Installation Instructions
105
Hoofdstuk 4 De Performancefuncties gebruiken
■ De functie van de
voetschakelaar veranderen
U kunt uit de volgende functies kiezen om toe te wijzen aan
de voetschakelaar aan de rechter of linkerkant van het
expressiepedaal .
1. Druk op <Sound/Kbd> op het hoofdscherm.
Het Sound/Keyboard scherm verschijnt.
2. Druk op <Controller>.
Het Controller scherm verschijnt.
3. Druk op <><> om naar het L Foot
Switch of R Foot Switch scherm te gaan.
4. Druk op de <L Foot Switch> of <R Foot Switch>
instelling.
5. Druk op < >< > om de instelling te
veranderen.
6. Druk op <Exit>.
NOTE
Als de instelling ‘Regist Shift (Registration Shift)’ uit het
Utility menu (p. 106) op ‘RIGHT’ of ‘LEFT’ of ‘RIGHT + Load
next’ staat, zal de voetschakelaar ingesteld zijn op het
schakelen tussen registraties. De instelling van de rechter
Beschikbare functies Beschrijving
ROTARY FAST/SLOW
Wissel de roterende snelheid
tussen ‘FAST’ en ‘SLOW’.
GLIDE
Terwijl de voetschakelaar wordt
ingedrukt, zal de toonhoogte tij-
delijk verlaagd worden. Na het
loslaten van de voetschakelaar
keert de normale toonhoogte
terug. Wanneer de stroom inge-
schakeld is, wordt het Glide
effect toegepast op de klanken
van alle secties die op het boven-
ste keyboard afgespeeld worden.
LEADING BASS
De leading bass functie (p. 62) zal
alleen werken als u de voetscha-
kelaar in blijft drukken.
RHYTHM START/STP Starten/Stoppen van het ritme.
COMP PLAY/STOP
Dezelfde functie als de Compo-
ser [Play/Stop] knop. Elke keer,
dat u de voetschakelaar indrukt,
zal de song data afspelen of stop-
pen.
INTRO/ENDING Speelt een intro of een einde af.
FILL IN TO VAR
Na het invoegen van een Fill-in
zal het geluid naar een variatie-
patroon schakelen.
FILL IN TO ORIG
Na het invoegen van een Fill-in
zal het geluid naar het originele
patroon schakelen.
ORCHESTRATOR
Schakelt de Style Orchestrator
knop. Als de Style Orchestrator
[Basic] knop of [Advanced2]
knop geselecteerd is, zullen de
[Basic] en [Advanced2] knoppen
geschakeld worden. Als de
[Advanced1] knop of de [Full]
knop geselecteerd is, zullen de
[Advanced1] en [Full] knoppen
geschakeld worden.
BREAK
Stopt het ritme aan het einde van
de maat.
DAMPER OF UPPER
Noten, die op het bovenste toet-
senbord gespeeld worden, zullen
alleen aanhouden als u doorgaat
met het indrukken van de voet-
schakelaar.
DAMPER OF LOWER
Noten, die op het onderste toet-
senbord gespeeld worden, zullen
alleen aanhouden als u doorgaat
met het indrukken van de voet-
schakelaar.










