Q0920FM_EU(Nl)01_cover.fm Page 1 Tuesday, June 10, 2014 1:44 PM Deze handleiding mag op geen enkele manier volledig of gedeeltelijk (behalve voor korte citaten in kritische artikelen of besprekingen) worden gereproduceerd zonder de schriftelijke toestemming van NIKON CORPORATION. DIGITALE CAMERA Gebruikshandleiding Nikon Gebruikersondersteuning Bezoek de volgende website om uw camera te registreren en op de hoogte te blijven van de recentste productinformatie.
Lees alle aanwijzingen grondig door, zodat u zeker weet dat u de camera optimaal benut, en bewaar de handleiding op een plaats waar iedereen die het product gebruikt deze kan lezen. Symbolen en conventies Om u te helpen de gewenste informatie gemakkelijker te vinden, worden de volgende symbolen en conventies gebruikt: D Dit pictogram staat bij waarschuwingen; lees deze informatie vóór gebruik om beschadiging van de camera te voorkomen.
Pakketinhoud Controleer of alle hier genoemde items met uw camera werden meegeleverd.
Inhoudsopgave Pakketinhoud ........................................................................................ i Voor uw veiligheid ........................................................................... xiii Kennisgevingen ............................................................................... xvii Inleiding 1 Kennismaking met de camera .......................................................... 1 De multi-selector ..........................................................................
Filmlivebeeld 49 Indices .............................................................................................................54 De b-knop gebruiken.................................................................................55 De livebeeldweergave: Filmlivebeeld..................................................57 Het informatiescherm: Filmlivebeeld...................................................58 Beeldveld....................................................................................
Ontspanstand 102 Een ontspanstand kiezen...............................................................102 Voedingsbron en beeldsnelheid.........................................................104 Zelfontspannerstand (E) ...............................................................106 Stand spiegel omhoog (V) .........................................................108 ISO-gevoeligheid 109 Handmatige aanpassing ................................................................
Beeldverbetering 170 Picture Controls............................................................................... 170 Een Picture Control selecteren ............................................................ 170 Picture Controls aanpassen .................................................................. 173 Eigen Picture Controls aanmaken ...................................................... 177 Eigen Picture Controls delen................................................................
Foto-informatie................................................................................238 Foto’s van dichtbij bekijken: Zoomweergave............................248 Foto’s tegen wissen beveiligen ....................................................250 Foto’s wissen ....................................................................................251 Schermvullende en miniatuurweergave..........................................251 Het weergavemenu.....................................................
C Het opnamemenu: Opnameopties ........................................ 290 Opties opnamemenu.............................................................................. 290 Geheugenbank opnamemenu.................................................... 291 Uitgebreide menubanken............................................................. 292 Opslagmap ......................................................................................... 293 Naamgeving bestanden ...........................................
b: Lichtmeting/belichting .................................................................315 b1: Stapgrootte ISO-gevoeligh. ...................................................315 b2: Stapgrootte inst. belichting ...................................................315 b3: Stap belichtings-/flitscorr. ......................................................315 b4: Eenv. belichtingscorrectie ......................................................316 b5: Matrixmeting...............................................
e: Bracketing/flits ................................................................................. 329 e1: Flitssynchronisatiesnelheid ................................................... 329 e2: Langste sluitertijd bij flits ....................................................... 331 e3: Flitserregeling ingeb. flitser................................................... 331 e4: Belichtingscorr. voor flitser .................................................... 338 e5: Testflits .............................
g: Film .......................................................................................................361 g1: Fn-knop toewijzen.....................................................................361 g2: Voorbeeldknop toewijzen ......................................................362 g3: AE-L/AF-L-knop toewijzen......................................................363 g4: Ontspanknop toewijzen..........................................................364 B Het setup-menu: Camera-instellingen.......
N Het retoucheermenu: Geretoucheerde kopieën maken .... 384 Opties retoucheermenu......................................................................... 384 D-Lighting ........................................................................................... 388 Rode-ogencorrectie......................................................................... 389 Bijsnijden ............................................................................................. 390 Monochroom ..............................
Technische opmerkingen 419 Compatibele objectieven...............................................................419 Optionele flitsers (Speedlights) ....................................................428 Het Nikon Creatief Verlichtingssysteem (CVS) ...............................428 Overige accessoires.........................................................................436 Een stroomaansluiting en lichtnetadapter bevestigen ..............442 Behandeling van uw camera ................................
Voor uw veiligheid Als u schade aan uw Nikon-product of letsel aan uzelf of anderen wilt voorkomen, dient u de volgende veiligheidsinstructies goed door te lezen voordat u dit product gaat gebruiken. Bewaar deze veiligheidsinstructies op een plaats waar iedereen die het product gebruikt ze kan lezen. De mogelijke gevolgen van het niet in acht nemen van de veiligheidsinstructies in dit hoofdstuk worden met het volgende pictogram aangegeven: pictogram staat bij waarschuwingen.
A Haal het apparaat niet uit elkaar Aanraking van interne onderdelen kan tot letsel leiden. In geval van een defect mag dit product uitsluitend worden gerepareerd door een gekwalificeerde reparateur. Mocht het product openbreken als gevolg van een val of ander ongeluk, verwijder dan de accu en/of koppel de lichtnetadapter los en breng het product voor onderzoek naar een door Nikon geautoriseerd servicecenter.
A Neem de juiste voorzorgsmaatregelen in acht bij het gebruik van batterijen Batterijen kunnen bij onjuist gebruik gaan lekken of ontploffen. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het gebruik van de batterijen bij dit product: • Gebruik alleen batterijen die zijn goedgekeurd voor gebruik in dit apparaat. • U mag de batterij niet kortsluiten of uit elkaar halen. • Zorg ervoor dat het product is uitgeschakeld voordat u de batterij vervangt.
• Tijdens onweer mag u het netsnoer niet aanraken en niet in de buurt van de lader komen. Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan leiden tot een elektrische schok. • Beschadig, wijzig of verbuig het netsnoer niet en trek er niet met kracht aan. Plaats het snoer niet onder zware objecten en stel het niet bloot aan hitte of vuur. Als de isolatie is beschadigd en de stroomdraden blootliggen, brengt u het netsnoer voor onderzoek naar een door Nikon geautoriseerde servicevertegenwoordiger.
Kennisgevingen • Nikon is niet aansprakelijk voor enige • Niets uit de handleidingen die bij dit product horen, mag in enigerlei vorm schade die voortkomt uit het gebruik van dit product.
Kennisgevingen voor klanten in Europa WAARSCHUWING: GEVAAR VOOR EXPLOSIE ALS BATTERIJ WORDT VERVANGEN VOOR EEN ONJUIST TYPE. VOER BATTERIJEN AF VOLGENS DE INSTRUCTIES. Dit pictogram geeft aan dat elektrische en elektronische apparaten via gescheiden inzameling moet worden afgevoerd. Het volgende is alleen van toepassing op gebruikers in Europese landen: • Dit product moet gescheiden van het overige afval worden ingeleverd bij een daarvoor bestemd inzamelingspunt.
Mededeling betreffende het verbod op kopiëren en reproduceren Let erop dat alleen al het bezit van materiaal dat digitaal is gekopieerd of gereproduceerd door middel van een scanner, digitale camera of ander apparaat wettelijk strafbaar kan zijn.
Wegwerpen van opslagmedia Houd er rekening mee dat de oorspronkelijke beeldgegevens niet volledig worden verwijderd als u beelden wist of geheugenkaarten of andere opslagmedia formatteert. Met behulp van in de handel verkrijgbare software is het soms mogelijk verwijderde bestanden op weggeworpen opslagmedia alsnog te herstellen, wat misbruik van persoonlijke beeldgegevens tot gevolg kan hebben. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor de privacybescherming van dergelijke gegevens.
Gebruik uitsluitend elektronische accessoires van het merk Nikon Nikon camera’s zijn ontwikkeld volgens de hoogste standaards en bevatten complexe elektronische schakelingen.
D Gebruik uitsluitend accessoires van Nikon Alleen originele Nikon-accessoires die specifiek zijn bedoeld voor gebruik met uw Nikon digitale camera, zijn ontworpen en getest om te voldoen aan de geldende veiligheids- en functioneringsvoorschriften. HET GEBRUIK VAN NIET-ORIGINELE ACCESSOIRES KAN SCHADE AAN UW CAMERA TOT GEVOLG HEBBEN EN KAN UW GARANTIE DOEN VERVALLEN.
Inleiding Kennismaking met de camera Neem even de tijd om vertrouwd te raken met de camerabedieningen en schermen van de camera. Leg eventueel een bladwijzer in dit hoofdstuk zodat u het gemakkelijk kunt terugvinden terwijl u de rest van de handleiding leest. Camerabody 1 Keuzeknop ontspanstand............. 102 2 Ontgrendelingsknop voor 8 Secundaire instelschijf................... 351 9 Hoofdschakelaar ................................16 keuzeknop ontspanstand............ 102 10 Ontspanknop..............
Camerabody (vervolg) 1 Ingebouwde flitser ......................... 189 11 Objectiefbevestigingsmarkering ..............................................................15 2 Pop-upknop voor de flitser .......... 189 3 D-knop............... 134, 139, 143, 350 12 Spiegel...................................... 108, 448 4 M/Y-knop .............................. 190, 196 13 Diafragmasimulator....................... 477 5 Deksel audioaansluiting............56, 63 14 Hoofdtelefoonaansluiting...............
1 Stereomicrofoon .........................49, 62 10 Statiefaansluiting 2 AF-hulpverlichting.......................... 313 11 Objectiefvatting ........................15, 101 Zelfontspannerlampje................... 107 12 CPU-contacten Lampje rode-ogenreductie .......... 191 13 Afdekkapje tien-pins afstandsbedieningsaansluiting .................................................. 233, 439 Deksel geheugenkaartsleuf......14, 21 14 Afdekkapje flitssynchronisatieaansluiting ......................................
Camerabody (vervolg) 1 Oculairsluiterhendel ................23, 106 13 Toegangslampje geheugenkaart ....................................................... 21, 30 2 Zoeker...................................................17 3 Zoekeroculair.............................23, 106 14 R (info)-knop ............................. 8, 201 4 Dioptrieregelaar.................................17 15 b-knop.....................9, 42, 55, 205, 386 5 A-knop ..............36, 97, 128, 349, 363 16 Monitor ...
Het bedieningspaneel Het bedieningspaneel toont een verscheidenheid aan camerainstellingen wanneer de camera ingeschakeld is. De hier getoonde items verschijnen zodra de camera voor het eerst wordt ingeschakeld; informatie over andere instellingen is te vinden in de relevantie secties van deze handleiding. 1 2 3 14 13 12 11 1 Belichtingsstand ............................. 116 2 Lichtmeting...................................... 114 4 5 6 7 8 9 10 9 Aantal resterende opnamen ...........................
De zoekerweergave 1 Raster (weergegeven wanneer Aan 2 3 4 5 6 6 7 Vergrendeling automatische is geselecteerd voor Persoonlijke belichting (AE) ............................... 128 instelling d7)................................... 325 8 Pictogram sluitertijdvergrendeling Scherpstelpunten ........................................................... 126 .............................. 17, 30, 94, 310, 311 9 Sluitertijd ................................. 119, 121 AF-veldstand................................
12 Belichtingsstand ............................. 116 19 Aanduiding flitssynchronisatie ... 329 13 Aanduiding flitscorrectie .............. 196 20 Aanduiding diafragmastop .................................................. 120, 424 14 Aanduiding belichtingscorrectie ............................................................ 131 21 Belichtingsaanduiding .................. 122 15 ISO-gevoeligheid ............................ 109 Weergave belichtingscorrectie ...
De R-knop Druk op de R-knop om opnameinformatie te bekijken tijdens zoekerfotografie (0 201).
De b-knop Gebruik de b-knop voor snelle toegang tot vaak gebruikte instellingen in weergavestand (0 386) en tijdens zoeker(0 205) en livebeeldfotografie (0 42) en filmlivebeeld (0 55).
De BM-12 monitorkap Een doorzichtige plastic kap wordt meegeleverd met de camera om de monitor schoon te houden en bescherm de monitor wanneer de camera niet in gebruik is. Steek, om de kap te bevestigen, het uitstekende deel aan de bovenkant van de kap in de bijpassende uitsparing boven de cameramonitor (q) en druk op de onderkant van de kap totdat deze op zijn plaats klikt (w).
De multi-selector In deze handleiding worden bedieningen die gebruik maken van de multi-selector vertegenwoordigd door de pictogrammen 1, 3, 4 en 2.
Eerste stappen Voer de onderstaande zeven stappen uit om de camera gereed te maken voor gebruik. 1 Bevestig de riem. Bevestig de riem zoals afgebeeld. Herhaal dit voor het tweede oogje. D De batterij en lader Lees en volg de waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen op pagina’s xiii–xvi en 452–457 van deze handleiding.
2 Laad de batterij op. Plaats de batterij en steek de lader in het stopcontact (afhankelijk van het land of de regio wordt de lader met een stekkeradapter of netsnoer geleverd). Een lege batterij wordt in ongeveer twee uur en 35 minuten volledig opgeladen. • Stekkeradapter: Plaats de stekkeradapter in de voedingsingang van de lader (q). Schuif de vergrendeling van de stekkeradapter zoals afgebeeld (w) en draai de adapter 90° om deze op zijn plaats te zetten (e).
3 Plaats de batterij en een geheugenkaart. Controleer eerst of de hoofdschakelaar in de OFF (UIT)-positie staat alvorens de batterij of geheugenkaarten te plaatsen of te verwijderen. Plaats de batterij in de getoonde richting door met de batterij de oranje batterijvergrendeling naar één zijde ingedrukt te houden. De vergrendeling vergrendelt de batterij op zijn plaats zodra de batterij volledig is geplaatst. Batterijvergrendeling Geheugenkaarten worden volgens de onderstaande aanwijzingen geplaatst.
4 Bevestig een objectief. Let goed op dat er geen stof in de camera komt wanneer het objectief of de bodydop wordt verwijderd. Het objectief dat in het algemeen in deze handleiding voor illustratieve doeleinden wordt gebruikt, is een AF-S NIKKOR 24–120mm f/4G ED VR.
5 Zet de camera aan. Zet de camera aan. Het bedieningspaneel gaat branden. Hoofdschakelaar Bedieningspaneel A Lcd-verlichting Door de hoofdschakelaar naar D te draaien, worden de stand-by-timer en de bedieningspaneelverlichting (lcdverlichting) geactiveerd, zodat de weergave in het donker kan worden afgelezen.
6 Stel de zoeker scherp. Til de dioptrieregelaar op en draai eraan totdat de zoekerweergave, scherpstelpunten en AF-veldhaakjes scherp in beeld zijn. Let op dat u bij het bedienen van de regelaar met uw oog tegen de zoeker niet per ongeluk uw vingers of uw nagels in uw oog steekt. Duw de dioptrieregelaar terug naar binnen zodra de scherpstelling naar tevredenheid is aangepast.
7 Kies een taal en stel de cameraklok in. Gebruik de opties Taal (Language) en Tijdzone en datum in het setup-menu om een taal te kiezen en de cameraklok in te stellen (Taal (Language) wordt automatisch gemarkeerd weergegeven wanneer de menu’s voor de eerste keer worden weergegeven).
❚❚ Batterijniveau Het batterijniveau wordt in het bedieningspaneel en in de zoeker getoond. Bedieningspaneel Zoeker Bedieningspaneel L K J I Zoeker — — — — H d H (knippert) d (knippert) Beschrijving Batterij volledig opgeladen. Batterij gedeeltelijk ontladen. Batterij bijna leeg. Laad de batterij op of leg een reservebatterij klaar. Ontspanknop uitgeschakeld. Laad de batterij op of vervang de batterij.
❚❚ Aantal resterende opnamen De geheugenkaarten die momenteel in de camera zijn geplaatst, worden aangeduid zoals afgebeeld (het voorbeeld rechts toont de pictogrammen die worden weergegeven wanneer zowel een SD- als Bedieningspaneel een CompactFlash-kaart is geplaatst). Als de geheugenkaart vol is of als zich een fout voordoet, gaat het pictogram voor de betreffende kaart knipperen (0 468).
❚❚ De batterij en geheugenkaarten verwijderen De batterij verwijderen Zet de camera uit en open het deksel van het batterijvak. Druk de batterijvergrendeling in de richting aangeduid door de pijl om de batterij vrij te geven en verwijder de batterij vervolgens handmatig. Geheugenkaarten verwijderen 16GB Zet, na controle of het toegangslampje van de geheugenkaart uit is, de camera uit en open het deksel van de geheugenkaartsleuf. • SD-geheugenkaarten: Druk de kaart in en laat vervolgens los (q).
D Geheugenkaarten • Geheugenkaarten kunnen na gebruik zeer warm zijn. Ga daarom voorzichtig te werk bij het verwijderen van geheugenkaarten uit de camera. • Zet de camera uit voordat geheugenkaarten worden geplaatst of verwijderd. Verwijder geen geheugenkaarten uit de camera, zet de camera niet uit en verwijder of ontkoppel niet de voedingsbron tijdens het formatteren of op het moment dat gegevens worden opgeslagen, gewist of naar een computer worden gekopieerd.
❚❚ Het objectief losmaken Vergeet niet de camera uit te zetten bij het verwijderen of verwisselen van objectieven. Houd, om het objectief te verwijderen, de objectiefontgrendelingsknop (q) ingedrukt terwijl het objectief naar rechts wordt gedraaid (w). Plaats, na het verwijderen van het objectief, de objectiefdoppen en de bodydop van de camera terug.
Cameramenu’s De meeste opname-, weergave- en instellingenopties zijn toegankelijk via de cameramenu's. Druk op de G-knop om de menu’s te bekijken. G-knop Tabs Kies uit de volgende menu’s: • D: Weergave (0 280) • C: Opname (0 290) • A: Persoonlijke instellingen (0 300) • B: Instellingen (0 365) • N: Retoucheren (0 384) • O/m: MIJN MENU of RECENTE INSTELLINGEN (standaard op MIJN MENU; 0 414) Schuifbalk toont positie in huidig menu. Huidige instellingen worden aangeduid door pictogrammen.
Cameramenu’s gebruiken ❚❚ Menubedieningen De multi-selector en J-knop worden gebruikt om door de menu’s te navigeren. Multi-selector Verplaats cursor omhoog Selecteer gemarkeerd item Annuleer en keer terug naar vorig menu Selecteer gemarkeerd item of geef submenu weer Beweeg cursor omlaag J-knop Selecteer gemarkeerd item A Het d (Help)-pictogram Als het pictogram d wordt weergegeven in de linkerbenedenhoek van de monitor, kan hulpinformatie worden weergegeven door op de L (Z/Q)-knop te drukken.
❚❚ Door de menu’s navigeren Voer de onderstaande stappen uit om door de menu’s te navigeren. 1 Geef de menu’s weer. Druk op de G-knop om de menu’s weer te geven. G-knop 2 Markeer het pictogram voor het huidige menu. Druk op 4 om het pictogram voor het huidige menu te markeren. 3 Selecteer een menu. Druk op 1 of 3 om het gewenste menu te selecteren.
4 Plaats de cursor in het geselecteerde menu. Druk op 2 om de cursor in het geselecteerde menu te plaatsen. 5 Markeer een menu-item. Druk op 1 of 3 om een menu-item te markeren. 6 Geef de opties weer. Druk op 2 om opties voor het geselecteerde menuitem weer te geven. 7 Markeer een optie. Druk op 1 of 3 om een optie te markeren.
8 Selecteer het gemarkeerde item. Druk op J om het gemarkeerde item te selecteren. Druk op de G-knop om af te sluiten zonder een selectie te maken. J-knop Let op de volgende punten: • Menu-items die grijs worden weergegeven zijn momenteel niet beschikbaar. • Terwijl het indrukken van 2 of de centrale knop van de multiselector in het algemeen hetzelfde effect heeft als het indrukken van J, zijn er soms gevallen waarin selectie alleen kan worden gedaan door het indrukken van J.
Basisfotografie en weergave “Richten-en-maken”-fotografie 1 Maak de camera gereed. Houd bij het kadreren van foto’s in de zoeker de handgreep in uw rechterhand en ondersteun de camerabody of het objectief met uw linkerhand. Houd bij het kadreren van foto’s in de portretstand (staand) de camera vast, zoals rechts aangeduid. 2 Kadreer de foto. Bij standaardinstellingen stelt de camera scherp op het onderwerp in het middelste scherpstelpunt.
3 Druk de ontspanknop half in. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen (als het onderwerp slecht belicht is, gaat de AFhulpverlichting mogelijk Scherpstelaanduiding branden). De scherpstelaanduiding (I) verschijnt in de zoeker wanneer de scherpstelbewerking is voltooid. Zoekerweergave I F H F H (knippert) Beschrijving Onderwerp scherp in beeld. Scherpstelpunt bevindt zich tussen camera en onderwerp. Scherpstelpunt bevindt zich achter onderwerp.
Basisweergave 1 Druk op de K-knop. Er wordt een foto weergegeven in de monitor. De geheugenkaart met de huidige weergegeven foto wordt door een pictogram aangeduid. K-knop 2 Bekijk extra foto’s. Extra foto’s kunnen worden weergegeven door 4 of 2 in te drukken. Druk op 1 en 3 (0 238) om extra informatie over de huidige foto te bekijken. Druk de ontspanknop half in om weergave te beëindigen en terug te keren naar de opnamestand.
A Controlebeeld Wanneer Aan is geselecteerd voor Controlebeeld in het weergavemenu (0 287), worden foto's na opname gedurende enkele seconden automatisch weergegeven in de monitor. A Zie ook Zie pagina 237 voor informatie over het kiezen van een geheugenkaartsleuf.
Ongewenste foto’s wissen Druk op de O (Q)-knop om de foto te wissen die momenteel wordt weergegeven in de monitor. Merk op dat eenmaal gewiste foto’s niet kunnen worden hersteld. 1 Geef de foto weer. Geef de foto weer die u wilt wissen, zoals wordt beschreven op de voorgaande pagina. De locatie van de huidige afbeelding wordt weergegeven door een pictogram in de linkerbenedenhoek van het scherm. 2 Wis de foto. Druk op de O (Q)-knop.
A De stand-by-timer (Zoekerfotografie) De weergave van de zoekeraanduiding en sluitertijd- en diafragmaweergaven in het bedieningspaneel schakelen uit als er gedurende zes seconden geen handelingen worden uitgevoerd, waardoor de batterij minder snel leeg is. Druk de ontspanknop half in om de weergave opnieuw te activeren. De tijdsduur voordat de stand-by-timer automatisch afloopt kan worden geselecteerd met behulp van Persoonlijke instelling c2 (Stand-by-timer, 0 319).
Livebeeldfotografie Voer de onderstaande stappen uit om foto’s te maken in livebeeld. 1 Draai de livebeeldselectieknop naar C (livebeeldfotografie). Livebeeldselectieknop 2 Druk op de a-knop. De spiegel wordt opgeklapt en het beeld door het objectief wordt weergegeven in de cameramonitor. Het onderwerp zal niet langer zichtbaar zijn in de zoeker. a-knop 3 Positioneer het scherpstelpunt. Positioneer het scherpstelpunt boven uw onderwerp, zoals beschreven op pagina 40.
4 Stel scherp. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen. Het scherpstelpunt knippert groen A AE-L/AF-L-knop terwijl de camera scherpstelt. Als de camera kan scherpstellen, wordt het scherpstelpunt groen weergegeven; als de camera niet kan scherpstellen, knippert het scherpstelpunt rood (merk op dat fotograferen ook mogelijk is wanneer het scherpstelpunt rood knippert; controleer eerst de scherpstelling in de monitor alvorens u gaat fotograferen).
D Autofocus gebruiken in livebeeldfotografie en filmlivebeeld Gebruik een AF-S-objectief. De gewenste resultaten worden mogelijk niet verkregen met andere objectieven of teleconverters. Merk op dat in livebeeld autofocus trager is en de monitor helderder of donkerder kan worden terwijl de camera scherpstelt. Het scherpstelpunt wordt soms groen weergegeven wanneer de camera niet kan scherpstellen.
6 Sluit livebeeldstand af. Druk op de a-knop om livebeeldstand af te sluiten. A Voorbeeld livebeeldzoom Druk op de X-knop om het beeld in de monitor tot een maximum van ongeveer 23× te vergroten. Er verschijnt een navigatievenster in een grijs kader in de rechterbenedenhoek van de weergave. Gebruik de multiselector om door delen van het beeld te bladeren die niet zichtbaar zijn in de monitor, of druk op W om uit te zoomen.
Scherpstelling Draai, om scherp te stellen met behulp van autofocus, de selectieknop voor de scherpstelstand naar AF en volg de onderstaande stappen om de standen autofocus en AF-veld te kiezen. Zie pagina 41 voor informatie over handmatig scherpstellen. Selectieknop voor scherpstelstand ❚❚ Een scherpstelstand kiezen De volgende autofocusstanden zijn beschikbaar tijdens livebeeldfotografie en filmlivebeeld: Stand AF-S AF-F Beschrijving Enkelvoudige servo-AF: Voor stilstaande onderwerpen.
❚❚ Een AF-veldstand kiezen De volgende AF-veldstanden kunnen worden geselecteerd tijdens livebeeldfotografie en filmlivebeeld: Stand ! 5 6 & 40 Beschrijving Gezichtprioriteit-AF: Gebruik voor portretten.
Om een AF-veldstand te kiezen, druk op de AF-standknop en draai aan de secundaire instelschijf totdat de gewenste stand in de monitor wordt weergegeven. AF-standknop Secundaire instelschijf Monitor Handmatige scherpstelling Draai, om scherp te stellen in handmatige scherpstelstand (0 100), aan de scherpstelring van het objectief totdat het onderwerp scherp in beeld is. Druk op de X-knop (0 38) om het beeld in de monitor te vergroten voor nauwkeurige scherpstelling.
De b-knop gebruiken De hieronder vermelde opties zijn toegankelijk door de b-knop in te drukken tijdens livebeeldfotografie. Markeer items met behulp van de multi-selector en druk op 2 om opties voor het gemarkeerde item te bekijken. Druk, na het kiezen van de gewenste instelling, op J om naar het b-knop b-knopmenu terug te keren. Druk nogmaals op de b-knop om de opnameweergave af te sluiten. Optie Beeldveld Actieve D-Lighting Elektron.
Optie Beschrijving Tijdens livebeeldfotografie kan de witbalans (tint) van de monitor worden ingesteld op een waarde die verschilt van de waarde gebruikt voor foto’s (0 148). Dit kan effectief zijn als de verlichting Witbalans scherm bij waaronder opnamen zijn gekadreerd, afwijkt van de fotolivebeeld verlichting gebruikt bij het maken van de foto’s, wat soms het geval is wanneer een flitser of handmatige voorinstelling voor witbalans is gebruikt.
❚❚ Split-screen zoomweergave Het selecteren van Split-screen zoomweergave in het b-knopmenu voor livebeeldfotografie splitst het scherm in twee vakken met daarin naast elkaar liggende afzonderlijke delen van het beeld getoond bij een hoge zoomverhouding. De posities van de vergrote delen worden in het navigatievenster getoond.
De livebeeldweergave: Livebeeldfotografie Item Beschrijving De hoeveelheid resterende tijd voordat livebeeld automatisch eindigt. q Resterende tijd Weergegeven als opname binnen 30 sec. of minder eindigt. Witbalansaanduiding Monitortint (witbalans w fotolivebeeldweergave fotolivebeeldweergave). De huidige autofocusstand. e Autofocusstand De huidige AF-veldstand. r AF-veldstand Het huidige scherpstelpunt. De weergave varieert met de optie geselecteerd voor AFt Scherpstelpunt veldstand.
Het informatiescherm: Livebeeldfotografie Druk op de R-knop om aanduidingen in de monitor te verbergen of weer te geven tijdens livebeeldfotografie.
D Fotograferen in livebeeldstand Sluit de oculairsluiter van de zoeker om te voorkomen dat licht dat via de zoeker binnenvalt van invloed is op foto’s of de belichting.
D De tellerweergave Gedurende 30 sec. wordt een teller weergegeven voordat livebeeld automatisch eindigt (de timer wordt rood als livebeeld op het punt staat te eindigen om de interne circuits te beschermen of, als er een andere optie dan Geen limiet is geselecteerd voor Persoonlijke instelling c4—Monitor uit > Livebeeld; 0 320—5 sec. voordat de monitor automatisch uitschakelt). Afhankelijk van de opnameomstandigheden wordt de timer mogelijk onmiddellijk weergegeven zodra livebeeld is geselecteerd.
Filmlivebeeld Films kunnen worden opgenomen in livebeeld. 1 Draai de livebeeldselectieknop naar 1 (filmlivebeeld). Livebeeldselectieknop 2 Druk op de a-knop. De spiegel wordt opgeklapt en het beeld dat zichtbaar is door het objectief, wordt in de cameramonitor weergegeven als de weergave in de werkelijke film, aangepast voor de effecten van belichting. Het onderwerp zal niet langer zichtbaar zijn in de zoeker.
3 Kies een scherpstelstand (0 39). 4 Kies een AF-veldstand (0 40). 5 Stel scherp. B-knop Kadreer de beginopname en druk op de B-knop om scherp te stellen. Merk op dat het aantal onderwerpen dat kan worden gedetecteerd in gezichtprioriteit-AF afneemt tijdens filmopnamen. A Scherpstellen in filmlivebeeld Scherpstelling kan ook worden aangepast door de ontspanknop half in te drukken voordat het opnemen begint.
A Belichtingsstand De volgende instellingen kunnen worden aangepast in filmlivebeeld: e, f g h ISODiafragma Sluitertijd gevoeligheid Belichtingscorrectie Lichtmeting (0 64) — — — ✔ ✔ ✔ — — ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ — ✔ In belichtingsstand h kan sluitertijd worden ingesteld op waarden tussen 1/25 en 1/8.000 sec. (de langst beschikbare sluitertijd varieert afhankelijk van de beeldsnelheid; 0 62). In andere belichtingsstanden wordt sluitertijd automatisch aangepast.
6 Start de opname. Druk op de filmopnameknop om de opname te starten. In de monitor wordt een opnameaanduiding en de beschikbare tijd weergegeven. Belichting kan worden vergrendeld door de A AE-L/AF-L-knop in te drukken (0 128) of worden aangepast met maximaal ±3 LW met behulp van belichtingscorrectie (0 130). In autofocusstand kan de camera opnieuw worden scherpgesteld door de B-knop in te drukken. Filmopnameknop Opnameaanduiding Resterende tijd 7 Beëindig de opname.
