DIGITALE CAMERA Naslaggids • Lees deze handleiding grondig door voordat u de camera gebruikt. • Om correct gebruik van de camera te verzekeren, vergeet niet “Voor uw Veiligheid” te lezen (pagina xiii). • Bewaar deze handleiding na het lezen op een gemakkelijk toegankelijke plaats voor later gebruik.
Your images. The world. Connected Welkom bij SnapBridge — de nieuwe servicesfamilie van Nikon om uw beeldervaring te verrijken. SnapBridge elimineert de barrière tussen uw camera en compatibel smartapparaat, door middel van een combinatie van Bluetooth® lage energie (BLE)-technologie en een speciale app. De verhalen die u met uw Nikon-camera en objectieven vastlegt, worden tijdens het maken automatisch naar het apparaat overgezet.
De spannende beeldervaring die SnapBridge biedt… Automatische foto-overdracht van camera naar smartapparaat dankzij de constante verbinding tussen de twee apparaten — zo wordt online delen van foto’s gemakkelijker dan ooit tevoren Uploaden van foto's en miniatuurafbeeldingen naar de cloudservice van NIKON IMAGE SPACE Een reeks services die uw beeldbeleving verrijkt, inclusief: • Camera-afstandsbediening • Afdrukken van maximaal twee delen aftitelingsinformatie (bijv.
Lees alle aanwijzingen grondig door, zodat u zeker weet dat u de camera optimaal benut en bewaar de handleiding op een plaats waar iedereen die het product gebruikt deze kan lezen. Symbolen en conventies Om u te helpen de gewenste informatie gemakkelijker te vinden, worden de volgende symbolen en conventies gebruikt: D Dit pictogram staat bij waarschuwingen; informatie die moet worden gelezen voor gebruik om schade aan de camera te vermijden.
Inhoudsopgave Voor uw veiligheid .......................................................................... xiii Kennisgevingen .............................................................................. xvii Bluetooth en Wi-Fi (Draadloos LAN)........................................... xxii Inleiding 1 Kennismaking met de camera ......................................................... 1 De camerabody ............................................................................................
Basisfotografie en afspelen 47 “Richten-en-maken”-standen (i en j)....................................... 47 Basisweergave .................................................................................. 56 Ongewenste foto’s wissen...................................................................... 57 Instellingen die passen bij het onderwerp of de situatie (Onderwerpstand) k Portret ............................................................................................... l Landschap ...........
Speciale effecten 65 % Nachtzicht ........................................................................................ 65 S Superlevendig................................................................................. 66 T Pop..................................................................................................... 66 U Foto-illustratie ................................................................................ 66 ' Speelgoedcamera-effect...............................................
Standen P, S, A en M 118 Sluitertijd en diafragma ................................................................ 118 Stand P (Automatisch programma).................................................. 119 Stand S (Sluitertijdvoorkeuze) ............................................................ 121 Stand A (Diafragmavoorkeuze) .......................................................... 122 Stand M (Handmatig) .............................................................................
Films opnemen en bekijken 164 Films opnemen ............................................................................... 164 De P-knop .................................................................................................. 166 Filminstellingen ....................................................................................... 168 Time-lapse-films ............................................................................. 171 Films bekijken...............................................
Verbindingen 210 ViewNX-i installeren....................................................................... 210 Foto’s naar de computer kopiëren.............................................. 211 Foto’s afdrukken............................................................................. 214 De printer aansluiten............................................................................. 214 Foto’s één voor één afdrukken ..........................................................
A Aangepaste instellingen: Fijnafstelling camera-instellingen........ 233 Persoonlijke instellingen ...................................................................... 234 Herstel pers. instellingen .............................................................. 235 a: Autofocus.......................................................................................... 235 a1: Selectie AF-C-prioriteit............................................................ 235 a2: Aantal scherpstelpunten ...............
B Het setup-menu: Camera-instellingen ............................................ 257 Setup-menu-opties ................................................................................ 257 Geheugenkaart formatteren....................................................... 259 Beeldcommentaar .......................................................................... 260 Copyrightinformatie ...................................................................... 261 Tijdzone en datum..............................
N Het retoucheermenu: Geretoucheerde kopieën maken ................. 277 Retoucheermenu-opties....................................................................... 277 Geretoucheerde kopieën maken....................................................... 278 NEF (RAW)-verwerking .................................................................. 280 Bijsnijden ............................................................................................ 282 Formaat wijzigen......................................
Technische opmerkingen 305 Compatibele objectieven.............................................................. 305 Compatibele CPU-objectieven .......................................................... 305 Compatibele objectieven zonder CPU............................................ 308 Het Nikon Creatieve Verlichtingssysteem (CVS) ...................... 315 Overige accessoires........................................................................
Voor uw veiligheid Om schade aan eigendommen of letsel aan uzelf of anderen te voorkomen, lees “Voor uw veiligheid” in zijn geheel door alvorens dit product te gebruiken. Bewaar deze veiligheidsinstructies daar waar iedere gebruiker van dit product ze kan lezen. GEVAAR: Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen, gemarkeerd met dit pictogram, zorgt voor groot gevaar voor de dood of ernstig letsel.
• Kijk niet rechtstreeks in de zon of andere felle lichtbronnen door middel van het objectief of camera. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan beperkt gezichtsvermogen tot gevolg hebben. • Richt de flitser of AF-hulpverlichting niet op de bestuurder van een motorvoertuig. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan ongelukken tot gevolg hebben. • Houd dit product uit de buurt van kinderen.
• Schakel dit product uit wanneer het gebruik ervan verboden is. Schakel draadloze functies uit wanneer het gebruik van draadloze apparatuur verboden is. De radiofrequentie-emissies geproduceerd door dit product kunnen interfereren met apparatuur aan boord van vliegtuigen of in ziekenhuizen of andere medische faciliteiten. • Verwijder de accu en ontkoppel de lichtnetadapter als voor langere tijd geen gebruik wordt gemaakt van dit product.
WAARSCHUWING (Accu’s) • Houd accu’s buiten bereik van kinderen. Mocht een kind een accu inslikken, zoek dan onmiddellijk medische hulp. • Dompel accu’s niet onder in water en stel ze niet bloot aan regen. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand of een defect aan het product tot gevolg hebben. Droog het product onmiddellijk met een handdoek of gelijkwaardig voorwerp, mocht deze nat worden.
Kennisgevingen • Niets uit de handleidingen die bij dit • Nikon is niet aansprakelijk voor enige product horen, mag in enigerlei vorm schade die voortkomt uit het gebruik of op enigerlei wijze worden van dit product.
Mededeling betreffende het verbod op kopiëren en reproduceren Let erop dat alleen al het bezit van materiaal dat digitaal is gekopieerd of gereproduceerd door middel van een scanner, digitale camera of ander apparaat wettelijk strafbaar kan zijn.
Wegwerpen van opslagmedia Houd er rekening mee dat de oorspronkelijke beeldgegevens niet volledig worden verwijderd als u beelden wist of geheugenkaarten of andere opslagmedia formatteert. Met behulp van in de handel verkrijgbare software is het soms mogelijk verwijderde bestanden op weggeworpen opslagmedia alsnog te herstellen, wat misbruik van persoonlijke beeldgegevens tot gevolg kan hebben. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor de privacybescherming van dergelijke gegevens.
Gebruik uitsluitend elektronische accessoires van het merk Nikon Nikon-camera's zijn ontwikkeld volgens de hoogste standaards en bevatten complexe elektronische schakelingen.
D Gebruik uitsluitend accessoires van Nikon Alleen originele Nikon-accessoires die specifiek zijn bedoeld voor gebruik met uw Nikon digitale camera, zijn ontworpen en getest om te voldoen aan de geldende veiligheids- en functioneringsvoorschriften. HET GEBRUIK VAN NIET-ORIGINELE ACCESSOIRES KAN SCHADE AAN UW CAMERA TOT GEVOLG HEBBEN EN KAN UW GARANTIE DOEN VERVALLEN.
Bluetooth en Wi-Fi (Draadloos LAN) Dit product valt onder de United States Export Administration Regulations (EAR). Toestemming van de regering van de Verenigde Staten is niet vereist voor export naar andere landen dan de hier vermelde landen waarvoor op het moment van schrijven een embargo of speciale controles gelden: Cuba, Iran, Noord-Korea, Soedan en Syrië (lijst onderhevig aan veranderingen). Het gebruik van draadloze apparaten kan verboden zijn in sommige landen of regio’s.
Kennisgevingen voor klanten in Europa Hierbij verklaart Nikon Corporation dat de D5600 aan de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van Richtlijn 1999/5/EC voldoet. De conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op http://imaging.nikon.com/support/pdf/DoC_D5600.
xxiv
Inleiding Kennismaking met de camera Neem even de tijd om vertrouwd te raken met de bedieningen en weergaveschermen van de camera. Leg eventueel een boekenlegger in dit hoofdstuk, zodat u het gemakkelijk kunt terugvinden terwijl u de rest van de handleiding leest. De camerabody 18 5 4 3 2 1 6 7 8 9 10 17 16 15 11 12 13 14 1 AF-hulpverlichting................... 85, 237 10 Oogjes voor camerariem .................26 2 3 4 5 6 7 Zelfontspannerlampje..................... 80 11 Fn-knop ..............
19 20 21 22 23 24 28 27 31 26 30 25 29 19 Stereomicrofoon............................. 169 26 G-knop..........................42, 115, 220 20 Accessoireschoen (voor optionele 27 Luidspreker flitsers).............................................. 315 28 Filmvlakmarkering (E)....................96 21 Oogsensor ....................................8, 265 29 USB-aansluiting ..................... 211, 214 22 R (informatie)-knop .............6, 9, 115 30 Aansluiting voor externe microfoon 23 Instelschijf .....
47 32 33 34 35 36 37 38 39 40 46 48 49 50 45 44 43 42 41 51 32 Zoekeroculair .......................... 5, 41, 80 43 W/Q-knop........................43, 185, 196 33 Dioptrieregelaar................................ 41 44 X-knop..................................... 185, 196 34 K-knop...................................... 56, 184 45 Statiefaansluiting 35 P-knop............................... 12, 166, 187 46 Kantelbare monitor ........................13, 15, 47, 56, 184, 255 36 Multi-selector........
De standknop De camera biedt u de keuze uit de volgende opnamestanden.
De zoeker Opmerking: Alle aanduidingen in de weergave branden voor illustratieve doeleinden. 1 3 2 78 4 5 6 16 1 Raster (weergegeven wanneer Aan 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 is geselecteerd voor Persoonlijke instelling d3, Rasterweergave in zoeker) ........................................... 243 Scherpstelpunten ..............50, 90, 236 AF-veldhaakjes ............................41, 49 Waarschuwing lage accuspanning ..............................................................
De R (Informatie)-knop Druk op de R-knop om het informatiescherm te bekijken of door de weergaveopties te bladeren. ❚❚ Zoekerfotografie Om sluitertijd, diafragma, het aantal resterende opnamen, AF-veldstand en andere opname-informatie weer te geven in de monitor, druk op de R-knop. R-knop 1 2 6 7 3 4 5 1 Opnamestand i automatisch/ j automatisch (flitser uit) .......47 Onderwerpstanden ....................58 Stand speciale effecten..............65 Standen P, S, A en M .................
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 22 23 24 21 9 Aanduiding satellietsignaal ......... 269 20 Aanduiding AF-veldstand ...............87 10 Aanduiding Wi-Fi-verbinding...... 272 Scherpstelpunt..........................90, 236 Aanduiding Eye-Fi-verbinding .... 274 Aanduiding Bluetooth-verbinding ............................................................ 273 Vliegtuigmodus............................... 271 Toewijzing aanraak-Fn .................. 255 Aanduiding vignetteringscorrectie .................
A De monitor uitschakelen Om de opname-informatie van de monitor te wissen, druk op de R-knop of druk de ontspanknop half in. De monitor schakelt automatisch uit als er gedurende 8 seconden geen handelingen worden uitgevoerd (voor informatie over hoe lang de monitor ingeschakeld blijft, zie Timers automatisch uit op pagina 240). De monitor schakelt ook uit als u de oogsensor afdekt of door de zoeker kijkt.
❚❚ Livebeeld en filmstand Draai, om livebeeld te starten, aan de livebeeldschakelaar tijdens zoekerfotografie (0 47). U kunt dan op de R-knop drukken om door de weergaveopties te bladeren, zoals hieronder aangeduid.
