Gebruikshandleiding

Table Of Contents
123
Belichting
Kies hoe de camera de belichting instelt in de standen P, S, A en M (in
andere standen selecteert de camera de lichtmeetmethode
automatisch).
Lichtmeting (alleen standen P, S, A en M)
Optie Beschrijving
a
Matrix: Produceert natuurlijke resultaten in de meeste situaties.
Camera meet een breed veld van het beeld en stelt de belichting in
volgens de verdeling van toonwaarden, kleur, compositie en met
type G-, E- of D-objectieven (0 280), afstandsinformatie
(3D-kleurenmatrixmeting III; met andere CPU-objectieven gebruikt
de camera kleurenmatrixmeting III, waarbij geen gebruik kan
worden gemaakt van 3D-afstandsinformatie).
Z
Centrumgericht: Camera meet het gehele beeld maar wijst het
grootste gewicht toe aan het middelste veld (grootte van het veld
voor zoekerfotografie kan worden geselecteerd met behulp van
Persoonlijke instelling b5, Centrumgericht meetveld, 0 262).
Klassieke meter voor portretten; aanbevolen bij het gebruik van
filters met een belichtingsfactor (filterfactor) van meer dan 1×.
b
Spot: Camera meet een cirkel gecentreerd op het huidige
scherpstelpunt, waardoor het mogelijk is onderwerpen buiten het
centrum te meten (als automatisch veld-AF actief is, zal de camera
het middelste scherpstelpunt meten). Diameter van cirkel voor
zoekerfotografie is 3,5 mm of circa 2,5% van het beeld. Zorgt ervoor
dat het onderwerp correct belicht wordt, ook als de achtergrond
veel helderder of donkerder is.
4
Op hoge lichten gericht: Camera wijst het grootste gewicht toe aan
hoge lichten. Gebruik om het verlies van detail in hoge lichten te
verminderen, bijvoorbeeld bij het fotograferen van een uitgelichte
artiest op een podium.