Operation Manual
36
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle gebruiksstanden)/Een opnamestand kiezen
In de opnamestand regelt u hoe de camera foto's maakt: een per keer, in een continu-serie, met een
bepaalde vertraging, of met een afstandsbediening,
1.Gemiddelde beeldfrequentie bij handmatige scherpstelling, handmatige belichting of sluitertijdvoorkeuze, een
sluitertijd van½
50 sec. of korter en voldoende ruimte in de geheugenbuffer.
Om een opnamestand te kiezen drukt u op de knop totdat de gewenste instelling verschijnt.
Een opnamestand kiezen
Gebruikte bedieningsorganen: knop
Stand Beschrijving
Enkelbeeld
De camera maakt één foto per keer dat de ontspanknop wordt ingedrukt. Tijdens het
opnemen van de foto brandt het toegangslampje; de volgende opname kan meteen
worden gemaakt, mits er voldoende ruimte in het buffergeheugen is.
Continu
De camera maakt foto’s met een snelheid tot drie beelden per seconde
1
zolang de ont-
spanknop ingedrukt wordt gehouden.
Zelfontspanner
Voor zelfportretten of voor de vermindering van onscherpte die wordt veroorzaakt door
trilling van de camera ( 37).
Vertraagd ont-
spannen op
afstand
Optionele ML-L3 afstandsbediening vereist. Voor zelfportretten ( 38).
Afstandsbedie-
ning met snelle
reactie
Optionele ML-L3 afstandsbediening vereist. Om onscherpte te voorkomen die wordt
veroorzaakt door cameratrilling ( 38).
Buffercapaciteit
Het aantal beelden dat bij de huidige instellingen kan worden opgeslagen in het
buffergeheugen verschijnt in de opnametellers in de zoeker en het LCD-venster als
de ontspanknop wordt ingedrukt. Dit aantal wordt geactualiseerd als foto’s wor-
den weggeschreven naar de geheugenkaart en er meer geheugen beschikbaar
komt in de buffer. Verschijnt 0, dan is de buffer vol en verloopt het fotograferen tra-
ger. Er kunnen maximaal 100 opnamen achtereen worden gemaakt. Zie de Bijlage
voor meer informatie ( 138).
Het toegangslampje naast de kaartsleuf brandt als de foto's op de geheugenkaart worden opgeslagen. Zolang het
toegangslampje brandt, mag u de geheugenkaart niet verwijderen en de voeding niet verwijderen of loskoppelen. Als u
de camera uitzet terwijl er nog gegevens aanwezig zijn in de buffer, wordt de camera pas werkelijk uitgeschakeld
als alle foto's in de buffer zijn opgeslagen.