Het livebeeldscherm q w e r t y Item u Beschrijving De stand die momenteel is q Opnamestand geselecteerd met de standknop. Wordt weergegeven wanneer Aan is Aanduiding handmatige geselecteerd voor Handmatige w filminstellingen filminstellingen in stand M. De resterende tijd voordat livebeeld automatisch eindigt. Wordt e Resterende tijd weergegeven als de opname in 30 sec. of minder wordt beëindigd.
i o !0 !1 !2 !3 Item Beschrijving Het beeldformaat voor films i Beeldformaat voor films opgenomen in de filmstand. De huidige scherpstelstand. o Scherpstelstand De huidige AF-veldstand. !0 AF-veldstand Geeft aan dat u geen films kunt !1 “Geen film”-pictogram opnemen. Resterende tijd De resterende opnametijd in de !2 (filmstand) filmstand. Duidt aan of de foto zal worden !3 Belichtingsaanduiding onder- of overbelicht bij de huidige instellingen (alleen M-stand).
De P-knop Om de instellingen onderaan het informatiescherm te wijzigen, druk op de P-knop, markeer vervolgens items met behulp van de multi-selector en druk op J om opties voor het gemarkeerde item te bekijken. U kunt de instellingen ook P-knop wijzigen door op de P-knop te drukken tijdens livebeeld.
De monitor De monitor kan worden gekanteld en gedraaid, zoals hieronder aangeduid. 180° 90° 180° Normaal gebruik: Vouw de monitor tegen de buitenzijde van de camera. Normaliter wordt de monitor in deze positie gebruikt. Fotograferen vanuit kikkerperspectief: Kantel de monitor omhoog om foto’s te maken in livebeeld met de camera omlaag gehouden. Fotograferen vanuit vogelperspectief: Kantel de monitor omlaag om foto’s te maken in livebeeld met de camera omhoog gehouden.
D De monitor gebruiken Draai de monitor voorzichtig binnen het aangegeven bereik. Oefen geen kracht uit. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen kan de camera of kaart beschadigen. Vouw de monitor omlaag tegen de camerabody om de monitor te beschermen wanneer de camera niet in gebruik is. Til of draag de camera niet met behulp van de monitor. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan de camera beschadigen.
Het aanraakscherm gebruiken De aanraakgevoelige monitor ondersteunt de volgende bewerkingen: Vegen Veeg met een vinger een klein eindje naar links of rechts over de monitor. Schuiven Schuif met de vinger over de monitor. Spreiden/knijpen Plaats twee vingers op de monitor en schuif ze uit elkaar of knijp ze samen.
D Het aanraakscherm Het aanraakscherm reageert op statische elektriciteit en reageert mogelijk niet wanneer het scherm wordt bedekt door in de handel verkrijgbare beschermfolies of bij aanraking met vingernagels of handen bedekt door handschoenen. Gebruik geen overmatige kracht en raak het scherm niet aan met scherpe voorwerpen.
Aanraakfotografie Tik op pictogrammen in de opnameweergave om camerainstellingen aan te passen (merk op dat niet alle pictogrammen reageren op aanraakbedieningen). Tijdens livebeeld kunt u bovendien foto’s maken door op de monitor te tikken. ❚❚ Zoekerfotografie Gebruik het aanraakscherm om instellingen aan te passen in het informatiescherm (0 6).
Opnameopties Tik, om de camera-instellingen te wijzigen (0 12), op het zpictogram in de rechterbenedenhoek van het scherm en tik vervolgens op pictogrammen om opties voor de desbetreffende instelling weer te geven. Tik op de gewenste optie om deze te selecteren en naar het vorige scherm terug te keren.
❚❚ Livebeeldfotografie Gebruik het aanraakscherm om foto’s te maken en instellingen aan te passen. Foto’s maken (aanraaksluiter) Tik op uw onderwerp in de monitor om scherp te stellen. De scherpstelling vergrendelt totdat u uw vinger van de monitor tilt om de foto te maken (merk op dat de aanraaksluiter niet kan worden gebruikt om scherp te stellen wanneer MF—handmatige scherpstelling—is geselecteerd voor de scherpstelstand). Voor meer informatie over aanraakscherpstelling, zie pagina 83.
D Foto’s maken met behulp van aanraakopname-opties De ontspanknop kan worden gebruikt om scherp te stellen en maak foto’s, zelfs wanneer het 3-pictogram wordt weergegeven om aan te duiden dat de aanraakopname-opties actief zijn. Gebruik de ontspanknop om foto’s te maken in continu-opnamestand (0 76) en tijdens filmopname. Aanraakopname-opties kunnen alleen worden gebruikt om één voor één foto’s te maken in continu-opnamestand en kunnen niet worden gebruikt om foto’s te maken tijdens filmopname.
Selectie van scène/effect In de scènestand en stand speciale effecten (0 58, 65) kunt u op het pictogram van de opnamestand tikken om een scène of effect te kiezen. Tik op x of y om verschillende opties te bekijken en tik op een pictogram om te selecteren en keer terug naar het vorige scherm. Sluitertijd en diafragma Tikken op sluitertijd of diafragma geeft de x- en y-bedieningen weer in de standen S, A en M, en kunt u erop tikken om een nieuwe waarde te kiezen.
Opnameopties Het indrukken van de P-knop of tikken op het z-pictogram in de monitor in livebeeld activeert het informatiescherm (0 12, 166). Tik op een instelling om opties te bekijken en tik vervolgens op de gewenste optie om deze te selecteren en keer terug naar livebeeld. Als u wordt gevraagd een waarde te kiezen, zoals rechts aangeduid, bewerk dan de waarde door op u of v te tikken en tik vervolgens op het getal of tik op 0 om te selecteren en keer terug naar het vorige scherm.
Foto’s bekijken Het aanraakscherm kan voor de volgende weergavebewerkingen (0 56, 184) worden gebruikt. Andere beelden bekijken Veeg naar links of rechts om andere foto’s te bekijken. Snel door andere beelden bladeren In schermvullende weergave kunt u de onderkant van de weergave aanraken om een beeldvoortgangsbalk weer te geven, schuif vervolgens uw vinger naar links of rechts om snel door andere beelden te bladeren.
Miniaturen bekijken Om “uit te zoomen” naar miniatuurweergave (0 185), gebruik een knijpbeweging in schermvullende weergave. Gebruik knijpen en spreiden om het aantal beelden te kiezen dat wordt weergegeven in 4, 12 of 80 foto’s. Films bekijken Tik op de gids op het scherm om filmweergave te starten (films worden aangeduid door een 1pictogram).
De menu’s gebruiken Het aanraakscherm kan voor de volgende menubewerkingen worden gebruikt. Bladeren Schuif omhoog of omlaag om te bladeren. Kies een menu Tik op een menupictogram om een menu te kiezen. Selecteer opties/pas instellingen aan Tik op menu-items om opties weer te geven en tik op pictogrammen of schuifbalken om te wijzigen. Tik op 1 om af te sluiten zonder instellingen te wijzigen.
Eerste stappen De camerariem bevestigen Bevestig de riem stevig aan de twee cameraoogjes. Laad de accu op Als er een stekkeradapter is meegeleverd, til de lichtnetstekker op en sluit de stekkeradapter volgens de afbeelding linksonder aan en zorg dat de stekker volledig in de aansluiting is geplaatst. Plaats de accu en steek de lader in het stopcontact. Een lege accu laadt in ongeveer een uur en 50 minuten volledig op.
Plaats de accu en een geheugenkaart Voordat de accu of geheugenkaarten worden geplaatst, controleer of de hoofdschakelaar in de OFF (UIT)-positie staat. Plaats de accu zoals aangeduid en gebruik de accu om de oranje batterijvergrendeling naar één zijde ingedrukt te houden. De vergrendeling vergrendelt de accu op zijn plaats zodra de accu volledig is geplaatst. Batterijvergrendeling Houd de geheugenkaart in de getoonde richting en schuif deze in totdat deze op zijn plaats klikt.
❚❚ De accu en geheugenkaarten verwijderen Geheugenkaarten verwijderen Zet, na controle of het toegangslampje van de geheugenkaart uit is, de camera uit, open het deksel van de geheugenkaartsleuf en druk op de kaart om deze uit te werpen (q). De kaart kan vervolgens handmatig worden verwijderd (w). 16GB De accu verwijderen Zet de camera uit en open het deksel van het batterijvak om de accu te verwijderen.
Open de monitor Open de monitor zoals aangeduid. Oefen geen kracht uit.
Bevestig een objectief Let goed op dat er geen stof in de camera komt wanneer het objectief of de bodydop is verwijderd. Het objectief dat doorgaans voor illustratieve doeleinden in deze handleiding wordt gebruikt is een AF-P DX NIKKOR 18–55mm f/3.5–5.6G VR. Verwijder de bodydop van de camera Verwijder de achterste objectiefdop Bevestigingsmarkering (camera) Leg de bevestigingsmarkeringen op één lijn Bevestigingsmarkering (objectief) Draai het objectief zoals aangeduid totdat deze op zijn plaats klikt.
A Objectieven met knoppen voor intrekbare objectiefcilinders Ontgrendel en verleng het objectief alvorens de camera te gebruiken. Houd de knop voor de intrekbare objectiefcilinder ingedrukt (q) en draai aan de zoomring zoals afgebeeld (w).
A Vibratiereductie (VR) Vibratiereductie kan worden ingeschakeld door Aan voor Optische VR te selecteren in het opnamemenu (0 232), indien het objectief deze optie ondersteunt, of door de objectiefschakelaar voor de vibratiereductie naar ON te zetten als het objectief is voorzien van een vibratiereductieschakelaar. Een vibratiereductie-aanduiding verschijnt in het informatiescherm zodra vibratiereductie aan is.
Camera instellen ❚❚ Instellen vanaf een smartphone of tablet Voordat u verder gaat, installeer eerst de SnapBridge app zoals beschreven aan de binnenkant van het voordeksel en schakel Bluetooth en Wi-Fi op uw smartphone of tablet (hieronder “smartapparaat”) in. Merk op dat de werkelijke camera- en smartapparaatweergaven kunnen verschillen van de hieronder getoonde weergaven. 1 Zet de camera aan. Er wordt een taalselectievenster weergegeven.
2 Druk op J wanneer het rechtervenster wordt weergegeven. Als u geen gebruik wenst te maken van een smartapparaat om de camera te configureren, druk dan op G (0 40). 3 Koppel de camera en het smartapparaat. • Android-apparaten met NFC-ondersteuning: Nadat is gecontroleerd of NFC is ingeschakeld op het smartapparaat, raak de camera H (N-Mark) aan naar de NFC-antenne op het smartapparaat om de SnapBridge app te starten.
4 Controleer de verificatiecode. Volg, na te hebben gecontroleerd of de camera en het smartapparaat dezelfde zescijferige verificatiecode weergeven, de onderstaande stappen om het koppelen te voltooien (merk op dat de Camera code mogelijk niet wordt weergegeven in sommige versies van iOS, echter dient u de onderstaande stappen te volgen, ook al wordt de code niet weergegeven). • Druk op de camera op J. • Tik op het smartapparaat op KOPPELEN (de naam van de knop verschilt per smartapparaat).
6 Volg de instructies op het scherm om het installatieproces te voltooien. Om locatiegegevens met foto’s vast te leggen, selecteer Ja wanneer hierom wordt gevraagd en schakel de locatiegegevensfuncties in zowel de SnapBridge app en op het smartapparaat zelf in (voor meer informatie, raadpleeg de documentatie meegeleverd met het smartapparaat).
A Wat SnapBridge voor u kan doen De SnapBridge app kan voor verschillende taken worden gebruikt zodra de camera met uw smartapparaat wordt gekoppeld. Voor meer informatie over de onderstaande functies, zie de online helpfunctie van SnapBridge.
Tips voor draadloze netwerken • Koppelen: Om de camera met een smartapparaat te koppelen (bijvoorbeeld met een nieuw apparaat of als u niet hebt gekozen om met een smartapparaat te koppelen tijdens setup), selecteer Instell. voor Verbinden met smartapparaat in het setup-menu van de camera en volg de instructies op pagina 34, te beginnen met Stap 3. De camera kan met maximaal vijf smartapparaten worden gekoppeld, maar kan slechts met één tegelijk verbinding maken.
❚❚ Instellen vanuit de cameramenu’s De cameraklok kan handmatig worden ingesteld. 1 Zet de camera aan. Er wordt een taalselectievenster weergegeven. Gebruik de multi-selector en J-knop om door de menu’s te navigeren. Hoofdschakelaar 1 Omhoog J-knop (selecteren) 4 Links 2 Rechts 3 Omlaag Multi-selector Druk op 1 en 3 om een taal te markeren en druk op J om te selecteren. De taal kan op elk moment worden gewijzigd met behulp van de optie Taal (Language) in het setup-menu.
2 Druk op G wanneer het rechtervenster wordt weergegeven. G-knop 3 Stel de cameraklok in. Gebruik de multi-selector en J-knop om de cameraklok in te stellen. q w Selecteer tijdzone e Selecteer datumnotatie r Selecteer optie zomertijd Stel tijd en datum in (merk op dat de camera een 24-uurs klok gebruikt) De klok kan op elk gewenst moment worden aangepast met behulp van de optie Tijdzone en datum > Datum en tijd in het setup-menu.