8 Sluit filmlivebeeld af. Druk op de a-knop om filmlivebeeld af te sluiten. D De tellerweergave Voordat filmopname automatisch eindigt (0 462), wordt gedurende 30 sec. een teller weergegeven. Afhankelijk van de opnameomstandigheden is het mogelijk dat de timer onmiddellijk verschijnt zodra de opname begint. Merk op dat ongeacht de hoeveelheid beschikbare opnametijd, livebeeld alsnog automatisch zal eindigen zodra de timer afloopt.
Indices Als Indexmarkering is geselecteerd als de optie “drukken” voor Persoonlijke instelling g1 (Fn-knop toewijzen; 0 361), g2 (Voorbeeldknop toewijzen; 0 362) of g3 (AE-L/AF-L-knop toewijzen; 0 363) kunt u tijdens het opnemen op de geselecteerde knop drukken om indices Pv-knop toe te voegen die kunnen worden gebruikt om beelden te lokaliseren tijdens bewerken en weergave (0 66). Aan iedere film kunnen maximaal 20 indices worden toegevoegd.
De b-knop gebruiken De hieronder vermelde opties zijn toegankelijk door de b-knop in te drukken in filmlivebeeld. Markeer items met behulp van de multi-selector en druk op 2 om opties voor het gemarkeerde item te bekijken. Druk, na het kiezen van de gewenste instelling, op J om naar het b-knop b-knopmenu terug te keren. Druk nogmaals op de b-knop om de opnameweergave af te sluiten. Optie Beeldveld Beeldformaat/ beeldsnelheid Filmkwaliteit Beschrijving Kies beeldveld voor filmlivebeeld (0 59).
Optie Beschrijving Druk op 1 of 3 om de monitorhelderheid voor filmlivebeeld aan te passen (merk op dat dit Monitorhelderheid enkel van invloed is op livebeeld en heeft geen effect op foto’s of films of op de helderheid van de monitor voor menu’s of weergave; 0 42). Kies of de lichtste delen Hoge lichten van het beeld (hoge lichten) worden weergegeven door Weergave hoge lichten schuine lijnen in de weergave tijdens filmlivebeeld.
De livebeeldweergave: Filmlivebeeld Item q w e r t y u i o Beschrijving Geeft aan dat er geen films kunnen worden Pictogram “Geen film” opgenomen. Volume van geluidsuitvoer naar hoofdtelefoon. Weergegeven wanneer een Volume hoofdtelefoon hoofdtelefoon van een ander merk aangesloten is. Microfoongevoeligheid Microfoongevoeligheid. Geluidsniveau voor audio-opname. Wordt rood weergegeven als niveau te hoog is; pas Geluidsniveau microfoongevoeligheid dienovereenkomstig aan.
Het informatiescherm: Filmlivebeeld Druk op de R-knop om aanduidingen in de monitor te verbergen of weer te geven tijdens filmlivebeeld.
Beeldveld Ongeacht de optie geselecteerd voor Beeldveld in het opnamemenu (0 74), hebben alle films en foto's opgenomen in filmlivebeeld (0 49) een beeldverhouding van 16 : 9.
Foto’s maken tijdens filmlivebeeld Als Foto's maken is geselecteerd voor Persoonlijke instelling g4 (Ontspanknop toewijzen, 0 364), kunnen op elk gewenst moment foto’s worden gemaakt tijdens filmlivebeeld door de ontspanknop volledig in te drukken. Als de filmopname bezig is, zal de opname eindigen en zullen de tot op dat punt opgenomen filmopnamen worden opgeslagen. De foto wordt bij de huidige beeldinstelling vastgelegd met behulp van een uitsnede met een beeldverhouding van 16 : 9.
A Draadloze afstandsbedieningen en afstandsbedieningskabels Als Films opnemen is geselecteerd voor Persoonlijke instelling g4 (Ontspanknop toewijzen, 0 364), dan kunnen de ontspanknoppen op optionele afstandsbedieningen en afstandsbedieningskabels (0 439) worden gebruikt om filmlivebeeld te starten en filmopname te beëindigen.
Filminstellingen Gebruik de optie Filminstellingen in het opnamemenu (0 290) om de volgende instellingen aan te passen. • Beeldformaat/beeldsnelheid, Filmkwaliteit: Kies uit de volgende opties: Optie * y/y z/z 1/1 2/2 3/3 4/4 5/5 1920 × 1080; 60p 1920 × 1080; 50p 1920 × 1080; 30p 1920 × 1080; 25p 1920 × 1080; 24p 1280 × 720; 60p 1280 × 720; 50p Maximale bitsnelheid Maximumlengte (★ hoge (Mbps) (★ hoge kwaliteit/ kwaliteit/normaal) normaal) 42/24 10 min./20 min. 24/12 20 min./29 min. 59 sec.
• Frequentiebereik: Als S Groot bereik is geselecteerd, reageren de ingebouwde en optionele stereomicrofoons (0 441) op een breed scala aan frequenties, van muziek tot de drukke zoemgeluiden van een straat in de stad. Kies T Stembereik om stemmen van mensen duidelijk naar voren te brengen.
• ISO-gevoeligheid v. film instellen: Pas de volgende ISO-gevoeligheidsinstellingen aan. - ISO-gevoeligheid (stand M): Kies de ISOgevoeligheid voor belichtingsstand h uit waarden tussen ISO 64 en Hi 2. Automatische instelling ISOgevoeligheid wordt gebruikt in andere belichtingsstanden. - Auto ISO-gevoelig. (stand M): Selecteer Aan voor automatische instelling ISO-gevoeligheid in belichtingsstand h, Uit om de waarde geselecteerd voor ISO-gevoeligheid (stand M) te gebruiken.
Films bekijken In schermvullende weergave (0 235) worden films aangeduid door een 1-pictogram. Druk op de centrale knop van de multi-selector om weergave te starten; uw huidige positie wordt aangeduid door de filmvoortgangsbalk. 1-pictogram Lengte Huidige positie/totale lengte Filmvoortgangsbalk Volume Gids De volgende bewerkingen kunnen worden uitgevoerd: Knop Functie Beschrijving Pauzeren Pauzeer het afspelen.
Knop Functie Sla 10 sec. over Vooruit/ achteruit gaan Pas volume aan Film bijsnijden Afsluiten Terugkeren naar opnamestand Beschrijving Draai aan de hoofdinstelschijf om één stop 10 sec. vooruit of achteruit te gaan. X /W b Draai aan de secundaire instelschijf om naar de volgende of vorige index te gaan, of ga naar het laatste of eerste beeld als de film geen indices bevat. Druk op X om het volume te verhogen en op W om te verlagen. Zie pagina 67 voor meer informatie.
Films bewerken Snijd filmopnamen bij om bewerkte filmkopieën te maken of sla de geselecteerde beelden op als JPEG-foto’s. Optie 9 Kies begin-/eindpunt 4 Bewaar geselecteerd beeld Beschrijving Maak een kopie waarvan de filmopnamen aan het begin of het einde zijn verwijderd. Sla een geselecteerd beeld als een JPEG-foto op. Films bijsnijden Voer het volgende uit om bijgesneden kopieën van films te maken: 1 Geef een film schermvullend weer (0 235). 2 Pauzeer de film op het nieuwe beginof eindbeeld.
3 Selecteer Kies begin-/eindpunt. Druk op de b-knop, markeer vervolgens Kies begin-/eindpunt en druk op 2.
4 Kies het huidige beeld als het nieuwe begin- of eindpunt. Om een kopie te maken vanaf het begin van het huidige beeld, markeer Beginpunt en druk op J. De beelden voor het huidige beeld zullen worden verwijderd zodra u de kopie opslaat. Beginpunt Om een kopie te maken aan het einde van het huidige beeld, markeer Eindpunt en druk op J. De beelden na het huidige beeld zullen worden verwijderd zodra u de kopie opslaat.
5 Controleer het nieuwe begin- of eindpunt. Druk op 4 of 2 om vooruit of achteruit te gaan als het gewenste beeld momenteel niet wordt weergegeven (draai de hoofdinstelschijf één stop om 10 sec. vooruit of achteruit te gaan; draai aan de secundaire instelschijf om naar een index of het eerste of laatste beeld te gaan als de film geen indices bevat). 6 Maak de kopie. Druk op 1 zodra het gewenste beeld wordt weergegeven. 7 Bekijk een voorbeeld van de film.
8 Sla de kopie op. Markeer Opslaan als nieuw bestand en druk op J om de kopie in een nieuw bestand op te slaan. Om het oorspronkelijke filmbestand te vervangen voor de bewerkte kopie, markeer Bestaand bestand vervangen en druk op J. D Films bijsnijden Films moeten ten minste twee seconden lang zijn. De kopie wordt niet opgeslagen als er onvoldoende ruimte beschikbaar is op de geheugenkaart. Kopieën hebben dezelfde aanmaaktijd en -datum als het origineel.
Geselecteerde beelden opslaan Voer de volgende stappen uit om een geselecteerd beeld als JPEGfoto op te slaan: 1 Pauzeer de film op het gewenste beeld. Speel de film af zoals beschreven op pagina 65, druk op de centrale knop van de multi-selector om het afspelen te starten en te hervatten en op 3 om te pauzeren. Pauzeer de film bij het beeld dat u wilt kopiëren. 2 Kies Bewaar geselecteerd beeld. Druk op de b-knop, markeer vervolgens Bewaar geselecteerd beeld en druk op 2. b-knop 3 Maak een foto.
4 Sla de kopie op. Markeer Ja en druk op J om een fijnekwaliteit (0 79) JPEG-kopie van het geselecteerde beeld te maken. A Bewaar geselecteerd beeld JPEG-filmfoto’s aangemaakt met de optie Bewaar geselecteerd beeld kunnen niet worden geretoucheerd. Bij sommige JPEG-filmfoto’s ontbreekt het aan bepaalde categorieën foto-informatie (0 238). A Het retoucheermenu Films kunnen tevens worden bewerkt met behulp van de optie Film bewerken in het retoucheermenu (0 384).
Opties voor beeldopname Beeldveld Kies uit beeldvelden FX (36 × 24) 1.0× (FX-formaat), DX (24 × 16) 1.5× (DX-formaat), 5 : 4 (30 × 24) en 1,2× (30 × 20) 1.2×. Zie pagina 490 voor informatie over het aantal foto’s dat kan worden opgeslagen bij verschillende beeldveldinstellingen.
❚❚ Beeldveldopties De camera biedt keuze uit de volgende beeldvelden: Optie c FX (36 × 24) 1.0× (FX-formaat) Z 1,2× (30 × 20) 1.2× a DX (24 × 16) 1.5× (DX-formaat) b 5 : 4 (30 × 24) Beschrijving Beelden worden in FX-formaat vastgelegd met behulp van het volledige veld van de beeldsensor (35,9 × 24,0 mm), waarbij een beeldhoek wordt geproduceerd die equivalent is aan een NIKKORobjectief op een kleinbeeldformaat camera.
A Beeldveld De geselecteerde optie wordt in het informatiescherm getoond. A DX-objectieven DX-objectieven zijn ontworpen voor gebruik met DX-formaat camera’s en hebben een kleinere beeldhoek dan objectieven voor kleinbeeldformaat camera's. Als Automatische DX-uitsnede uit is en een andere optie dan DX (24 × 16) (DX-formaat) is geselecteerd voor Kies beeldveld wanneer een DX-objectief is bevestigd, worden de randen van het beeld mogelijk verduisterd.
Het beeldveld kan worden geselecteerd met behulp van de optie Beeldveld > Kies beeldveld in het opnamemenu of door op een bedieningsknop te drukken en aan een instelschijf te draaien. ❚❚ Het beeldveldmenu 1 Selecteer Beeldveld. Markeer Beeldveld in het opnamemenu en druk op 2. 2 Selecteer Kies beeldveld. Markeer Kies beeldveld en druk op 2. 3 Pas instellingen aan. Kies een optie en druk op J. De geselecteerde uitsnede wordt in de zoeker (0 76) weergegeven.
❚❚ Camerabediening 1 Wijs beeldveldselectie toe aan een camerabediening. Selecteer Kies beeldveld als de optie “indrukken + instelschijven” voor een camerabediening in het menu Persoonlijke instellingen (0 300).
Beeldkwaliteit De D810 ondersteunt de volgende opties voor beeldkwaliteit. Zie pagina 489 voor informatie over het aantal foto’s dat kan worden opgeslagen bij verschillende beeldkwaliteit- en beeldformaatinstellingen. Optie Bestandstype NEF (RAW) NEF TIFF (RGB) TIFF (RGB) JPEG Fijn JPEG Normaal JPEG JPEG Basis NEF (RAW) + JPEG Fijn NEF (RAW) + JPEG Normaal NEF (RAW) + JPEG Basis NEF/JPEG Beschrijving RAW-gegevens van de beeldsensor worden zonder extra bewerking opgeslagen.
Druk op de T-knop om de beeldkwaliteit in te stellen en draai aan de hoofdinstelschijf totdat de gewenste instelling in het bedieningspaneel wordt weergegeven.
❚❚ JPEG-compressie Markeer JPEG/TIFF-opname > JPEG-compressie in het opnamemenu en druk op 2 om het compressietype voor JPEGafbeeldingen te kiezen. Optie O P Beschrijving Beelden worden gecomprimeerd om een Vaste grootte relatief uniforme bestandsgrootte te produceren. Optimale beeldkwaliteit. De bestandsgrootte Optimale kwaliteit wisselt met het opgenomen onderwerp.
❚❚ NEF (RAW)-bitdiepte Markeer NEF (RAW)-opname > NEF (RAW)-bitdiepte in het opnamemenu en druk op 2 om een bitdiepte voor NEF (RAW)afbeeldingen te kiezen. Optie q 12-bits r 14-bits Beschrijving NEF (RAW)-afbeeldingen worden vastgelegd bij een bitdiepte van 12 bits. NEF (RAW)-afbeeldingen worden vastgelegd bij een bitdiepte van 14 bits, waarbij grotere bestanden worden geproduceerd dan die met een bitdiepte van 12 bits, maar waarbij de opgenomen kleurgegevens worden vermeerderd.
Beeldformaat Beeldformaat wordt gemeten in pixels. In het geval van JPEG- en TIFF-afbeeldingen kunt u kiezen uit #Groot, $Middel of %Klein (merk op dat het beeldformaat varieert afhankelijk van de optie geselecteerd voor Beeldveld, 0 74): Beeldveld FX (36 × 24) (FX-formaat) 1,2× (30 × 20) DX (24 × 16) (DX-formaat) 5 : 4 (30 × 24) Optie Groot Middel Klein Groot Middel Klein Groot Middel Klein Groot Middel Klein Formaat (pixels) 7.360 × 4.912 5.520 × 3.680 3.680 × 2.456 6.144 × 4.080 4.608 × 3.056 3.
Beeldformaat voor JPEG- en TIFF-afbeeldingen kunnen worden ingesteld door de T-knop in te drukken en aan de secundaire instelschijf te draaien totdat de gewenste optie wordt weergegeven in het bedieningspaneel. T-knop Secundaire instelschijf Bedieningspaneel A Het menu Beeldformaat Beeldformaat voor JPEG- en TIFF-afbeeIdingen kan tevens worden aangepast met behulp van de optie JPEG/TIFF-opname > Beeldformaat in het opnamemenu (0 290).
❚❚ NEF (RAW)-afbeeldingen Bij het vastleggen van foto’s in NEF (RAW)formaat kunt u kiezen uit de formaten o Groot en p Klein met behulp van de optie NEF (RAW)-opname > Beeldformaat in het opnamemenu. Afbeeldingen op klein formaat zijn circa de halve grootte van hun tegenhangers op groot formaat. Er verschijnt een sterretje (U) in het bedieningspaneel wanneer p Klein is geselecteerd.
Twee geheugenkaarten gebruiken Wanneer er twee geheugenkaarten in de camera zijn geplaatst, kunt u in het opnamemenu met behulp van het item Eerste sleuf selecteren één kaart als de eerste kaart kiezen. Selecteer SDkaartsleuf om de kaart in de SD-kaartsleuf als de eerste kaart aan te wijzen, CF-kaartsleuf om de CompactFlash-kaart te kiezen. De functies voor de eerste en tweede kaart kunnen worden gekozen met behulp van de optie Functie tweede sleuf in het opnamemenu.
Scherpstelling Deze paragraaf beschrijft de beschikbare scherpstelopties wanneer foto’s in de zoeker worden gekadreerd. Scherpstelling kan automatisch (zie hieronder) of handmatig (0 100) worden aangepast. De gebruiker kan bovendien het scherpstelpunt voor automatische of handmatige scherpstelling (0 94) selecteren of scherpstelvergrendeling gebruiken om scherp te stellen om de compositie van foto’s na het scherpstellen opnieuw samen te stellen (0 96).
Autofocusstand kan worden geselecteerd door op de AFstandknop te drukken en aan de hoofdinstelschijf te draaien totdat de gewenste instelling in de zoeker en het bedieningspaneel wordt weergegeven. AF-standknop Bedieningspaneel Hoofdinstelschijf Zoeker A De B-knop Met het scherpstellen van de camera als doel, heeft het indrukken van de B-knop hetzelfde effect als het half indrukken van de ontspanknop.
A Zie ook Zie Persoonlijke instelling a1 (Selectie AF-C-prioriteit, 0 306) voor informatie over het gebruik van focusprioriteit in continue servo-AF. Zie Persoonlijke instelling a2 (Selectie AF-S-prioriteit, 0 307) voor informatie over het gebruik van de ontspanprioriteit in enkelvoudige servo-AF. Zie Persoonlijke instelling a4 (AF-activering, 0 308) voor informatie over het voorkomen dat de camera scherpstelt wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
AF-veldstand Kies hoe het scherpstelpunt wordt geselecteerd tijdens zoekerfotografie. • Enkelpunts AF: Selecteer het scherpstelpunt zoals beschreven op pagina 94; de camera zal uitsluitend scherpstellen op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt. Gebruik voor stilstaande onderwerpen. • Dynamisch veld-AF: Selecteer het scherpstelpunt zoals beschreven op pagina 94.
• Groep-veld-AF: De camera stelt scherp met behulp van een groep scherpstelpunten geselecteerd door de gebruiker, waardoor het risico dat de camera scherpstelt op de achtergrond in plaats van het hoofdonderwerp afneemt. Kies voor onderwerpen die met behulp van een enkel scherpstelpunt moeilijk te fotograferen zijn. Als er in scherpstelstand AF-S gezichten zijn gedetecteerd, geeft de camera prioriteit aan personen.
A 3D-tracking Wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt, worden de kleuren in het gebied rond het scherpstelpunt opgeslagen in de camera. Hierdoor levert 3D-tracking mogelijk niet de gewenste resultaten op bij onderwerpen die dezelfde kleur hebben als de achtergrond of die een zeer klein deel van het beeld beslaan. A AF-veldstand AF-veldstand wordt in het bedieningspaneel en in de zoeker getoond.
A Zie ook Zie Persoonlijke instelling a3 (Focus-tracking met Lock-On, 0 308) voor informatie over het aanpassen van de wachttijd van de camera voordat deze opnieuw scherpstelt wanneer een onderwerp voor de camera beweegt.
Scherpstelpunt selecteren De camera biedt keuze uit 51 scherpstelpunten die kunnen worden gebruikt bij het samenstellen van foto’s terwijl het hoofdonderwerp zich op een willekeurige plaats in het beeld bevindt. Volg de onderstaande stappen om het scherpstelpunt te kiezen (in groepveld-AF kunt u deze stappen volgen om een groep scherpstelpunten te kiezen). 1 Draai de vergrendeling van de scherpstelselectieknop naar ●. Hiermee kunt u de multi-selector gebruiken om het scherpstelpunt te selecteren.
De vergrendeling van de scherpstelselectieknop kan na selectie naar de vergrendelde (L) positie worden gedraaid om te voorkomen dat het geselecteerde scherpstelpunt wordt gewijzigd wanneer de multiselector wordt ingedrukt. A Automatisch veld-AF Het scherpstelpunt voor automatisch veld-AF wordt automatisch geselecteerd; handmatige selectie van het scherpstelpunt is niet beschikbaar.
Scherpstelvergrendeling Scherpstelvergrendeling kan worden gebruikt om na het scherpstellen de compositie te wijzigen, zodat op een onderwerp kan worden scherpgesteld dat in de uiteindelijke compositie niet scherp in beeld zal zijn. Als de camera niet kan scherpstellen met behulp van autofocus (0 87), kan scherpstelvergrendeling tevens worden gebruikt voor het opnieuw samenstellen van de foto na het scherpstellen op een ander voorwerp op dezelfde afstand als uw oorspronkelijke onderwerp.
2 Vergrendel de scherpstelling. Scherpstelstand AF-C (0 87): Druk, met de ontspanknop half ingedrukt (q), op de A AE-L/AF-L-knop (w) om zowel scherpstelling als belichting te vergrendelen (in de zoeker wordt een AE-L-pictogram weergegeven). Scherpstelling blijft vergrendeld terwijl A AE-L/AF-L wordt ingedrukt, zelfs als u later uw vinger van de ontspanknop haalt.
A Scherpstelling vergrendelen met de B-knop Tijdens zoekerfotografie kan scherpstelling worden vergrendeld met behulp van de B-knop in plaats van de ontspanknop (0 88). Als Alleen AF-ON is geselecteerd voor Persoonlijke instelling a4 (AF-activering, 0 308), zal de camera niet scherpstellen wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt; in plaats daarvan stelt de camera scherp wanneer de B-knop wordt ingedrukt, waarna scherpstelling vergrendelt en vergrendeld blijft tot de B-knop nogmaals wordt ingedrukt.
A Goede resultaten verkrijgen met autofocus Autofocus werkt niet goed in de onderstaande omstandigheden. Als de camera onder deze omstandigheden niet kan scherpstellen, wordt mogelijk de ontspanknop geblokkeerd, of wordt scherpstelaanduiding (●) mogelijk weergegeven en laat de camera mogelijk een geluidssignaal horen, zodat de sluiter kan worden ontspannen zelfs wanneer het onderwerp niet scherp in beeld is.
Handmatige scherpstelling Handmatige scherpstelling is beschikbaar voor objectieven die geen autofocus ondersteunen (niet-AF NIKKOR-objectieven) of wanneer autofocus niet het gewenste resultaat oplevert (0 99). • AF-objectieven: Stel de schakelaar voor de scherpstelstand van het objectief (indien aanwezig) in en stel de selectieknop voor de scherpstelstand van de camera in op M.
❚❚ De elektronische afstandsmeter De aanduiding van de zoekerbeeldscherpte kan worden gebruikt om te controleren of het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt scherp in beeld is (het scherpstelpunt kan uit 51 scherpstelpunten worden geselecteerd). Druk de ontspanknop half in nadat het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt is geplaatst en draai aan de scherpstelring van het objectief totdat de scherpstelaanduiding (I) wordt weergegeven.
Ontspanstand Een ontspanstand kiezen Druk op de ontgrendelingsknop van de keuzeknop voor de ontspanstand om een ontspanstand te kiezen en draai de keuzeknop voor de ontspanstand naar de gewenste instelling. Stand S T U J M 102 Beschrijving Enkel beeld: De camera maakt één foto telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
Stand E V Beschrijving Zelfontspanner: Maak foto’s met de zelfontspanner (0 106). Spiegel omhoog: Kies deze stand om cameratrillingen te minimaliseren in tele- of close-upfotografie of in andere omstandigheden waarbij de kleinste camerabeweging kan resulteren in onscherpe foto’s (0 108).
Voedingsbron en beeldsnelheid De maximale beeldsnelheid varieert afhankelijk van de voedingsbron en het beeldveld. De onderstaande getallen zijn de gemiddelde maximale beeldsnelheden beschikbaar voor continue servo-AF, handmatig of sluitertijdvoorkeuze automatische belichting, een sluitertijd van 1/250 sec. of korter, andere instellingen dan Persoonlijke instelling d2 bij standaardwaarden en resterend geheugen in het buffergeheugen.
A Het buffergeheugen De camera is voorzien van een buffergeheugen voor tijdelijke opslag, zodat u opnamen kunt blijven maken terwijl de foto’s op de geheugenkaart worden opgeslagen. Er kunnen maximaal 100 foto’s na elkaar worden gemaakt; merk echter op dat de beeldsnelheid afneemt zodra de buffer vol is (tAA).
Zelfontspannerstand (E) De zelfontspanner kan worden gebruikt voor zelfportretten of om cameratrilling te verminderen. 1 Bevestig de camera op een statief. Bevestig de camera op een statief of plaats de camera op een stabiele, vlakke ondergrond. 2 Selecteer zelfontspannerstand. Druk op de ontgrendelingsknop van de keuzeknop voor de ontspanstand en draai de keuzeknop voor de ontspanstand naar E. Keuzeknop ontspanstand 3 Kadreer de foto en stel scherp.
4 Start de timer. Druk de ontspanknop volledig in om de timer te starten. Het zelfontspannerlampje begint te knipperen. Twee seconden voordat de foto wordt gemaakt, stopt het zelfontspannerlampje met knipperen. De sluiter wordt ongeveer tien seconden na het starten van de timer ontspannen. Draai, om de zelfontspanner uit te schakelen voordat een foto is gemaakt, de keuzeknop voor de ontspanstand naar een andere instelling.
Stand spiegel omhoog (V) Kies deze stand om onscherpte veroorzaakt door beweging van de camera bij een opgeklapte spiegel te minimaliseren. Druk, om de stand voor spiegel omhoog te gebruiken, op de Keuzeknop ontspanstand ontgrendelingsknop van de ontspanknop en draai de keuzeknop voor de ontspanstand naar V (spiegel omhoog).
ISO-gevoeligheid Handmatige aanpassing De gevoeligheid van de camera voor licht kan worden aangepast aan de hoeveelheid licht dat beschikbaar is. Kies uit instellingen die variëren van ISO 64 tot ISO 12.800 in stappen equivalent aan 1/3 LW. Instellingen van ongeveer 0,3 tot 1 LW onder ISO 64 en 0,3 tot 2 LW boven ISO 12.800 zijn tevens beschikbaar voor speciale omstandigheden.
A Het opnamemenu Het is ook mogelijk om ISO-gevoeligheid aan te passen via het opnamemenu. Kies ISO-gevoeligheid instellen om instellingen aan te passen voor zoeker en livebeeldfotografie (0 290) en Filminstellingen > ISO-gevoeligheid v. film instellen om instellingen aan te passen voor filmlivebeeld (0 64).
Autom inst ISO-gevoeligheid Als Aan is geselecteerd voor ISO-gevoeligheid instellen > Autom inst ISO-gevoeligheid in het opnamemenu, wordt de ISOgevoeligheid automatisch aangepast als er geen optimale belichting tot stand kan worden gebracht bij de waarde geselecteerd door de gebruiker (ISO-gevoeligheid wordt juist aangepast zodra de flitser wordt gebruikt). 1 Selecteer Autom inst ISO-gevoeligheid.
3 Pas instellingen aan. De maximale waarde voor automatische ISO-gevoeligheid kan worden geselecteerd met behulp van Maximale gevoeligheid (merk op dat wanneer de ISO-gevoeligheid geselecteerd door de gebruiker hoger is dan die gekozen voor Maximale gevoeligheid, daar voor in de plaats de waarde geselecteerd door de gebruiker wordt gebruikt).
A Langste sluitertijd Automatische sluitertijdselectie kan worden verfijnd door Automatisch te markeren en op 2 te drukken: bijvoorbeeld waarden korter dan de waarden die doorgaans automatisch worden geselecteerd, kunnen worden gebruikt met teleobjectieven om onscherpte te verminderen. Merk echter op dat Automatisch alleen werkt met CPU-objectieven; als er een objectief zonder CPU zonder objectiefgegevens wordt gebruikt, is de langste sluitertijd altijd ingesteld op 1/30 sec.
Belichting Lichtmeting Lichtmeting bepaalt hoe de camera de belichting instelt. De volgende opties zijn beschikbaar: Optie L M N 4 114 Beschrijving Matrix: Produceert natuurlijke resultaten in de meeste situaties.
Druk, om een lichtmeetoptie te kiezen, op de c-knop en draai aan de hoofdinstelschijf totdat de gewenste instelling wordt weergegeven in de zoeker en het bedieningspaneel.
Belichtingsstand Om te bepalen hoe de camera sluitertijd en diafragma instelt bij het aanpassen van de belichting, druk op de I (Q)-knop en draai aan de hoofdinstelschijf totdat de gewenste optie in het bedieningspaneel verschijnt. I (Q)-knop Hoofdinstelschijf Stand e f g h 116 Bedieningspaneel Beschrijving Automatisch programma (0 118): De camera stelt sluitertijd en diafragma in voor optimale belichting.
A Type objectieven Vergrendel, bij het gebruik van een CPU-objectief uitgerust met een diafragmaring (0 422), de diafragmaring bij het kleinste diafragma (hoogste f-waarde). Type G- en E-objectieven zijn niet uitgerust met een diafragmaring. Selecteer belichtingsstand g (diafragmavoorkeuze) of h (handmatig) bij het gebruik van objectieven zonder CPU (0 229). In andere standen wordt de belichtingsstand g automatisch geselecteerd wanneer een objectief zonder CPU is bevestigd (0 419, 424).
e: Automatisch programma In deze stand past de camera sluitertijd en diafragma automatisch aan volgens een ingebouwd programma voor een optimale belichting in de meeste situaties. A Flexibel programma In belichtingsstand e kunnen verschillende combinaties sluitertijd en diafragma worden geselecteerd door aan de hoofdinstelschijf te draaien terwijl de belichtingsmeters ingeschakeld zijn (“flexibel programma”).
f: Sluitertijdvoorkeuze In de stand sluitertijdvoorkeuze kunt u zelf de sluitertijd kiezen terwijl de camera automatisch het diafragma selecteert dat de optimale belichting oplevert. Draai aan de hoofdinstelschijf terwijl de belichtingsmeters aan zijn om een sluitertijd te kiezen. Sluitertijd kan worden ingesteld op “p” of op waarden tussen 30 sec. en 1/8.000 sec. Sluitertijd kan worden vergrendeld bij de geselecteerde instelling (0 126).
g: Diafragmavoorkeuze In diafragmavoorkeuze kiest u het diafragma terwijl de camera automatisch de sluitertijd selecteert die de optimale belichting oplevert. Draai, om een diafragma te kiezen uit de minimale en maximale waarden van het objectief, aan de secundaire instelschijf terwijl de belichtingsmeters ingeschakeld zijn. Diafragma kan bij de geselecteerde instelling worden vergrendeld (0 126).
h: Handmatig In handmatige belichtingsstand regelt u zowel sluitertijd als diafragma. Draai, terwijl de belichtingsmeters ingeschakeld zijn, aan de hoofdinstelschijf om een sluitertijd te kiezen en aan de secundaire instelschijf om diafragma in te stellen. Sluitertijd kan worden ingesteld op “p” of op waarden tussen 30 sec. en 1/8.000 sec., of de sluiter kan voor onbepaalde tijd worden opengehouden voor een lange tijdopname (A of &, 0 123).
