Installation Instructions
104
Hoofdstuk 4 De Performancefuncties gebruiken
Het gebruik van de voetschakelaar
Aan elke kant van het expressiepedaal zitten twee voetschakelaars.
Verschillende functies zijn toegewezen aan elk van deze twee
voetschakelaars.
fig.04-07
Met de fabrieksinstellingen zijn de volgende functies aan de linker en
rechter voetschakelaars toegewezen.
U kunt functies, die aan de voetschakelaar toegewezen zijn, opslaan onder
individuele registratieknoppen (p. 80).
Rechter
voetschakelaar
Wissel het Rotatie effect tussen langzaam/snel.
Als Rotary ingeschakeld is, wisselt het Rotary effect elke
keer dat u op de schakelaar drukt tussen ‘Fast’ en ‘Slow’.
Linker
voetschakelaar
Overgangsklank (een effect waarbij de toonhoogte
wordt verlaagd met een halve toon, terwijl de voet-
schakelaar wordt ingedrukt en die weer teruggaat
naar wat het origineel was, wanneer u uw voet loslaat).
Terwijl u de voetschakelaar ingedrukt houdt, wordt de
toonhoogte tijdelijk verlaagd. Wanneer u de voetschake-
laar loslaat, keert de toonhoogte geleidelijk terug naar de
oorspronkelijke waarde.
U kunt ook de functies ver-
anderen die aan de linker
en rechter voetschakelaars
toegewezen zijn. Zie ‘De
functie van de voetscha-
kelaar veranderen’
(p. 105).
Het Glide effect wordt
alleen op het keyboard
gedeelte toegepast dat
ingesteld is als de bestem-
ming voor de Pitch bend/
Vibrato hendel. Zie ‘Het
keyboard selecteren
waarop de Pitch Bend/
Vibrato hendel effect
heeft’ (p. 171).
NOTE
Als ‘Regist Shift’ op
‘RIGHT’, ‘LEFT’ of ‘RIGHT
+Load Next’ is ingesteld,
dient de voetschakelaar
alleen om van registratie te
wisselen (p. 106).