Stel de zoeker scherp Draai, na het verwijderen van de objectiefdop, aan de dioptrieregelaar totdat de AF-veldhaakjes scherp in beeld zijn. Let op dat u niet uw vingers of vingernagels in uw oog steekt wanneer u de regelaar bedient met uw oog tegen de zoeker. AFveldhaakjes Zoeker niet scherp in beeld Zoeker scherp in beeld De camera is nu klaar voor gebruik. Ga verder naar pagina 47 voor meer informatie over het maken van foto’s.
Tutorial Cameramenu’s: Een overzicht De meeste opname-, weergave- en instellingenopties zijn toegankelijk via de cameramenu's. Druk op de G-knop om de menu’s te bekijken. G-knop Tabs Kies uit de volgende menu’s: • D: Weergave (0 220) • C: Opname (0 223) • A: Persoonlijke instellingen (0 233) • B: Instellingen (0 257) • N: Retoucheren (0 277) • m/O: Recente instellingen of Mijn Menu (standaard ingesteld op Recente instellingen; 0 300) Schuifregelaar toont positie in huidig menu.
Cameramenu’s gebruiken ❚❚ Menubedieningen De multi-selector en J-knop worden gebruikt om door de cameramenu’s te navigeren.
❚❚ Door de menu’s navigeren Volg de onderstaande stappen om door de menu’s te navigeren. 1 Geef de menu’s weer. Druk op de G-knop om de menu’s weer te geven. G-knop 2 Markeer het pictogram voor het huidige menu. Druk op 4 om het pictogram voor het huidige menu te markeren. 3 Selecteer een menu. Druk op 1 of 3 om het gewenste menu te selecteren. 4 Plaats de cursor in het geselecteerde menu. Druk op 2 om de cursor in het geselecteerde menu te plaatsen.
5 Markeer een menu-item. Druk op 1 of 3 om een menu-item te markeren. 6 Geef opties weer. Druk op 2 om opties voor het geselecteerde menuitem weer te geven. 7 Markeer een optie. Druk op 1 of 3 om een optie te markeren. 8 Selecteer het gemarkeerde item. Druk op J om het gemarkeerde item te selecteren. Druk op de G-knop om af te sluiten zonder een selectie te maken. Let op het volgende: • Menu-items die grijs worden weergegeven, zijn momenteel niet beschikbaar.
Het accuniveau en het aantal resterende opnamen Druk op de R-knop en controleer het accuniveau en het aantal resterende opnamen in het informatiescherm. Accuniveau R-knop Aantal resterende opnamen Accuniveau Als de accu bijna leeg is, wordt er ook een waarschuwing weergegeven in de zoeker. Als het informatiescherm niet verschijnt zodra de R-knop wordt ingedrukt, dan is de accu leeg en moet deze worden opgeladen.
Basisfotografie en afspelen “Richten-en-maken”-standen (i en j) In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe foto’s te maken in de standen i en j. i en j zijn automatische “richten-en-schieten”-standen waarin het merendeel van de instellingen wordt geregeld door de camera in reactie op de opnameomstandigheden; het verschil tussen de twee is dat de flitser niet flitst in de j-stand. 1 Draai de standknop naar i Standknop of j. Foto’s kunnen worden gekadreerd in de zoeker of in de monitor (livebeeld).
2 Maak de camera gereed. Zoekerfotografie: Houd, bij het kadreren van foto’s in de zoeker, de handgreep in uw rechterhand en ondersteun de camerabody of het objectief met uw linkerhand. Plaats uw ellebogen tegen de zijkanten van uw borst. Livebeeld: Houd, bij het kadreren van foto’s in de monitor, de handgreep in uw rechterhand en ondersteun het objectief met uw linkerhand.
3 Kadreer de foto. Zoekerfotografie: Kadreer een foto in de zoeker met het hoofdonderwerp in de AF-veldhaakjes. AF-veldhaakjes Livebeeld: Bij standaardinstellingen detecteert de camera automatisch gezichten en selecteert het scherpstelpunt. Als er geen gezicht wordt gedetecteerd, stelt de camera scherp op onderwerpen nabij het midden van het beeld.
4 Druk de ontspanknop half in. Zoekerfotografie: Druk de Scherpstelpunt ontspanknop half in om scherp te stellen (als het onderwerp slecht belicht is, kan de flitser opklappen en kan de AF-hulpverlichting gaan branden). Zodra de scherpstelbewerking is Scherpstelaanduiding voltooid, klinkt er een signaal (een signaal is mogelijk niet te horen als het onderwerp beweegt) en het actieve scherpstelpunt en de scherpstelaanduiding (I) verschijnen in de zoeker.
5 Maak de foto. Druk de ontspanknop op soepele wijze helemaal in om de sluiter te ontspannen en de foto vast te leggen. Het toegangslampje van de geheugenkaart gaat branden en de foto wordt gedurende enkele seconden in de monitor weergegeven. De geheugenkaart mag niet worden uitgeworpen en de voedingsbron niet verwijderd of ontkoppeld voordat het toegangslampje uit is en de opname is voltooid. Toegangslampje geheugenkaart Draai aan de livebeeldschakelaar om livebeeld af te sluiten.
A De ontspanknop De camera heeft een tweetraps ontspanknop. De camera stelt scherp zodra de ontspanknop half wordt ingedrukt. Druk de ontspanknop volledig in om de foto te maken. Scherpstellen: half Vastleggen: volledig indrukken indrukken Het half indrukken van de ontspanknop beëindigt tevens de weergave en maakt de camera gereed voor onmiddellijk gebruik.
A De stand-by-timer (zoekerfotografie) De zoekerweergave schakelt uit als er gedurende ongeveer acht seconden geen handelingen worden uitgevoerd, waardoor de gebruiksduur van de accu wordt verlengd. Druk de ontspanknop half in om het scherm opnieuw te activeren. De tijdsduur voordat de stand-by-timer automatisch afloopt, kan worden geselecteerd met behulp van Persoonlijke instelling c2 (Timers automatisch uit; 0 240).
A De ingebouwde flitser Mocht er extra verlichting nodig zijn voor juiste belichting in stand i, dan klapt de ingebouwde flitser automatisch op zodra de ontspanknop half wordt ingedrukt (0 101). Met een opgeklapte flitser kunnen alleen foto’s worden gemaakt wanneer de flitsgereedaanduiding (M) wordt weergegeven. Als de flitsgereedaanduiding niet wordt weergegeven, is de flitser aan het laden; verwijder uw vinger kort van de ontspanknop en probeer opnieuw.
D In de stand livebeeld fotograferen Hoewel ze niet op de definitieve foto verschijnen, kunnen gekartelde randen, valse kleuren, moiré en heldere vlekken in de monitor verschijnen, terwijl heldere gebieden of banden kunnen verschijnen in bepaalde velden met knipperende tekens en andere met tussenpozen verschijnende lichtbronnen of als het onderwerp kort wordt verlicht door een stroboscooplamp of andere heldere, kortstondige lichtbron.
Basisweergave 1 Druk op de K-knop. Er wordt een foto weergegeven in de monitor. K-knop 2 Meer foto’s bekijken. U kunt nog meer foto’s weergeven door op 4 of 2 te drukken. Om weergave te beëindigen en terug te keren naar de opnamestand, druk de ontspanknop half in.
Ongewenste foto’s wissen Als u de foto wilt wissen die momenteel in de monitor wordt weergegeven, druk op de O-knop. Merk op dat foto's niet kunnen worden hersteld nadat ze zijn gewist. 1 Geef de foto weer. Geef de foto weer die u wilt wissen. K-knop 2 Wis de foto. Druk op de O-knop. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; druk nogmaals op de O-knop om het beeld te wissen en terug te keren naar weergave.
Instellingen die passen bij het onderwerp of de situatie (Onderwerpstand) De camera beschikt over verschillende onderwerpstanden. Bij het kiezen van een onderwerpstand worden de instellingen automatisch aan het geselecteerde onderwerp aangepast, waardoor creatieve fotografie net zo eenvoudig wordt als het selecteren van een stand, het kadreren van een foto en het maken van een foto zoals wordt beschreven op pagina 47.
k Portret Gebruik voor portretten met zachte, natuurlijke huidtinten. Als het onderwerp zich te ver van de achtergrond bevindt of als een teleobjectief wordt gebruikt, worden de achtergronddetails verzacht om de compositie een gevoel van diepte te geven. l Landschap Gebruik voor levendige landschapsopnamen bij daglicht. A Opmerking De ingebouwde flitser en AF-hulpverlichting schakelen uit. p Kinderen Gebruik voor snapshots van kinderen.
m Sport Korte sluitertijden bevriezen beweging voor dynamische sportopnamen waarin het hoofdonderwerp duidelijk naar voren komt. A Opmerking De ingebouwde flitser en AF-hulpverlichting schakelen uit. n Close-up Gebruik deze stand voor closeupfoto’s van bloemen, insecten of andere kleine voorwerpen (voor scherpstellen op zeer korte afstand kan een macro-objectief worden gebruikt). o Nachtportret Gebruik voor een natuurlijke balans tussen het hoofdonderwerp en de achtergrond in portretten met weinig licht.
r Nachtlandschap Verminder ruis en onnatuurlijke kleuren bij het fotograferen van nachtlandschappen, inclusief straatverlichting en neonreclame. A Opmerking De ingebouwde flitser en AF-hulpverlichting schakelen uit. s Party/binnen Leg de effecten vast van achtergrondverlichting binnenshuis. Gebruik voor feesten en andere scènes binnenshuis. t Strand/sneeuw Leg de helderheid vast van zonovergoten oppervlakken zoals water, sneeuw of zand.
u Zonsondergang Behoudt de diepe tinten in zonsondergangen en zonsopgangen. A Opmerking De ingebouwde flitser en AF-hulpverlichting schakelen uit. v Schemering Behoudt de kleuren die te zien zijn in het waterige natuurlijke licht vóór zonsopgang of na zonsondergang. A Opmerking De ingebouwde flitser en AF-hulpverlichting schakelen uit. w Dierenportret Gebruik voor portretten van actieve huisdieren. A Opmerking De AF-hulpverlichting schakelt uit.
x Kaarslicht Voor foto’s gemaakt bij kaarslicht. A Opmerking De ingebouwde flitser schakelt uit. y Bloesem Gebruik voor bloemenvelden, bloeiende boomgaarden en andere landschappen met uitgestrekte bloesemlandschappen. A Opmerking De ingebouwde flitser schakelt uit. z Herfstkleuren Legt de stralende rode en gele kleuren in herfstbladeren vast. A Opmerking De ingebouwde flitser schakelt uit.
0 Voedsel Gebruik voor levendige foto’s van voedsel. A Opmerking Voor flitserfotografie, druk op de M (Y)-knop om de flitser op te klappen (0 103). A Onscherpte voorkomen Gebruik een statief om onscherpte veroorzaakt door cameratrillingen bij lange sluitertijden te voorkomen.
Speciale effecten Speciale effecten kunnen worden gebruikt bij het maken van foto’s en opnemen van films. De volgende effecten kunnen worden geselecteerd door de standknop naar q te draaien en aan de instelschijf te draaien totdat de gewenste optie in de monitor verschijnt.
S Superlevendig Algehele verzadiging en contrast worden verhoogd voor een levendiger beeld. T Pop De algehele verzadiging wordt verhoogd voor een levendiger beeld. U Foto-illustratie Verscherp omtreklijnen en vereenvoudig kleuren voor een postereffect dat kan worden aangepast in livebeeld (0 70). A Opmerking Films opgenomen in deze stand worden als een diashow van een serie filmbeelden afgespeeld.
' Speelgoedcamera-effect Maak foto’s en films die er uitzien alsof ze met een speelgoedcamera zijn gemaakt. Het effect kan worden aangepast in livebeeld (0 71). ( Miniatuureffect Maak foto’s die op prenten of diorama’s lijken. Werkt het best bij het fotograferen vanaf een hoog zichtpunt. Films met miniatuureffecten spelen op hoge snelheid af, waarbij circa 45 minuten aan filmopnamen, opgenomen bij 1.920 × 1.080/30p, worden gecomprimeerd naar een film die in circa drie minuten wordt afgespeeld.
1 Silhouet Silhouetonderwerpen tegen heldere achtergronden. A Opmerking De ingebouwde flitser schakelt uit. 2 High-key Gebruik bij het fotograferen van heldere onderwerpen om heldere beelden te creëren die met licht lijken te zijn gevuld. A Opmerking De ingebouwde flitser schakelt uit. 3 Low-key Gebruik voor donkere onderwerpen om donkere, low-key beelden met opvallende hoge lichten te creëren. A Opmerking De ingebouwde flitser schakelt uit.