A AF Micro NIKKOR-objectieven Onder voorwaarde dat een externe belichtingsmeter wordt gebruikt, hoeft u alleen rekening te houden met de belichtingsverhouding wanneer de diafragmaring wordt gebruikt voor het instellen van het diafragma. A Belichtingsaanduidingen Als er een andere sluitertijd dan “bulb” of “tijd” is geselecteerd, tonen de belichtingsaanduidingen in de zoeker en het bedieningspaneel of de foto wel of niet onder- of overbelicht zal zijn bij de huidige instellingen.
Lange tijdopnamen (alleen h-stand) Selecteer de volgende sluitertijden voor lange tijdopnamen van bewegende lichten, de sterren, nachtlandschappen of vuurwerk. • Bulb (A): De sluiter blijft open terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden. Gebruik een statief of een optionele draadloze afstandsbediening (0 441) of afstandsbedieningskabel (0 439) om onscherpte te voorkomen.
1 Maak de camera gereed. Bevestig de camera op een statief of plaats op een stabiele, vlakke ondergrond. A Lange tijdopnamen Sluit de oculairsluiter van de zoeker om te voorkomen dat licht dat via de zoeker binnenvalt in de foto verschijnt of van invloed is op de belichting (0 106). Nikon raadt het gebruik van een volledig opgeladen batterij of een optionele lichtnetadapter en stroomaansluiting aan om stroomverlies te voorkomen terwijl de sluiter open is.
3 Kies een sluitertijd. Draai, terwijl de belichtingsmeters ingeschakeld zijn, aan de hoofdinstelschijf om sluitertijd Bulb (A) of Tijd (&) te kiezen. De belichtingsaanduidingen verschijnen niet wanneer Bulb (A) of Tijd (&) is geselecteerd. Bulb Tijd 4 Open de sluiter. Bulb: Druk, na het scherpstellen, op de ontspanknop op de camera of optionele afstandsbedieningskabel of draadloze afstandsbediening volledig in. Houd de ontspanknop ingedrukt totdat de belichting is voltooid.
Sluitertijd en diafragmavergrendeling Sluitertijdvergrendeling is beschikbaar in de standen sluitertijdvoorkeuze en handmatige belichting, diafragmavergrendeling in de standen diafragmavoorkeuze en handmatige belichting. Sluitertijd en diafragmavergrendeling zijn niet beschikbaar in de belichtingsstand met automatisch programma. 1 Wijs sluitertijd en diafragmavergrendeling aan een camerabediening toe. Selecteer Sltertijd en diafragma vergr.
Diafragma (belichtingsstanden g en h): Druk op de geselecteerde knop en draai aan de secundaire instelschijf totdat Fpictogrammen in de zoeker en het bedieningspaneel verschijnen. Fn-knop Secundaire instelschijf Druk om het diafragma te ontgrendelen, op de knop en draai aan de secundaire instelschijf totdat de F-pictogrammen uit de weergaveschermen verdwijnen. A Zie ook Gebruik Persoonlijke instelling f7 (Sltertijd en diafragma vergr.
Vergrendeling automatische belichting (AE) Gebruik vergrendeling voor automatische belichting om foto’s opnieuw samen te stellen na het gebruik van centrumgerichte meting en spotmeting (0 114) voor het meten van de belichting. 1 Vergrendel de belichting. Plaats het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt en druk de ontspanknop half in.
A Gemeten veld In spotmeting wordt de belichting vergrendeld bij de waarde die is gemeten in een cirkel van 4 mm gecentreerd op het geselecteerde scherpstelpunt. In centrumgerichte meting wordt de belichting vergrendeld bij de waarde die is gemeten in een cirkel van 12 mm in het midden van de zoeker.
Belichtingscorrectie Belichtingscorrectie wordt gebruikt om de belichting aan te passen van de waarde die is voorgesteld door de camera, zodat foto’s lichter of donkerder worden. Deze functie werkt het best in combinatie met centrumgerichte meting of spotmeting (0 114). Kies uit waarden tussen –5 LW (onderbelichting) en +5 LW (overbelichting) in stappen van 1/3 LW. In het algemeen maken positieve waarden het onderwerp lichter terwijl negatieve waarden het onderwerp donkerder maken.
Druk, om een waarde voor belichtingscorrectie te kiezen, op de E-knop en draai aan de hoofdinstelschijf totdat de gewenste instelling wordt weergegeven in het bedieningspaneel of de zoeker. E-knop Hoofdinstelschijf ±0 LW (E-knop ingedrukt) –0,3 (–1/3) LW +2,0 LW Bij andere waarden dan ±0,0 knippert de 0 in het midden van de belichtingsaanduidingen (alleen belichtingsstanden e, f en g) en wordt in de zoeker en het bedieningspaneel een E-pictogram weergegeven nadat u de E-knop ontspant.
A Belichtingsstand h In belichtingsstand h heeft de belichtingscorrectie enkel gevolgen voor de belichtingsaanduiding; sluitertijd en diafragma veranderen niet. A Zie ook Zie Persoonlijke instelling b3 (Stap belichtings-/flitscorr., 0 315) voor informatie over het kiezen van de stapgroottes beschikbaar voor belichtingscorrectie. Zie Persoonlijke instelling b4 (Eenv. belichtingscorrectie, 0 316) voor informatie over het maken van aanpassingen aan belichtingscorrectie zonder op de E-knop te drukken.
Bracketing Bracketing past bij elk opname automatisch kleine veranderingen toe op belichting, flitssterkte, Actieve D-Lighting (ADL) of witbalans, waardoor “bracketing” van de huidige waarde wordt uitgevoerd.
2 Kies het aantal opnamen. Houd de D-knop ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf om het aantal opnamen in de bracketingreeks te kiezen. Het aantal opnamen wordt in het bedieningspaneel getoond. Aantal opnamen D-knop Hoofdinstelschijf Bedieningspaneel Aanduiding belichtings- en flitsbracketing Bij andere instellingen dan nul, verschijnen een M-pictogram en een aanduiding voor belichtings- en flitsbracketing in het bedieningspaneel en wordt D in de zoeker weergegeven.
3 Selecteer een belichtingsstapgrootte. Druk op de D-knop en draai aan de secundaire instelschijf om de belichtingsstapgrootte te kiezen. Belichtingsstapgrootte D-knop Secundaire instelschijf Bedieningspaneel Bij standaardinstellingen kan de stapgrootte worden gekozen uit 0,3 (1/3), 0,7 (2/3), 1, 2 en 3 LW. De bracketingprogramma’s met een stapgrootte van 0,3 (1/3) LW staan hieronder vermeld. Weergave bedieningspaneel Aantal opn.
4 Kadreer een foto, stel scherp en maak de foto. De camera varieert de belichting en/of flitssterkte beeld voor beeld, overeenkomstig het geselecteerde bracketingprogramma. Wijzigingen aan de belichting worden toegevoegd aan de wijzigingen gemaakt met belichtingscorrectie (zie pagina 130). Terwijl bracketing in werking is, wordt een aanduiding voor de bracketingvoortgang weergegeven in het bedieningspaneel. Na elke opname verdwijnt een deel van de aanduiding. Aantal opn.
❚❚ Bracketing annuleren Druk, om bracketing te annuleren, op de D-knop en draai aan de hoofdinstelschijf totdat het aantal opnamen in de bracketingreeks nul is (r) en M niet langer wordt weergegeven. Het programma dat het laatst actief was, wordt hersteld wanneer bracketing de volgende keer wordt geactiveerd. Bracketing kan ook worden geannuleerd door een reset met twee knoppen (0 206) uit te voeren, maar dan wordt het bracketingprogramma niet hersteld wanneer bracketing de volgende keer wordt geactiveerd.
A Belichtingsbracketing De camera wijzigt de belichting door de sluitertijd en het diafragma (automatisch programma), het diafragma (sluitertijdvoorkeuze) of de sluitertijd (diafragmavoorkeuze, handmatige belichtingsstand) te variëren.
❚❚ Witbalansbracketing De camera maakt meerdere kopieën van elke foto, elk met een andere witbalans. Zie pagina 148 voor meer informatie over witbalans. 1 Selecteer witbalansbracketing. Kies Witbalansbracketing voor Persoonlijke instelling e6 Inst. voor autom. bracketing. 2 Kies het aantal opnamen. Houd de D-knop ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf om het aantal opnamen in de bracketingreeks te kiezen. Het aantal opnamen wordt in het bedieningspaneel getoond.
3 Selecteer een witbalansstapgrootte. Druk op de D-knop en draai aan de secundaire instelschijf om de aanpassing voor witbalans te kiezen. Elke stapgrootte is grofweg gelijk aan 5 mired. Witbalansstapgrootte D-knop Secundaire instelschijf Bedieningspaneel Kies uit stapgroottes van 1 (5 mired), 2 (10 mired) of 3 (15 mired). Hogere B-waarden komen overeen met toegenomen hoeveelheden blauw, hogere A-waarden met toegenomen hoeveelheden amber (0 151).
4 Kadreer een foto, stel scherp en maak de foto. Elke opname wordt verwerkt om het aantal kopieën te creëren dat is gespecificeerd in het bracketingprogramma, en elke kopie heeft een andere witbalans. Wijzigingen aan witbalans worden toegevoegd aan de witbalansaanpassing gemaakt met fijnafstelling voor witbalans.
❚❚ Bracketing annuleren Druk, om bracketing te annuleren, op de D-knop en draai aan de hoofdinstelschijf totdat het aantal opnamen in de bracketingreeks nul is (r) en W niet langer wordt weergegeven. Het programma dat het laatst actief was, wordt hersteld wanneer bracketing de volgende keer wordt geactiveerd. Bracketing kan ook worden geannuleerd door een reset met twee knoppen (0 206) uit te voeren, maar dan wordt het bracketingprogramma niet hersteld wanneer bracketing de volgende keer wordt geactiveerd.
❚❚ ADL-bracketing De camera varieert Actieve D-Lighting voor een serie belichtingen. Zie pagina 182 voor meer informatie over Actieve D-Lighting. 1 Selecteer ADL-bracketing. Kies ADL-bracketing voor Persoonlijke instelling e6 Inst. voor autom. bracketing. 2 Kies het aantal opnamen. Houd de D-knop ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf om het aantal opnamen in de bracketingreeks te kiezen. Het aantal opnamen wordt in het bedieningspaneel getoond.
Bij andere instellingen dan nul, verschijnen een d-pictogram en een aanduiding voor ADL-bracketing in het bedieningspaneel en wordt D in de zoeker weergegeven. Kies twee opnamen om een foto met uitgeschakelde Actieve D-Lighting te maken en een andere met een geselecteerde waarde. Kies drie tot vijf opnamen om een serie foto’s te maken met Actieve D-Lighting ingesteld op Uit, Laag en Normaal (drie opnamen), Uit, Laag, Normaal en Hoog (vier opnamen), of Uit, Laag, Normaal, Hoog en Extra hoog (vijf opnamen).
Actieve D-Lighting is te zien in het bedieningspaneel.
4 Kadreer een foto, stel scherp en maak de foto. De camera varieert Actieve D-Lighting beeld voor beeld overeenkomstig het geselecteerde bracketingprogramma. Terwijl bracketing in werking is, wordt een aanduiding voor de bracketingvoortgang weergegeven in het bedieningspaneel. Na elke opname verdwijnt een deel van de aanduiding. Aantal opn.
A ADL-bracketing In continue ontspanstanden (0 102) pauzeert de opname nadat het aantal opnamen, gespecificeerd in het bracketingprogramma, is gemaakt. De opname wordt hervat de eerstvolgende keer dat de ontspanknop wordt ingedrukt.
Witbalans Opties voor witbalans Witbalans zorgt ervoor dat kleuren niet worden beïnvloed door de kleur van de lichtbron. Automatische witbalans wordt aanbevolen voor de meeste lichtbronnen. Als de gewenste resultaten niet kunnen worden verkregen met automatische witbalans, kies dan een optie uit de onderstaande lijst. v J I H N G M K L Optie Automatisch Normaal Kleur warm licht behouden Gloeilamplicht Kleurtemp. * 3.500–8.000 K 3.
Witbalans kan worden geselecteerd door op de U-knop te drukken en aan de hoofdinstelschijf te draaien totdat de gewenste instelling in het bedieningspaneel wordt weergegeven. U-knop Hoofdinstelschijf Bedieningspaneel A Het opnamemenu Witbalans kan tevens worden aangepast met behulp van de optie Witbalans in het opnamemenu (0 290), welke ook kan worden gebruikt voor het verfijnen van witbalans (0 151) of het meten van een waarde voor handmatige voorinstelling witbalans (0 158).
A Kleurtemperatuur De waargenomen kleur van een lichtbron varieert volgens de kijker en andere omstandigheden. Kleurtemperatuur is een objectieve maateenheid voor de kleur van een lichtbron, die wordt gedefinieerd met betrekking tot de temperatuur waarop een voorwerp zou moeten worden verhit om licht met dezelfde golflengte uit te stralen. Terwijl lichtbronnen met een kleurtemperatuur in de buurt van 5.000–5.
Fijnafstelling witbalans Bij instellingen anders dan K (Kies kleurtemperatuur) kan witbalans verder worden “verfijnd” om kleurverschillen van de lichtbron te compenseren of om een foto opzettelijk van een kleurzweem te voorzien. ❚❚ Het witbalansmenu Selecteer, om witbalans fijn af te stellen vanuit het opnamemenu, Witbalans en volg de onderstaande stappen. 1 Geef de opties voor fijnafstelling weer.
3 Druk op J. Druk op J om instellingen op te slaan en terug te keren naar het opnamemenu. Na het fijn afstellen van witbalans wordt er een sterretje (“U”) in het bedieningspaneel weergegeven.
❚❚ De U-knop Bij instellingen anders dan K (Kies kleurtemperatuur) en L (Handmatige voorinstelling), kan de U-knop worden gebruikt voor het fijn afstellen van witbalans op de as amber (A)–blauw (B) (0 151; gebruik het opnamemenu voor het fijn afstellen van witbalans wanneer L is geselecteerd, zoals beschreven op pagina 151).
A Fijnafstelling witbalans De kleuren op de assen voor fijn afstellen zijn relatief, niet absoluut. Als de cursor bijvoorbeeld in de richting van B (blauw) wordt verplaatst wanneer een “warme” instelling zoals J (Gloeilamplicht) is geselecteerd voor witbalans, worden foto’s iets “kouder” maar worden ze niet echt blauw. A “Mired” Elke gegeven wijziging in kleurtemperatuur produceert een groter verschil in kleur bij lage kleurtemperaturen dan bij hogere kleurtemperaturen. Een verandering van bijvoorbeeld 1.
Een kleurtemperatuur kiezen Volg de onderstaande stappen om een kleurtemperatuur te kiezen wanneer K (Kies kleurtemperatuur) is geselecteerd voor witbalans. D Kies kleurtemperatuur Merk op dat de gewenste resultaten niet worden verkregen met flitslicht of tl-verlichting. Kies N (Flitslicht) of I (Tl-licht) voor deze bronnen. Maak bij andere lichtbronnen een testopname om te bepalen of de geselecteerde waarde geschikt is.
3 Selecteer een waarde voor groenmagenta. Druk op 4 of 2 om de as G (groen) of M (magenta) te markeren en druk op 1 of 3 om een waarde te selecteren. Waarde voor de as groen (G)–magenta (M) 4 Druk op J. Druk op J om de wijzigingen op te slaan en terug te keren naar het opnamemenu. Als er een andere waarde dan 0 is geselecteerd voor de as groen (G)–magenta (M), dan wordt in het bedieningspaneel een sterretje (“U”) weergegeven.
❚❚ De U-knop Wanneer K (Kies kleurtemperatuur) is geselecteerd, kan de Uknop worden gebruikt om de kleurtemperatuur te selecteren. Dit geldt echter alleen voor de as amber (A)–blauw (B). Druk op de Uknop en draai aan de secundaire instelschijf totdat de gewenste waarde in het bedieningspaneel wordt weergegeven (aanpassingen worden in mireds uitgevoerd; 0 154).
Handmatige voorinstelling Handmatige voorinstelling wordt gebruikt om aangepaste witbalansinstellingen op te slaan en op te roepen om opnamen bij verschillende soorten licht te maken of om lichtbronnen met een duidelijke kleurzweem te corrigeren. De camera kan maximaal zes waarden opslaan voor handmatige voorinstelling witbalans in voorinstellingen d-1 tot en met d-6.
Zoekerfotografie 1 Belicht een referentievoorwerp. Plaats een neutraal grijs of wit voorwerp onder het licht dat in de uiteindelijke foto zal worden gebruikt. In studiosettingen kan een standaard grijskaart als referentievoorwerp worden gebruikt. Merk op dat bij het meten van witbalans de belichting automatisch wordt verhoogd met 1 LW; pas in belichtingsstand h de belichting aan, zodat de belichtingsaanduiding ±0 (0 122) toont. 2 Stel witbalans in op L (Handmatige voorinstelling).
3 Selecteer een voorinstelling. Druk op de U-knop en draai aan de secundaire instelschijf totdat de gewenste witbalansvoorinstelling (d-1 tot d-6) in het bedieningspaneel wordt weergegeven. U-knop Secundaire instelschijf Bedieningspaneel 4 Selecteer stand voor direct meten. Ontspan kort de U-knop en druk vervolgens op de knop totdat het L-pictogram in het bedieningspaneel begint te knipperen. Tevens verschijnt er een knipperende D in de zoeker. De weergaven knipperen ongeveer zes seconden.
5 Meet witbalans. Kadreer, voordat de aanduidingen stoppen met knipperen, het referentievoorwerp zodat het de zoeker vult en druk de ontspanknop volledig in. De camera zal een waarde voor witbalans meten en de voorinstelling opslaan in de voorinstelling geselecteerd in Stap 3. Er wordt geen foto gemaakt; witbalans kan nauwkeurig worden gemeten, ook al is de camera niet scherpgesteld. 6 Controleer de resultaten.
D Stand voor direct meten Als er geen handelingen worden uitgevoerd tijdens zoekerfotografie terwijl de weergaveschermen knipperen, wordt de stand voor direct meten beëindigd op het tijdstip geselecteerd voor Persoonlijke instelling c2 (Stand-by-timer, 0 319). A Beveiligde voorinstellingen Als de huidige voorinstelling is beveiligd (0 169), zal 3 in het bedieningspaneel en de zoeker knipperen als u een nieuwe waarde probeert te meten.
Livebeeld (Spot-witbalans) In livebeeldfotografie en filmlivebeeld (0 35, 49) kan witbalans in een geselecteerd veld van het beeld worden gemeten, waarbij de noodzaak van het voorbereiden van een referentievoorwerp of het verwisselen van objectieven tijdens telefotografie wordt opgeheven. 1 Druk op de a-knop. De spiegel wordt opgeklapt en het beeld door het objectief wordt weergegeven in de cameramonitor. a-knop 2 Stel witbalans in op L (Handmatige voorinstelling).
3 Selecteer een voorinstelling. Druk op de U-knop en draai aan de secundaire instelschijf totdat de gewenste witbalansvoorinstelling (d-1 tot d-6) in het bedieningspaneel wordt weergegeven. U-knop Secundaire instelschijf Bedieningspaneel 4 Selecteer stand voor direct meten. Ontspan kort de U-knop en druk vervolgens op de knop totdat het L-pictogram in het bedieningspaneel begint te knipperen. Er wordt een spotwitbalansdoel (r) weergegeven bij het geselecteerde scherpstelpunt.
6 Meet witbalans. Druk op de centrale knop van de multiselector of druk de ontspanknop volledig in om witbalans te meten. De tijd beschikbaar voor het meten van witbalans is de tijd geselecteerd voor Persoonlijke instelling c4 (Monitor uit) > Livebeeld (0 320). Als de camera witbalans niet kan meten, wordt het rechts getoonde bericht weergegeven. Kies een nieuw witbalansdoel en herhaal het proces vanaf Stap 5. 7 Sluit stand voor direct meten af. Druk op de U-knop om stand voor direct meten af te sluiten.
A Handmatige voorinstelling witbalans meten (Livebeeld) Handmatige voorinstelling witbalans kan niet worden gemeten wanneer Films opnemen is geselecteerd voor Persoonlijke instelling g4 (Ontspanknop toewijzen, 0 364) en de selectieknop voor livebeeld naar 1 is gedraaid. Handmatige voorinstelling witbalans kan niet worden ingesteld terwijl een HDR-opname bezig is (0 184) of wanneer een andere instelling dan Geen is geselecteerd voor witbalans fotolivebeeldweergave (monitortint; 0 43).
Voorinstellingen beheren ❚❚ Witbalans van een foto kopiëren Voer de onderstaande stappen uit om een waarde voor witbalans vanaf een bestaande foto naar een geselecteerde voorinstelling te kopiëren. 1 Selecteer Handmatige voorinstelling. Selecteer Witbalans in het opnamemenu, markeer vervolgens Handmatige voorinstelling en druk op 2. 2 Selecteer een bestemming. Markeer de bestemming van de voorinstelling (d-1 tot d-6) en druk op de centrale knop van de multi-selector. 3 Kies Foto selecteren.
5 Kopieer witbalans. Druk op J om de witbalanswaarde voor de gemarkeerde foto naar de geselecteerde voorinstelling te kopiëren. Als de gemarkeerde foto commentaar bevat (0 375), wordt het commentaar naar het commentaar voor de geselecteerde voorinstelling gekopieerd. A Een bronbeeld kiezen Houd de X-knop ingedrukt om in Stap 4 de gemarkeerde foto schermvullend te bekijken. X-knop Druk op W om afbeeldingen op andere locaties te bekijken.
A Een witbalansvoorinstelling kiezen Druk op 1 om de huidige witbalansvoorinstelling (d-1–d-6) te markeren en druk op 2 om een andere voorinstelling te selecteren. A Handmatige voorinstelling witbalans fijn afstellen De geselecteerde voorinstelling kan verder worden verfijnd door Fijnafstelling te selecteren en witbalans aan te passen zoals beschreven op pagina 151.
Beeldverbetering Picture Controls Een Picture Control selecteren Kies een Picture Control die past bij het onderwerp of scènetype. Optie 170 Q Standaard R Neutraal S Levendig T Monochroom o Portret p Landschap q Gelijkmatig Beschrijving Standaardbewerking voor evenwichtige resultaten. Aanbevolen voor de meeste situaties. Minimale bewerking voor natuurlijke resultaten. Kies voor foto’s die later zullen worden bewerkt of geretoucheerd.
1 Druk op L (Z/Q). Er wordt een lijst met Picture Controls weergegeven. L (Z/Q)-knop 2 Selecteer een Picture Control. Markeer een Picture Control en druk op J.
A Eigen Picture Controls Eigen Picture Controls worden aangemaakt door middel van aanpassingen aan bestaande Picture Controls met behulp van de optie Picture Control beheren in het opnamemenu (0 177). Eigen Picture Controls kunnen op een geheugenkaart worden opgeslagen en met andere camera’s van hetzelfde model en met compatibele software worden gedeeld (0 180). A De Picture Control-aanduiding Wanneer op de R-knop wordt gedrukt, wordt de huidige Picture Control in het informatiescherm getoond.
Picture Controls aanpassen Een bestaande voorinstelling of eigen Picture Controls (0 177) kunnen worden aangepast aan het onderwerp of de creatieve wensen van de gebruiker. Kies een evenwichtige combinatie van instellingen met behulp van Snel aanpassen of pas de individuele instellingen handmatig aan. 1 Selecteer een Picture Control. Markeer de gewenste Picture Control in de Picture Control-lijst (0 170) en druk op 2. 2 Pas instellingen aan.
❚❚ Picture Control-instellingen Optie Snel aanpassen Verscherping Handmatige aanpassingen (alle Picture Controls) Lokaal contrast Contrast Helderheid Handmatige Handmatige aanpassingen aanpassingen (alleen niet-monochroom) (alleen monochroom) 174 Beschrijving Verlaag of verhoog het effect van de geselecteerde Picture Control (merk op dat hierdoor alle handmatige aanpassingen ongedaan worden gemaakt). Niet beschikbaar voor Neutraal, Monochroom, Gelijkmatig of eigen Picture Controls (0 177).
D “A” (Automatisch) De resultaten voor automatische verscherping, lokaal contrast, contrast en verzadiging variëren afhankelijk van de belichting en de positie van het onderwerp in het beeld. Gebruik een type G-, E- of D-objectief voor de beste resultaten. A Schakelen tussen handmatig en automatisch Druk op de X-knop om heen en weer te schakelen tussen handmatige automatische (A) instellingen voor verscherping, lokaal contrast, contrast en verzadiging.
A Kleurtoon (alleen monochroom) Door op 3 te drukken wanneer Kleurtoon is geselecteerd, worden de opties voor verzadiging weergegeven. Druk op 4 of 2 om verzadiging aan te passen in stappen van 1 of draai aan de secundaire instelschijf om een waarden in stappen van 0,25 te kiezen. Verzadigingsregeling is niet beschikbaar wanneer B&W (zwart-wit) is geselecteerd. A Eigen Picture Controls De beschikbare opties voor eigen Picture Controls zijn dezelfde als deze waarop de eigen Picture Control is gebaseerd.
Eigen Picture Controls aanmaken De met de camera meegeleverde vooringestelde Picture Controls kunnen worden aangepast en als eigen Picture Controls worden opgeslagen. 1 Selecteer Picture Control beheren. Markeer Picture Control beheren in het opnamemenu en druk op 2. 2 Selecteer Opslaan/bewerken. Markeer Opslaan/bewerken en druk op 2. 3 Selecteer een Picture Control.
5 Selecteer een bestemming. Kies een bestemming voor de eigen Picture Control (C-1 tot en met C-9) en druk op 2. 6 Geef de Picture Control een naam. Toetsenbordveld Het tekstinvoervenster, zoals rechts afgebeeld, wordt weergegeven. Standaard worden nieuwe Picture Controls benoemd door een tweecijferig getal (automatisch toegewezen) aan de naam van de bestaande Picture Control toe te Naamveld voegen; ga verder naar Stap 7 om de standaardnaam te gebruiken.
7 Sla de wijzigingen op en sluit af. Druk op J om de wijzigingen op te slaan en sluit af. De nieuwe Picture Control verschijnt in de lijst met Picture Controls. J-knop A Picture Control beheren > Naam wijzigen Eigen Picture Controls kunnen op elk moment van naam worden veranderd met behulp van de optie Naam wijzigen in het menu Picture Control beheren.
Eigen Picture Controls delen Gebruik de optie Laden/opslaan in het menu Picture Control beheren om eigen Picture Controls naar en van geheugenkaarten te kopiëren. Eigen Picture Controls kunnen worden aangemaakt op een computer met behulp van Picture Control Utility 2, een hulpprogramma gestart via ViewNX 2 (meegeleverd) of Capture NX-D dat vervolgens op een geheugenkaart wordt opgeslagen en naar de camera wordt gekopieerd.
A Eigen Picture Controls opslaan Maximaal 99 eigen Picture Controls kunnen op elk gewenst moment op de geheugenkaart worden opgeslagen. De geheugenkaart kan alleen worden gebruikt voor het opslaan van eigen Picture Controls die door de gebruiker zijn aangemaakt. Het is niet mogelijk om de vooringestelde Picture Controls meegeleverd met de camera (0 170) naar de geheugenkaart te kopiëren, van naam te veranderen of te wissen.
Details in hoge lichten en schaduwen behouden Actieve D-Lighting Met Actieve D-Lighting blijven details in hoge lichten en schaduwen behouden voor foto’s met een natuurlijk contrast. Gebruik deze functie voor onderwerpen met een hoog contrast, bijvoorbeeld wanneer u vanuit een deur of raam een helder verlicht buitentafereel fotografeert of wanneer u op een zonnige dag foto’s maakt van onderwerpen in de schaduw. Deze functie werkt het best in combinatie met matrixmeting (0 114).
Voer de volgende stappen uit om Actieve D-Lighting te gebruiken: 1 Selecteer Actieve D-Lighting. Markeer Actieve D-Lighting in het opnamemenu en druk op 2. 2 Kies een optie. Markeer de gewenste optie en druk op J. Als Y Automatisch is geselecteerd, past de camera automatisch Actieve D-Lighting aan de opnameomstandigheden aan (in de belichtingsstand h is Y Automatisch echter equivalent aan Q Normaal). D Actieve D-Lighting Actieve D-Lighting kan niet worden gebruikt voor films.
Hoog dynamisch bereik (HDR) Hoog dynamisch bereik (High Dynamic Range (HDR)) wordt gebruikt voor onderwerpen met een hoog contrast en behoudt details in hoge lichten en schaduwen door twee opnamen te combineren die bij verschillende belichtingen zijn vastgelegd. HDR is het meest effectief bij gebruik met matrixmeting (0 114; met spot of centrumgerichte meting en een objectief zonder CPU is het belichtingsverschil Automatisch gelijk aan ongeveer 2 LW).
2 Selecteer een stand. Markeer HDR-stand en druk op 2. Markeer een van de volgende opties en druk op J. • Om een reeks HDR-foto’s te maken, selecteer 0 Aan (reeks). HDRopname wordt voortgezet totdat u Uit selecteert voor HDR-stand. • Om één HDR-foto te maken, selecteer Aan (één foto). Normaal fotograferen wordt automatisch hervat nadat u één HDR-foto hebt gemaakt. • Om af te sluiten zonder nog meer HDR-foto’s te maken, selecteer Uit.
