waarde voor de flitscorrectie wordt
aangegeven wanneer de knop M wordt ingedrukt.
De normale flitssterkte kan worden hersteld door de flitscorrectie in te stellen op ±0,0.
De
belichtingscorrectie wordt niet ongedaan gemaakt wanneer de camera wordt
uitgeschakeld.
A
Optionele flitsers
Flitscorrectie is ook beschikbaar bij de optionele flitsers SB-900, SB-800, SB-600, SB-400 en SB-R200.
A
Zie ook
Voor informatie over de beschikbare stapgroottes voor flitscorrectie, zie persoonlijke instelling b1
(Stapgrootte inst. belichting, p. 177).
Secundaire
instelschijf
Knop M Lcd-venster
±0 LW
(knop Y ingedrukt)
–0.3 LW
+1.0 LW