A NEF (RAW) NEF (RAW)-opname is niet beschikbaar in de standen %, S, T, U, ', ( en 3. Foto’s gemaakt terwijl er in deze standen een NEF (RAW)- of NEF (RAW) + JPEG-optie is geselecteerd, worden opgeslagen als JPEG-beelden. JPEGafbeeldingen gecreëerd bij NEF (RAW) + JPEG-instellingen worden bij de geselecteerde JPEG-kwaliteit vastgelegd, terwijl beelden vastgelegd bij een NEF (RAW)-instelling als beelden met fijne kwaliteit worden opgeslagen. A Standen U en ( Autofocus is niet beschikbaar tijdens filmopname.
Beschikbare opties in livebeeld Instellingen voor het geselecteerde effect worden aangepast in het livebeeldscherm. ❚❚ U Foto-illustratie 1 Selecteer livebeeld. Draai aan de livebeeldschakelaar. Het beeld door het objectief wordt in de monitor weergegeven. Livebeeldschakelaar 2 Pas de dikte van de omtreklijnen aan. Druk op J om de rechts getoonde opties weer te geven. Druk op de 4- of 2-knop om de omtreklijnen dikker of dunner te maken. 3 Druk op J.
❚❚ ' Speelgoedcamera-effect 1 Selecteer livebeeld. Draai aan de livebeeldschakelaar. Het beeld door het objectief wordt in de monitor weergegeven. Livebeeldschakelaar 2 Pas opties aan. Druk op J om de rechts getoonde opties weer te geven. Druk op 1 of 3 om Levendigheid of Vignettering te markeren en druk op 4 of 2 om te wijzigen. Pas levendigheid aan om kleuren meer of minder verzadigd te maken, vignettering om de hoeveelheid vignettering te regelen. 3 Druk op J.
❚❚ ( Miniatuureffect 1 Selecteer livebeeld. Draai aan de livebeeldschakelaar. Het beeld door het objectief wordt in de monitor weergegeven. Livebeeldschakelaar 2 Positioneer het scherpstelpunt. Gebruik de multi-selector om het scherpstelpunt in het scherp te stellen gebied te plaatsen en druk vervolgens de ontspanknop half in om scherp te stellen. Om de opties voor miniatuureffect tijdelijk uit het scherm te wissen en het beeld in de monitor te vergroten om nauwkeurig te kunnen scherpstellen, druk op X.
5 Druk op J. Druk op J om af te sluiten zodra de instellingen zijn voltooid. Draai aan de livebeeldschakelaar om livebeeld af te sluiten. ❚❚ 3 Selectieve kleur 1 Selecteer livebeeld. Draai aan de livebeeldschakelaar. Het beeld door het objectief wordt in de monitor weergegeven. Livebeeldschakelaar 2 Geef opties weer. Druk op J om de opties voor selectieve kleur weer te geven. 3 Selecteer een kleur.
4 Kies het kleurbereik. Kleurbereik Druk op 1 of 3 om het bereik van gelijkwaardige tinten te verhogen of te verlagen die in het uiteindelijke beeld worden vastgelegd. Kies uit waarden tussen 1 en 7; merk op dat hogere waarden tinten van andere kleuren kunnen bevatten. 5 Selecteer extra kleuren. Draai, om extra kleuren te selecteren, aan de hoofdinstelschijf om een van de andere drie kleurvakken bovenaan het scherm te markeren en herhaal Stap 3 en 4 om een andere kleur te selecteren.
Meer over fotografie Een ontspanstand kiezen Druk, om te kiezen hoe de sluiter wordt ontspannen (ontspanstand), op de I (E)-knop en markeer vervolgens de gewenste optie en druk op J. I (E)-knop Stand 8 ! 9 J E Beschrijving Enkel beeld: De camera maakt één foto telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. Continu L: De camera maakt foto’s op lage snelheid terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt (0 76). Continu H: De camera maakt foto’s op hoge snelheid terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt (0 76).
Continu opnemen (Seriestand) In ! In de standen (Continu L) en 9 (Continu H) maakt de camera continu foto’s terwijl de ontspanknop volledig wordt ingedrukt. 1 Druk op de I (E)-knop. I (E)-knop 2 Kies een continue ontspanstand. Markeer ! (Continu L) of 9 (Continu H) en druk op J. 3 Stel scherp. Kadreer het beeld en stel scherp. 4 Maak foto’s. De camera maakt foto’s terwijl de ontspanknop volledig wordt ingedrukt.
A Het buffergeheugen De camera is voorzien van een buffergeheugen voor tijdelijke opslag, zodat u kunt blijven fotograferen terwijl de foto’s op de geheugenkaart worden opgeslagen. Er kunnen maximaal 100 foto’s achtereen worden gemaakt (een uitzondering is als een sluitertijd van 4 seconden of langer is geselecteerd in stand S of M wanneer er geen limiet is voor het aantal opnamen dat achter elkaar kan worden gemaakt in één serieopname).
Stil ontspannen Kies deze stand om cameraruis tot een minimum te beperken. Er klinkt geen signaal wanneer de camera scherpstelt. 1 Druk op de I (E)-knop. I (E)-knop 2 Selecteer J (Stil ontspannen). Markeer J (Stil ontspannen) en druk op J. 3 Maak foto´s. Druk de ontspanknop volledig in om te fotograferen.
Zelfontspannerstand De zelfontspanner kan worden gebruikt voor zelfportretten of groepsfoto’s waar ook de fotograaf op staat. Bevestig, voordat u verder gaat, de camera op een statief of plaats deze op een stabiele, vlakke ondergrond. 1 Druk op de I (E)-knop. I (E)-knop 2 Selecteer E (Zelfontspanner)-stand. Markeer E (Zelfontspanner) en druk op J. 3 Kadreer de foto.
4 Maak de foto. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk vervolgens de knop volledig in. Het zelfontspannerlampje begint te knipperen en er klinkt een signaal. Twee seconden voordat de foto wordt gemaakt, stopt het zelfontspannerlampje met knipperen en volgen de geluidssignalen elkaar sneller op. De sluiter wordt ongeveer tien seconden na het starten van de timer ontspannen.
A De ingebouwde flitser gebruiken Druk, voordat een foto met flitslicht wordt gemaakt, in standen waarbij het is vereist dat de flitser handmatig wordt opgeklapt, op de M (Y)-knop om de flitser op te klappen en wacht tot de M-aanduiding wordt weergegeven in de zoeker (0 54). Het fotograferen wordt onderbroken als de flitser wordt opgeklapt nadat de zelfontspanner is gestart.
Scherpstelling Scherpstelling kan automatisch (zie hieronder) of handmatig worden aangepast (0 95). Ook kan de gebruiker het scherpstelpunt voor automatisch of handmatig scherpstellen (0 90) selecteren, of gebruik scherpstelvergrendeling om de compositie van foto’s na het scherpstellen te wijzigen (0 93).
De volgende scherpstelstanden zijn beschikbaar in livebeeld: Optie Beschrijving Voor stilstaande onderwerpen. Scherpstelling vergrendelt wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. U kunt ook scherpstellen door Enkelvoudige AF-S uw onderwerp in de monitor aan te raken, servo-AF waarna scherpstelling vergrendelt totdat u uw vinger van het scherm haalt om de foto te maken. Voor bewegende onderwerpen. De camera stelt continu scherp totdat de ontspanknop wordt ingedrukt.
❚❚ De scherpstelstand kiezen Volg de onderstaande stappen om de scherpstelstand te kiezen. 1 Geef de opties voor de scherpstelstand weer. Druk op de P-knop, markeer vervolgens de huidige scherpstelstand in het informatiescherm en druk op J. P-knop Zoekerfotografie Livebeeld 2 Kies een scherpstelstand. Markeer een scherpstelstand en druk op J.
A Anticiperende scherpstelling In de AF-C-stand of wanneer continue servo-autofocus is geselecteerd in de AF-A-stand tijdens zoekerfotografie, zal de camera anticiperende scherpstelling in werking stellen als het onderwerp in de richting van de camera beweegt terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. Hierdoor kan de camera de scherpstelling opsporen terwijl deze probeert in te schatten waar het onderwerp zich zal bevinden wanneer de sluiter wordt ontspannen.
A Goede resultaten verkrijgen met autofocus Autofocus werkt niet goed onder de hieronder vermelde omstandigheden. De ontspanknop wordt mogelijk uitgeschakeld als de camera onder deze omstandigheden niet kan scherpstellen, of wordt de scherpstelaanduiding (I) mogelijk weergegeven en laat de camera een signaal horen, waardoor de sluiter wordt ontspannen zelfs wanneer het onderwerp niet scherp in beeld is.
AF-veldstand Kies hoe het scherpstelpunt voor autofocus wordt geselecteerd. De volgende opties zijn beschikbaar tijdens zoekerfotografie: Optie c Enkelpunts AF J Dynamisch veldAF (9 pt) K Dynamisch veldAF (21 pt) L Dynamisch veldAF (39 pt) Beschrijving Voor stilstaande onderwerpen. Scherpstelpunt wordt handmatig geselecteerd; camera stelt alleen scherp op onderwerp in geselecteerd scherpstelpunt. Gebruik voor niet-stilstaande onderwerpen.
Optie f 3D-tracking e Beschrijving In de scherpstelstanden AF-A en AF-C selecteert de gebruiker het scherpstelpunt met behulp van de multi-selector (0 90). Als het onderwerp beweegt nadat de camera heeft scherp gesteld, gebruikt de camera 3D-tracking om een nieuw scherpstelpunt te selecteren en houd deze de scherpstelling vergrendeld op het oorspronkelijke onderwerp terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt.
In andere standen dan i, j en ( kunnen de volgende AF-veldstanden worden geselecteerd in livebeeld: Optie Beschrijving Gebruik voor portretten. De camera detecteert en stelt automatisch scherp; het geselecteerde onderwerp wordt aangeduid door een Gezichtprioriteit6 dubbele gele rand (bij het detecteren van AF meerdere gezichten stelt de camera scherp op het dichtstbijzijnde onderwerp; gebruik de multiselector om een ander onderwerp te kiezen).
Optie Beschrijving Gebruik de multiselector om het scherpstelpunt boven uw onderwerp te plaatsen en druk op J om het volgen te starten. Het scherpstelpunt volgt het geselecteerde onderwerp AF met meevolg. 9 als deze door het beeld beweegt. Druk nogmaals scherpst. op J om het volgen te beëindigen.
❚❚ De AF-veldstand kiezen Volg de onderstaande stappen om de AF-veldstand te kiezen. 1 Geef de opties voor AF-veldstand weer. Druk op de P-knop, markeer vervolgens de huidige AF-veldstand in het informatiescherm en druk op J. P-knop Zoekerfotografie Livebeeld 2 Kies een AF-veldstand. Markeer een optie en druk op J. Zoekerfotografie Livebeeld A AF-veldstand Selecties voor AF-veldstand gemaakt in andere opnamestanden dan P, S, A of M worden teruggezet wanneer een andere opnamestand wordt geselecteerd.
D Autofocus gebruiken in livebeeld De gewenste resultaten worden mogelijk niet verkregen met teleconverters (0 305). Merk op dat in livebeeld autofocus trager is en de monitor helderder of donkerder kan worden terwijl de camera scherpstelt. Het scherpstelpunt wordt soms groen weergegeven wanneer de camera niet in staat is om scherp te stellen.
Scherpstelvergrendeling Scherpstelvergrendeling kan worden gebruikt om de compositie te wijzigen na scherpstellen in de scherpstelstanden AF-A, AF-S en AF-C (0 82), zodat het mogelijk is om op een onderwerp scherp te stellen dat zich niet in een scherpstelpunt zal bevinden in de uiteindelijke compositie.
2 Vergrendel de scherpstelling. Scherpstelstanden AF-A en AF-C (zoekerfotografie): Druk, met de ontspanknop half ingedrukt (q) op de A (L)-knop (w) om scherpstelling te vergrendelen. Scherpstelling blijft vergrendeld terwijl de A (L)-knop wordt ingedrukt, zelfs als u later uw vinger van de ontspanknop haalt. Ontspanknop A (L)-knop AF-S (zoekerfotografie) en livebeeld: Scherpstelling vergrendelt automatisch en blijft vergrendeld totdat u uw vinger van de ontspanknop haalt.
Handmatige scherpstelling Handmatige scherpstelling kan worden gebruikt wanneer autofocus niet beschikbaar is of niet de gewenste resultaten produceert (0 86). 1 Selecteer handmatige scherpstelling. Als het objectief is voorzien van een schakelaar voor de A-M-, M/A-M- of A/M-M-stand, schuif dan de schakelaar naar M. Schakelaar A-M-stand Schakelaar M/A-M-stand Als het objectief niet over een schakelaar voor de scherpstelstand beschikt, selecteer MF (handmatige scherpstelling) voor Scherpstelstand (0 82).
❚❚ De elektronische afstandsmeter (Zoekerfotografie) De zoekerbeeldscherpte-aanduiding kan worden gebruikt om te controleren of het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt scherp in beeld is (het scherpstelpunt kan worden geselecteerd uit een van de 39 scherpstelpunten). Druk, na het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt te hebben geplaatst, de ontspanknop half in en draai aan de scherpstelring van het objectief tot de scherpstelaanduiding (I) wordt weergegeven.