3 Kies het belichtingsverschil. Markeer Belichtingsverschil en druk op 2 om het verschil in belichting tussen de twee opnamen te kiezen. De rechts getoonde opties worden weergegeven. Markeer een optie en druk op J. Kies hogere waarden voor contrastrijke onderwerpen, maar merk op dat het kiezen van een waarde hoger dan vereist mogelijk niet de gewenste resultaten oplevert; als Automatisch is geselecteerd, past de camera automatisch de belichting aan het onderwerp aan. 4 Kies de hoeveelheid verzachting.
5 Kadreer een foto, stel scherp en maak de foto. De camera maakt twee opnamen wanneer de ontspanknop volledig wordt ingedrukt. l y zal knipperen in het bedieningspaneel en l u in de zoeker terwijl de afbeeldingen worden gecombineerd; Bedieningspaneel er kunnen geen foto’s worden gemaakt totdat het vastleggen is voltooid. Ongeacht de momenteel Zoeker geselecteerde optie voor de ontspanstand, wordt er slechts één foto gemaakt telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
A De D-knop Als HDR (hoog dynamisch bereik) is geselecteerd voor Persoonlijke instelling f8 (BKT-knop toewijzen; 0 350), kunt u de HDRstand selecteren door de D-knop in te drukken en aan de hoofdinstelschijf te draaien en het belichtingsverschil door de D-knop in te drukken en aan de secundaire instelschijf te draaien.
Flitserfotografie De ingebouwde flitser gebruiken De ingebouwde flitser kan niet alleen worden gebruikt bij onvoldoende natuurlijk licht, maar ook om schaduwen en onderwerpen met tegenlicht in te vullen of om een lichtreflectie toe te voegen aan de ogen van het onderwerp. 1 Kies een lichtmeetmethode (0 114). Selecteer matrix, centrumgerichte meting of op hoge lichten gerichte lichtmeting om i-DDL-uitgebalanceerde invulflits te activeren voor digitale SLR.
3 Kies een flitsstand. Druk op de M (Y)-knop en draai aan de hoofdinstelschijf totdat het gewenste flitsstandpictogram wordt weergegeven in het bedieningspaneel (0 191). M (Y)-knop Hoofdinstelschijf Bedieningspaneel 4 Controleer de belichting (sluitertijd en diafragma). Druk de ontspanknop half in en controleer sluitertijd en diafragma. De instellingen die beschikbaar zijn wanneer de ingebouwde flitser wordt opgeklapt, worden vermeld op pagina 193.
Flitsstanden De camera ondersteunt de volgende flitsstanden: Flitsstand Synchronisatie op het eerste gordijn Rode-ogenreductie Rode-ogenreductie met synchronisatie met lange sluitertijd Synchronisatie met lange sluitertijd Beschrijving Deze stand wordt aanbevolen voor de meeste situaties. In de standen automatisch programma en diafragmavoorkeuze wordt sluitertijd automatisch ingesteld op waarden tussen 1/250 en 1/60 sec. (1/8.000 tot 1/60 sec.
Flitsstand Beschrijving In sluitertijdvoorkeuze of handmatige belichtingsstand flitst de flitser net voordat de sluiter sluit. Gebruik deze functie om een stroom licht achter bewegende voorwerpen te creëren. In automatisch programma en diafragmavoorkeuze wordt Synchronisatie op synchronisatie op het tweede gordijn met lange het tweede gordijn sluitertijd gebruikt om zowel het onderwerp als de achtergrond vast te leggen.
A Sluitertijd en diafragma flitserfotografie Stand e f g h Sluitertijd Automatisch ingesteld door camera (1/250 sec.–1/60 sec.) 1, 2 Waarde geselecteerd door gebruiker (1/250 sec.–30 sec.) 2 Automatisch ingesteld door camera (1/250 sec.–1/60 sec.) 1, 2 Waarde geselecteerd door gebruiker (1/250 sec.–30 sec.
A Flitserregelingsstand De camera ondersteunt de volgende i-DDL-flitserregelingsstanden: • i-DDL-uitgebalanceerde invulflits voor digitale SLR: Onmiddellijk vóór de hoofdflitser geeft de flitser een reeks van bijna onzichtbare voorflitsen (monitorvoorflitsen) af. Voorflitsen gereflecteerd door objecten in alle gebieden van het beeld worden opgepakt door de RGB-sensor met circa 91 K (91.
A Zie ook Zie pagina 198 voor informatie over het vergrendelen van de flitswaarde (FV) voor een gemeten onderwerp voordat een foto opnieuw wordt samengesteld. Zie Persoonlijke instelling e1 (Flitssynchronisatiesnelheid, 0 329) voor informatie over automatische snelle FP-synchronisatie en het kiezen van een flitssynchronisatiesnelheid.
Flitscorrectie Flitscorrectie wordt gebruikt om de flitssterkte aan te passen met –3 LW tot +1 LW in stappen van 1/3 LW, waarbij de helderheid van het hoofdonderwerp ten opzichte van de achtergrond wordt gewijzigd. Flitssterkte kan worden verhoogd om het hoofdonderwerp helderder te laten lijken, of verlaagd om ongewenste hoge lichten of reflecties te voorkomen.
A Optionele flitsers De flitscorrectie geselecteerd voor de optionele flitser wordt toegevoegd aan de flitscorrectie geselecteerd voor de camera. A Zie ook Zie Persoonlijke instelling b3 (Stap belichtings-/flitscorr., 0 315) voor informatie over het kiezen van de stapgroottes beschikbaar voor flitscorrectie. Zie persoonlijke instelling e4 (Belichtingscorr. voor flitser, 0 338) voor informatie over hoe flitser en belichtingscorrectie te combineren.
Flitswaardevergrendeling Deze functie wordt gebruikt om de flitssterkte te vergrendelen, waardoor de compositie van foto’s opnieuw kan worden samengesteld zonder de flitssterkte te wijzigen en wordt gezorgd dat de flitssterkte geschikt is voor het onderwerp, zelfs wanneer het onderwerp niet in het midden van het beeld is geplaatst. Flitssterkte wordt automatisch aangepast voor wijzigingen aan ISOgevoeligheid en diafragma.
4 Vergrendel de flitssterkte. Druk op de knop geselecteerd in Stap 1 na te hebben gecontroleerd of de flitsgereedaanduiding (M) wordt weergegeven in de zoeker. De flitser geeft vooraf een monitorflits af om de juiste flitssterkte te bepalen. De flitssterkte wordt bij deze sterkte vergrendeld en het pictogram voor de flitswaardevergrendeling (e) verschijnt in de zoeker. 5 Stel de foto opnieuw samen. 6 Maak de foto. Druk de ontspanknop volledig in om te fotograferen.
A Flitswaardevergrendeling gebruiken met de ingebouwde flitser Flitswaardevergrendeling is alleen beschikbaar voor de ingebouwde flitser wanneer DDL is geselecteerd voor Persoonlijke instelling e3 (Flitserregeling ingeb. flitser, 0 331). A Flitswaardevergrendeling gebruiken met optionele flitsers Flitswaardevergrendeling is ook beschikbaar voor optionele flitsers in DDL en in de flitserregelingsstanden (waar ondersteund) monitorvoorflits AA en monitorvoorflits A.
Andere opnameopties De R-knop (Zoekerfotografie) Het indrukken van de R-knop tijdens zoekerfotografie toont opname-informatie in de monitor, inclusief sluitertijd, diafragma, aantal resterende opnamen en AF-veldstand. 1 Belichtingsstand ............................. 116 2 Aanduiding flexibel programma 6 Diafragma (f-waarde) ........... 120, 121 Diafragma (aantal stops) ..... 120, 424 Stapgrootte bracketing........ 135, 140 ............................................................
11 Pictogram sluitertijdvergrendeling 12 13 14 15 16 17 18 202 ........................................................... 126 Aanduiding elektronische eerstegordijnsluiter.................................. 323 Aanduiding belichtingsvertragingsstand ...... 322 Aanduiding flitswaardevergrendeling............ 199 Pictogram diafragmavergrendeling ........................................................... 127 HDR-aanduiding (reeks)................ 188 Meervoudige belichtingsaanduiding (reeks)..............
28 Aanduiding intervaltimer .... 216, 219 34 Aanduiding beeldcommentaar Time-lapse-aanduiding ........ 223, 227 ........................................................... 375 29 Lichtmeting...................................... 114 35 Aanduiding copyrightinformatie ........................................................... 376 30 Beeldformaat (JPEG- en TIFFafbeeldingen) ................................... 83 36 Aanduiding satellietsignaal ......... 233 31 Beeldkwaliteit ................................
40 Aanduiding Actieve D-Lighting 41 42 43 44 45 46 47 Toewijzing Fn-knop........................ 343 ............................................................ 183 48 Toewijzing Pv-knop........................ 349 Aanduiding hoge ISO49 Kleurruimte-aanduiding ............... 296 ruisonderdrukking......................... 299 50 Belichtingsaanduiding .................. 122 Geheugenbank opnamemenu.... 291 Aanduiding belichtingscorrectie ...........................................................
De b-knop Druk op de b-knop voor snelle toegang tot de volgende instellingen tijdens zoekerfotografie. Markeer items met behulp van de multi-selector en druk op J om opties voor het gemarkeerde item te bekijken. Druk nogmaals op de b-knop om de opname te hervatten. b-knop Optie Geheugenbank opnamemenu Hoge ISO-ruisonderdrukking Actieve D-Lighting Kleurruimte Voorbeeldknop toewijzen 0 291 299 183 296 349 Optie Fn-knop toewijzen AE-L/AF-L-knop toewijzen BKT-knop toewijzen Ruisonderdr.
Reset met twee knoppen: Standaardinstellingen herstellen De hieronder vermelde camerainstellingen kunnen naar de standaardwaarden worden hersteld door de knoppen T en E langer dan twee seconden tegelijk ingedrukt te houden (deze knoppen zijn gemarkeerd met een groene stip). Het bedieningspaneel schakelt kort uit terwijl de instellingen worden teruggezet.
❚❚ Instellingen toegankelijk vanuit het opnamemenu 1 Optie Beeldkwaliteit JPEG/TIFF-opname Beeldformaat NEF (RAW)-opname Beeldformaat Witbalans Fijnafstelling Picture Control-instellingen 2 HDR (hoog dynamisch bereik) ISO-gevoeligheid instellen ISO-gevoeligheid Autom inst ISO-gevoeligheid Meervoudige belichting Intervalopnamen Standaard JPEG Normaal Groot Groot Automatisch > Normaal A-B: 0, G-M: 0 Ongewijzigd Uit 3 100 Uit Uit 4 Uit 5 1 Met uitzondering van meervoudige belichting, intervaltimerinstellinge
❚❚ Overige instellingen Optie Scherpstelpunt 1 Vooringesteld scherpstelpunt Belichtingsstand Flexibel programma Belichtingscorrectie AE-vergrendeling vast Diafragmavergrendeling Sluitertijdvergrendeling Autofocusstand AF-veldstand Zoeker Livebeeldfotografie/filmlivebeeld Witbalans scherm bij fotolivebeeld Weergave hoge lichten Volume hoofdtelefoon Lichtmeting Bracketing Flitsstand Flitscorrectie Flitswaardevergrendeling Belichtingsvertragingsstand + NEF (RAW) Standaard Midden Midden Automatisch programma U
Meervoudige belichting Volg de onderstaande stappen om een reeks van twee tot tien opnamen in een enkele foto vast te leggen. Meervoudige belichting maakt gebruik van de RAW-gegevens van de beeldsensor van de camera om kleuren te produceren die zichtbaar superieur zijn ten opzichte van software gegenereerde beeld-op-beeld fotografie. ❚❚ Een meervoudige belichting creëren Meervoudige belichtingen kunnen niet worden vastgelegd in livebeeld. Sluit livebeeld af alvorens verder te gaan.
2 Selecteer een stand. Markeer Stand voor meerv. belichting en druk op 2. Markeer een van de volgende opties en druk op J: • Om een reeks meervoudige belichtingen te maken, selecteer 0 Aan (reeks). Meervoudige belichtingsopname wordt voortgezet totdat u Uit selecteert voor Stand voor meerv. belichting. • Om één meervoudige belichting te maken, selecteer Aan (één foto). Normaal opnemen wordt automatisch hervat nadat u één meervoudige belichting hebt aangemaakt.
3 Kies het aantal opnamen. Markeer Aantal opnamen en druk op 2. Druk op 1 of 3 om het aantal opnamen te kiezen dat wordt gecombineerd om één foto te vormen en druk op J.
4 Kies de hoeveelheid versterking. Markeer Automatische versterking en druk op 2. De volgende opties worden weergegeven. Markeer een optie en druk op J. • Aan: Versterking wordt aangepast aan het werkelijke aantal vastgelegde opnamen (versterking voor elke opname wordt ingesteld op 1/2 voor twee opnamen, 1/3 voor drie opnamen, enz.). • Uit: Versterking wordt niet aangepast bij het opnemen van meervoudige belichting.
5 Kadreer een foto, stel scherp en maak de foto. In continue ontspanstanden (0 102) neemt de camera alle opnamen op in een enkele serieopname. Als Aan (reeks) is geselecteerd, blijft de camera meerdere belichtingen opnemen terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt; als Aan (één foto) is geselecteerd, eindigt meervoudige belichtingsopname na de eerste foto.
❚❚ Meervoudige belichtingen onderbreken Selecteer Uit voor de meervoudige belichtingsstand om een meervoudige belichting te onderbreken voordat het gespecificeerde aantal opnamen is gemaakt. Als de opname eindigt voordat het gespecificeerde aantal opnamen is gemaakt, wordt een meervoudige belichting gemaakt met de opnamen die tot op dat punt zijn vastgelegd. Als Automatische versterking aan is, wordt de versterking aangepast aan het werkelijke aantal vastgelegde opnamen.
A Intervalfotografie Als intervalfotografie is geactiveerd voordat de eerste opname wordt gemaakt, legt de camera opnamen vast bij het geselecteerde interval totdat het aantal opnamen gespecificeerd in het meervoudige belichtingsmenu is gemaakt (het aantal opnamen weergegeven in het intervalopnamemenu wordt genegeerd).
Intervalfotografie De camera kan automatisch fotograferen bij vooringestelde intervallen. D Vóór het fotograferen Selecteer een andere ontspanstand dan zelfontspanner (E) bij het gebruik van de intervaltimer. Maak een testopname bij de huidige instellingen en bekijk de resultaten in de monitor voordat intervalfotografie wordt gestart.
2 Pas de intervalinstellingen aan. Kies een startoptie, het interval, het aantal opnamen per interval en de optie voor gelijkmatige belichting. • Voer het volgende uit om een startoptie te kiezen: Markeer Startopties en druk op 2. Markeer een optie en druk op J. Selecteer Nu om de opname onmiddellijk te starten. Selecteer, om de opname op een gekozen datum en tijd te starten, Startdatum en starttijd kiezen, kies vervolgens de datum en tijd en druk op J.
• Voer het volgende uit om het aantal opnamen per interval te kiezen: Markeer Aant. intervallen × opnamen/interval en druk op 2. Kies het aantal intervallen en het aantal opnamen per interval en druk op J. In de stand S (enkel beeld) worden foto’s voor elk interval gemaakt bij de snelheid gekozen voor Persoonlijke instelling d2 (Opnamesnelheid CL-stand, 0 321). • Voer het volgende uit om gelijkmatige belichting in of uit te schakelen: Markeer Gelijkmatige belichting en druk op 2.
3 Start de opname. Markeer Starten en druk op J. De eerste serie opnamen wordt bij de gespecificeerde starttijd vastgelegd, of na circa 3 sec. als Nu werd geselecteerd voor Startopties in Stap 2. De opname wordt voortgezet bij het geselecteerde J-knop interval tot alle opnamen zijn gemaakt. A Tijdens opname Tijdens intervalfotografie knippert het Qpictogram in het bedieningspaneel.
❚❚ Intervalfotografie pauzeren Tussen intervallen kan intervalfotografie worden gepauzeerd door op J te drukken of Pauze te selecteren in het intervalmenu. ❚❚ Intervalopnamen hervatten Voer het volgende uit om opname te hervatten: Nu starten Markeer Herstarten en druk op J. Op een gespecificeerd tijdstip starten Voor Startopties, markeer Startdatum en starttijd kiezen en druk op 2. Kies een starttijd en datum en druk op J. Markeer Herstarten en druk op J.
❚❚ Geen foto De camera slaat het huidige interval over als één van de volgende situaties gedurende acht seconden of langer standhoudt nadat het interval had moeten starten: de foto of foto’s voor het vorige interval zijn nog niet gemaakt, de geheugenkaart is vol of enkelvoudige servo-autofocus is actief en de camera kan niet scherpstellen (merk op dat de camera vóór elke opname opnieuw scherpstelt). De opname wordt hervat bij het volgende interval.
A Bracketing Pas bracketinginstellingen aan voordat intervalfotografie wordt gestart. Als belichting, flitser of ADL-bracketing actief is terwijl intervalfotografie in werking is, maakt de camera bij elk interval het aantal opnamen in het bracketingprogramma, ongeacht het aantal opnamen dat is gespecificeerd in het intervalmenu.
Time-lapse-fotografie De camera maakt automatisch foto's bij de geselecteerde intervallen om een geluidloze time-lapse-film te maken met behulp van de opties die momenteel zijn geselecteerd voor Beeldformaat/ beeldsnelheid, Filmkwaliteit en Bestemming in het filminstellingenmenu (0 62). Voor informatie over het beeldveld gebruikt voor time-lapse-films, zie pagina 59.
2 Pas de instellingen voor time-lapse-fotografie aan. Kies een interval, de totale opnameduur en de optie gelijkmatige belichting. • Voer het volgende uit om het interval tussen beelden te kiezen: Markeer Interval en druk op 2. Kies een interval langer dan de langst geanticipeerde sluitertijd (uren, minuten en seconden) en druk op J. • Voer het volgende uit om de totale opnameduur te kiezen: Markeer Opnameduur en druk op 2. Kies opnameduur (maximaal 7 uur en 59 minuten) en druk op J.
3 Start de opname. Markeer Starten en druk op J. Timelapse-fotografie start na ongeveer 3 sec. De camera maakt foto’s bij het geselecteerde interval voor de geselecteerde opnameduur. Zodra voltooid, worden time-lapsefilms vastgelegd op de geheugenkaart die is geselecteerd voor Filminstellingen > Bestemming (0 63).
❚❚ Geen foto De camera slaat het huidige beeld over als enkelvoudige servoautofocus actief is en de camera niet kan scherpstellen (merk op dat de camera telkens opnieuw scherpstelt vóór elke opname). De opname wordt bij het volgende beeld hervat. D Time-lapse-fotografie Time-lapse is niet beschikbaar in livebeeld (0 35, 49), bij sluitertijden van A of & (0 123), wanneer bracketing (0 133), hoog dynamisch bereik (HDR, 0 184), meervoudige belichting (0 209) of intervalfotografie (0 216) actief is.
A De lengte van de definitieve film berekenen Het totaal aantal beelden in de definitieve film kan worden geschat door de opnameduur te delen door het interval en naar boven af te ronden. De lengte van de definitieve film kan dan worden berekend door het aantal opnamen te delen door de beeldsnelheid geselecteerd voor Filminstellingen > Beeldformaat/beeldsnelheid. Een 48-beelden film opgenomen bij 1920 × 1080; 24p zal bijvoorbeeld ongeveer twee seconden lang zijn.
A Controlebeeld De K-knop kan niet worden gebruikt voor het bekijken van foto's terwijl time-lapse-fotografie aan de gang is, maar het huidige beeld wordt weergegeven gedurende een paar seconden na elke opname als Aan is geselecteerd voor Controlebeeld in het weergavemenu (0 287). Andere weergavebewerkingen kunnen niet worden uitgevoerd terwijl het beeld wordt weergegeven. A Ontspanstand Ongeacht de geselecteerde ontspanstand, maakt de camera één opname bij elk interval.
Objectieven zonder CPU Objectieven zonder CPU kunnen worden gebruikt in de belichtingsstanden g en h met diafragma ingesteld door gebruik te maken van de diafragmaring. Door de objectiefgegevens te specificeren (brandpuntsafstand en maximaal diafragma) kan de gebruiker toegang krijgen tot de volgende CPU-objectieffuncties.
De camera kan gegevens van maximaal negen objectieven zonder CPU opslaan. Voer het volgende uit om gegevens voor objectieven zonder CPU in te voeren of te bewerken: 1 Selecteer Objectief zonder CPU. Markeer Objectief zonder CPU in het setup-menu en druk op 2. 2 Kies een objectiefnummer. Markeer Objectiefnummer en druk op 4 of 2 om een objectiefnummer te kiezen. 3 Voer de brandpuntsafstand en het diafragma in.
A Brandpuntsafstand niet vermeld Als de juiste brandpuntsafstand niet vermeld is, kies dan de dichtstbijzijnde waarde groter dan de werkelijke brandpuntsafstand van het objectief. A Teleconverters en zoomobjectieven Het maximaal diafragma voor teleconverters is de combinatie van maximaal diafragma van de teleconverter en het objectief. Merk op dat de objectiefgegevens niet worden aangepast wanneer objectieven zonder CPU worden in- of uitgezoomd.
Voer het volgende uit om objectiefgegevens op te roepen tijdens het gebruik van objectieven zonder CPU: 1 Wijs de selectie van een objectiefnummer zonder CPU toe aan een camerabediening. Selecteer Nr. object. zonder CPU kiezen als de optie “Indrukken + instelschijven” voor een camerabediening in het menu Persoonlijke instellingen (0 348).
Locatiegegevens Er kan een GPS-apparaat op de tien-pins afstandsbedieningsaansluiting worden aangesloten, zodat de huidige breedtegraad, lengtegraad, hoogte, Coordinated Universal Time (UTC) en kompasrichting op elke gemaakte foto kan worden vermeld.
❚❚ Opties setup-menu Het item Locatiegegevens in het setup-menu bevat de hieronder vermelde opties. • Stand-by-timer: Kies of de belichtingsmeters wel of niet automatisch uitschakelen wanneer een GPS-apparaat is bevestigd.
Meer over weergave Afbeeldingen bekijken W X Schermvullende weergave W W X X Miniatuurweergave Schermvullende weergave Druk op de K-knop om foto’s weer te geven. De laatst gemaakte foto wordt in de monitor weergegeven. Extra foto’s kunnen worden weergegeven door op 4 of 2 te drukken; druk op 1 of 3 om extra informatie over de huidige foto te bekijken (0 238). K-knop Miniatuurweergave Om meerdere foto’s te bekijken, druk op de W-knop wanneer een foto schermvullend wordt weergegeven.
A Draai portret Om “staande” foto’s (portretstand) staand weer te geven, selecteer Aan voor de optie Draai portret in het weergavemenu (0 288). A Controlebeeld Wanneer Aan is geselecteerd voor Controlebeeld in het weergavemenu (0 287), worden foto’s na opname automatisch in de monitor weergegeven (omdat de camera al in de juiste richting staat, worden beelden niet automatisch gedraaid tijdens controlebeeld).
A Twee geheugenkaarten Als er twee geheugenkaarten zijn geplaatst, kunt u voor weergave een geheugenkaart selecteren door de W-knop in te drukken wanneer er 72 miniaturen worden weergegeven. Het rechts getoonde venster wordt weergegeven; markeer de gewenste sleuf en druk op 2 om een lijst met mappen weer te geven, markeer vervolgens een map en druk op J om de foto’s in de geselecteerde map te bekijken.
Foto-informatie Foto-informatie wordt van de ene afbeelding op de andere gelegd en weergegeven in schermvullende weergave. Druk op 1 of 3 om door de foto-informatie te bladeren zoals hieronder getoond. Merk op dat “alleen beeld”, opnamegegevens, RGB-histogrammen en hoge lichten alleen worden weergegeven als de betreffende optie is geselecteerd voor Weergaveopties (0 282). Locatiegegevens worden alleen weergegeven als er een GPS-apparaat werd gebruikt toen de foto werd gemaakt (0 233).
❚❚ Bestandsinformatie 1 Beveiligingsstatus........................... 250 2 Retouche-aanduiding.................... 384 8 Beeldveld.............................................74 9 Opnametijd.........................................18 3 Scherpstelpunt 1, 2 ..............................94 10 Opnamedatum...................................18 4 AF-veldhaakjes 1 .................................17 11 Huidige kaartsleuf .............................20 5 Beeldnummer/totaal aantal beelden 12 Mapnaam ...........
❚❚ Hoge lichten 1 Hoge lichten beeld * 3 Huidig kanaal * 2 Mapnummer–beeldnummer....... 293 * Knipperende velden duiden hoge lichten (velden die mogelijk overbelicht worden) voor het huidige kanaal aan.
❚❚ RGB-histogram 1 Hoge lichten beeld * 2 Mapnummer–beeldnummer ...... 293 3 Witbalans.......................................... 148 Kleurtemperatuur......................... 155 Fijnafstelling witbalans ............... 151 Handmatige voorinstelling ........ 158 4 Huidig kanaal * 5 Histogram (RGB-kanaal). In alle histogrammen staat de horizontale as voor de helderheid van de pixels en de verticale as voor het aantal pixels.
A Zoomweergave Om in te zoomen op de foto wanneer het histogram wordt weergegeven, druk op X. Gebruik de X- en W-knoppen om in- en uit te zoomen en door het beeld te bladeren met de multi-selector. Het histogram wordt bijgewerkt om alleen de gegevens te tonen voor het gedeelte van het beeld dat zichtbaar is in de monitor. A Histogrammen Camerahistogrammen dienen alleen als richtlijn en kunnen afwijken van de histogrammen weergegeven in beeldbewerkingsprogramma's.
❚❚ Opnamegegevens 1 Lichtmeting...................................... 114 2 3 4 5 6 7 Flitsertype................................ 189, 428 Elektronische eerste-gordijnsluiter Commanderstand .......................... 334 ........................................................... 323 8 Flitsstand .......................................... 191 Sluitertijd ................................. 119, 121 9 Flitserregeling ................................. 331 Diafragma................................
13 Witbalans .......................................... 148 14 Kleurruimte ...................................... 296 Kleurtemperatuur......................... 155 15 Picture Control 4 .............................. 170 Fijnafstelling witbalans ............... 151 Handmatige voorinstelling ........ 158 16 Hoge ISO-ruisonderdrukking....... 299 19 Vignetteringscorrectie................... 297 Ruisonderdrukking lange sluitertijd 20 Retouche-geschiedenis................. 384 ..................................
22 Naam van fotograaf 5 ..................... 376 23 Copyrighthouder 5 .......................... 376 1 Wordt rood weergegeven als de foto werd gemaakt met automatische instelling voor ISOgevoeligheid ingeschakeld. 2 Wordt weergegeven als Persoonlijke instelling b7 (Fijnafst. voor opt. belichting, 0 318) werd ingesteld op een andere waarde dan nul voor een willekeurige lichtmeetmethode. 3 Wordt alleen weergegeven als een VR-objectief is bevestigd.
❚❚ Locatiegegevens 1 (0 233) 1 Breedtegraad 2 Lengtegraad 4 Coordinated Universal Time (UTC) 5 Kompasrichting 2 3 Hoogte 1 Gegevens voor films zijn bestemd voor het starten van de opname. 2 Wordt alleen weergegeven als het GPS-apparaat is voorzien van een elektronisch kompas.
❚❚ Overzicht 1 Beeldnummer/totaal aantal beelden 17 Lichtmeting...................................... 114 2 Beveiligingsstatus........................... 250 18 Belichtingsstand ............................. 116 3 Retouche-aanduiding.................... 384 19 Sluitertijd ................................. 119, 121 4 Meervoudige belichting ............... 209 20 Flitscorrectie .................................... 196 Commanderstand .......................... 334 5 Aanduiding locatiegegevens.......
Foto’s van dichtbij bekijken: Zoomweergave Druk op de X-knop om in te zoomen op de foto weergegeven in schermvullende weergave. De volgende bewerkingen kunnen worden uitgevoerd terwijl zoom in werking is: X-knop Knop Functie In- of uitzoomen X/W Andere delen van het beeld bekijken 248 Beschrijving Druk op X om op afbeeldingen met een formaat van 36 × 24 (3 : 2) in te zoomen tot een maximum van circa 46× (grote afbeeldingen), 34× (middelgrote afbeeldingen) of 22× (kleine afbeeldingen).
Knop Functie Gezichten selecteren Andere beelden bekijken Terugkeren naar opnamestand /K Beschrijving Gezichten (maximaal 35) gedetecteerd tijdens het zoomen, worden in het navigatievenster aangeduid met witte randen. Draai aan de secundaire instelschijf om andere gezichten te bekijken. Draai aan de hoofdinstelschijf om dezelfde locatie met de huidige zoomfactor in andere beelden te bekijken. Zoomweergave wordt geannuleerd zodra een film wordt weergegeven.
Foto’s tegen wissen beveiligen In schermvullende, zoom-, en miniatuurweergave kan de L (Z/Q)-knop worden gebruikt om de huidige foto te beveiligen tegen per ongeluk wissen. Beveiligde bestanden zijn gemarkeerd met een P-pictogram en kunnen niet worden gewist met behulp van de O (Q)-knop of de optie Wissen in het weergavemenu. Merk op dat beveiligde beelden wel worden gewist wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd (0 366).
Foto’s wissen Druk op de O (Q)-knop om de foto, weergegeven in schermvullende weergave of gemarkeerd in de miniaturenlijst, te wissen. Gebruik de optie Wissen in het weergavemenu om meerdere geselecteerde foto's of alle foto’s in de huidige weergavemap te wissen. Eenmaal gewist, kunnen foto’s niet meer worden hersteld. Merk op dat foto’s die beveiligd of verborgen zijn, niet kunnen worden gewist. Schermvullende en miniatuurweergave Druk op de O (Q)-knop om de huidige foto te wissen.
Het weergavemenu De optie Wissen in het weergavemenu bevat de volgende opties. Merk op dat afhankelijk van het aantal beelden het enige tijd kan duren voordat ze zijn gewist. Optie Q Selectie R Alle Beschrijving Wis geselecteerde foto’s. Wis alle foto’s in de map momenteel geselecteerd voor weergave (0 281). Als er twee kaarten zijn geplaatst, kunt u de kaart selecteren waarvan foto’s worden gewist. ❚❚ Selectie: Geselecteerde foto’s wissen 1 Selecteer foto’s.
Verbindingen ViewNX 2 installeren Installeer de meegeleverde software om foto’s en films die naar uw computer werden gekopieerd, weer te geven en te bewerken. Controleer voor het installeren van ViewNX 2 of uw computer aan de systeemvereisten voldoet op pagina 255.
2 Start het installatieprogramma. Klik op Installeren en volg de instructies op het scherm. Klik op Installeren 3 Sluit het installatieprogramma af. Windows Mac Klik op Ja Klik op OK 4 Verwijder de installatie-cd uit het cd-romstation. A De Nikon-website bekijken Wilt u de Nikon-website bezoeken na het installeren van ViewNX 2, selecteer dan Alle programma’s > Link to Nikon in het startmenu van Windows (internetverbinding vereist).
A Systeemvereisten Windows • Foto’s: Intel Celeron, Pentium 4 of Core-serie, 1,6 GHz of hoger • Films (weergave): Pentium D 3,0 GHz of hoger; Intel Core i5 of hoger aanbevolen bij het bekijken van films met een CPU beeldformaat van 1.280 × 720 of meer bij een beeldsnelheid van 30 bps of hoger of films met een beeldformaat van 1.920 × 1.080 of meer • Films (bewerken): Intel Core i5 of hoger Besturings- Vooraf geïnstalleerde versies van Windows 8.1, Windows 7 systeem * en Windows Vista • 32-bits Windows 8.
CPU Besturingssysteem * Geheugen (RAM) Vrije ruimte op harde schijf Grafische beelden Interface Mac • Foto’s: Intel Core of Xeon-serie • Films (weergave): Core Duo D 2 GHz of hoger; Intel Core i5 of hoger aanbevolen bij het bekijken van films met een beeldformaat van 1.280 × 720 of meer bij een beeldsnelheid van 30 bps of hoger of films met een beeldformaat van 1.920 × 1.080 of meer • Films (bewerken): Intel Core i5 of hoger OS X 10.9, 10.8 of 10.
ViewNX 2 gebruiken Foto’s naar de computer kopiëren Controleer, alvorens verder te gaan, of u de software op de meegeleverde ViewNX 2-cd op uw computer hebt geïnstalleerd (0 253). 1 Sluit de USB-kabel aan. Sluit, na het uitschakelen van de camera en na controle of een geheugenkaart is geplaatst, de meegeleverde USB-kabel zoals afgebeeld aan en schakel vervolgens de camera in.
A De USB-kabelklem Bevestig de meegeleverde klem zoals aangeduid om te voorkomen dat de kabel wordt ontkoppelt. D USB-hubs Sluit de camera rechtstreeks op de computer aan; sluit de kabel niet aan via een USB-hub of toetsenbord. 2 Start Nikon Transfer 2-component van ViewNX 2. Als er een bericht wordt weergegeven met het verzoek een programma te kiezen, selecteer Nikon Transfer 2. A Windows 7 Selecteer Nikon Transfer 2 zoals hieronder beschreven als het volgende venster wordt weergegeven.
A Windows 8.1 Windows 8.1 geeft mogelijk een Autoplayprompt weer, zodra de camera aangesloten is. Tik of klik op het venster en tik of klik vervolgens op Bestand importeren/Nikon Transfer 2 om Nikon Transfer 2 te selecteren. 3 Klik op Overspelen starten. Bij standaardinstellingen worden foto’s op de geheugenkaart naar de computer gekopieerd. Overspelen starten 4 Beëindig de verbinding. Zet de camera uit zodra de overdracht is voltooid en ontkoppel de USB-kabel.
A ViewNX 2 handmatig starten • Windows: Dubbelklik op de ViewNX 2-snelkoppeling op het bureaublad. • Mac: Klik op het ViewNX 2-pictogram in het Dock. A Voor meer informatie Raadpleeg de online helpfunctie voor meer informatie over het gebruik van ViewNX 2. A Capture NX-D Gebruik Nikon Capture NX-D-software om foto’s te retoucheren of instellingen te wijzigen voor NEF (RAW)-foto’s en sla ze op in andere formaten.
Ethernet en draadloze netwerken De optionele UT-1 communicatie-eenheid (0 437) kan worden gebruikt voor het uploaden van foto’s naar een computer of ftpserver. De camera maakt verbinding met de UT-1 met behulp van de USB-kabel meegeleverd met de camera, terwijl de UT-1 op zijn beurt verbinding maakt met het netwerk via een ethernetkabel of een optionele WT-5 draadloze zender (0 437).
D Tijdens overdracht Er kunnen geen films worden opgenomen of afgespeeld wanneer de UT-1 verbonden is en er beelden zijn die nog moeten worden verzonden of beelden die momenteel worden overgezet via een ethernetwerk of draadloos netwerk. A Films Films kunnen in de overdrachtstand worden geüpload via ethernetwerken en draadloze netwerken. Merk echter op dat films niet kunnen worden geüpload met behulp van de functies Automatisch verzenden of Verzend map in het menu Opties.
Foto’s afdrukken Geselecteerde JPEG-afbeeldingen kunnen worden afgedrukt op een PictBridge-printer (0 485) die rechtstreeks is verbonden met de camera. De printer aansluiten Sluit de camera aan met behulp van de meegeleverde USB-kabel. Gebruik geen kracht of probeer de stekkers niet schuin in te steken. Bij het inschakelen van de camera en printer wordt een welkomstscherm weergegeven in de monitor, gevolgd door een PictBridge-weergavescherm.
Foto’s één voor één afdrukken 1 Geef de gewenste foto weer. Druk op 4 of 2 om meer foto’s te bekijken. Druk op de X-knop om in te zoomen op het huidige beeld (druk op de centrale knop van de multi-selector om zoom af te sluiten). Druk op de centrale knop van de multi-selector om miniaturen te bekijken. Gebruik de multi-selector om foto’s te markeren of druk nogmaals op de centrale knop van de multi-selector om de gemarkeerde foto schermvullend weer te geven.
2 Pas afdrukopties aan. Druk op J om de volgende items weer te geven, druk vervolgens op 1 of 3 om een item te markeren en druk op 2 om opties te bekijken (alleen opties ondersteund door de huidige printer worden vermeld; om de standaardoptie te gebruiken, selecteer Printerstandaard). Druk, na het selecteren van een optie, op J om naar het instellingenmenu van de printer terug te keren. Optie Beschrijving Paginagrootte Kies een paginagrootte.
Meerdere foto’s afdrukken 1 Geef het PictBridge-menu weer. Druk op de G-knop in het PictBridge-weergavescherm. 2 Kies een optie. Markeer een van de volgende opties en druk op 2. • Selectie afdrukken: Selecteer foto’s voor afdrukken.
Een DPOF-afdrukopdracht maken: Afdrukset De optie DPOF-afdrukopdracht in het weergavemenu wordt gebruikt om digitale “afdrukopdrachten” te creëren voor PictBridgecompatibele printers en apparaten die DPOF ondersteunen (0 485). 1 Kies DPOF-afdrukopdracht > Selecteren/instellen. Selecteer DPOF-afdrukopdracht in het weergavemenu, markeer vervolgens op Selecteren/instellen en druk op 2 (om alle foto’s uit de afdrukopdracht te verwijderen, selecteer Alles deselecteren). 2 Selecteer foto’s.
3 Selecteer afdrukopties. Markeer de volgende opties en druk op 2 om de gemarkeerde optie wisselend in of uit te schakelen. • Opnamegegevens afdrukken: Druk sluitertijd en diafragma af op alle foto’s in de afdrukopdracht. • Datum afdrukken: Druk de opnamedatum af op alle foto’s in de afdrukopdracht. 4 Voltooi de afdrukopdracht. Druk op J om de afdrukopdracht te voltooien.
Foto’s op een televisie bekijken De optionele High-Definition Multimedia Interface (HDMI)-kabel (0 440) of een type C HDMI-kabel (apart verkrijgbaar bij uw winkelier) kan worden gebruikt om de camera op high-definition videoapparaten aan te sluiten. Zet de camera altijd uit voordat u een HDMI-kabel aansluit of loskoppelt.
HDMI-opties De optie HDMI in het setup-menu (0 365) regelt de uitvoerresolutie en andere geavanceerde HDMI-opties. ❚❚ Uitvoerresolutie Kies het formaat voor beelduitvoer naar het HDMI-apparaat. Als Automatisch is geselecteerd, selecteert de camera automatisch het juiste formaat. ❚❚ Geavanceerd Optie Beschrijving Automatisch wordt aanbevolen in de meeste situaties.
A Televisieweergave Voor langdurige weergave wordt het gebruik van een lichtnetadapter en stroomaansluiting (apart verkrijgbaar) aanbevolen. Selecteer, als de randen van foto’s niet zichtbaar zijn op het televisiescherm, 95% voor HDMI > Geavanceerd > Uitvoerformaat (0 270). A HDMI en livebeeld Wanneer de camera via een HDMI-kabel is verbonden, kunnen HDMIweergaven worden gebruikt voor livebeeldfotografie en livebeeldfilm (0 48, 59).
Menugids Standaardinstellingen In de onderstaande lijst worden de standaardinstellingen voor de opties van de cameramenu’s getoond. Voor informatie over reset met twee knoppen, zie pagina 206. ❚❚ Standaardinstellingen van weergavemenu Optie Weergavemap (0 281) Controlebeeld (0 287) Na wissen (0 287) Draai portret (0 288) Diashow (0 288) Beeldtype (0 288) Beeldinterval (0 288) Standaard ND810 Uit Toon volgende Aan Foto's en films 2 sec.
Optie Beeldveld (0 74) Kies beeldveld (0 75) Automatische DX-uitsnede (0 75) Witbalans (0 148) Fijnafstelling (0 151) Kies kleurtemperatuur (0 155) Handmatige voorinstelling (0 158) Picture Control instellen (0 170) Kleurruimte (0 296) Actieve D-Lighting (0 182) HDR (hoog dynamisch bereik) (0 184) HDR-stand (0 185) Belichtingsverschil (0 186) Verzachting (0 186) Vignetteringscorrectie (0 297) Autom. vertekeningscorrectie (0 298) Ruisonderdr.
Optie Intervalopnamen (0 216) Startopties (0 217) Interval (0 217) Aantal intervallen×opnamen/interval (0 218) Gelijkmatige belichting (0 218) Time-lapse-fotografie (0 223) Interval (0 224) Opnameduur (0 224) Gelijkmatige belichting (0 224) Filminstellingen (0 62) Beeldformaat/beeldsnelheid (0 62) Filmkwaliteit (0 62) Microfoongevoeligheid (0 62) Frequentiebereik (0 63) Onderdrukking windruis (0 63) Bestemming (0 63) ISO-gevoeligheid v. film instellen (0 64) Standaard Uit Nu 1 min. 0001 × 1 Uit Uit 5 sec.
❚❚ Standaardinstellingen menu Persoonlijke instellingen * a1 a2 a3 a4 a5 a6 a7 a8 a9 a10 a12 b1 b2 b3 b4 b5 b6 b7 Optie Selectie AF-C-prioriteit (0 306) Selectie AF-S-prioriteit (0 307) Focus-tracking met Lock-On (0 308) AF-activering (0 308) Verlichting scherpstelpunt (0 309) Handmatige scherpstelstand Weergave bij dynamisch veld-AF Verlichting groep-veld-AF Verlichting AF-punt (0 310) Doorloop scherpstelpunt (0 310) Aantal scherpstelpunten (0 311) Opslaan per stand (0 312) Ingeb.
Optie c1 AE-vergrend. ontspanknop (0 319) c2 Stand-by-timer (0 319) c3 Zelfontspanner (0 319) Vertraging zelfontspanner Aantal opnamen Interval tussen opnamen c4 Monitor uit (0 320) Weergave Menu's Informatiescherm Controlebeeld Livebeeld d1 Signaal (0 321) Volume Toonhoogte d2 Opnamesnelheid CL-stand (0 321) d3 Max. aant. continu-opnamen (0 322) d4 Belichtingsvertragingsstand (0 322) d5 Elektron.
Optie e1 Flitssynchronisatiesnelheid (0 329) e2 Langste sluitertijd bij flits (0 331) e3 Flitserregeling ingeb. flitser/Optionele flitser (0 331, 333) e4 Belichtingscorr. voor flitser (0 338) e5 Testflits (0 338) e6 Inst. voor autom.
Optie f9 Functie instelschijven inst. (0 351) Rotatie omkeren (0 351) Verwissel hoofd/secundair (0 351) Instellen diafragma (0 352) Menu’s en weergave (0 352) Door beelden met sec. inst.sch. (0 352) f10 Knop loslaten voor instelsch. (0 353) f11 Ontspannen bij geen kaart (0 354) f12 Aanduidingen omkeren (0 354) f13 Filmopnameknop toewijzen (0 355) Indrukken + instelschijven f14 Opties voor livebeeldknop (0 356) f15 AF-ON-knop MB-D12 toewijzen (0 356) f16 Fn-knop afstandsb. (WR) toew. (0 357) f17 Scherpst.
❚❚ Standaardinstellingen setup-menu Optie Monitorhelderheid (0 367) Kleurbalans monitor (0 368) Beeldsensor reinigen (0 445) Reinigen bij aan-/uitzetten (0 446) Flikkerreductie (0 371) Tijdzone en datum (0 372) Zomertijd (0 372) Automatische beeldrotatie (0 373) HDMI (0 269) Uitvoerresolutie (0 270) Geavanceerd (0 270) Uitvoerbereik Uitvoerformaat Schermweergave bij livebld Twee monitoren Locatiegegevens (0 234) Stand-by-timer Klok instellen via satelliet Uploaden via Eye-Fi (0 382) Standaard 0 A-B: 0, G-M
D Het weergavemenu: Beelden beheren Druk op G en selecteer de (weergavemenu)-tab K om het weergavemenu weer te geven. G-knop Opties weergavemenu Het weergavemenu bevat de volgende opties: Optie Wissen Weergavemap Beeld verbergen Weergaveopties Beeld(en) kopiëren 0 252 281 281 282 283 Optie Controlebeeld Na wissen Draai portret Diashow DPOF-afdrukopdracht A Zie ook De standaardinstellingen van het menu staan vermeld op pagina 272.
Weergavemap G-knop ➜ D weergavemenu Kies een map voor weergave (0 235). Optie ND810 Alle Huidige Beschrijving Foto’s in alle mappen aangemaakt met de D810 zijn zichtbaar tijdens weergave. Foto’s in alle mappen zijn zichtbaar tijdens weergave. Alleen foto’s in de huidige map zijn zichtbaar tijdens weergave. Beeld verbergen G-knop ➜ D weergavemenu Verberg of toon geselecteerde foto’s, zoals hieronder beschreven.
2 Selecteer foto’s. Gebruik de multi-selector om door de foto's op de geheugenkaart te bladeren (houd de X-knop ingedrukt om de gemarkeerde foto schermvullend te bekijken; druk op W en selecteer de gewenste kaart en map om afbeeldingen op andere locaties te bekijken, zoals beschreven op pagina 237) en druk op de centrale knop van de multiselector om de huidige foto te selecteren.
Beeld(en) kopiëren G-knop ➜ D weergavemenu Kopieer foto’s van de ene naar de andere geheugenkaart. Deze optie is alleen beschikbaar wanneer er twee geheugenkaarten in de camera zijn geplaatst. Optie Bron selecteren Beeld(en) selecteren Doelmap selecteren Beeld(en) kopiëren? Beschrijving Kies de kaart waarvan foto’s worden gekopieerd. Selecteer te kopiëren foto’s. Selecteer doelmap op overgebleven kaart. Kopieer geselecteerde foto’s naar gespecificeerde bestemming. 1 Kies Bron selecteren.
4 Selecteer de bronmap. Markeer de map met de beelden die gekopieerd moeten worden en druk op 2. 5 Maak de beginselectie. Voordat u verder gaat met het selecteren of deselecteren van afzonderlijke beelden, kunt u alle beelden of alle beveiligde beelden in de map voor kopiëren markeren door Alle beelden selecteren of Beveiligde beelden selecteren te kiezen. Om alleen afzonderlijk geselecteerde beelden te kopiëren, kies Alles deselecteren alvorens verder te gaan. 6 Selecteer meer beelden.
7 Kies Doelmap selecteren. Markeer Doelmap selecteren en druk op 2. 8 Selecteer een doelmap. Om een mapnummer in te voeren, kies Map selecteren op nummer, voer het nummer (0 293) in en druk op J. Om uit een lijst met bestaande mappen te kiezen, kies Map selecteren in lijst, markeer een map en druk op J.
9 Kopieer de beelden. Markeer Beeld(en) kopiëren? en druk op J. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer Ja en druk op J. Druk nogmaals op J om af te sluiten zodra het kopiëren is voltooid. D Beelden kopiëren Beelden worden niet gekopieerd als er onvoldoende ruimte beschikbaar is op de doelkaart. Zorg ervoor dat de batterij volledig opgeladen is alvorens films te kopiëren.
Controlebeeld G-knop ➜ D weergavemenu Kies of foto’s direct na de opname automatisch in de monitor worden weergegeven. Als Uit is geselecteerd, kunnen foto’s alleen worden weergegeven door op de K-knop te drukken. Na wissen G-knop ➜ D weergavemenu Kies de foto weergegeven nadat een beeld is gewist. Optie S T U Beschrijving Geef de volgende foto weer. Als de gewiste foto het Toon volgende laatste beeld was, wordt de vorige foto weergegeven. Geef de vorige foto weer.
Draai portret G-knop ➜ D weergavemenu Kies of “staande” foto’s (portretstand) worden gedraaid tijdens weergave. Omdat de camera zich al in de juiste richting bevindt tijdens het fotograferen, worden beelden niet automatisch gedraaid tijdens controlebeeld. Optie Aan Uit Beschrijving “Staande” foto’s (portretstand) worden automatisch gedraaid voor weergave in de cameramonitor. Foto’s gemaakt met Uit geselecteerd voor Automatische beeldrotatie (0 373) worden “liggend” (landschap) weergegeven.
Knop Naar vorig/ volgend beeld bladeren Extra fotoinformatie bekijken Drukken Pauze J Terug naar weergavemenu Terug naar weergavestand Terug naar opnamestand Beschrijving Druk op 4 om naar het vorige beeld terug te keren, of op 2 om naar het volgende beeld te gaan. Wijzig of verberg weergegeven foto-informatie (alleen foto's; 0 238). G K Pauzeer de diashow. Selecteer Herstarten om te hervatten. Beëindig de diashow en keer terug naar het weergavemenu.
C Het opnamemenu: Opnameopties Druk op G en selecteer de tab C (opnamemenu) om het opnamemenu weer te geven.
Geheugenbank opnamemenu G-knop ➜ C opnamemenu De opties van het opnamemenu worden opgeslagen in één van de vier geheugenbanken. Met uitzondering van Uitgebreide menubanken, Meervoudige belichting, Intervalopname, Time-lapse-fotografie en aanpassingen aan Picture Controls (snel aanpassen en andere handmatige aanpassingen), hebben instellingen die zijn gewijzigd in één bank geen invloed op de overige banken.
❚❚ Standaardinstellingen herstellen Markeer, om standaardinstellingen te herstellen, een geheugenbank in het menu Geheugenbank opnamemenu en druk op O (Q). Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer Ja en druk op J om de standaardinstellingen voor de geselecteerde geheugenbank te herstellen. Zie pagina 272 voor een lijst met standaardinstellingen.
Opslagmap G-knop ➜ C opnamemenu Selecteer de map waarin de opeenvolgende beelden worden opgeslagen. ❚❚ Map selecteren op nummer 1 Kies Map selecteren op nummer. Markeer Map selecteren op nummer en druk op 2. Het dialoogvenster rechts wordt weergegeven, waarbij de huidige eerste sleuf (0 86) onderstreept is. 2 Kies een mapnummer. Druk op 4 of 2 om een getal te markeren, druk op 1 of 3 om te wijzigen.
❚❚ Map selecteren in lijst 1 Kies Map selecteren in lijst. Markeer Map selecteren in lijst en druk op 2. 2 Markeer een map. Druk op 1 of 3 om een map te markeren. 3 Selecteer de gemarkeerde map. Druk op J om de gemarkeerde map te selecteren en terug te keren naar het opnamemenu. Opeenvolgende foto’s worden in de geselecteerde map opgeslagen.
Naamgeving bestanden G-knop ➜ C opnamemenu Foto’s worden opgeslagen met een bestandsnaam die bestaat uit “DSC_” of, in het geval van afbeeldingen die Adobe RGB kleurruimte gebruiken (0 296), “_DSC”, gevolgd door een getal van vier cijfers en een extensie van drie letters (bijv. “DSC_0001.JPG”). De optie Naamgeving bestanden wordt gebruikt om drie letters te selecteren die het gedeelte “DSC” van de bestandsnaam vervangen. Zie pagina 178 voor informatie over het bewerken van bestandsnamen.
Kleurruimte G-knop ➜ C opnamemenu De kleurruimte bepaalt het kleurengamma beschikbaar voor kleurreproductie. sRGB wordt aanbevolen voor films en foto’s gemaakt voor algemene afdruk- en weergavedoeleinden, terwijl Adobe RGB, met een breder kleurbereik, wordt aanbevolen voor foto’s gemaakt voor professionele publicaties en commercieel drukwerk. A Adobe RGB Voor nauwkeurige kleurreproductie vereisen Adobe RGB-beelden toepassingen, schermen en printers die kleurmanagement ondersteunen.
Vignetteringscorrectie G-knop ➜ C opnamemenu “Vignettering” is verminderde helderheid aan de randen van een foto. Vignetteringscorrectie vermindert vignettering voor type G-, E- en D-objectieven (pc-objectieven uitgezonderd). De effecten variëren van objectief tot objectief en zijn het meest zichtbaar bij maximaal diafragma. Kies uit Hoog, Normaal, Laag en Uit.
Autom. vertekeningscorrectie G-knop ➜ C opnamemenu Selecteer Aan om tonvormige vertekening in foto’s gemaakt met groothoekobjectieven en kussenvormige vervorming in foto’s gemaakt met lange objectieven te verminderen (merk op dat de randen van het zichtbare gedeelte in de zoeker mogelijk uit de definitieve foto worden gesneden en dat de benodigde tijd voor het verwerken van foto’s voordat het opnemen begint kan toenemen).
Ruisonderdr. lange tijdopname (Ruisonderdrukking lange tijdopname) G-knop ➜ C opnamemenu Als Aan is geselecteerd, worden foto’s, gemaakt bij sluitertijden langer dan 1 sec., bewerkt om ruis te verminderen (heldere vlekken, willekeurige heldere pixels of waas).
A Persoonlijke instellingen: Fijnafstelling camera-instellingen Druk op G en selecteer de tab A (Menu persoonlijke instellingen) om het menu Persoonlijke instellingen weer te geven. G-knop Gebruik Persoonlijke instellingen om de camera-instellingen aan individuele voorkeuren aan te passen.
Persoonlijke instellingen De volgende Persoonlijke instellingen zijn beschikbaar: a a1 a2 a3 a4 a5 a6 a7 a8 a9 a10 a11 a12 b b1 b2 b3 b4 b5 b6 b7 c c1 c2 c3 c4 Persoonlijke instelling Geheugenbank persoonlijke inst. Autofocus Selectie AF-C-prioriteit Selectie AF-S-prioriteit Focus-tracking met Lock-On AF-activering Verlichting scherpstelpunt Verlichting AF-punt Doorloop scherpstelpunt Aantal scherpstelpunten Opslaan per stand Ingeb.
d d1 d2 d3 d4 d5 d6 d7 d8 d9 d10 d11 d12 d13 e e1 e2 e3 e4 e5 e6 e7 e8 302 Persoonlijke instelling Opnemen/weergeven Signaal Opnamesnelheid CL-stand Max. aant. continu-opnamen Belichtingsvertragingsstand Elektron. eerste-gordijnsluiter Opeenvolgende nummering Rasterweergave in zoeker ISO tonen en aanpassen Schermtips Informatiescherm Lcd-verlichting MB-D12 batterijen Batterijvolgorde Bracketing/flits Flitssynchronisatiesnelheid Langste sluitertijd bij flits Flitserregeling ingeb. flitser Belichtingscorr.
f f1 f2 f3 f4 f5 f6 f7 f8 f9 f10 f11 f12 f13 f14 f15 f16 f17 g g1 g2 g3 g4 Persoonlijke instelling Bediening Schakelaar D Centrale knop multi-selector Multi-selector Fn-knop toewijzen Voorbeeldknop toewijzen AE-L/AF-L-knop toewijzen Sltertijd en diafragma vergr. BKT-knop toewijzen Functie instelschijven inst. Knop loslaten voor instelsch. Ontspannen bij geen kaart Aanduidingen omkeren Filmopnameknop toewijzen Opties voor livebeeldknop AF-ON-knop MB-D12 toewijzen Fn-knop afstandsb. (WR) toew. Scherpst.
Geheugenbank persoonlijke inst. G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Persoonlijke instellingen worden opgeslagen in één van de vier geheugenbanken. Wijzigingen aan de instellingen in één geheugenbank zijn niet van invloed op de andere geheugenbanken. Om een combinatie van veelgebruikte instellingen op te slaan, selecteer één van de vier banken en stel de camera in op deze instellingen.
A Geheugenbank voor persoonlijke instellingen Het informatiescherm toont de huidige geheugenbank voor persoonlijke instellingen. A Zie ook Standaardinstellingen van het menu staan vermeld op pagina 275. Als de instellingen in de huidige bank vanuit standaardwaarden zijn gewijzigd, dan wordt een sterretje weergegeven naast de gewijzigde instellingen op het tweede niveau van het menu persoonlijke instellingen.
a: Autofocus a1: Selectie AF-C-prioriteit G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Wanneer AF-C is geselecteerd voor zoekerfotografie (0 87), regelt deze optie of foto’s kunnen worden vastgelegd wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt (ontspanprioriteit) of alleen zodra de camera is scherpgesteld (focusprioriteit). Optie G Ontspannen E Ontspannen + scherpstelling F Scherpstelling Beschrijving Bij elke druk op de ontspanknop kunnen foto’s worden gemaakt.
a2: Selectie AF-S-prioriteit G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Wanneer AF-S is geselecteerd voor zoekerfotografie (0 87), regelt deze optie of foto’s alleen worden gemaakt wanneer de camera heeft scherpgesteld (scherpstelprioriteit) of telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt (ontspanprioriteit). Optie G Ontspannen F Scherpstelling Beschrijving Bij elke druk op de ontspanknop kunnen foto’s worden gemaakt.
a3: Focus-tracking met Lock-On G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Deze optie regelt hoe autofocus aanpassingen maakt bij plotselinge grote veranderingen in de afstand tot het onderwerp wanneer AF-C is geselecteerd tijdens zoekerfotografie (0 87). Optie C ( D ) 5 (Lang) E 1 (Kort) 4 3 (Normaal) 2 Uit Beschrijving Als de afstand tot het onderwerp plotseling verandert, wacht de camera gedurende de ingestelde periode alvorens de afstand tot het onderwerp aan te passen.
a5: Verlichting scherpstelpunt G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies uit de volgende opties voor scherpstelpuntweergave. Optie Beschrijving Kies Aan om het actieve scherpstelpunt weer te geven in Handmatige handmatige scherpstelstand, Uit om het scherpstelpunt scherpstelstand alleen tijdens scherpstelpuntselectie weer te geven. Kies Aan om zowel het geselecteerde scherpstelpunt als de omliggende scherpstelpunten in de stand dynamisch veldWeergave bij AF weer te geven (0 90).
a6: Verlichting AF-punt G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies of het actieve scherpstelpunt rood is gemarkeerd in de zoeker. Optie Beschrijving Het geselecteerde scherpstelpunt wordt, indien nodig, Automatisch automatisch gemarkeerd om contrast met de achtergrond tot stand te brengen. Het geselecteerde scherpstelpunt wordt altijd gemarkeerd, ongeacht de helderheid van de achtergrond. Afhankelijk van Aan de helderheid van de achtergrond, kan het geselecteerde scherpstelpunt moeilijk te zien zijn.
a8: Aantal scherpstelpunten G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies het aantal scherpstelpunten dat beschikbaar is voor handmatige scherpstelpuntselectie. Optie Beschrijving B 51 punten Kies uit de rechts aangeduide 51 scherpstelpunten. A 11 punten Kies uit de rechts aangeduide 11 scherpstelpunten. Gebruik dit voor snelle scherpstelpuntselectie.
a9: Opslaan per stand G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies of afzonderlijke scherpstelpunten kunnen worden geselecteerd voor landschapstand (liggend), voor portretstand (staand) met de camera 90° rechtsom gedraaid en voor de portretstand met de camera 90° linksom gedraaid. Selecteer Uit om dezelfde scherpstelpunten en AF-veldstand te gebruiken, ongeacht de cameraoriëntatie.
a10: Ingeb. AF-hulpverlichting G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies of de ingebouwde AF-hulpverlichting brandt om de scherpstelbewerking te ondersteunen bij weinig licht. Optie Aan Uit Beschrijving De AF-hulpverlichting brandt bij weinig licht (alleen zoekerfotografie). AF-hulpverlichting is alleen beschikbaar wanneer aan twee van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1 AF-S is geselecteerd voor autofocusstand (0 87).
a11: Selectie AF-veldstand beperken G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de AF-veldstanden die kunnen worden geselecteerd met behulp van de AF-standknop en secundaire instelschijf in zoekerfotografie (livebeeld wordt niet beïnvloed; 0 90). Markeer de gewenste standen en druk op 2 om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op J om de wijzigingen op te slaan zodra de instellingen zijn voltooid.
b: Lichtmeting/belichting b1: Stapgrootte ISO-gevoeligh. G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Selecteer de stappen gebruikt bij het maken van aanpassingen aan ISO-gevoeligheid (0 109). Indien mogelijk wordt de instelling voor de huidige ISO-gevoeligheid behouden wanneer de stapgrootte wordt gewijzigd. Als de huidige instelling voor ISO-gevoeligheid niet beschikbaar is bij de nieuwe stapgrootte, dan wordt ISOgevoeligheid afgerond op de eerstkomende beschikbare instelling. b2: Stapgrootte inst.
b4: Eenv. belichtingscorrectie G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Deze optie regelt of de E-knop nodig is om de belichtingscorrectie in te stellen (0 130). Indien Aan (automatisch herstellen) of Aan is geselecteerd, zal de 0 in het midden van de belichtingsweergave knipperen, zelfs wanneer de belichtingscorrectie is ingesteld op ±0. Optie Beschrijving Belichtingscorrectie wordt ingesteld door aan één van de instelschijven te draaien (zie onderstaande opmerking).