A Livebeeld Druk op de knop X om in te zoomen voor nauwkeurige scherpstelling in livebeeld (0 53).
Beeldkwaliteit en -formaat De beeldkwaliteit en het beeldformaat bepalen samen hoeveel ruimte elke foto in beslag neemt op de geheugenkaart. Grotere afbeeldingen met een hogere kwaliteit kunnen op groot formaat worden afgedrukt maar vereisen tevens meer geheugen, wat betekent dat er minder van dergelijke foto's op de geheugenkaart kunnen worden opgeslagen (0 387). Beeldkwaliteit Kies een bestandsformaat en compressieverhouding (beeldkwaliteit).
1 Geef de opties voor beeldkwaliteit weer. Druk op de P-knop, markeer vervolgens de huidige beeldkwaliteit in het informatiescherm en druk op J. P-knop Informatiescherm 2 Kies een bestandstype. Markeer een optie en druk op J. A NEF (RAW)-afbeeldingen Het selecteren van NEF (RAW) voor Beeldkwaliteit stelt Beeldformaat in op Groot (0 100).
Beeldformaat Beeldformaat wordt gemeten in pixels. Kies uit # Groot, $ Middel of % Klein: Beeldformaat Formaat (pixels) Afdrukformaat (cm)* # Groot 6.000 × 4.000 50,8 × 33,9 $ Middel 4.496 × 3.000 38,1 × 25,4 % Klein 2.992 × 2.000 25,3 × 16,9 * Geschat formaat bij een afdruk van 300 dpi. Het afdrukformaat in inches is gelijk aan het beeldformaat in pixels gedeeld door de printerresolutie in dots per inch (dpi; 1 inch = circa 2,54 cm). 1 Geef de opties voor beeldformaat weer.
De ingebouwde flitser gebruiken De camera biedt ondersteuning voor verschillende flitsstanden voor het fotograferen van slecht verlichte of met tegenlicht verlichte onderwerpen. Automatische pop-up-standen In de standen i, k, p, n, o, s, w, S, T, U en ' klapt de ingebouwde flitser automatisch op en flitst indien nodig. 1 Kies een flitsstand. Houd de M (Y)-knop ingedrukt en draai aan de instelschijf tot de gewenste flitsstand in het informatiescherm verschijnt.
❚❚ Flitsstanden De volgende flitsstanden zijn beschikbaar: • No (automatisch): Wanneer er weinig licht is of bij tegenlicht klapt de flitser automatisch op wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt en flitst indien nodig. Niet beschikbaar in de ostand. • Njo (automatisch + rode-ogenreductie): Gebruik voor portretten. De flitser klapt op en flitst indien nodig, maar voordat deze flitst gaat het lampje van de rode-ogenreductie branden om het effect van “rode ogen” te verminderen.
Handmatige pop-up-standen In de standen P, S, A, M en 0 moet de flitser handmatig worden opgeklapt. De flitser flitst niet als deze niet is opgeklapt. 1 Klap de flitser op. Druk op de M (Y)-knop om de flitser op te klappen. M (Y)-knop 2 Kies een flitsstand (alleen standen P, S, A en M). Houd de M (Y)-knop ingedrukt en draai aan de instelschijf tot de gewenste flitsstand in het informatiescherm verschijnt. + M (Y)-knop Instelschijf Informatiescherm 3 Maak foto´s.
❚❚ Flitsstanden De volgende flitsstanden zijn beschikbaar: • N (invulflits): De flitser flitst bij elke opname. • Nj (rode-ogenreductie): Gebruik voor portretten. De flitser flitst bij elke opname, maar voordat deze flitst gaat het lampje van de rode-ogenreductie branden om het effect van “rode ogen” te verminderen. Niet beschikbaar in de 0-stand. • Njp (sync.
A De ingebouwde flitser neerklappen Druk de flitser voorzichtig naar beneden totdat de vergrendeling op zijn plaats klikt om energie te besparen wanneer de flitser niet in gebruik is. A De ingebouwde flitser Zie pagina 312 voor informatie over de objectieven die met de ingebouwde flitser kunnen worden gebruikt. Verwijder zonnekappen om schaduwen te voorkomen. De flitser heeft een minimumbereik van circa 0,6 m en kan niet worden gebruikt in het macrobereik van zoomobjectieven met een macrofunctie.
A Beschikbare sluitertijden voor de ingebouwde flitser Sluitertijd wordt beperkt tot de volgende bereiken wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt: Stand i, p, n, s, w, 0, S, T, U, ' k o P, S, A M Sluitertijd sec. 1/200–1/30 sec. 1/200–1 sec. 1/200–30 sec. 1/200–30 sec., Bulb, Time (Tijd) 1/200–1/60 A Diafragma, gevoeligheid en flitsbereik Het flitsbereik varieert afhankelijk van de gevoeligheid (ISO-equivalent) en het diafragma. 100 1.4 2 2.8 4 5.
ISO-gevoeligheid De gevoeligheid van de camera voor licht kan worden aangepast aan de hoeveelheid licht dat beschikbaar is. Hoe hoger de ISOgevoeligheid, hoe minder licht nodig is om een opname te maken, waardoor snellere sluitertijden of kleinere diafragma’s kunnen worden gebruikt.
2 Kies een ISO-gevoeligheid. Markeer een optie en druk op J.
Intervalfotografie De camera is uitgerust met vooringestelde intervallen voor automatisch fotograferen. D Voor aanvang van de opname Maak eerst een testopname bij de huidige instellingen alvorens intervalfotografie te starten en bekijk de resultaten in de monitor. Controleer eerst of de cameraklok juist is ingesteld om zeker te zijn dat de opname op het gewenste tijdstip start (0 262). Gebruik van een statief wordt aanbevolen. Monteer de camera op een statief voordat de opname start.
2 Pas intervalinstellingen aan. Kies een startoptie, interval, aantal opnamen en gelijkmatige belichtingsoptie. • Voer het volgende uit om een startoptie te kiezen: Markeer Startopties en druk op 2. Markeer een optie en druk op J. Selecteer Nu om de opname onmiddellijk te starten. Om de opname op een gekozen datum en tijd te starten, selecteer Startdatum en starttijd kiezen, kies vervolgens de datum en tijd en druk op J.
• Voer het volgende uit om het aantal intervallen te kiezen: Markeer Aantal malen en druk op 2. Kies het aantal intervallen en druk op J. • Voer het volgende uit om gelijkmatige belichting in of uit te schakelen: Markeer Gelijkmatige belichting en druk op 2. Markeer een optie en druk op J.
3 Start de opname. Markeer Starten en druk op J. De eerste opname wordt op de geselecteerde starttijd gemaakt, of na circa 3 sec. als Nu werd geselecteerd voor Startopties in Stap 2. De opname wordt voortgezet bij het geselecteerde interval tot alle foto’s zijn gemaakt; terwijl de opname bezig is, knippert het toegangslampje van de geheugenkaart bij regelmatige intervallen.
❚❚ Intervalfotografie pauzeren Intervalfotografie kan worden gepauzeerd tussen intervallen door op J te drukken. Voer het volgende uit om de opname te hervatten: Nu starten Markeer Herstarten en druk op J. Op een specifiek tijdstip starten Voor Startopties, markeer Startdatum en starttijd kiezen en druk op 2. Kies een startdatum en tijd en druk op J. Markeer Herstarten en druk op J.
❚❚ Geen foto De camera slaat het huidige interval over als één van de volgende situaties zich gedurende acht seconden of langer voordoet nadat het interval had moeten starten: de foto voor het vorige interval moet nog worden gemaakt, de geheugenkaart is vol of de camera kan niet scherpstellen (AF-S, AF-A met enkelvoudige servo-AF geselecteerd, of AF-C met Scherpstelling geselecteerd voor Persoonlijke instelling a1 Selectie AF-C-prioriteit; merk op dat de camera vóór elke opname opnieuw scherpstelt).
Standaardinstellingen herstellen De hieronder vermelde camerainstellingen en die op pagina 117 kunnen naar de standaardwaarden worden teruggezet door de G- en Rknoppen samen ingedrukt te G-knop R-knop houden gedurende meer dan twee seconden (deze knoppen zijn gemarkeerd met een groene stip). Het informatiescherm schakelt kortstondig uit terwijl de instellingen worden teruggezet.
Optie Standaard Scherpstelstand Zoeker Andere opnamestanden dan % AF-A Livebeeld/film AF-S AF-veldstand Zoeker n, x, 0, 1, 2, 3 Enkelpunts AF m, w Dynamisch veld-AF (39 pt) i, j, k, l, p, o, r, s, t, u, v, y, z, S, Automatisch veld-AF T, U, ', 3, P, S, A, M Livebeeld/film k, l, p, o, s, t, u, v, x, y, z Gezichtprioriteit-AF m, r, w, %, S, T, U, ', 3, 1, 2, 3, P, S, A, M Breedveld-AF n, 0 Normaal veld-AF Lichtmeting P, S, A, M Matrixmeting Flitsstand i, k, p, n, w, S, T, ' Automatisch o Automatisch met lange
❚❚ Overige instellingen Optie NEF (RAW)-opname Belichtingsvertragingsstand Ontspanstand m, w Andere opnamestanden Scherpstelpunt AE/AF-vergrendeling vast Andere opnamestanden dan i en j Flexibel programma P Stand speciale effecten U Omtrekken ' Levendigheid Vignettering ( Oriëntatie Breedte 3 Kleur Kleurbereik Standaard 14-bits Uit Continu H Enkel beeld Midden 0 227 241 75 90 Uit 254 Uit 120 70 0 0 71 Landschap Normaal 72 Uit 3 73 Meer over fotografie 117
Standen P, S, A en M Sluitertijd en diafragma De standen P, S, A en M bieden verschillende regelniveaus voor sluitertijd en diafragma: Stand P Automatisch programma (0 119) S Sluitertijdvoorkeuze (0 121) A Diafragmavoorkeuze (0 122) M Handmatig (0 123) 118 Standen P, S, A en M Beschrijving Aanbevolen voor snapshots en in andere situaties met weinig tijd voor het aanpassen van de camera-instellingen. Camera stelt sluitertijd en diafragma in voor optimale belichting.
Stand P (Automatisch programma) Deze stand wordt aanbevolen Standknop voor snapshots of wanneer u sluitertijd en diafragma door de camera wilt laten bepalen. De camera past automatisch sluitertijd en diafragma aan voor optimale belichting in de meeste situaties. Draai de standknop naar P om te fotograferen in de stand automatisch programma.
A Flexibel programma In stand P kunnen verschillende combinaties van sluitertijd en diafragma worden geselecteerd door aan de instelschijf te draaien (“flexibel programma”). Draai de schijf naar rechts voor grote diafragma’s (lage fwaarden) en korte sluitertijden, naar links voor kleine diafragma’s (hoge fwaarden) en lange sluitertijden. Alle combinaties leveren dezelfde belichting op. Draai naar rechts om achtergronddetails onscherp te maken of bewegingen te bevriezen.
Stand S (Sluitertijdvoorkeuze) In deze stand kunt u zelf de sluitertijd regelen: kies korte sluitertijden om bewegingen te “bevriezen”, lange sluitertijden om bewegingen te suggereren door bewegende voorwerpen onscherp te maken. De camera past automatisch sluitertijd en diafragma aan voor een optimale belichting. Korte sluitertijden (bijv. 1/1.600 sec.) bevriezen bewegingen. Lange sluitertijden (bijv. 1 sec.) maken bewegingen onscherp. Kies als volgt een sluitertijd: 1 Draai de standknop naar S.
Stand A (Diafragmavoorkeuze) In deze stand kunt u het diafragma aanpassen om de scherptediepte te regelen (de afstand voor of achter het hoofdonderwerp dat scherp in beeld lijkt te worden gebracht). De camera past automatisch de sluitertijd aan voor een optimale belichting. Grote diafragma’s (lage f-waarden, bijv. f/5.6) maken details voor en achter het hoofdonderwerp onscherp. Kleine diafragma’s (hoge f-waarden, bijv. f/22) brengen de voorgrond en achtergrond scherp in beeld.
Stand M (Handmatig) In de handmatige stand regelt u zowel sluitertijd als diafragma. Sluitertijden “Bulb” en “Time (Tijd)” zijn beschikbaar voor lange tijdopnamen van bewegend licht, de sterren, nachtlandschappen of vuurwerk (0 125). 1 Draai de standknop naar M.
2 Kies diafragma en sluitertijd. Controleer de belichtingsaanduiding (zie onder) en pas sluitertijd en diafragma aan. Sluitertijd wordt geselecteerd door aan de instelschijf te draaien (naar rechts voor kortere sluitertijden, naar links voor langere sluitertijden). Om het diafragma aan te passen, houd de E (N)-knop ingedrukt terwijl aan de instelschijf wordt gedraaid (naar links voor grotere diafragma’s/lagere f-waarden en naar rechts voor kleinere diafragma’s/hogere f-waarden).