A ISO/eenvoudige ISO Persoonlijke instelling b4 (Eenv. belichtingscorrectie) kan niet worden gebruikt met Persoonlijke instelling d8 (ISO tonen en aanpassen) > ISO/eenvoudige ISO (0 325). Aanpassingen aan één van deze items zet het resterende item terug; er wordt een bericht weergegeven zodra het item is teruggezet.
b7: Fijnafst. voor opt. belichting G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Gebruik deze optie om de door de camera geselecteerde belichtingswaarde fijn af te stellen. De belichting kan voor elke lichtmeetmethode afzonderlijk worden fijnafgesteld met +1 tot –1 LW in stappen van 1/6 LW. D Fijnafstelling belichting De belichting kan voor elke geheugenbank voor persoonlijke instellingen afzonderlijk worden fijnafgesteld en wordt niet beïnvloed door een reset met twee knoppen.
c: Timers/AE-vergrendeling c1: AE-vergrend. ontspanknop G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Als Aan is geselecteerd, wordt de belichting vergrendeld wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. c2: Stand-by-timer G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies hoe lang de camera de belichting blijft meten wanneer er geen handelingen worden uitgevoerd. De sluitertijd- en diafragmaweergaven in het bedieningspaneel en de zoeker schakelen automatisch uit zodra de stand-by-timer afloopt.
c4: Monitor uit G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies hoe lang de monitor ingeschakeld blijft wanneer er geen handelingen worden uitgevoerd tijdens weergave (Weergave; standaard 10 sec.) en controlebeeld (Controlebeeld; standaard 4 sec.) wanneer menu’s (Menu's; standaard 1 minuut) of informatie (Informatiescherm; standaard 10 sec.) wordt weergegeven, of tijdens livebeeld en filmopname (Livebeeld; standaard op 10 minuten).
d: Opnemen/weergeven d1: Signaal G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de toonhoogte en het volume van het signaal dat klinkt wanneer de camera scherpstelt met behulp van enkelvoudige servo-AF (AF-S; 0 87), wanneer scherpstelling vergrendelt tijdens livebeeldfotografie terwijl de ontspantimer aftelt in zelfontspannerstand (0 106), wanneer de ontspanknop voor de tweede maal wordt ingedrukt om een foto te maken in de stand voor spiegel omhoog (0 108), wanneer time-lapse-fotografie eindigt (0 223) of
d3: Max. aant. continu-opnamen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Het maximum aantal opnamen dat achter elkaar kan worden gemaakt in één serieopname in de continue stand kan worden ingesteld op een waarde tussen 1 en 100. Merk op dat deze instelling geen effect heeft bij sluitertijden van 4 sec. of langer. A Het buffergeheugen Ongeacht de optie geselecteerd voor Persoonlijke instelling d3, neemt de opnamesnelheid af naarmate het buffergeheugen voller raakt (tAA).
d5: Elektron. eerste-gordijnsluiter G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Selecteer Inschakelen om de elektronische eerste-gordijnsluiter in stand V in te schakelen, zodat onscherpte veroorzaakt door sluiterbeweging wordt voorkomen. Voor de andere ontspanstanden wordt een mechanische sluiter gebruikt. A De elektronische eerste-gordijnsluiter Een type G-, D- of E-objectief wordt aanbevolen; selecteer Uitschakelen als u lijnen of waas opmerkt tijdens het fotograferen met andere objectieven.
d6: Opeenvolgende nummering G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Wanneer u een foto maakt, geeft de camera het bestand een naam door het laatst gebruikte bestandsnummer met één te verhogen. Deze optie regelt of de bestandsnummering doorgaat vanaf het laatst gebruikte nummer wanneer een nieuwe map wordt gemaakt, de geheugenkaart wordt geformatteerd of een nieuwe geheugenkaart in de camera wordt geplaatst.
d7: Rasterweergave in zoeker G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies Aan om op verzoek rasterlijnen in de zoeker weer te geven ter referentie bij het samenstellen van de compositie van foto’s (0 6). d8: ISO tonen en aanpassen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Als ISO-gevoeligheid of ISO/eenvoudige ISO is geselecteerd, toon het bedieningspaneel ISO-gevoeligheid in plaats van het aantal resterende opnamen.
d10: Informatiescherm G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Als Automatisch (AUTO) is geselecteerd, verandert de kleur van de letters in het informatiescherm (0 201) automatisch van zwart naar wit of van wit naar zwart om voldoende contrast met de achtergrond te behouden. Om altijd dezelfde kleur letters te gebruiken, selecteer Handmatig en kies Donker op licht (B; zwarte letters) of Licht op donker (W; witte letters).
d12: MB-D12 batterijen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Om ervoor te zorgen dat de camera naar verwachting functioneert wanneer het optionele MB-D12 battery pack met AA-batterijen wordt gebruikt, moet de optie, geselecteerd in dit menu, overeenkomen met het batterijtype dat in het battery pack is geplaatst. Het is niet nodig om deze optie aan te passen bij het gebruik van EN-EL15- of optionele EN-EL18a/EN-EL18-batterijen.
d13: Batterijvolgorde G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies of eerst de batterij in de camera of de batterijen in het battery pack worden gebruikt wanneer een optioneel MB-D12 battery pack is bevestigd. Merk op dat de lichtnetadapter wordt gebruikt als de MB-D12 wordt gevoed door een optionele lichtnetadapter en stroomaansluiting, ongeacht de geselecteerde optie. Er wordt een s-pictogram weergegeven in het bedieningspaneel wanneer de batterijen in de MB-D12 in gebruik zijn.
e: Bracketing/flits e1: Flitssynchronisatiesnelheid G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Deze optie regelt flitssynchronisatiesnelheid. Optie Beschrijving Automatische snelle FP-synchronisatie wordt gebruikt wanneer een compatibele flitser bevestigd is (0 430). Als de ingebouwde flitser of andere flitsers worden 1/320 sec. gebruikt, wordt sluitertijd ingesteld op 1/320 sec. (automatische FP) Wanneer de camera een sluitertijd van 1/320 sec.
❚❚ Automatische snelle FP-synchronisatie Wanneer 1/320 sec. (automatische FP) of 1/250 sec. (automatische FP) is geselecteerd voor Persoonlijke instelling e1 (Flitssynchronisatiesnelheid, 0 329), kan de ingebouwde flitser worden gebruikt bij sluitertijden korter dan 1/320 sec. of 1/250 sec., terwijl compatibele optionele flitsers (0 430) kunnen worden gebruikt bij elke sluitertijd (automatisch snelle FP-synchronisatie). Flitssynchronisatiesnelheid 1/320 sec.
e2: Langste sluitertijd bij flits G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Deze optie bepaalt de langst mogelijke sluitertijd bij synchronisatie op het eerste of tweede gordijn of rode-ogenreductie in de belichtingsstanden automatisch programma en diafragmavoorkeuze (ongeacht de gekozen instelling kunnen sluitertijden op een waarde van maximaal 30 sec.
❚❚ Handmatig Kies een flitssterkte. Flitssterkte wordt vermeld in fracties van vol flitsvermogen: bij vol flitsvermogen heeft de ingebouwde flitser een richtgetal van 12 (m, ISO 100, 20 °C). ❚❚ Stroboscopisch flitsen De flitser flitst herhaaldelijk terwijl de sluiter open is, waardoor een stroboscopisch lichteffect wordt geproduceerd. Druk op 4 of 2 om de volgende opties te markeren, 1 of 3 om te wijzigen.
A De SB-400 en SB-300 Wanneer een optionele SB-400- of SB-300-flitser wordt bevestigd en ingeschakeld, verandert Persoonlijke instelling e3 naar Optionele flitser zodat de flitserregelingsstand voor de optionele flitser kan worden geselecteerd uit DDL en Handmatig. A “Aantal” De beschikbare opties voor Stroboscopisch flitsen > Aantal worden bepaald door de flitssterkte.
❚❚ Commanderstand Gebruik de ingebouwde flitser als een masterflitser, die in maximaal twee groepen (A en B) één of meer optionele secundaire flitsers regelt met behulp van geavanceerde draadloze flitssturing (0 430). Het selecteren van deze optie geeft het rechts getoonde menu weer. Druk op 4 of 2 om de volgende opties te markeren, 1 of 3 om te wijzigen. Optie Ingeb. flitser DDL M –– Groep A DDL AA M –– Groep B Kanaal 334 Beschrijving Kies een flitsstand voor de ingebouwde flitser (commanderflitser).
Voer de onderstaande stappen uit om foto’s te maken in commanderstand. 1 Pas de instellingen aan voor de ingebouwde flitser. Kies de flitserregelingsstand en het sterkteniveau voor de ingebouwde flitser. Merk op dat het sterkteniveau niet kan worden aangepast in stand – –. 2 Pas de instellingen aan voor groep A. Kies de flitserregelingsstand en het sterkteniveau voor de flitsers in groep A. 3 Pas de instellingen aan voor groep B.
6 Stel de opname samen. Stel de opname samen en stel de flitsers op, zoals hieronder aangeduid. Merk op dat de maximale afstand waarbij de secundaire flitsers kunnen worden geplaatst, kan verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden. 60° of minder 10 m of minder 30° of minder 5 m of minder Camera (ingebouwde flitser) 30° of minder 5 m of minder 60° of minder Draadloze secundaire sensors op flitsers moeten naar de camera gericht zijn. 7 Configureer de secundaire flitsers.
9 Kadreer de foto, stel scherp en maak de foto. Kadreer, na controle of het flitsgereedlampje van de camera en de flitsgereedlampjes voor alle andere flitsers branden, de foto, stel scherp en maak de foto. Indien gewenst kan flitswaardevergrendeling (0 198) worden gebruikt. A De flitssynchronisatiestandweergave M verschijnt niet in de flitssynchronisatiestandweergave van het bedieningspaneel wanneer – – is geselecteerd voor Ingeb. flitser > Stand.
e4: Belichtingscorr. voor flitser G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies hoe de camera de flitssterkte aanpast wanneer belichtingscorrectie wordt gebruikt. Optie YE E Beschrijving Zowel flitssterkte als belichtingscorrectie worden Heel beeld aangepast om de belichting van het hele beeld te wijzigen. Belichtingscorrectie is enkel van toepassing op Alleen achtergrond de achtergrond.
e7: Auto bracketing (stand M) G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Deze optie bepaalt welke instellingen worden beïnvloed wanneer AE & flits of Alleen AE is geselecteerd voor Persoonlijke instelling e6 in handmatige belichtingsstand. Optie F G H I Beschrijving De camera varieert sluitertijd (Persoonlijke instelling Flits/sluitertijd e6 ingesteld op Alleen AE) of sluitertijd en flitssterkte (Persoonlijke instelling e6 ingesteld op AE & flits).
e8: Bracketingvolgorde G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Bij de standaardinstelling van MTR > onder > over (H) worden belichting, flitser en witbalansbracketing uitgevoerd in de volgorde zoals beschreven op pagina 135 en 140. Als Onder > MTR > over (I) is geselecteerd, wordt de opname voortgezet in volgorde van de laagste tot de hoogste waarde. Deze instelling heeft geen invloed op ADL-bracketing.
f: Bediening f1: Schakelaar D G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies wat er gebeurt wanneer de hoofdschakelaar naar D wordt gedraaid. Optie D h Beschrijving Bedieningspaneelverlichting brandt Lcd-verlichting (D) gedurende 6 sec. Bedieningspaneelverlichting brandt en D en informatiescherm opname-informatie wordt weergegeven in monitor.
❚❚ Opnamestand J Optie Middelste scherpstelp. select. Rol toegewezen aan centrale knop van multi-selector Selecteer het middelste scherpstelpunt. v Vooringesteld scherpstelpunt Het indrukken van de centrale knop van de multiselector selecteert een vooringesteld scherpstelpunt. Om het punt te kiezen, selecteer het en druk op de centrale knop van de multi-selector terwijl op de AF-standknop wordt gedrukt totdat het scherpstelpunt knippert.
❚❚ Livebeeld J p Optie Middelste scherpstelp. select. Zoom aan/uit Geen Rol toegewezen aan centrale knop van multi-selector Door het indrukken van de centrale knop van de multi-selector in livebeeld wordt het middelste scherpstelpunt geselecteerd. Druk op de centrale knop van de multi-selector om tussen zoom aan en uit te schakelen. Kies de begininstelling uit Lage zoom (50%), 1 : 1 (100%) en Hoge zoom (200%). De zoomweergave wordt gecentreerd op het actieve scherpstelpunt.
❚❚ Drukken Bij het selecteren van Drukken worden de volgende opties weergegeven: Optie 344 q Voorbeeld r Flitswaardevergrendeling B AE/AFvergrendeling C AE-vergrendeling D AE-vergr. (herstel na ontspan.) E AE-vergrendeling (vast) F AF-vergrendeling A AF-ON z IUitschakelen/ inschakelen Beschrijving Tijdens zoekerfotografie kunt u een voorbeeld van de scherptediepte bekijken terwijl de Fn-knop wordt ingedrukt (0 117).
Optie 1 4 L M N 4 Beschrijving Als de Fn-knop wordt ingedrukt terwijl belichtings-, flits- of ADL-bracketing actief is in de stand enkel beeld of stil ontspannen, worden alle opnamen in het huidige bracketingprogramma gemaakt telkens Bracketingserie wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. Als witbalansbracketing actief is of de continue ontspanstand (stand U, T of M) is geselecteerd, herhaalt de camera de bracketingserie terwijl de ontspanknop ingedrukt blijft.
w ! x y % 3 K Optie Rasterweergave in zoeker Virtuele horizon in zoeker Beschrijving Druk op de Fn-knop om de rasterweergave in de zoeker in of uit te schakelen (0 6). Druk op de Fn-knop om weergave van een virtuele horizon in de zoeker te bekijken (0 347). Houd de Fn-knop ingedrukt om alleen foto’s te Synchr. maken met de mastercamera bij het gebruik van een ontspannen draadloze afstandsbediening voor synchroon uitschakelen ontspannen op afstand.
A Virtuele horizon Wanneer Virtuele horizon in zoeker is geselecteerd voor f4 (Fn-knop toewijzen) > Drukken, worden bij het indrukken van de Fn-knop de aanduidingen kantelen en draaien weergegeven in de zoeker. Druk voor een tweede maal op de knop om terug te keren en de aanduidingen in de weergave te wissen.
❚❚ Indrukken + instelschijven Bij het selecteren van Indrukken + instelschijven worden de volgende opties weergegeven: Optie i Kies beeldveld Beschrijving Druk op de Fn-knop en draai aan een instelschijf om uit vooraf geselecteerde beeldvelden te kiezen (0 74). Het selecteren van Kies beeldveld geeft een lijst met beeldvelden weer; markeer opties en druk op 2 om te selecteren of de selectie ongedaan te maken, druk vervolgens op J.
f5: Voorbeeldknop toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie van de Pv-knop door de knop zelf (Drukken) of bij gebruik in combinatie met de instelschijven (Indrukken + instelschijven). De beschikbare opties zijn dezelfde als voor Fn-knop toewijzen (0 343). De standaardopties voor Drukken en Indrukken + instelschijven zijn respectievelijk Voorbeeld en Geen.
f7: Sltertijd en diafragma vergr. G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Het selecteren van Aan voor Sluitertijdvergrendeling vergrendelt sluitertijd bij de waarde die momenteel is geselecteerd in stand f of h. Het selecteren van Aan voor Diafragmavergrendeling vergrendelt bij de waarde die momenteel is geselecteerd in stand g of h. Sluitertijd- en diafragmavergrendeling zijn niet beschikbaar in stand e. f8: BKT-knop toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie voor de D-knop.
f9: Functie instelschijven inst. G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Deze optie regelt de werking van de hoofdinstelschijf en de secundaire instelschijf. Optie Rotatie omkeren Verwissel hoofd/ secundair Beschrijving Keer de rotatierichting van de instelschijven om wanneer ze worden gebruikt voor het aanpassen van Belichtingscorrectie en/of Sluitertijd/diafragma. Markeer opties en druk op 2 om te selecteren of de selectie ongedaan te maken en druk vervolgens op J.
Optie Instellen diafragma Menu's en weergave Door beelden met sec. inst.sch. 352 Beschrijving Als Secundaire instelschijf is geselecteerd, kan het diafragma alleen worden aangepast met de secundaire instelschijf (of met de hoofdinstelschijf als Aan is geselecteerd voor Verwissel hoofd/secundair > Belichtingsinstelling).
f10: Knop loslaten voor instelsch. G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Het selecteren van Ja maakt aanpassingen mogelijk die normaliter worden gedaan door het ingedrukt houden van een knop en het draaien aan een instelschijf, uit te voeren door aan de instelschijf te draaien nadat de knop is losgelaten. De instelling wordt opgeheven wanneer de knop opnieuw wordt ingedrukt, de ontspanknop half wordt ingedrukt of de stand-by-timer afloopt.
f11: Ontspannen bij geen kaart G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Bij het selecteren van Sluiter ontgrendeld kan de sluiter worden ontspannen als er geen geheugenkaart is geplaatst, hoewel er geen beelden worden opgenomen (ze worden echter wel in de monitor weergegeven in de demostand). Als Sluiter vergrendeld is geselecteerd, werkt de ontspanknop alleen als er een geheugenkaart in de camera is geplaatst.
f13: Filmopnameknop toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie voor de filmopnameknop tijdens zoekerfotografie en livebeeldfotografie. Filmopnameknop ❚❚ Indrukken + instelschijven Optie m 9 i $ Beschrijving Druk op de knop en draai aan een instelschijf om een witbalansoptie te kiezen (0 148). Druk op de knop en draai aan een instelschijf om ISO-gevoeligheid een ISO-gevoeligheid (0 109) te kiezen.
f14: Opties voor livebeeldknop G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Selecteer Uitschakelen om de a-knop uit te schakelen, waarbij wordt voorkomen dat livebeeld per ongeluk start. f15: AF-ON-knop MB-D12 toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie toegewezen aan de B-knop op het optionele MB-D12 battery pack. Optie A F B C D 356 Beschrijving Met het indrukken van de MB-D12 B-knop wordt AF-ON autofocus in werking gesteld.
Optie E r G Beschrijving Belichting vergrendelt wanneer de MB-D12 BAE-vergrendeling knop wordt ingedrukt en blijft vergrendeld totdat (vast) voor een tweede maal op de knop wordt gedrukt of de stand-by-timer afloopt. Druk op de MB-D12 B-knop om flitswaarde te vergrendelen (alleen ingebouwde flitser en Flitswaardevercompatibele optionele flitsers, 0 198, 430). Druk grendeling nogmaals om flitswaardevergrendeling te annuleren.
Optie C D F A z 4 a 358 Beschrijving Belichting vergrendelt terwijl de Fn-knop wordt ingedrukt. De belichting vergrendelt wanneer op de Fn-knop AE-vergr. (herstel wordt gedrukt en blijft vergrendeld tot voor een na ontspan.) tweede maal op de knop wordt gedrukt, de sluiter wordt ontspannen of de stand-by-timer afloopt. Scherpstelling vergrendelt terwijl de Fn-knop wordt AF-vergrendeling ingedrukt. Het indrukken van de Fn-knop stelt autofocus in AF-ON werking.
f17: Scherpst.knoppen objectief G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie voor scherpstelfunctieknoppen op het objectief. De knoppen kunnen alleen voor de toegewezen functie worden gebruikt wanneer AF-L is geselecteerd met de scherpstelfunctieselector. Scherpstelfunctieknoppen Scherpstelfunctieselector Optie F B C v K Beschrijving Scherpstelling vergrendelt terwijl een AF-vergrendeling scherpstelfunctieknop wordt ingedrukt.
Optie 360 z IUitschakelen/ inschakelen x Synchr. ontspannen uitschakelen y Alleen externe ontspannen Beschrijving Als de flitser momenteel uit is, wordt synchronisatie op het eerste gordijn geselecteerd terwijl een scherpstelfunctieknop wordt ingedrukt. Als de flitser momenteel ingeschakeld is, wordt deze in plaats daarvan uitgeschakeld terwijl een scherpstelfunctieknop wordt ingedrukt.
g: Film g1: Fn-knop toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie voor de Fn-knop tijdens filmlivebeeld. ❚❚ Drukken Optie t r s Beschrijving Het diafragma wordt breder terwijl de knop wordt Motorges. ingedrukt. Gebruik in combinatie met Persoonlijke diafragma instelling g2 (Voorbeeldknop toewijzen) > (openen) Motorges. diafragma (sluiten) voor knopgestuurde diafragma-aanpassing (0 362). Druk op de knop tijdens filmopname om een index aan de huidige positie toe te voegen (0 54).
g2: Voorbeeldknop toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie voor de Pv-knop tijdens filmlivebeeld. ❚❚ Drukken Optie q r s Beschrijving Het diafragma wordt smaller terwijl de knop wordt Motorges. ingedrukt. Gebruik in combinatie met Persoonlijke diafragma instelling g1 (Fn-knop toewijzen) > Motorges. (sluiten) diafragma (openen) voor knopgestuurde diafragmaaanpassing (0 361). Druk op de knop tijdens filmopname om een index aan de huidige positie toe te voegen (0 54).
g3: AE-L/AF-L-knop toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie voor de A AE-L/AF-L-knop tijdens filmlivebeeld. ❚❚ Drukken Optie r s B C E F Beschrijving Druk op de knop tijdens filmopname om een index aan de huidige positie toe te voegen (0 54). Indices Indexmarkering kunnen worden gebruikt bij het bekijken en bewerken van films.
g4: Ontspanknop toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie voor het indrukken van de ontspanknop wanneer 1 is geselecteerd met de selectieknop voor livebeeld. Optie 364 C Foto's maken 1 Films opnemen Beschrijving Druk de ontspanknop volledig in om de filmopname te beëindigen en maak de foto met een beeldverhouding van 16 : 9 (zie pagina 60 voor informatie over beeldformaat). Druk de ontspanknop half in om filmlivebeeld te starten.
B Het setup-menu: Camera-instellingen Om het setup-menu weer te geven, druk op G en selecteer de tab B (setup-menu).
Geheugenkaart formatteren G-knop ➜ B setup-menu Geheugenkaarten moeten worden geformatteerd voor eerste gebruik of nadat ze in andere apparaten zijn gebruikt of geformatteerd. Merk op dat bij het formatteren alle foto's en andere gegevens op de geheugenkaart permanent worden verwijderd. Maak indien nodig van tevoren back-upkopieën alvorens te formatteren (0 253). D Tijdens het formatteren Schakel de camera niet uit of verwijder geen geheugenkaarten tijdens het formatteren.
Druk beide knoppen nogmaals in om de kaart te formatteren (druk op een willekeurige knop of wacht ongeveer zes seconden totdat C stopt met knipperen om af te sluiten zonder de kaart te formatteren). Zodra het formatteren is voltooid, tonen het bedieningspaneel en de zoeker het aantal foto's dat kan worden gemaakt bij de huidige instellingen.
Kleurbalans monitor G-knop ➜ B setup-menu Gebruik de multi-selector zoals hieronder afgebeeld om de kleurbalans van de monitor aan te passen met verwijzing naar een voorbeeldfoto.
Stof-referentiefoto G-knop ➜ B setup-menu Verzamel referentiegegevens voor de optie stofverwijdering in Capture NX-D (beschikbaar als download, 0 260; raadpleeg de online helpfunctie van Capture NX-D voor meer informatie). Stof-referentiefoto is alleen beschikbaar als er een CPU-objectief op de camera is bevestigd. Een objectief zonder DX met een brandpuntsafstand van minimaal 50 mm wordt aanbevolen. Bij gebruik van een zoomobjectief moet helemaal worden ingezoomd. 1 Kies een startoptie.
D Reiniging beeldsensor Referentiegegevens voor stofverwijdering opgenomen vóór uitvoering van beeldsensorreiniging, kunnen niet worden gebruikt voor foto’s gemaakt nadat reiniging van de beeldsensor is uitgevoerd. Selecteer Sensor reinigen en dan starten alleen als de referentiegegevens voor stofverwijdering niet worden gebruikt met bestaande foto’s. 2 Kadreer een egaal wit voorwerp in de zoeker.
D Referentiegegevens voor stofverwijdering Dezelfde referentiegegevens kunnen worden gebruikt voor foto's die zijn gemaakt met verschillende objectieven of bij verschillende diafragma's. Referentiefoto’s kunnen niet met behulp van beeldbewerkingssoftware worden bekeken. Een rasterpatroon wordt weergegeven wanneer referentiebeelden op de camera worden bekeken.
Tijdzone en datum G-knop ➜ B setup-menu Wijzig tijdzones, stel de cameraklok in, kies de datumnotatievolgorde en schakel zomertijd in of uit (0 18). Optie Tijdzone Datum en tijd Datumnotatie Zomertijd Beschrijving Kies een tijdzone. De cameraklok wordt automatisch ingesteld op de tijd in de nieuwe tijdzone. Stel de cameraklok in. Kies de volgorde waarin dag, maand en jaar worden weergegeven. Schakel zomertijd in of uit. De cameraklok wordt automatisch een uur vooruit- of teruggezet.
Automatische beeldrotatie G-knop ➜ B setup-menu Foto’s gemaakt terwijl Aan is geselecteerd, bevatten informatie over de oriëntatie van de camera, waardoor ze automatisch kunnen worden gedraaid tijdens weergave (0 288) of wanneer ze worden bekeken in ViewNX 2 (meegeleverd) of in Capture NX-D (beschikbaar als download; 0 260).
Batterij-informatie G-knop ➜ B setup-menu Bekijk informatie over de batterij die momenteel in de camera is geplaatst. Item Lading Beschrijving Het huidige batterijniveau wordt uitgedrukt in percentages. Het aantal malen dat de sluiter is ontspannen met de huidige batterij sinds de batterij voor het laatst werd opgeladen. Merk Aantal opn. op dat de camera de sluiter soms ontspant zonder een opname te maken, bijvoorbeeld bij het meten van de handmatige witbalansvoorinstelling.
A Het MB-D12 battery pack De weergave voor de MB-D12 wordt rechts aangeduid. In het geval van EN-EL18a/ EN-EL18-batterijen toont de weergave of kalibratie is vereist. Als AA-batterijen worden gebruikt, wordt het batterijniveau aangeduid door een batterijniveaupictogram; andere items zullen niet worden weergegeven. Beeldcommentaar G-knop ➜ B setup-menu Voeg commentaar toe aan nieuwe foto’s op het moment dat ze worden gemaakt.
Copyrightinformatie G-knop ➜ B setup-menu Voeg copyrightinformatie toe aan nieuwe foto’s op het moment dat ze worden gemaakt. Copyrightinformatie is opgenomen in de opnamegegevens die worden getoond in het fotoinformatiescherm (0 245) en kunnen worden bekeken als metadata in ViewNX 2 (meegeleverd) of in Capture NX-D (beschikbaar als download; 0 260). De volgende opties zijn beschikbaar: • Fotograaf: Voer de naam van een fotograaf in, zoals beschreven op pagina 178.
Instellingen opslaan/laden G-knop ➜ B setup-menu Selecteer Instellingen opslaan om de volgende instellingen op de geheugenkaart of op de geheugenkaart in de eerste kaartsleuf op te slaan als er twee geheugenkaarten zijn geplaatst (0 86; indien de geheugenkaart vol is, wordt een fout weergegeven). Gebruik deze optie om instellingen te delen met andere D810-camera’s.
Menu Optie Opname (alle geheugenbanken) Hoge ISO-ruisonderdrukking ISO-gevoeligheid instellen Filminstellingen Persoonlijke instellingen (alle geheugenbanken) Alle persoonlijke instellingen Instellingen Mijn menu/Recente instellingen Beeldsensor reinigen Flikkerreductie Tijdzone en datum (behalve datum en tijd) Taal (Language) Automatische beeldrotatie Beeldcommentaar Copyrightinformatie Objectief zonder CPU HDMI Locatiegegevens Uploaden via Eye-Fi Alle items in Mijn menu Alle recente instellingen T
Virtuele horizon G-knop ➜ B setup-menu Geef informatie voor draaien en kantelen weer op basis van de kantelsensor van de camera. Als de camera noch naar links noch naar rechts is geheld, kleurt de referentielijn voor draaien groen; als de camera noch naar voren noch naar achteren is geheld, kleurt de stip in het midden van de weergave groen. Elke schaalverdeling is gelijk aan 5°.
AF-fijnafstelling G-knop ➜ B setup-menu Verfijn de scherpstelling voor maximaal 20 objectieftypen. AFfijnafstelling wordt in de meeste situaties afgeraden en kan hinderen bij normale scherpstelling; gebruik dit alleen indien noodzakelijk. Optie Beschrijving AF• Aan: Schakel AF-fijnafstelling in. fijnafstelling • Uit: Schakel AF-fijnafstelling uit. (Aan/Uit) Stel AF af voor het huidige Plaats het objectief (enkel CPUscherpstelpunt weg Huidige objectieven). Druk op 1 of 3 van de camera.
Optie Beschrijving Geef de eerder opgeslagen waarden voor AF-fijnafstelling weer. Om een objectief uit de lijst te wissen, markeer het gewenste objectief en druk op O (Q).
Uploaden via Eye-Fi G-knop ➜ B setup-menu Deze optie wordt alleen weergegeven wanneer een Eye-Figeheugenkaart (apart verkrijgbaar bij uw winkelier) in de camera is geplaatst. Kies Inschakelen om foto’s te uploaden naar een vooraf geselecteerde bestemming. Merk op dat er geen foto’s worden geüpload als de signaalsterkte onvoldoende is. Neem alle lokale wetten voor draadloze apparaten in acht en kies Uitschakelen waar draadloze apparaten verbonden zijn.
Wanneer er een Eye-Fi-kaart is geplaatst, wordt de status aangeduid door een pictogram in het informatiescherm: • d: Uploaden via Eye-Fi uitgeschakeld. • e: Uploaden via Eye-Fi ingeschakeld, maar er zijn geen foto’s beschikbaar voor uploaden. • f (statisch): Uploaden via Eye-Fi ingeschakeld; bezig met wachten op uploaden. • f (animatie): Uploaden via Eye-Fi ingeschakeld; bezig met uploaden van gegevens. • g: Fout — camera kan Eye-Fi-kaart niet bedienen.