Lange tijdopnamen (Alleen stand M) Selecteer de volgende sluitertijden voor lange tijdopnamen van bewegend licht, de sterren, nachtlandschappen of vuurwerk. • Bulb (A): De sluiter blijft open zolang als de ontspanknop Sluitertijd: A (belichting van 35 volledig wordt ingedrukt. seconden; 0 126) Gebruik een statief of een Diafragma: f/25 optionele draadloze afstandsbediening (0 323) of afstandsbedieningskabel (0 324) om onscherpte te voorkomen.
❚❚ Bulb 1 Draai de standknop naar M. Standknop 2 Kies de sluitertijd. Draai aan de instelschijf om sluitertijd Bulb te kiezen (A). Instelschijf 3 Maak de foto. Druk na het scherpstellen de ontspanknop op de camera, optionele draadloze afstandsbediening of afstandsbedieningskabel volledig in. Haal uw vinger van de ontspanknop zodra de opname is voltooid.
❚❚ Time (Tijd) 1 Draai de standknop naar M. Standknop 2 Kies de sluitertijd. Draai de instelschijf naar links om sluitertijd “Time (Tijd)” te kiezen (&). Instelschijf 3 Open de sluiter. Druk, na het scherpstellen, de ontspanknop op de camera of een afstandsbedieningskabel of draadloze afstandsbediening volledig in. 4 Sluit de sluiter. Herhaal de bewerking uitgevoerd in Stap 3.
Belichting Lichtmeting Kies hoe de camera de belichting instelt. Methode L Matrixmeting M Centrumgerichte meting N Spotmeting Beschrijving Produceert natuurlijke resultaten in de meeste situaties. De camera meet een breed gebied van het beeld en stelt de belichting in overeenkomstig de verdeling van toonwaarden, kleur, compositie en afstand. Klassieke meting voor portretten. Camera meet gehele beeld maar kent grootste nadruk toe aan middengebied.
2 Kies een lichtmeetmethode. Markeer een optie en druk op J. A Spotmeting Als e (Automatisch veld-AF) is geselecteerd voor AF-veldstand tijdens zoekerfotografie (0 87), dan meet de camera het middelste scherpstelpunt.
Vergrendeling automatische belichting Gebruik vergrendeling automatische belichting om de compositie van foto’s te wijzigen na het gebruik van M (Centrumgerichte meting) en N (Spotmeting) om de belichting te meten; merk op dat vergrendeling automatische belichting niet beschikbaar is in de stand i of j. 1 Vergrendel de belichting. Ontspanknop Plaats het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt en druk de ontspanknop half in.
A Sluitertijd en diafragma aanpassen Zolang de belichting is vergrendeld, kunnen de volgende instellingen worden aangepast zonder dat dit van invloed is op de gemeten belichtingswaarde: Stand Automatisch programma Sluitertijdvoorkeuze Diafragmavoorkeuze Instelling Sluitertijd en diafragma (flexibel programma; 0 120) Sluitertijd Diafragma De lichtmeetmethode zelf kan niet worden gewijzigd terwijl belichtingsvergrendeling actief is.
Belichtingscorrectie Belichtingscorrectie wordt gebruikt om de belichting aan te passen van de waarde die door de camera wordt aangeraden, zodat foto’s lichter of donkerder worden (0 358). In het algemeen maken positieve waarden het hoofdonderwerp lichter terwijl negatieve waarden het hoofdonderwerp donkerder maken. Dit geeft het meeste effect wanneer gebruikt met M (Centrumgerichte meting) of N (Spotmeting) (0 128).
Normale belichting kan worden hersteld door flitscorrectie op ±0 in te stellen. Met uitzondering van stand h en % wordt belichtingscorrectie niet teruggezet wanneer de camera wordt uitgeschakeld (in stand h en % wordt belichtingscorrectie teruggezet wanneer een andere stand wordt geselecteerd of de camera wordt uitgeschakeld). A Het informatiescherm Opties voor belichtingscorrectie zijn eveneens toegankelijk vanuit het informatiescherm (0 12).
Flitscorrectie Flitscorrectie wordt gebruikt om de flitssterkte aan te passen van het niveau dat wordt aangeraden door de camera, waardoor de helderheid van het hoofdonderwerp ten opzichte van de achtergrond verandert. De flitssterkte kan worden verhoogd om het hoofdonderwerp lichter te laten lijken, of worden verlaagd om ongewenste hoge lichten of weerkaatsingen te voorkomen (0 360).
A Het informatiescherm Opties voor flitscorrectie zijn eveneens toegankelijk vanuit het informatiescherm (0 12). A Optionele flitsers Flitscorrectie is eveneens beschikbaar voor optionele flitsers die het Nikon Creatief Verlichtingssysteem (CVS; zie pagina 315) ondersteunen. De geselecteerde flitscorrectie voor de optionele flitser wordt toegevoegd aan de flitscorrectie die is geselecteerd voor de camera.
Details behouden in hoge lichten en schaduwen Actieve D-Lighting Met Actieve D-Lighting blijven details in hoge lichten en schaduwen behouden, waardoor foto’s met een natuurlijk contrast worden gecreëerd. Gebruik voor onderwerpen met een hoog contrast, bijvoorbeeld wanneer u vanuit een deur of raam een fel verlicht buitentafereel fotografeert, of wanneer u op een zonnige dag foto’s maakt van onderwerpen in de schaduw.
2 Kies een optie. Markeer een optie en druk op J (0 359). D Actieve D-Lighting Bij sommige onderwerpen kunt u mogelijk onregelmatige schaduwen rond heldere objecten waarnemen of kransen rond donkere voorwerpen. Actieve D-Lighting is niet beschikbaar voor films.
High Dynamic Range (HDR) High Dynamic Range (HDR) combineert twee opnamen om zo een enkel beeld te vormen dat een breed scala aan tinten, van schaduwen tot hoge lichten vastlegt, zelfs bij onderwerpen met een hoog contrast. HDR werkt het best in combinatie met L (Matrixmeting) (0 128). Het kan niet worden gebruikt voor het vastleggen van NEF (RAW)-afbeeldingen. Terwijl HDR actief is, kan de flitser niet worden gebruikt en is continu opnemen niet beschikbaar.
2 Kies een optie. Markeer v Automatisch, 2 Extra hoog, S Hoog, T Normaal, U Laag of 6 Uit en druk op J. Wanneer er een andere optie dan 6 Uit is geselecteerd, wordt u in de zoeker weergegeven. 3 Kadreer, stel scherp en maak de foto. De camera maakt twee opnamen wanneer de ontspanknop volledig wordt ingedrukt. “l u” knippert in de zoeker terwijl de beelden worden gecombineerd; er kunnen geen foto’s worden gemaakt voordat het vastleggen is voltooid.
Witbalans Witbalans zorgt ervoor dat kleuren niet worden beïnvloed door de kleur van de lichtbron. Voor de meeste lichtbronnen wordt automatische witbalans aanbevolen; afhankelijk van het type bron kunnen, indien nodig, andere waarden worden geselecteerd: Optie v Automatisch J Gloeilamplicht I Tl-licht H Direct zonlicht N G Flitslicht Bewolkt M Schaduw L Handmatige voorinstelling Beschrijving Automatische aanpassing witbalans. Aanbevolen voor de meeste situaties.
2 Kies een optie voor witbalans. Markeer een optie en druk op J. A Het opnamemenu Witbalans kan worden geselecteerd met behulp van de optie Witbalans in het opnamemenu (0 223), welke bovendien kan worden gebruikt voor het verder verfijnen van de witbalans (0 143) of het meten van een waarde voor witbalansvoorinstelling (0 145). De optie I Tl-licht in het menu Witbalans kan worden gebruikt om de lichtbron te selecteren uit de rechts getoonde lampsoorten.
A Kleurtemperatuur De waargenomen kleur van een lichtbron varieert per beeldweergavescherm en andere omstandigheden. Kleurtemperatuur is een objectieve maateenheid voor de kleur van een lichtbron, die wordt gedefinieerd als de temperatuur waarop een voorwerp zou moeten worden verhit om licht met dezelfde golflengte uit te stralen. Terwijl lichtbronnen met een kleurtemperatuur in de buurt van 5.000–5.
Fijnafstelling witbalans De instelling van de witbalans kan verder worden verfijnd om variaties in de kleur van de lichtbron te corrigeren of om een foto opzettelijk een kleurzweem te geven. Witbalans wordt verder verfijnd met behulp van de optie Witbalans in het opnamemenu. 1 Geef de opties voor fijnafstelling weer.
A Fijnafstelling witbalans De kleuren op de assen voor fijnafstelling zijn relatief, niet absoluut. Als de cursor bijvoorbeeld naar B (blauw) wordt verplaatst wanneer een “warme” instelling zoals J (gloeilamplicht) is geselecteerd, zullen de foto’s iets “kouder” maar niet blauw worden. A Aanraak-fijnafstelling Om een optie fijn af te stellen in het witbalansmenu met behulp van het aanraakscherm, tik eenmaal op de optie om deze te markeren en tik vervolgens op de 2 Aanpas.
Handmatige voorinstelling U kunt handmatige voorinstelling gebruiken om aangepaste witbalansinstellingen op te slaan en om opnamen bij verschillende soorten licht of om lichtbronnen met een duidelijke kleurzweem te corrigeren. Er zijn twee methoden beschikbaar voor het instellen van de witbalansvoorinstelling: Methode Beschrijving Een neutraal grijs of wit voorwerp wordt geplaatst in het licht Meten dat voor de uiteindelijke foto zal worden gebruikt en de witbalans wordt door de camera gemeten (zie onder).
4 Selecteer Ja. Het rechts getoonde menu wordt weergegeven; markeer Ja en druk op J. De camera gaat naar de stand voor vooringestelde meting. Wanneer de camera klaar is om de witbalans te meten, verschijnt een knipperende D (L) in de zoeker en het informatiescherm. 5 Meet de witbalans. Voordat de aanduidingen stoppen met knipperen, kadreer het referentievoorwerp zodat de zoeker wordt gevuld en druk de ontspanknop volledig in.
6 Controleer de resultaten. Als de camera een waarde voor witbalans kon meten, wordt de rechts getoonde melding weergegeven en knippert a in de zoeker en keert de camera terug naar de opnamestand. Druk de ontspanknop half in om onmiddellijk naar de opnamestand terug te keren. Als het te donker of te licht is, is de camera mogelijk niet in staat de witbalans te meten. Er verschijnt een bericht in het informatiescherm en verschijnt er een knipperende b a in de zoeker.
D Voorinstelling witbalans meten Als er geen handelingen worden uitgevoerd terwijl de weergaveschermen knipperen, wordt de stand voor direct meten beëindigd op het tijdstip dat is geselecteerd voor Persoonlijke instelling c2 (Timers automatisch uit; 0 240). D Voorinstelling witbalans De camera kan slechts één waarde tegelijk voor witbalansvoorinstelling opslaan; de bestaande waarde wordt vervangen wanneer een nieuwe waarde wordt gemeten.
❚❚ Witbalans van een foto kopiëren Volg de onderstaande stappen om een waarde voor witbalans van een foto naar de geheugenkaart te kopiëren. 1 Selecteer Handmatige voorinstelling. Markeer Witbalans in het opnamemenu en druk op 2 om witbalansopties weer te geven. Markeer Handmatige voorinstelling en druk op 2. 2 Selecteer Gebruik foto. Markeer Gebruik foto en druk op 2. 3 Kies Foto selecteren.
5 Markeer de bronafbeelding. Houd de knop X ingedrukt om de gemarkeerde foto in volledig scherm weer te geven. 6 Kopieer witbalans. Druk op J om de witbalansvoorinstelling in te stellen op de witbalanswaarde van de gemarkeerde foto.
Bracketing Bracketing wisselt automatisch de instellingen voor belichting, witbalans of Actieve D-Lighting (ADL) ietsjes af bij elke opname, door “bracketing” toe te passen op de huidige waarde. Kies bracketing in situaties waarin het moeilijk is de belichting of witbalans in te stellen en er geen tijd is om de resultaten te controleren en de instellingen voor elke opname aan te passen, of om te experimenteren met verschillende instellingen voor hetzelfde onderwerp.
2 Geef bracketingopties weer. Druk op de P-knop, markeer vervolgens de huidige bracketinginstelling en druk op J. P-knop Informatiescherm 3 Selecteer een stapgrootte voor bracketing. Markeer een stapgrootte voor bracketing en druk op J. Kies uit waarden tussen 0,3 en 2 LW (AE-bracketing) of 1 tot 3 (witbalansbracketing), of selecteer ADL (ADL-bracketing).