N Het retoucheermenu: Geretoucheerde kopieën maken Druk op G en selecteer de tab N (retoucheermenu) om het retoucheermenu weer te geven. G-knop Opties retoucheermenu De opties in het retoucheermenu worden gebruikt om bijgesneden of geretoucheerde kopieën van bestaande foto’s te maken. Het retoucheermenu wordt alleen weergegeven wanneer een geheugenkaart in de camera is geplaatst die foto’s bevat die anders zijn dan kleine NEF (RAW)-afbeeldingen.
Geretoucheerde kopieën maken Voer het volgende uit om een geretoucheerde kopie te maken: 1 Selecteer een item in het retoucheermenu. Druk op 1 of 3 om een item te markeren, op 2 om te selecteren. 2 Selecteer een foto. Markeer een foto en druk op J. Houd de X-knop ingedrukt om de gemarkeerde foto in volledig scherm te bekijken. Om afbeeldingen op andere locaties te bekijken, druk op W en selecteer de gewenste kaart en map, zoals beschreven op pagina 237.
3 Selecteer retoucheeropties. Raadpleeg voor meer informatie de paragraaf voor het geselecteerde item. Druk op G om af te sluiten zonder een geretoucheerde kopie te maken. A Monitor uit De monitor schakelt uit en de bewerking wordt geannuleerd als er gedurende een korte periode geen acties worden uitgevoerd. Alle niet opgeslagen wijzigingen zullen verloren gaan.
D Kleine NEF (RAW) + JPEG-afbeeldingen Als de JPEG-kopieën van kleine NEF (RAW)-afbeeldingen gemaakt bij de beeldkwaliteitsinstellingen NEF (RAW) + JPEG zijn vastgelegd op dezelfde geheugenkaart (0 86), kunnen noch NEF (RAW)-afbeelingen, noch JPEGkopieën worden bewerkt.
D-Lighting G-knop ➜ N retoucheermenu D-Lighting maakt schaduwen lichter, waardoor deze functie ideaal is voor donkere foto’s of foto’s die in tegenlicht zijn gemaakt. Voor Druk op 4 of 2 om de hoeveelheid uit te voeren correctie te kiezen. Het effect kan vooraf in het bewerkingsscherm worden bekeken. Druk op J om de geretoucheerde kopie op te slaan.
Rode-ogencorrectie G-knop ➜ N retoucheermenu Deze optie wordt gebruikt om “rode ogen” te corrigeren die zijn veroorzaakt door de flitser en is alleen beschikbaar voor foto’s die met de flitser zijn gemaakt. De foto geselecteerd voor rodeogencorrectie kan vooraf in het bewerkingsscherm worden bekeken. Controleer de effecten van rode-ogencorrectie en maak een kopie zoals beschreven in de volgende tabel.
Bijsnijden G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een uitgesneden kopie van de geselecteerde foto. De geselecteerde foto wordt weergegeven met de geselecteerde uitsnede geel weergegeven; maak een uitgesneden kopie zoals beschreven in de volgende tabel. Knop Formaat van uitsnede verkleinen Formaat van uitsnede vergroten Beeldverhouding van uitsnede wijzigen Functie Beschrijving W Druk op W om het formaat van de uitsnede te verkleinen. X Draai aan de hoofdinstelschijf om een andere beeldverhouding te kiezen.
A Bijsnijden: Beeldkwaliteit en -formaat Kopieën gemaakt van NEF (RAW)-, NEF (RAW) + JPEG- of TIFF (RGB)-foto’s hebben de beeldkwaliteit (0 79) JPEG Fijn; uitgesneden kopieën gemaakt van JPEG-foto’s hebben dezelfde beeldkwaliteit als het origineel. Het formaat van de kopie is afhankelijk van de grootte en de beeldverhouding van de uitsnede en verschijnt linksboven in de uitsnedeweergave. A Uitgesneden kopieën bekijken Zoomweergave is mogelijk niet beschikbaar wanneer uitgesneden kopieën worden weergegeven.
Monochroom G-knop ➜ N retoucheermenu Kopieer foto’s in Zwart-wit, Sepia of Koelblauw (blauw en wit monochroom). Bij het selecteren van Sepia of Koelblauw wordt een voorbeeld van het geselecteerde beeld weergegeven; druk op 1 om kleurverzadiging te verhogen, op 3 om te verlagen. Druk op J om een monochrome kopie te maken.
Filtereffecten G-knop ➜ N retoucheermenu Kies uit de volgende filtereffecten. Druk, na het aanpassen van filtereffecten zoals hieronder beschreven, op J om de geretoucheerde kopie op te slaan. Optie Beschrijving Creëert het effect van een skylightfilter, wat de foto minder Skylight blauw maakt. Het effect kan vooraf in de monitor worden bekeken, zoals rechts getoond. Maakt een kopie met filtereffecten van warme tinten, wat de kopie een Warm filter “warme” rode kleurzweem geeft.
Optie Beschrijving Voeg een zacht filtereffect toe. Druk op 4 of 2 om de filtersterkte te kiezen. Zacht Kleurbalans G-knop ➜ N retoucheermenu Gebruik de multi-selector om een kopie met een gewijzigde kleurbalans te maken, zoals hieronder getoond. Het effect wordt samen met rode, groene en blauwe histogrammen (0 241) weergegeven in de monitor, wat de verdeling van de kleurtonen in de kopie geeft. Druk op J om de geretoucheerde kopie op te slaan.
A Zoom Druk op X om in te zoomen op het beeld weergegeven in de monitor. Het histogram wordt bijgewerkt om alleen de gegevens te tonen voor het gedeelte van het beeld dat in de monitor wordt weergegeven. Druk op L (Z/Q) terwijl het beeld wordt ingezoomd om heen en weer te schakelen tussen kleurbalans en zoom. Wanneer zoom is geselecteerd, kunt u met de knoppen X en W inzoomen en met de multiselector door het beeld bladeren.
1 Selecteer Beeld-op-beeld. Markeer Beeld-op-beeld in het retoucheermenu en druk op 2. Het rechts getoonde venster wordt weergegeven met Beeld 1 gemarkeerd; druk op J om een fotoselectievenster weer te geven met alleen grote NEF (RAW)-afbeeldingen gemaakt met deze camera (er kunnen geen kleine NEF/RAW-afbeeldingen worden geselecteerd). 2 Selecteer het eerste beeld. Gebruik de multi-selector om de eerste foto voor beeld-op-beeld te markeren.
4 Pas de versterking aan. Markeer Beeld 1 of Beeld 2 en optimaliseer de belichting voor beeldop-beeld door op 1 of 3 te drukken en de versterkingsfactor uit waarden tussen 0,1 en 2,0 te selecteren. Herhaal dit voor het tweede beeld. De standaardwaarde is 1,0; selecteer 0,5 voor een halve versterking of 2,0 om de versterking te verdubbelen. De effecten van de versterking zijn zichtbaar in de kolom Voorbld. 5 Bekijk een voorbeeld van de over elkaar geplaatste beelden.
D Beeld-op-beeld Alleen NEF (RAW)-foto’s met hetzelfde beeldveld en dezelfde bitdiepte kunnen worden samengevoegd. De over elkaar geplaatste beelden hebben dezelfde foto-informatie (inclusief opnamedatum, lichtmeting, sluitertijd, diafragma, belichtingsstand, belichtingscorrectie, brandpuntsafstand en beeldoriëntatie) en waarden voor witbalans en Picture Control als de foto geselecteerd voor Beeld 1.
NEF (RAW)-verwerking G-knop ➜ N retoucheermenu Maak JPEG-kopieën van NEF (RAW)-foto’s. 1 Selecteer NEF (RAW)-verwerking. Markeer NEF (RAW)-verwerking in het retoucheermenu en druk op 2 om een fotoselectievenster weer te geven waarin alleen grote NEF (RAW)afbeeldingen worden weergegeven die met deze camera zijn gemaakt.
3 Kies instellingen voor de JPEG-kopie. Pas de hieronder vermelde instellingen aan. Merk op dat witbalans en vignetteringscorrectie niet beschikbaar zijn voor meervoudige belichting of voor foto’s gemaakt met beeld-opbeeld, en de belichtingscorrectie kan alleen worden ingesteld op waarden tussen –2 en +2 LW.
Formaat wijzigen G-knop ➜ N retoucheermenu Maak kleine kopieën van geselecteerde foto’s. 1 Selecteer Formaat wijzigen. Om het formaat van geselecteerde beelden te wijzigen, markeer Formaat wijzigen in het retoucheermenu en druk op 2. 2 Kies een bestemming. Als er twee geheugenkaarten zijn geplaatst, kunt u een bestemming kiezen voor de kopieën met gewijzigd formaat door Kies bestemming te markeren en op 2 te drukken (als er slechts één geheugenkaart is geplaatst, ga verder naar Stap 3).
3 Kies een formaat. Markeer Kies formaat en druk op 2. De rechts getoonde opties worden weergegeven; markeer een optie en druk op J. 4 Kies foto’s. Markeer Foto selecteren en druk op 2. Markeer foto’s en druk op de centrale knop van de multi-selector om te selecteren of de selectie ongedaan te maken (houd de X-knop ingedrukt om de gemarkeerde foto schermvullend te bekijken; druk op W om foto’s op andere locaties te bekijken, zoals beschreven op pagina 237).
5 Sla de kopieën met gewijzigd formaat op. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven. Markeer Ja en druk op J om de kopieën met gewijzigd formaat op te slaan. A Kopieën met gewijzigd formaat bekijken Zoomweergave is mogelijk niet beschikbaar wanneer kopieën met gewijzigd formaat worden weergegeven.
Snel retoucheren G-knop ➜ N retoucheermenu Maak kopieën met verbeterd contrast en verzadiging. D-Lighting wordt waar nodig toegepast om donkere onderwerpen of onderwerpen met tegenlicht lichter te maken. Druk op 4 of 2 om de hoeveelheid versterking te kiezen. Het effect kan vooraf in het bewerkingsscherm worden bekeken. Druk op J om de geretoucheerde kopie op te slaan. Rechtzetten G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een rechtgezette kopie van het geselecteerde beeld.
Vertekeningscorrectie G-knop ➜ N retoucheermenu Maak kopieën met minder vertekening aan de randen. Selecteer Automatisch om de camera de vertekening automatisch te laten corrigeren en maak daarna fijne aanpassingen met behulp van de multiselector, of selecteer Handmatig om vertekening handmatig te verminderen (merk op dat Automatisch niet beschikbaar is voor foto’s gemaakt met automatische vertekeningscorrectie; zie pagina 298).
Fisheye G-knop ➜ N retoucheermenu Maak kopieën die lijken alsof ze met een fisheye-objectief zijn gemaakt. Druk op 2 om het effect te vergroten (dit vergroot ook de mate van uitsnijden bij de randen van het beeld), 4 om het effect te verlagen. Het effect kan vooraf in het bewerkingsscherm worden bekeken. Druk op J om de geretoucheerde kopie op te slaan. Lijntekening G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een lijntekeningkopie van een foto om als basis voor een schilderij te gebruiken.
Kleurenschets G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een kopie van een foto die lijkt op een schets gemaakt met kleurpotloden. Druk op 1 of 3 om Levendigheid of Omtrekken te markeren en druk op 4 of 2 om te wijzigen. Levendigheid kan worden verhoogd om kleuren meer verzadigd te maken, of verlaagd voor een verbleekt, monochroom effect terwijl de omtreklijnen dikker of dunner kunnen worden gemaakt. Dikkere omtreklijnen maken kleuren meer verzadigd. De resultaten kunnen vooraf in het bewerkingsscherm worden bekeken.
Perspectiefcorrectie G-knop ➜ N retoucheermenu Maak kopieën die de perspectiefeffecten gemaakt vanaf de basis van een hoog object verminderen. Gebruik de multiselector om het perspectief aan te passen (merk op dat hoe groter de mate van perspectiefcorrectie, hoe meer er van de randen van de foto zal worden uitgesneden). De resultaten kunnen vooraf in het bewerkingsscherm worden bekeken. Druk op J om de geretoucheerde kopie op te slaan.
Miniatuureffect G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een kopie die lijkt op een foto van een diorama. Werkt het best voor foto’s gemaakt vanaf een hoog standpunt. Het gebied dat wordt scherpgesteld in de kopie wordt aangeduid door een gele rand. Knop Oriëntatie kiezen Druk op W Beschrijving Druk op W om de oriëntatie te kiezen van het gebied dat scherp in beeld is. Als het betreffende gebied in de breedte is georiënteerd, druk op 1 of 3 om het frame te positioneren van het gebied dat scherp in beeld zal zijn.
Selectieve kleur G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een kopie waarin alleen geselecteerde tinten in kleur verschijnen. 1 Selecteer Selectieve kleur. Markeer Selectieve kleur in het retoucheermenu en druk op 2 om een fotoselectievenster weer te geven. 2 Selecteer een foto. Gebruik de multi-selector om een foto te markeren (houd de X-knop ingedrukt om de gemarkeerde foto schermvullend te bekijken; druk op W om beelden op andere locaties te bekijken, zoals beschreven op pagina 237).
4 Markeer het kleurbereik. Draai aan de hoofdinstelschijf om het kleurbereik voor de geselecteerde kleur te markeren. Kleurbereik 5 Kies het kleurbereik. Druk op 1 of 3 om het bereik van gelijkwaardige tinten die aan de uiteindelijke foto worden toegevoegd, te vergroten of te verkleinen. Kies uit waarden tussen 1 en 7; merk op dat hogere waarden tinten van andere kleuren kunnen bevatten. Het effect kan vooraf in het bewerkingsscherm worden bekeken. 6 Selecteer meer kleuren.
7 Sla de bewerkte kopie op. Druk op J om de geretoucheerde kopie op te slaan. Vergelijken Vergelijk geretoucheerde kopieën met de originele foto’s. Deze optie is alleen beschikbaar als de b-knop wordt ingedrukt om het retoucheermenu weer te geven wanneer een kopie of origineel in volledig scherm wordt weergegeven. 1 Selecteer een foto. Selecteer een geretoucheerde kopie (aangeduid met een N-pictogram) of een foto die werd geretoucheerd in schermvullende weergave en druk op b.
3 Vergelijk de kopie met het origineel. Opties gebruikt om een Het bronbeeld wordt links kopie te maken weergegeven en de geretoucheerde kopie rechts, waarbij de opties gebruikt om de kopie te maken, bovenaan de weergave worden vermeld. Druk op 4 of 2 om tussen het bronbeeld en de geretoucheerde foto te schakelen. Houd de X-knop ingedrukt om de Bronbeeld Geretoucheerde gemarkeerde foto schermvullend te kopie bekijken.
O Mijn menu/m Recente instellingen Om Mijn menu weer te geven, druk op G en selecteer de tab O (Mijn menu). G-knop De optie MIJN MENU kan worden gebruikt om een aangepaste lijst met opties uit de menu’s voor weergave, opname, Persoonlijke instellingen, setup en retoucheren te maken en te bewerken voor snelle toegang (maximaal 20 opties). Indien gewenst kunnen recente instellingen in plaats van Mijn menu (0 418) worden weergegeven.
3 Selecteer een item. Markeer het gewenste menu-item en druk op J. 4 Bepaal de positie van het nieuwe item. Druk op 1 of 3 om het nieuwe item omhoog of omlaag te verplaatsen in Mijn menu. Druk op J om het nieuwe item toe te voegen. 5 Voeg meer items toe. De momenteel in Mijn menu weergegeven items worden aangeduid met een vinkje. Items aangeduid met een V-pictogram kunnen niet worden geselecteerd. Herhaal stap 1–4 om nog meer items te selecteren.
❚❚ Opties uit Mijn menu verwijderen 1 Selecteer Opties verwijderen. Markeer Opties verwijderen in Mijn menu (O) en druk op 2. 2 Selecteer items. Markeer items en druk op 2 om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Geselecteerde items worden aangeduid met een vinkje. 3 Verwijder de geselecteerde items. Druk op J. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; druk nogmaals op J om de geselecteerde items te verwijderen.
❚❚ Opties herschikken in Mijn menu 1 Selecteer Opties sorteren. Markeer Opties sorteren in Mijn menu (O) en druk op 2. 2 Selecteer een item. Markeer het item dat u wilt verplaatsen en druk op J. 3 Positioneer het item. Druk op 1 of 3 om het item omhoog of omlaag te verplaatsen in Mijn menu en druk op J. Herhaal stap 2–3 om nog meer items opnieuw te positioneren. 4 Keer terug naar Mijn menu. Druk op de G-knop om naar Mijn menu terug te keren.
Recente instellingen Om de twintig meest recent gebruikte instellingen weer te geven, selecteer m RECENTE INSTELLINGEN voor O MIJN MENU > Tab kiezen. 1 Selecteer Tab kiezen. Markeer Tab kiezen in Mijn menu (O) en druk op 2. 2 Selecteer m RECENTE INSTELLINGEN. Markeer m RECENTE INSTELLINGEN en druk op J. De naam van het menu wijzigt van “MIJN MENU” naar “RECENTE INSTELLINGEN”. Menu-items worden bovenaan het menu Recente instellingen toegevoegd zodra ze worden gebruikt.
Technische opmerkingen Lees dit hoofdstuk voor informatie over compatibele accessoires, het reinigen en opbergen van de camera en wat u moet doen als een foutmelding verschijnt of als u tijdens het gebruik van de camera op problemen stuit. Compatibele objectieven Camera-instelling Scherpstelstand AF CPU-objectieven 6 Objectief/accessoire Type G, E of D AF NIKKOR 7 ✔ AF-S, AF-I NIKKOR PC-E NIKKOR-serie 9 — PC Micro 85mm — f/2.
Camera-instelling Objectieven zonder CPU 16 Objectief/accessoire AI-, AI-gewijzigde, NIKKOR- of Nikonserie E-objectieven 17 Medische NIKKOR 120mm f/4 Reflex-NIKKOR PC-NIKKOR AI-type teleconverter 23 PB-6 balgapparaat 25 Automatische tussenringen (PK-serie 11A, 12 of 13; PN-11) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Scherpstelstand Belichtingsstand Lichtmeetsysteem L2 AF M (met elektronische afstandsmeter) 1 — ✔ 15 — ✔ 18 — ✔ 19 — ✔ — ✔ 21 — — — — ✔ 10 — ✔ 18 — — ✔ 22 — — ✔ 24 — — M3 N4 45 ✔ 20 — — — —
12 Alleen in de stand voor handmatige belichting. 13 Kan alleen worden gebruikt bij AF-S- en AF-I-objectieven (0 423). Zie pagina 423 voor informatie over de beschikbare scherpstelpunten voor autofocus en elektronisch afstand meten. 14 Bij het scherpstellen op de kortste scherpstelafstand met een AF 80–200mm f/2.8, AF 35–70mm f/2.8, AF 28–85mm f/3.5–4.5 of AF 28–85mm f/3.5–4.
• Voor de repro-unit PF-4 is de camerahouder PA-4 vereist. • Tijdens autofocus bij hoge ISO-gevoeligheden kan er ruis in de vorm van lijnen verschijnen. Gebruik handmatige scherpstelling of scherpstelvergrendeling. Bij hoge ISO-gevoeligheden kunnen er tevens lijnen verschijnen wanneer diafragma wordt aangepast tijdens filmopname of livebeeldfotografie.
A De AF-S/AF-I teleconverter De onderstaande tabel toont de scherpstelpunten die beschikbaar zijn voor autofocus en elektronisch afstand meten wanneer een AF-S-/AF-I teleconverter is bevestigd. Merk op dat de camera mogelijk niet kan scherpstellen op donkere onderwerpen of onderwerpen met een laag contrast als het gecombineerde diafragma langer is dan f/5.6. Autofocus is niet beschikbaar wanneer teleconverters worden gebruikt met de AF-S VR Micro-NIKKOR 105mm f/2.8G IF-ED.
A F-waarde objectief De f-waarde in objectiefnamen staat voor het maximaal diafragma van het objectief.
D AF-hulpverlichting Sommige objectieven kunnen de verlichting blokkeren bij bepaalde scherpstelafstanden. Verwijder zonnekappen bij het gebruik van de verlichting. Meer informatie over objectieven die kunnen worden gebruikt met de AF-hulpverlichting is mogelijk te vinden op pagina 494.
A De beeldhoek berekenen De D810 kan worden gebruikt met Nikon-objectieven voor kleinbeeldformaat camera's (135). Als Automatische DX-uitsnede aan is (0 75) en er is een kleinbeeldformaat objectief bevestigd, zal de beeldhoek hetzelfde zijn als een beeld van een kleinbeeldfilm (35,9 × 24,0 mm); als er een DX-objectief is bevestigd, wordt de beeldhoek automatisch aangepast naar 23,4 × 15,6 mm (DX-formaat).
A Beeldhoek berekenen (vervolg) De DX (24 × 16) beeldhoek is circa 1,5 keer kleiner dan de beeldhoek van een kleinbeeldformaat, terwijl de 1,2× (30 × 20) beeldhoek circa 1,2 keer kleiner is en de 5 : 4 (30 × 24) beeldhoek circa 1,1 keer kleiner is.
Optionele flitsers (Speedlights) De camera ondersteunt het Nikon Creatief Verlichtingssysteem (CVS) en kan worden gebruikt met CVS-compatibele flitsers. De ingebouwde flitser flitst niet wanneer een optionele flitser is bevestigd. Het Nikon Creatief Verlichtingssysteem (CVS) Nikons geavanceerd Creatief Verlichtingssysteem (CVS) biedt een verbeterde communicatie tussen de camera en compatibele flitsers voor betere flitserfotografie.
• SU-800 draadloze Speedlight commander: Indien bevestigd op een CVScompatibele camera, kan de SU-800 worden gebruikt als commander voor de externe flitsers SB-910, SB-900, SB-800, SB-700, SB-600 of SB-R200 in maximaal drie groepen. De SU-800 zelf is niet voorzien van een flitser. A Richtgetal Deel het richtgetal door het diafragma om het bereik van de flitser op vol vermogen te berekenen. Voor een flitser met een richtgetal van bijvoorbeeld 34 m (ISO 100, 20 °C); het bereik bij een diafragma van f/5.
De volgende functies zijn beschikbaar met CVS-compatibele flitsers: SB-910, SB-900, SB-800 SB-700 SB-600 SU-800 SB-R200 SB-400 SB-300 i-DDL-uitgebalanceerde invulflits voor digitale SLR 1 Standaard i-DDL-flitser voor digitale SLR AA Automatisch diafragma A Niet-DDL automatisch Handmatig met GN afstandsprioriteit M Handmatig RPT Stroboscopisch flitsen Externe flitserregeling i-DDL i-DDL [A:B] Snelle draadloze flitserregeling AA Automatisch diafragma A Niet-DDL automatisch M Handmatig RPT Stroboscopisc
SB-910, SB-900, SB-800 SB-700 SB-600 SU-800 SB-R200 SB-400 SB-300 Doorgave van kleurinformatie Automatische snelle FP-synchronisatie 7 Flitswaardevergrendeling 8 AF-hulp voor meervelds-AF Rode-ogenreductie Camera-instellicht Selectie flitsstand camera Firmware-update cameraflitser z z z z z z — z 10 z z z z z z — z z — z z z z z z9 z — z z — — — — — z z — — z — — z — z — z — z — z — z — — — z z 1 2 3 Niet beschikbaar voor spotmeting. Kan tevens worden geselecteerd voor flitser.
❚❚ Overige flitsers De volgende flitsers kunnen worden gebruikt in de standen nietDDL automatisch en handmatig.
D Opmerkingen over optionele flitsers Raadpleeg de handleiding van de flitser voor gedetailleerde instructies. Raadpleeg de sectie over CVS-compatibele digitale SLR-camera’s als de flitser CVS ondersteunt. De D810 is niet inbegrepen in de categorie “digitale SLR” vermeld in de handleidingen van de SB-80DX, SB-28DX en SB-50DX. i-DDL-flitserregeling kan worden gebruikt bij ISO-gevoeligheden tussen 64 en 12.800.
De SB-910, SB-900, SB-800, SB-700, SB-600 en SB-400 verschaffen rodeogenreductie, terwijl de SB-910, SB-900, SB-800, SB-700, SB-600 en SU-800 AF-hulpverlichting verschaffen met de volgende beperkingen: • SB-910 en SB-900: AF-hulpverlichting is beschikbaar wanneer 17–135 mm AF-objectieven worden gebruikt met de rechts getoonde scherpstelpunten.
A Flitserregelingsstand Het informatiescherm toont als volgt de flitserregelingsstand voor optionele flitsers bevestigd aan de accessoireschoen van de camera: Flitssynchronisatie Automatische FP (0 330) i-DDL Automatisch diafragma (AA) Niet-DDL automatische flitser (A) Handmatig met afstandsprioriteit (GN) Handmatig Stroboscopisch flitsen — Geavanceerde draadloze flitssturing D Gebruik uitsluitend Nikon-flitseraccessoires Gebruik alleen Nikon-flitsers.
Overige accessoires Op het moment van schrijven waren de volgende accessoires beschikbaar voor de D810. • Oplaadbare Li-ionbatterij EN-EL15 (0 13, 14): Extra EN-EL15batterijen zijn verkrijgbaar via de detailhandel en bij Nikon geautoriseerde servicevertegenwoordigers. • Batterijlader MH-25a (0 13): De MH-25a kan worden gebruikt voor het opladen van EN-EL15-batterijen. MH-25 batterijladers kunnen ook worden gebruikt.
• Communicatie-eenheid UT-1: Gebruik een USB-kabel om de UT-1 met de camera te verbinden en een ethernetkabel om de UT-1 met een ethernetnetwerk te verbinden. Eenmaal verbonden kunt u foto’s en films naar een computer of ftp-server uploaden, de camera of afstand bedienen met behulp van optionele Camera Control Pro 2 software, of blader door foto’s of bedien de camera op afstand vanaf een iPhone of internetcomputerbrowser.
Accessoires voor zoekeroculair 438 • Rubberen oogschelp DK-19: De DK-19 maakt het beeld in de zoeker beter zichtbaar, zodat vermoeide ogen worden voorkomen. • Dioptrieregelaar zoekerobjectief DK-17C: Om individuele verschillen van het gezichtsvermogen aan te passen, zijn er zoekerobjectieven verkrijgbaar met een dioptrie van –3, –2, 0, +1 en +2 m–1.
De D810 is uitgerust met een tien-pins afstandsbedieningsaansluiting (0 3) voor bediening op afstand en automatisch fotograferen. De aansluiting is voorzien van een afdekkapje, dat de contacten beschermt als de aansluiting niet in gebruik is.
• GPS-adapterkabel MC-35 (0 233): Deze kabel van 35 cm verbindt de camera met oudere GPS-apparaten uit de GARMIN eTrex- en geko-serie die voldoen aan versie 2.01 of 3.01 van de National Marine Electronics Association NMEA0183-gegevensindeling. Ondersteuning geldt alleen voor modellen die kabelverbindingen voor de pcinterface ondersteunen; de MC-35 kan niet worden Accessoires voor gebruikt om GPS-apparaten via USB aan te sluiten.
Draadloze afstandsbedieningen (0 357) Software Microfoons • Draadloze afstandsbediening WR-R10/WR-T10: Wanneer een WR-R10 draadloze afstandsbediening met een WR-A10 adapter op een tien-pins afstandsbedieningsaansluiting is bevestigd, kan de camera draadloos worden bediend met behulp van een WR-T10 draadloze afstandsbediening.
Een stroomaansluiting en lichtnetadapter bevestigen Zet de camera uit alvorens een optionele stroomaansluiting en lichtnetadapter aan te sluiten. 1 Maak de camera gereed. Open de deksels van het batterijvak (q) en stroomaansluiting (w). 2 Plaats de EP-5B-stroomaansluiting. Zorg ervoor dat de aansluiting in de getoonde richting wordt geplaatst en gebruik de batterij om de oranje batterijvergrendeling naar één zijde ingedrukt te houden.
4 Sluit de EH-5b-lichtnetadapter aan. Sluit het netsnoer van de lichtnetadapter op het wisselstroomaansluiting op de lichtnetadapter (e) aan en het netsnoer op de gelijkstroomaansluiting (r). Er wordt een Vpictogram in de monitor weergegeven wanneer de camera door de lichtnetadapter en stroomaansluiting wordt gevoed.
Behandeling van uw camera Opslag Wanneer de camera voor langere tijd niet wordt gebruikt, verwijder de batterij en bewaar in een koele, droge ruimte met het afdekkapje op zijn plaats. Om schimmelvorming te voorkomen, bewaar de camera in een droge, goed geventileerde ruimte.
Reiniging beeldsensor Als u vermoedt dat vuil of stof op de beeldsensor zichtbaar is op foto’s, dan kunt u het filter reinigen via de optie Beeldsensor reinigen in het setup-menu. De sensor kan op elk gewenst moment worden gereinigd met behulp van de optie Nu reinigen, of reiniging kan automatisch worden uitgevoerd wanneer de camera wordt in- of uitgeschakeld.
❚❚ “Reinigen bij aan-/uitzetten” Kies uit de volgende opties: Optie 5 6 7 Beschrijving De beeldsensor wordt automatisch gereinigd Reinigen bij aanzetten telkens wanneer de camera wordt aangezet. De beeldsensor wordt automatisch gereinigd Reinigen bij uitzetten telkens wanneer de camera wordt uitgezet. Reinigen bij aan- en De beeldsensor wordt automatisch gereinigd uitzetten wanneer de camera wordt aan- en uitgezet. Reiniging uit Automatische beeldsensorreiniging uit.
D Reiniging beeldsensor Het gebruik van de camerabediening tijdens het opstarten onderbreekt reiniging van de beeldsensor. Als de flitser wordt opgeladen, kan het reinigen van de beeldsensor bij het aanzetten niet worden uitgevoerd. Reinig de beeldsensor handmatig (0 448) als stof niet volledig kan worden verwijderd met behulp van de opties in het menu Beeldsensor reinigen of neem contact op met een door Nikon geautoriseerde servicevertegenwoordiger.
❚❚ Handmatig reinigen Als vuil niet van de beeldsensor kan worden verwijderd met behulp van de optie Beeldsensor reinigen (0 445) in het setup-menu, dan kan het filter handmatig worden gereinigd volgens onderstaande beschrijving. Merk echter op dat de sensor uitermate kwetsbaar is en gemakkelijk beschadigd raakt. Nikon raadt aan het reinigen van de sensor over te laten aan door Nikon geautoriseerd servicepersoneel. 1 Laad de batterij op of gebruik een lichtnetadapter.