4 Kadreer, stel scherp en maak de foto. AE-bracketing: De camera varieert de belichting bij elke opname. De eerste foto wordt bij de waarde gemaakt die momenteel is geselecteerd voor belichtingscorrectie. De stapgrootte voor bracketing wordt afgetrokken van de huidige waarde in de tweede foto en toegevoegd aan de derde foto, wat voor “bracketing” van de huidige waarde zorgt. De gewijzigde waarden worden weergegeven in de waarden voor sluitertijd en diafragma.
A De aanduiding voortgang bracketing Tijdens AE-bracketing wordt bij elke foto de balk uit de aanduiding voor de voortgang van de bracketing (v > w > x) verwijderd. Tijdens ADL-bracketing wordt de instelling die wordt gebruikt voor de volgende foto onderstreept weergegeven in het informatiescherm. A Bracketing uitschakelen Selecteer OFF in Stap 3 (0 152) om bracketing uit te schakelen en normaal fotograferen te hervatten.
Picture Controls Picture Controls zijn vooraf ingestelde combinaties van beeldverwerkingsinstellingen, bestaande uit verscherping, lokaal contrast, helderheid, verzadiging en tint. U kunt een Picture Control selecteren die past bij de scène, of kies instellingen die passen bij uw creatieve wensen. Een Picture Control selecteren Kies een Picture Control die past bij het onderwerp of type scène.
1 Geef opties voor Picture Control weer. Druk op de P-knop, markeer vervolgens de huidige Picture Control en druk op J. P-knop Informatiescherm 2 Selecteer een Picture Control. Markeer een Picture Control en druk op J. A Navigatie aanraakmenu Picture Controls kunnen ook in het opnamemenu worden geselecteerd (0 223). Bij het kiezen van een optie uit het menu Picture Control instellen met behulp van het aanraakscherm (0 25), tik eenmaal op de optie om deze te markeren en nogmaals om te selecteren.
Picture Controls aanpassen Bestaande vooringestelde en eigen Picture Controls (0 161) kunnen worden aangepast aan het onderwerp of aan de creatieve wensen van de gebruiker. Kies een evenwichtige combinatie van instellingen met behulp van Snel aanpassen of maak handmatige aanpassingen aan individuele instellingen. 1 Selecteer een Picture Control. Markeer Picture Control instellen in het opnamemenu en druk op 2. Markeer de gewenste Picture Control en druk op 2. 2 Pas instellingen aan.
❚❚ Instellingen Picture Control Optie Snel aanpassen Verscherping Handmatige aanpassingen (alle Picture Controls) Lokaal contrast Contrast Helderheid Beschrijving Verlaag of verhoog het effect van de geselecteerde Picture Control (merk op dat hierdoor alle handmatige aanpassingen worden hersteld). Niet beschikbaar voor Neutraal, Monochroom, Gelijkmatig of eigen Picture Controls (0 161). Bepaal de scherpte van omtreklijnen. Selecteer A om de verscherping automatisch aan te passen aan het type scène.
D “A” (Automatisch) De resultaten voor automatische verscherping, lokaal contrast, contrast en verzadiging variëren afhankelijk van de belichting en de positie van het onderwerp in het beeld. A Schakelen tussen handmatig en automatisch Druk op de X-knop om heen en weer te schakelen tussen handmatige en automatische (A) instellingen voor verscherping, lokaal contrast, contrast en verzadiging.
A Filtereffecten (Alleen Monochroom) De opties in dit menu bootsen het effect van kleurfilters op monochrome foto’s na. De volgende filtereffecten zijn beschikbaar: Y Optie Geel O Oranje R Rood G Groen Beschrijving Geeft meer contrast. Kan worden gebruikt om de helderheid van de lucht in landschapsfoto’s te verzachten. Oranje produceert meer contrast dan geel, rood meer contrast dan oranje. Verzacht huidtinten. Kan worden gebruikt voor portretten.
Eigen Picture Controls creëren De met de camera meegeleverde Picture Controls kunnen worden aangepast en als eigen Picture Controls worden opgeslagen. 1 Selecteer Picture Control beheren. Markeer Picture Control beheren in het opnamemenu en druk op 2. 2 Selecteer Opslaan/bewerken. Markeer Opslaan/bewerken en druk op 2. 3 Selecteer een Picture Control.
5 Selecteer een bestemming. Markeer een bestemming voor de eigen Picture Control (C-1 tot en met C-9) en druk op 2. 6 Geef de Picture Control een naam. Naamveld Standaard worden nieuwe Picture Controls benoemd door een tweecijferig getal (automatisch toegewezen) aan de naam van de bestaande Picture Control toe te voegen; ga verder naar Stap 7 om de Toetsenbordveld standaardnaam te gebruiken. Draai aan de instelschijf om de cursor naar het naamveld te verplaatsen.
A Picture Control beheren > Naam wijzigen Eigen Picture Controls kunnen op elk gewenst moment van naam worden veranderd met behulp van de optie Naam wijzigen in het menu Picture Control beheren. A Picture Control beheren > Wissen De optie Wissen in het menu Picture Control beheren kan worden gebruikt om de geselecteerde eigen Picture Controls te verwijderen wanneer ze niet langer nodig zijn.
Films opnemen en bekijken Films opnemen Films kunnen worden opgenomen in livebeeldstand. 1 Draai aan de livebeeldschakelaar. Het beeld door het objectief wordt in de monitor weergegeven. D Het 0-pictogram Een 0-pictogram (0 11) duidt aan dat er geen films kunnen worden opgenomen. A Voordat u gaat opnemen Als u gebruik maakt van een type E of PC-E NIKKOR-objectief (0 305, 307), dan kunt u het diafragma kiezen voor de belichtingsstanden A en M tijdens livebeeld (0 122, 123). 2 Stel scherp.
3 Start het opnemen. Druk op de filmopnameknop om het opnemen te starten. Een opnameaanduiding en de beschikbare tijd worden in de monitor weergegeven. Geluid wordt opgenomen via de ingebouwde Filmopnameknop microfoon (0 2); let op dat de microfoon niet wordt afgedekt tijdens Resterende tijd de opname.
De P-knop Wanneer filmaanduidingen worden weergegeven door op de R-knop te drukken in livebeeldstand, dan zijn de volgende instellingen toegankelijk door op de P-knop te drukken: • Filmbeeldformaat/kwaliteit (0 168) P-knop • Microfoon (0 169) • Witbalans (0 140) • Belichtingscorrectie (0 132)* • Picture Control (0 155) • Onderdrukking windruis (0 169) • Scherpstelstand (0 82) • AF-veldstand (0 87) * ISO-gevoeligheid wordt weergegeven in plaats van belichtingscorrectie als Aan is geselecteerd voor Filminstel
D Films opnemen Flikkeringen, banden of vertekeningen kunnen zichtbaar zijn in de monitor en in de uiteindelijke film onder tl-licht of lampen met kwikdamp of natriumlampen, of met onderwerpen die in beweging zijn, vooral als de camera horizontaal wordt gepand of een voorwerp op hoge snelheid horizontaal door het beeld beweegt (voor informatie over het verminderen van flikkeringen en banden, zie Flikkerreductie; 0 268). Er kunnen ook gekartelde randen, kleurranden, moiré en heldere vlekken zichtbaar zijn.
Filminstellingen Gebruik de optie Filminstellingen in het opnamemenu (0 170) om de volgende instellingen aan te passen. • Beeldformaat/beeldsnelheid en Filmkwaliteit: De maximale lengte varieert afhankelijk van de geselecteerde opties.
• Microfoon: Schakel de ingebouwde of optionele stereomicrofoon (0 170, 323) in of uit, of pas de microfoongevoeligheid aan. Kies Automatische gevoeligheid om de gevoeligheid automatisch aan te passen, Microfoon uit om geluidsopname uit te schakelen; om de microfoongevoeligheid handmatig te selecteren, selecteer Handmatige gevoeligheid en kies een gevoeligheid.
1 Selecteer Filminstellingen. Markeer Filminstellingen in het opnamemenu en druk op 2. 2 Kies filmopties. Markeer het gewenste item en druk op 2, markeer vervolgens een optie en druk op J. A Een externe microfoon gebruiken Optionele stereomicrofoons kunnen worden gebruikt om ruis te verminderen, veroorzaakt door objectieftrilling die wordt opgenomen tijdens autofocus. A HDMI Wanneer de camera op een HDMI-videoapparaat wordt aangesloten, zal het videoapparaat het beeld door het objectief weergeven.
Time-lapse-films De camera maakt automatisch foto's bij de geselecteerde intervallen om een geluidloze time-lapse-film te maken met behulp van de opties die momenteel zijn geselecteerd voor Beeldformaat/ beeldsnelheid en Filmkwaliteit onder Filminstellingen in het opnamemenu (0 168).
2 Pas time-lapse-filminstellingen aan. Kies een interval, totale opnameduur en gelijkmatige belichtingsoptie. • Om het interval tussen beelden te kiezen: Markeer Interval en druk op 2. Kies een interval dat langer is dan de langst geanticipeerde sluitertijd (minuten en seconden) en druk op J. • Om de totale opnameduur te kiezen: Markeer Opnameduur en druk op 2. 172 Films opnemen en bekijken Kies opnameduur (maximaal 7 uur en 59 minuten) en druk op J.
• Om gelijkmatige belichting in of uit te schakelen: Markeer Gelijkmatige belichting en druk op 2. Markeer een optie en druk op J. Het selecteren van Aan verzacht abrupte veranderingen in belichting in andere standen dan M (merk op dat gelijkmatige belichting alleen in werking treedt in stand M als automatische instelling voor ISO-gevoeligheid in het opnamemenu is ingeschakeld). 3 Start de opname. Markeer Starten en druk op J. De opname start na ongeveer 3 sec.
❚❚ Opname beëindigen Om de opname te beëindigen voordat alle foto’s zijn gemaakt, druk op J tussen beelden of onmiddellijk nadat een beeld is vastgelegd. Een film wordt gemaakt van beelden die werden vastgelegd op het punt waar de opname eindigde. Houd er rekening mee dat als de voedingsbron wordt verwijderd of losgekoppeld of de geheugenkaart wordt uitgeworpen er geen film wordt opgenomen en de opname wordt beëindigd zonder dat er een signaal klinkt.
A Tijdens het fotograferen Het toegangslampje van de geheugenkaart brandt terwijl de opname bezig is. Er verschijnt een melding in het informatiescherm als tussen de opnamen de R-knop wordt ingedrukt. De stand-by-timer schakelt niet uit, ongeacht de optie geselecteerd voor Persoonlijke instelling c2 (Timers automatisch uit) > Stand-bytimer. A Controlebeeld De K-knop kan niet worden gebruikt om foto’s te bekijken terwijl de opname bezig is.
Films bekijken Films worden aangeduid door een 1-pictogram in schermvullende weergave (0 184). Tik op het pictogram a in de monitor, of druk op J om weergave te starten; uw huidige positie wordt aangeduid door de filmvoortgangsbalk. 1-pictogram Lengte Huidige positie/totale lengte Volume 1 a-pictogram Filmvoortgangsbalk Gids De volgende bewerkingen kunnen worden uitgevoerd: Knop Functie Pauzeren Afspelen Vooruit/ achteruit Sla 10 sec.
Knop Functie Volume X/W (Q) aanpassen Terug naar schermvullende K / weergave Beschrijving Druk op X om het volume te verhogen en op W (Q) om het te verlagen. Druk op K of 1 om naar schermvullende weergave terug te keren.
Films bewerken Snijd filmopnamen bij om bewerkte filmkopieën te maken of sla de geselecteerde beelden als JPEG-foto’s op. Optie f Kies begin-/eindpunt g Bewaar geselecteerd beeld Beschrijving Maak een kopie waarvan de ongewenste filmopnamen zijn verwijderd. Sla een geselecteerd beeld als een JPEGfoto op. Films bijsnijden Maak als volgt bijgesneden kopieën van films: 1 Geef een film schermvullend weer. 2 Pauzeer de film op het nieuwe beginbeeld.
3 Selecteer Kies begin-/eindpunt. Druk op de P-knop, markeer vervolgens Kies begin-/eindpunt en druk op 2. P-knop 4 Selecteer Beginpunt. Om een kopie te creëren die begint vanaf het huidige beeld, markeer Beginpunt en druk op J. De beelden voor het huidige beeld worden verwijderd zodra u de kopie opslaat in Stap 9.
5 Bevestig het nieuwe beginpunt. Als het gewenste beeld momenteel niet wordt weergegeven, druk op 4 of 2 om vooruit of achteruit te gaan (draai de instelschijf één stop om 10 sec. vooruit of achteruit te gaan). 6 Kies eindpunt. Druk op A (L) -knop om van het beginpunt (w) naar het eindpunt (x) selectiegereedschap over te schakelen en selecteer vervolgens het eindbeeld zoals beschreven in Stap 5. De beelden na het geselecteerde beeld worden verwijderd zodra u de kopie opslaat in Stap 9.