4 Druk op J. Het rechts getoonde bericht wordt in de monitor weergegeven en een rij streepjes verschijnt in het bedieningspaneel en de zoeker. Schakel de camera uit om de normale werking te herstellen zonder de beeldsensor te inspecteren. 5 Klap de spiegel omhoog. Druk de ontspanknop volledig in. De spiegel wordt opgeklapt en het sluitergordijn wordt geopend, zodat de beeldsensor zichtbaar wordt. De weergave in de zoeker schakelt uit en de rij met streepjes in het bedieningspaneel begint te knipperen.
7 Reinig de sensor. Verwijder stof en pluisjes van de sensor met een blaasbalgje. Gebruik geen blaaskwastje, aangezien de haartjes de sensor kunnen beschadigen. Alleen door Nikon geautoriseerd servicepersoneel kan vuil verwijderen dat niet kan worden verwijderd met een blaasbalgje. U mag de sensor onder geen beding aanraken of schoonvegen. 8 Schakel de camera uit. De spiegel wordt weer neergeklapt en het sluitergordijn gaat dicht. Plaats het objectief of de bodydop terug.
D Vuil op de beeldsensor Nikon stelt al het mogelijke in het werk om te voorkomen dat tijdens productie en vervoer vuil in contact komt met de beeldsensor. De D810 is echter ontworpen voor gebruik met verwisselbare objectieven, en het is mogelijk dat bij het verwijderen of verwisselen van objectieven vuil de camera binnendringt. Eenmaal in de camera kan dit vuil zich aan de beeldsensor hechten en onder bepaalde omstandigheden in foto’s zichtbaar zijn.
Onderhoud van camera en batterij: Waarschuwingen Laat niet vallen: Het product kan defect raken bij blootstelling aan sterke schokken of trillingen. Houd droog: Dit product is niet waterbestendig en kan defect raken bij onderdompeling in water of blootstelling aan een hoge luchtvochtigheid. Roesten van het interne mechanisme kan tot onherstelbare schade leiden.
Reiniging: Gebruik, bij het reinigen van de camerabody, een blaasbalgje om stof en pluisjes voorzichtig te verwijderen en veeg vervolgens schoon met een zachte, droge doek. Veeg, na gebruik van de camera op het strand of aan zee, eventueel zand en zout weg met behulp van een doek die licht bevochtigd is met schoon water en droog de camera vervolgens grondig af. In zeer uitzonderlijke gevallen kunnen de lcd-vensters oplichten of donker worden door statische elektriciteit.
Opslag: Om schimmelvorming te voorkomen, bewaar de camera in een droge, goed geventileerde ruimte. Gebruikt u een lichtnetadapter, trek dan de stekker uit het stopcontact om brand te voorkomen. Als het product voor lange tijd niet wordt gebruikt, verwijder dan de batterij om lekkage te voorkomen en berg de camera op in een plastic zak met een droogmiddel. Plaats de cameratas echter niet in een plastic zak, aangezien het materiaal hierdoor kan worden aangetast.
Opmerkingen over de monitor: De monitor is met extreem hoge precisie gefabriceerd; ten minste 99,99% pixels zijn effectief, met niet meer dan 0,01% ontbrekende of defecte pixels. Hierdoor kunnen deze schermen pixels bevatten die altijd branden (wit, rood, blauw of groen) of altijd uit (zwart) zijn. Dit is geen defect en heeft geen gevolgen voor beelden die zijn vastgelegd met dit apparaat. Bij helder licht kunnen beelden op de monitor moeilijk te zien zijn.
• Het herhaaldelijk in- en uitschakelen van de camera bij een volledig ontladen batterij verkort de gebruiksduur van de batterij. Batterijen die volledig ontladen zijn moeten vóór gebruik worden opgeladen. • De interne temperatuur van de batterij kan tijdens gebruik aanzienlijk stijgen. Het opladen van de batterij bij een hoge interne temperatuur heeft een negatieve invloed op de prestaties van de batterij, en de batterij wordt mogelijk niet of slechts gedeeltelijk opgeladen.
• Als u een volledig opgeladen batterij blijft opladen, kunnen de prestaties van de batterij afnemen. • Een aanmerkelijke daling van de tijd waarin een volledig opgeladen batterij zijn lading dient te behouden wanneer deze bij kamertemperatuur wordt gebruikt, duidt aan dat de batterij vervanging vereist. Koop een nieuwe EN-EL15-batterij. • Het meegeleverde netsnoer en de stekkeradapter zijn uitsluitend voor gebruik met de MH-25a. Gebruik de lader alleen met compatibele batterijen.
Belichtingsprogramma Het belichtingsprogramma voor automatisch programma (0 118) wordt weergegeven in de volgende grafiek: 12 14 f/1 16 15 f/1.4 16 1 /3 17 18 19 f/5.6 f/8 20 f/2.8 f/1.4 − f/16 Diafragma f/2 f/4 21 f/11 22 f/16 23 f/22 f/32 13 11 9 10 7 8 5 6 3 4 2 0 1 -1 -2 -4 -5 ] [ LW -3 ISO 100; objectief met maximaal diafragma van f/1.4 en minimaal diafragma van f/16 (bijv. AF 50mm f/1.
Problemen oplossen Functioneert de camera niet naar verwachting, kijk dan in de onderstaande lijst met veelvoorkomende problemen voordat u uw leverancier of een door Nikon geautoriseerde servicevertegenwoordiger raadpleegt. Batterij/Weergave De camera is aan maar reageert niet: Wacht totdat de opname is beëindigd. Zet de camera uit als het probleem zich blijft voordoen.
Opname Het aanzetten van de camera duurt lang: Wis bestanden of mappen. Ontspanknop uitgeschakeld: • Geheugenkaart is vergrendeld (alleen SD-kaarten; 0 22), vol of niet geplaatst (0 14). • Sluiter vergrendeld is geselecteerd voor Persoonlijke instelling f11 (Ontspannen bij geen kaart; 0 354) en er is geen geheugenkaart geplaatst (0 14). • Diafragmaring voor CPU-objectief niet vergrendeld op de hoogste f-waarde (niet van toepassing voor type G- en E-objectieven).
Kan scherpstelpunt niet selecteren: • Ontgrendel de vergrendeling van de scherpstelselectieknop (0 94). • Automatisch veld-AF of gezichtprioriteit-AF geselecteerd voor AFveldstand; kies andere stand (0 40, 90). • Camera bevindt zich in de weergavestand (0 235). • De menu’s zijn in gebruik (0 24). • Druk de ontspanknop half in om de stand-by-timer te starten (0 34). Kan AF-stand niet selecteren: • Draai de selectieknop voor de scherpstelstand naar AF (0 87).
Livebeeld wordt onverwachts beëindigd of start niet: Livebeeld kan automatisch worden beëindigd om schade aan de interne circuits van de camera te voorkomen, als: • de omgevingstemperatuur hoog is • de camera voor langere tijd in livebeeld of voor het opnemen van films is gebruikt • de camera langdurig in continue ontspanstanden is gebruikt Als livebeeld niet start wanneer u op de a-knop drukt, wacht dan totdat de interne schakelingen zijn afgekoeld en probeer het vervolgens opnieuw.
Foto’s zijn vlekkerig: Reinig de voorste en achterste objectiefelementen. Als het probleem aanhoud, voer dan reiniging van de beeldsensor uit (0 445). Kleuren zijn onnatuurlijk: • Kies een witbalans die past bij de lichtbron (0 148). • Pas de instellingen Picture Control instellen aan (0 170). Kan witbalans niet meten: Onderwerp is te donker of te licht (0 161). Beeld kan niet worden geselecteerd als bron voor voorinstelling witbalans: Beeld werd niet gecreëerd met D810 (0 167).
Weergave NEF (RAW)-afbeelding wordt niet weergegeven: Foto werd gemaakt bij beeldkwaliteit NEF + JPEG (0 80). Foto’s gemaakt met andere camera’s kunnen niet worden bekeken: Foto’s gemaakt met andere merken camera’s worden mogelijk onjuist weergegeven. Sommige foto’s worden niet weergegeven tijdens weergave: Selecteer Alle voor Weergavemap (0 281). “Staande” foto’s (portretstand) worden “liggend” (landschap) weergegeven: • Selecteer Aan voor Draai portret (0 288).
Kan geen foto voor afdrukken selecteren: NEF (RAW)- en TIFF-foto’s kunnen niet via een directe USB-verbinding worden afgedrukt. Zet de foto’s over naar een computer en druk af met behulp van ViewNX 2 (meegeleverd) of Capture NX-D (beschikbaar als download; 0 260). NEF (RAW)-foto’s kunnen worden opgeslagen in JPEG-formaat met behulp van NEF (RAW)verwerking (0 399). Foto wordt niet weergegeven op high-definition video-apparaat: Controleer of de HDMI-kabel aangesloten is (0 269).
Foutmeldingen Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de aanduidingen en foutmeldingen in de zoeker, het bedieningspaneel en de monitor. Aanduiding BedieningspaZoeker neel B (knippert) H d Probleem Diafragmaring is niet ingesteld op minimaal diafragma. Batterij bijna leeg. • Batterij is leeg. • Batterij kan niet worden gebruikt. Oplossing 0 Stel de ring in op minimaal diafragma (hoogste 23 f-waarde). Houd een volledig opgeladen reservebatterij 13, 19 bij de hand.
Aanduiding Bedieningspaneel Zoeker Probleem Geen objectief bevestigd, of objectief zonder CPU bevestigd zonder dat maximaal F diafragma is opgegeven. Diafragma wordt weergegeven in aantal stops vanaf maximaal diafragma. Camera kan niet FH — scherpstellen met (knippert) autofocus. Oplossing 0 Diafragmawaarde wordt weergegeven als maximaal diafragma is opgegeven. 229 Verander de compositie of stel handmatig scherp. 30, 100 • Gebruik een lagere ISOgevoeligheid. • Gebruik optioneel NDfilter.
Aanduiding Bedieningspaneel Zoeker Probleem A (knippert) A geselecteerd in belichtingsstand f. & (knippert) & geselecteerd in belichtingsstand f. 1 k Verwerking is bezig. (knippert) (knippert) Als de aanduiding na de c flits 3 sec. knippert, is de — (knippert) foto mogelijk onderbelicht. Onvoldoende geheugen om foto’s te maken bij de n huidige instellingen of j i/j geen bestands- of (knippert) (knippert) mapnummer meer beschikbaar op de camera. O (knippert) Camerastoring.
Aanduiding Monitor Geen geheugenkaart. Bedieningspaneel S Probleem Camera kan geen geheugenkaart vinden. • Fout bij toegang tot geheugenkaart. Kan deze geheugenkaart niet gebruiken. De kaart is mogelijk beschadigd. Plaats een andere kaart. W R i/j (knippert) • Kan geen nieuwe map maken. Oplossing 0 Zet de camera uit en controleer of de 14 geheugenkaart correct is geplaatst. • Gebruik een door Nikon 487 goedgekeurde kaart. • Controleer of de contacten — schoon zijn.
Aanduiding Monitor g Geheugenkaart is vergrendeld. Zet de vergrendeling in de schrijfstand. Niet beschikbaar als Eye-Fi- kaart is vergrendeld. Deze kaart is niet geformatteerd. Formatteer de kaart. Kan livebeeld niet starten. Even geduld. 470 Bedieningspaneel Probleem W, Camera kan geen R Eye-Fi-kaart (knippert) bedienen. W, Geheugenkaart is j vergrendeld (knippert) (schrijfbeveiligd). W, Eye-Fi-kaart is R, j vergrendeld (knippert) (schrijfbeveiligd).
Aanduiding Monitor Bedieningspaneel Map bevat geen beelden. — Alle beelden zijn verborgen. — Kan dit bestand niet weergeven. Kan dit bestand niet selecteren. — — Probleem Geen beelden op geheugenkaart of in map(pen) geselecteerd voor weergave. Alle foto’s in de huidige map zijn verborgen. Bestand is gemaakt of gewijzigd met een computer of een camera van een ander merk, of het bestand is beschadigd. Het geselecteerde beeld kan niet worden geretoucheerd.
Aanduiding Monitor Bedieningspaneel Probleem Controleer de printer. — Printerfout. Controleer het papier. — Papier in printer heeft niet het geselecteerde formaat. Het papier zit vast. — Het papier is op. — Controleer de inkt. — De inkt is op. — 0 263 * Plaats papier van het juiste formaat en selecteer 263 * Doorgaan. Verwijder vastgelopen Papier zit vast in de papier en selecteer printer. Doorgaan. Plaats papier van het Geen papier meer in geselecteerde formaat en de printer.
Specificaties ❚❚ Nikon D810 digitale camera Type Type Objectiefvatting Effectieve beeldhoek Digitale spiegelreflexcamera Nikon F-vatting (met AF-koppeling en AF-contacten) Nikon FX-formaat Effectieve pixels Effectieve pixels 36,3 miljoen Beeldsensor Beeldsensor Totaal aantal pixels Stofreductiesysteem Opslag Beeldformaat (pixels) 35,9 × 24,0 mm CMOS-sensor 37,09 miljoen Reiniging beeldsensor, referentiegegevens voor stofverwijdering (optionele software Capture NX-D vereist) • FX (36 × 24) beeldveld 7.
Opslag Beeldformaat (pixels) • FX-formaat foto's gemaakt in filmlivebeeld 6.720 × 3.776 (L) 5.040 × 2.832 (M) 3.360 × 1.888 (S) • DX-formaat foto's gemaakt in filmlivebeeld 4.800 × 2.704 (L) 3.600 × 2.024 (M) 2.400 × 1.352 (S) Opmerking: Foto's gemaakt in filmlivebeeld hebben een beeldverhouding van 16 : 9. Een DX-gebaseerd formaat wordt gebruikt voor foto's die zijn gemaakt met behulp van het DX (24 × 16) 1,5× beeldveld; een FX-gebaseerd formaat wordt voor alle andere foto's gebruikt.
Zoeker Zoeker Beelddekking Vergroting Oogafstand Dioptrieregelaar Scherpstelscherm Reflexspiegel Voorbeeld scherptediepte Objectiefdiafragma Spiegelreflexzoeker met pentaprisma op ooghoogte • FX (36 × 24): Ca. 100% horizontaal en 100% verticaal • 1,2× (30 × 20): Ca. 97% horizontaal en 97% verticaal • DX (24 × 16): Ca. 97% horizontaal en 97% verticaal • 5 : 4 (30 × 24): Ca. 97% horizontaal en 100% verticaal Ca. 0,7× (50 mm f/1.
Sluiter Type Elektronisch gestuurde verticaal aflopende mechanische filmvlaksluiter; elektronische eerstegordijnsluiter beschikbaar in ontspanstand spiegel omhoog 1/8.000–30 sec. in stappen van 1/3, 1/2 of 1 LW, bulb, tijd, Snelheid X250 Flitssynchronisatiesnelheid X = 1/250 sec.; synchroniseert met sluiter bij 1/320 sec. of langer (flitsbereik neemt af bij snelheden tussen 1/250 en 1/320 sec.
Belichting Lichtmeting Lichtmeetmethode Bereik (ISO 100, f/1.4 objectief, 20 °C) Lichtmeterkoppeling Belichtingsstand Belichtingscorrectie Belichtingsbracketing Flitsbracketing Witbalansbracketing DDL-lichtmeting met behulp van een RGB-sensor met circa 91 K (91.
Belichting ADL-bracketing 2 beelden gebruikmakend van geselecteerde waarde voor één beeld of 3–5 beelden met vooringestelde waarden voor alle beelden Belichtingsvergrendeling Helderheid vergrendeld bij een gedetecteerde waarde met A AE-L/AF-L-knop ISO-gevoeligheid ISO 64–12.800 in stappen van 1/3, 1/2 of 1 LW. Kan (aanbevolen tevens worden ingesteld op ca. 0,3, 0,5, 0,7 of 1 LW belichtingsindex) (ISO 32 equivalent) onder ISO 64 of tot ca. 0,3, 0,5, 0,7, 1 of 2 LW (ISO 51.200 equivalent) boven ISO 12.
Flitser Ingebouwde flitser Flitserregeling Flitsstand Flitscorrectie Flitsgereedaanduiding Accessoireschoen Nikon Creatief Verlichtingssysteem (CVS) Synchronisatieaansluiting Witbalans Witbalans Handmatige pop-up met knopontgrendeling en een richtgetal van 12, 12 met handmatige flitser (m, ISO 100, 20 °C) DDL: i-DDL-flitserregeling met behulp van een RGBsensor met circa 91 K (91.
Livebeeld Standen Objectiefscherpstelling AF-veldstand Autofocus Film Lichtmeting Livebeeldfotografie (foto’s), filmlivebeeld (films) • Autofocus (AF): Enkelvoudige servo-AF (AF-S); fulltimeservo-AF (AF-F) • Handmatige scherpstelling (M) Gezichtprioriteit-AF, breedveld-AF, normaal veld-AF, AF met meevolgende scherpstelling Contrastdetectie-AF overal in beeld (camera selecteert automatisch het scherpstelpunt wanneer gezichtprioriteit-AF of AF met meevolgende scherpstelling is geselecteerd) DDL-belichting
Film ISO-gevoeligheid Overige opties Monitor Monitor Weergave Weergave • Belichtingsstanden e, f en g: Automatische instelling voor ISO-gevoeligheid (ISO 64 tot Hi 2) met selecteerbare bovengrens • Belichtingsstand h: Automatische instelling voor ISOgevoeligheid (ISO 64 tot Hi 2) beschikbaar met selecteerbare bovengrens; handmatige selectie (ISO 64 tot 12.800 in stappen van 1/3, 1/2 of 1 LW) met aanvullende opties beschikbaar equivalent aan circa 0,3, 0,5, 0,7, 1 of 2 LW (ISO 51.
Interface USB SuperSpeed USB (USB 3.
Voedingsbron Batterij Battery pack Lichtnetadapter Statiefaansluiting Statiefaansluiting Afmetingen/gewicht Afmetingen (B × H × D) Gewicht Gebruiksomgeving Temperatuur Luchtvochtigheid Een oplaadbare Li-ionbatterij EN-EL15-batterij Optionele MB-D12 multifunctionele battery pack met één oplaadbare Nikon EN-EL18a-batterij of EN-EL18 Li-ionbatterij (apart verkrijgbaar), één oplaadbare Nikon EN-EL15 Li-ionbatterij of acht AA alkaline-, Ni-MH- of lithiumbatterijen.
MH-25a batterijlader Nominale invoer Nominale uitvoer Ondersteunde batterijen Oplaadtijd AC 100–240 V, 50/60 Hz, 0,23–0,12 A DC 8,4 V/1,2 A Nikon EN-EL15 oplaadbare Li-onbatterijen Ca. 2 uur en 35 minuten bij een omgevingstemperatuur van 25 °C wanneer de batterij leeg is 0 °C–40 °C Ca. 95 × 33,5 × 71 mm, exclusief uitstekende delen Gebruikstemperatuur Afmetingen (B × H × D) Lengte van het netsnoer Ca. 1,5 m (indien meegeleverd) Gewicht Ca.
A Ondersteunde normen • DCF-versie 2.0: De Design Rule for Camera File System (DCF) (ontwerpnormen voor camerabestandssystemen) is een algemeen erkende norm voor digitale camera’s waarmee de compatibiliteit tussen de verschillende cameramerken wordt gewaarborgd. • DPOF: Digital Print Order Format (DPOF) is een industriestandaard die het mogelijk maakt foto’s af te drukken op basis van een afdrukopdracht die is opgeslagen op de geheugenkaart. • Exif-versie 2.
A FreeType-licentie (FreeType2) Delen van deze software zijn auteursrechtelijk beschermd © 2012 The FreeType Project (http://www.freetype.org). Alle rechten voorbehouden. A MIT-licentie (HarfBuzz) Delen van deze software zijn auteursrechtelijk beschermd © 2014 The HarfBuzz Project (http://www.freedesktop.org/wiki/Software/HarfBuzz). Alle rechten voorbehouden.
Goedgekeurde geheugenkaarten De camera accepteert de SD- en CompactFlash-geheugenkaarten vermeld in de volgende paragrafen. Andere geheugenkaarten zijn niet getest. Voor meer informatie over hieronder vermelde kaarten kunt u contact opnemen met de fabrikant. ❚❚ SD-geheugenkaarten De volgende kaarten zijn getest en goedgekeurd voor gebruik in de camera. Kaarten met klasse 6 of snellere schrijfsnelheden worden aanbevolen voor opnemen van films.
❚❚ CompactFlash-geheugenkaarten De volgende Type I CompactFlash-geheugenkaarten zijn getest en goedgekeurd voor gebruik in de camera. Kaarten met een schrijfsnelheid van 30 MB/sec. (200×) worden aanbevolen voor filmopnamen. Bij lagere snelheden worden films mogelijk ongelijkmatig afgespeeld en kan de opname onverwacht worden beëindigd. Type-II kaarten en microdrives kunnen niet worden gebruikt.
Capaciteit geheugenkaart De volgende tabel toont het geschatte aantal foto’s dat kan worden opgeslagen op een 16 GB SanDisk SDCFXPS-016G-J92-kaart bij verschillende instellingen voor beeldkwaliteit (0 79), beeldformaat (0 83) en beeldveld (0 74).
❚❚ DX (24 × 16) Beeldveld * Beeldkwaliteit NEF (RAW), compressie zonder verlies, 12-bits NEF (RAW), compressie zonder verlies, 14-bits NEF (RAW), gecomprimeerd, 12-bits NEF (RAW), gecomprimeerd, 14-bits NEF (RAW), ongecomprimeerd, 12-bits NEF (RAW), ongecomprimeerd, 14-bits Beeldformaat Bestandsgrootte 1 Aantal Buffercapaciteit 2 beelden 1 Groot 14,6 MB 580 100 Groot 18,3 MB 453 97 Groot 13,3 MB 777 100 Groot 16,4 MB 653 100 Groot 24,4 MB 580 78 Klein 16,4 MB 1.
1 Alle cijfers zijn benaderingen. De bestandsgrootte wisselt met het opgenomen onderwerp. 2 Maximum aantal opnamen dat kan worden opgeslagen in het buffergeheugen bij ISO 100. Neemt af als Optimale kwaliteit is geselecteerd voor JPEG/TIFF-opname > JPEGcompressie, ISO-gevoeligheid is ingesteld op Hi 0,3 of hoger, of als automatische vertekeningscorrectie of ruisonderdrukking met lange tijdopname aan is.
Gebruiksduur van de batterij Het aantal filmopnamen of gewone opnamen dat kan worden vastgelegd met een volledig opgeladen batterij, varieert afhankelijk van de staat van de batterij, de temperatuur, het interval tussen opnamen en de tijdsduur dat menu’s worden weergegeven. In het geval van AA-batterijen varieert de capaciteit eveneens per merk en de opslagomstandigheden; sommige batterijen kunnen niet worden gebruikt.
1 Gemeten bij 23 °C (±2 °C) met een AF-S NIKKOR 24–120mm f/4G ED VR-objectief onder de volgende testomstandigheden: objectief loopt van oneindig naar minimaal bereik en één foto gemaakt op basis van standaardinstellingen elke 30 sec.; flitser flitst bij elke volgende opname. Livebeeld niet gebruikt. 2 Gemeten bij 20 °C met een AF-S NIKKOR 70–200mm f/2.
Objectieven die de ingebouwde flitser en AF-hulpverlichting kunnen blokkeren De objectieven vermeld in dit hoofdstuk kunnen onder bepaalde omstandigheden de ingebouwde flitser en AF-hulpverlichting blokkeren. ❚❚ AF-hulpverlichting AF-hulpverlichting is niet beschikbaar voor de volgende objectieven: • AF-S VR Nikkor 200mm f/2G IF-ED • AF-S NIKKOR 200mm f/2G ED VR II • AF-S VR Zoom-Nikkor 200–400mm f/4G IF-ED • AF-S NIKKOR 200–400mm f/4G ED VR II • AF-S NIKKOR 300mm f/2.
Het volgende kan de verlichting blokkeren op afstanden van minder dan 1,5 m: • AF-S DX NIKKOR 55–300mm f/4.5–5.6G ED VR • AF-S VR Zoom-Nikkor ED 70–200mm f/2.8G (IF) • AF-S NIKKOR 70–200mm f/2.8G ED VR II • AF Zoom-Nikkor 70–300mm f/4–5.6G • AF Zoom-Nikkor 80–200mm f/2.8D ED • AF-S Zoom-Nikkor 80–200mm f/2.8D IF-ED • AF-S NIKKOR 80–400mm f/4.5–5.6G ED VR Het volgende kan de verlichting blokkeren op afstanden van minder dan 2,3 m: • AF VR Zoom-Nikkor 80–400mm f/4.5–5.
❚❚ De ingebouwde flitser De ingebouwde is mogelijk niet in staat het gehele onderwerp te belichten met de volgende objectieven op afstanden die korter zijn dan hieronder aangegeven: Objectief DX AF-S DX Zoom-Nikkor 12–24mm f/4G IF-ED AF-S DX Zoom-Nikkor 17–55mm f/2.8G IF-ED AF-S DX NIKKOR 18–300mm f/3.5–5.6G ED VR AF-S NIKKOR 16–35mm f/4G ED VR AF-S Zoom-Nikkor 17–35mm f/2.8D IF-ED AF Zoom-Nikkor 18–35mm f/3.5–4.5D IF-ED AF Zoom-Nikkor 20–35mm f/2.8D IF FX AF-S NIKKOR 24–70mm f/2.
Bij gebruik met de AF-S NIKKOR 14–24mm f/2.8G ED is de flitser niet in staat om het gehele beeld op alle afstanden te belichten. De ingebouwde flitser kan ook worden gebruikt voor AI-S, AI-, AI-gewijzigde NIKKOR en Nikon-serie E-objectieven zonder CPU met een brandpuntsafstand van 24–300 mm. AI 50–300mm f/4.5, gewijzigde AI 50–300mm f/4.5 en AI-S 50–300mm f/4.5 EDobjectieven moeten worden gebruikt bij een zoomstand van 180 mm of hoger en AI 50–300mm f/4.
Index Symbolen e (Automatisch programma)............. 118 z (Aanduiding flexibel programma)..... 118 f (Sluitertijdvoorkeuze)....................... 119 g (Diafragmavoorkeuze) ..................... 120 h (Handmatig)......................................... 121 S................................................................... 102 T........................................................102, 321 U................................................................. 102 J .......................................
ADL-bracketing .............................143, 338 AE & flits (Inst. voor autom. bracketing) 133, 338 AE-vergrend. ontspanknop................319 AF.......................... 39–41, 87–99, 306–314 AF-activering ...........................................308 AF-C ..................................................... 87, 306 Afdrukken................................................. 263 Afdrukken (DPOF)..................................266 Afdrukken starten.........................
Breedveld-AF..............................................40 Buffergeheugen ..................................... 105 Bulb....................................................121, 123 C Camera Control Pro 2........................... 441 Capaciteit geheugenkaart.................. 489 Capture NX-D ................................... 80, 369 Centrale knop multi-selector............. 341 Centrumgerichte meting...........114, 317 Commanderstand ........................331, 334 Communicatie-eenheid .............
Flitserregeling ingeb. flitser ...............331 Flitsgereedaanduiding 7, 189, 199, 337, 433, 479 Flitslicht (Witbalans) ............................. 148 Flitsstand...................................................191 Flitssynchronisatie-aansluiting......... 429 Flitssynchronisatiesnelheid......329, 330, 460 Flitswaardevergrendeling .................. 198 Fn-knop .............................................343, 361 Fn-knop afstandsb. (WR) toew.......... 357 Focus-tracking ...............................
J M JPEG ...............................................................79 JPEG Basis ....................................................79 JPEG Fijn.......................................................79 JPEG Normaal.............................................79 JPEG/TIFF-opname................................ 295 JPEG-compressie.......................................81 M (Handmatige scherpstelling) ........ 100 M (middel).............................................60, 83 Matrixmeting .............
Onderdrukking windruis (Filminstellingen) ................................... 63 Ongecomprimeerd (Type).................... 81 Ontspanknop ......... 30, 96, 128, 319, 364 Ontspannen bij geen kaart ................353 Ontspanstand .........................................102 Op hoge lichten gerichte lichtmeting... 114 Opeenvolgende nummering ............ 324 Opnamegegevens.................................243 Opnamemenu.........................................290 Opnamesnelheid CL-stand ................
504 Spot............................................................. 114 Spot-witbalans........................................ 163 Stand spiegel omhoog ...............103, 108 Standaard (Picture Control instellen) .... 170 Standaard i-DDL-flitser voor digitale SLR....................................................194, 430 Standaardinstellingen.................206, 272 Standaardinstellingen herstellen.... 206, 272 Stand-by-timer .......................34, 234, 319 Stap belichtings-/flitscorr. ...........
Z Zacht...........................................................394 Zelfontspanner .................... 103, 106, 319 Zoeker.............................................6, 17, 475 Zoekerbeeldscherpte.................... 17, 438 Zoekeroculair ................................... 23, 106 Zomertijd........................................... 18, 372 Zoomweergave ...................................... 248 Zwart-wit (Monochroom) ...................
Garantievoorwaarden - Nikon Europees garantiebewijs Beste Nikon-klant, Hartelijk bedankt voor uw aanschaf van dit Nikon-product. In het geval dat uw Nikon-product onder garantie moet worden gerepareerd, dient u contact op te nemen met de leverancier waar u het product hebt gekocht of een lid van ons servicenetwerk binnen de verkoopregio van Nikon Europe BV (Europa/Afrika en Rusland).
2.
4. Dit garantiebewijs heeft geen betrekking op de wettelijke rechten van de consument volgens de toepasselijke nationale wetten die van kracht zijn, noch op het wettelijk recht van de consument tegenover de verkoper voortkomend uit zijn/haar koop/aanschaf-contract. Mededeling: Een overzicht van alle erkende Nikon onderhoudsdiensten vindt u online via deze koppeling (URL = http://www.europe-nikon.com/service/).
Q0920FM_EU(Nl)01_web_cover.fm Page 1 Wednesday, June 25, 2014 2:02 PM Deze handleiding mag op geen enkele manier volledig of gedeeltelijk (behalve voor korte citaten in kritische artikelen of besprekingen) worden gereproduceerd zonder de schriftelijke toestemming van NIKON CORPORATION. DIGITALE CAMERA Gebruikshandleiding Nl_01 Nl SB4G01(1F) 6MB2531F-01 Nikon Manual Viewer 2 Gebruik de Nikon Manual Viewer 2 app om altijd en overal handleidingen te bekijken op uw smartphone of tablet.