9 Sla de kopie op. Markeer Opslaan als nieuw bestand en druk op J om de kopie als een nieuw bestand op te slaan. Om het originele filmbestand te vervangen voor de bewerkte kopie, markeer Bestaand bestand vervangen en druk op J. D Films bijsnijden Films moeten ten minste twee seconden lang zijn. De kopie zal niet worden opgeslagen als er onvoldoende ruimte beschikbaar is op de geheugenkaart. Kopieën hebben dezelfde aanmaaktijd en -datum als het origineel.
Geselecteerde beelden opslaan Ga als volgt te werk om een geselecteerd beeld als een JPEG-foto op te slaan: 1 Pauzeer de film bij het gewenste beeld. Speel de film af zoals beschreven op pagina 176, druk op J om het afspelen te starten of te hervatten, en op 3 om te pauzeren. Pauzeer de film bij het beeld dat u wenst te kopiëren. 2 Kies Bewaar geselecteerd beeld. Druk op de P-knop, markeer vervolgens Bewaar geselecteerd beeld en druk op 2. P-knop 3 Maak een foto.
4 Sla de kopie op. Markeer Ja en druk op J om een fijne kwaliteit (0 98) JPEG-kopie van het geselecteerde beeld te maken. A Bewaar geselecteerd beeld JPEG-filmbeelden aangemaakt met de optie Bewaar geselecteerd beeld kunnen niet worden geretoucheerd. Bij JPEG-filmbeelden ontbreekt het aan sommige categorieën foto-informatie (0 188).
Weergave en verwijderen Schermvullende weergave Druk op de K-knop om foto’s af te spelen. De laatst gemaakte foto wordt in de monitor weergegeven. K-knop Knop Functie Andere foto’s weergeven Andere fotoinformatie bekijken Keer terug naar opnamestand Beschrijving Druk op 2 om foto’s te bekijken in de volgorde waarin ze zijn gemaakt, of op 4 om foto’s in omgekeerde volgorde te bekijken. Wijzig weergegeven foto-informatie (0 188).
Miniatuurweergave Druk op de W (Q)-knop om “overzichten” van 4, 12 of 80 beelden weer te geven. W (Q) W (Q) X X Schermvullende weergave Knop Miniatuurweergave Functie Kalenderweergave Beschrijving Foto’s markeren Gebruik de multi-selector of instelschijf om foto’s te markeren. Gemarkeerde foto bekijken Druk op J om de gemarkeerde foto in volledig scherm weer te geven. Keer terug naar opnamestand K/ Druk op de K-knop of druk de ontspanknop half in om naar de opnamestand terug te keren.
Kalenderweergave Druk op de W (Q)-knop wanneer er 80 foto’s worden weergegeven om foto’s te bekijken die op een geselecteerde datum zijn gemaakt.
De P-knop Het indrukken van de P-knop in schermvullende, miniatuur- of kalenderweergave geeft de hieronder vermelde opties weer. Markeer items en druk op 2 om opties te bekijken. • Score: Geef de huidige foto een score P-knop (0 201). • Retoucheren (alleen foto’s): Gebruik de opties in het retoucheermenu (0 277) om een geretoucheerde kopie van de huidige foto te creëren. • Film bewerken (alleen films): Bewerk films met behulp van de opties in het menu film bewerken (0 178).
Foto-informatie Foto-informatie wordt bovenop het beeld weergegeven in schermvullende weergave. Druk op 1 of 3 om door de fotoinformatie te bladeren, zoals hieronder aangeduid. Merk op dat “alleen beeld”, opnamegegevens, RGB-histogrammen, hoge lichten en overzichtsgegevens alleen worden weergegeven als de overeenkomstige optie is geselecteerd voor Weergaveopties (0 221). Locatiegegevens worden alleen weergegeven als deze zijn toegevoegd aan de foto (0 269).
❚❚ Bestandsinformatie 12 3 4 5 6 11 10 9 8 7 Beveiligingsstatus..................... 200 7 Beeldformaat ..............................100 Retouche-aanduiding ............. 279 8 Opnametijd ..........................40, 262 Uploadsymbool ......................... 203 9 Opnamedatum....................40, 262 Beeldnummer/totaal aantal 10 Mapnaam .....................................225 beelden 11 Score ..............................................201 5 Bestandsnaam............................
❚❚ RGB-histogram 1 2 3 4 5 1 Histogram (RGB-kanaal). In alle histogrammen staat de horizontale as voor de helderheid van de pixels en de verticale as voor het aantal pixels. 2 Histogram (rood kanaal) 3 Histogram (groen kanaal) 4 Histogram (blauw kanaal) 5 Witbalans .....................................140 Fijnafstelling witbalans .......143 Handmatige voorinstelling .................................................
A Histogrammen De camerahistogrammen dienen alleen als richtlijn en kunnen afwijken van de histogrammen in beeldbewerkingsprogramma’s. Hieronder worden enkele voorbeeldhistogrammen getoond: Als het beeld voorwerpen bevat met een breed scala aan helderheden, zal de verdeling van de toonwaarden relatief gelijkmatig zijn. Als het beeld donker is, wordt de verdeling van de toonwaarden naar links verschoven. Als het beeld helder is, wordt de verdeling van de toonwaarden naar rechts verschoven.
❚❚ Opnamegegevens 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 Lichtmeting................................. 128 Sluitertijd...................................... 118 Diafragma .................................... 118 2 Opnamestand ....... 47, 58, 65, 118 ISO-gevoeligheid 1 .................... 107 3 Belichtingscorrectie ................. 132 4 Brandpuntsafstand................... 314 5 Objectiefgegevens 6 Scherpstelstand ........................... 82 VR-objectief (vibratiereductie) 2 ...........................................
14 15 16 17 18 19 14 Hoge ISO-ruisonderdrukking 17 Vignetteringscorrectie.............231 ...................................................... 231 18 Retouche-geschiedenis...........277 Ruisonderdr. lange tijdopname 19 Beeldcommentaar ....................260 ...................................................... 230 15 Actieve D-Lighting.................... 136 16 HDR (hoog dynamisch bereik) ...................................................... 138 20 21 20 Naam van fotograaf * ................
❚❚ Overzichtsgegevens 123 4 56 16 17 18 19 20 7 8 28 27 26 25 24 9 15 14 13 12 11 21 22 23 10 1 Beeldnummer/totaal aantal beelden 2 Uploadsymbool......................... 203 3 Beveiligingsstatus..................... 200 4 Cameranaam 5 Retouche-aanduiding ............. 279 6 Aanduiding beeldcommentaar ..................................................... 260 7 Aanduiding locatiegegevens .....................................................
❚❚ Locatiegegevens De breedte, lengte en andere locatiegegevens worden geleverd door en variëren per GPS of smartapparaat (0 269). In het geval van films worden de locatiegegevens aan het begin van de opname vermeld.
Foto’s van dichtbij bekijken: Zoomweergave Druk op de X-knop om in te zoomen op het beeld weergegeven in schermvullende weergave. De volgende bewerkingen kunnen worden uitgevoerd terwijl zoom in werking is: Knop Functie In- of uitzoomen X/W (Q) Andere delen van het beeld bekijken Beeld uitsnijden 196 Weergave en verwijderen P Beschrijving Druk op X om in te zoomen op het maximum van circa 33× (grote afbeeldingen), 25× (middelgrote afbeeldingen) of 13× (kleine afbeeldingen).
Knop Functie Inzoomen op gezichten P Andere beelden bekijken Annuleer zoom en keer terug naar schermvullende weergave. Zoom annuleren Keer terug naar opnamestand Beschrijving Druk, om op gezichten in te zoomen die zijn gedetecteerd door de camera, op P en selecteer Inzoomen op gezichten (0 199). Deze optie is alleen beschikbaar als gezichten zijn gedetecteerd.
❚❚ Foto’s uitsnijden Volg de onderstaande stappen om foto's uit te snijden die tijdens zoomweergave worden weergegeven in het gebied dat momenteel zichtbaar is in de monitor. 1 Druk op P. Druk, na het aanpassen van zoom en bladeren door de foto tot alleen het gebied dat u wilt behouden, zichtbaar is in de monitor, op de P-knop. P-knop 2 Selecteer Bijsnijden. Markeer Bijsnijden en druk op 2. 3 Selecteer Gereed.
❚❚ Inzoomen op gezichten Druk, om in te zoomen op een gezicht dat is gedetecteerd door de camera, op de P-knop in de zoomweergave en markeer vervolgens Inzoomen op gezichten en druk op J. P-knop Het huidige onderwerp wordt aangeduid door een wit kader in het navigatievenster. Druk op X of W (Q) om in of uit te zoomen, of gebruik de multi-selector om andere gezichten te bekijken.
Foto’s tegen wissen beveiligen Druk op de A (L)-knop om de huidige foto te beveiligen tegen per ongeluk wissen. Beveiligde bestanden zijn gemarkeerd met een P-pictogram en kunnen niet worden gewist met behulp van de O-knop of de optie Wissen in het weergavemenu. Merk op dat beveiligde beelden worden gewist zodra de geheugenkaart is geformatteerd (0 259). Geef, om de beveiliging van een foto op te heffen zodat deze kan worden gewist, de foto weer of markeer deze en druk op de A (L)-knop.
Foto’s van een score voorzien Voorzie foto’s van een score of markeer ze als kandidaten voor later wissen. Scores kunnen ook worden bekeken in ViewNX-i en Capture NX-D. Score is niet beschikbaar voor beveiligde beelden. Individuele foto’s van een score voorzien 1 Selecteer een beeld. Toon of markeer het beeld. 2 Geef weergaveopties weer. Druk op de P-knop om de weergaveopties weer te geven. P-knop 3 Selecteer Score. Markeer Score en druk op 2. 4 Kies een score.
Meerdere foto’s van een score voorzien Gebruik de optie Score in het weergavemenu om meerdere foto’s van een score te voorzien. 1 Selecteer Score. Markeer Score in het weergavemenu en druk op 2. 2 Voorzie foto’s van een score. Druk op 4 of 2 om foto’s te markeren (houd de X-knop ingedrukt om de huidige gemarkeerde foto schermvullend te bekijken) en druk op 1 of 3 om een score van nul tot vijf sterren te kiezen, of selecteer ) om de foto te markeren als kandidaat voor later wissen.
Foto’s selecteren voor uploaden Volg de onderstaande stappen om foto’s te selecteren voor uploaden naar het smartapparaat alvorens verbinding te maken. Films kunnen niet worden geselecteerd voor uploaden. Individuele foto’s selecteren 1 Selecteer een foto. Geef de foto weer of markeer de foto in de miniaturenlijst in miniatuurweergave. 2 Geef weergaveopties weer. Druk op de P-knop om weergaveopties weer te geven. P-knop 3 Kies Sel. v. verzend. n. smartapp./ desel. Markeer Sel. v. verzend. n. smartapp.
Meerdere foto’s selecteren Volg de onderstaande stappen om de uploadstatus van meerdere foto’s te wijzigen. 1 Kies Beeld(en) selecteren. Selecteer in het weergavemenu Sel. v. verzending n. smartappar., markeer vervolgens Beeld(en) selecteren en druk op 2. 2 Selecteer foto’s. Gebruik de multi-selector om foto’s te markeren en druk op de W (Q)-knop om te selecteren of de selectie ongedaan te maken (houd de X-knop ingedrukt om de gemarkeerde foto in volledig scherm te bekijken).
Foto’s wissen Druk op de O-knop om de huidige foto te wissen. Om meerdere geselecteerde foto's, alle foto’s gemaakt op een geselecteerde datum of alle foto’s in de huidige weergavemap te wissen, gebruik de optie Wissen in het weergavemenu. Eenmaal gewiste foto’s kunnen niet worden hersteld. Merk op dat beveiligde foto’s niet kunnen worden gewist. Tijdens weergave Druk op de O-knop om de huidige foto te wissen. 1 Druk op de O-knop. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven.
Het weergavemenu De optie Wissen in het weergavemenu bevat de volgende opties. Merk op dat afhankelijk van het aantal beelden, het enige tijd kan duren voordat de foto’s zijn gewist. Optie Q Selectie Datum n selecteren R Alle Beschrijving Wis geselecteerde foto’s. Wis alle foto’s die op een geselecteerde datum zijn gemaakt (0 207). Wis alle foto’s in de map die momenteel is geselecteerd voor weergave (0 221). ❚❚ Selectie: Geselecteerde foto’s wissen 1 Selecteer foto’s.
❚❚ Datum selecteren: Foto’s wissen die op een geselecteerde datum zijn gemaakt 1 Selecteer datums. Markeer een datum en druk op 2 om alle foto’s te selecteren die op de gemarkeerde datum zijn gemaakt. Geselecteerde datums worden aangeduid door vinkjes. Herhaal naar wens om meer datums te selecteren; markeer een datum en druk op 2 om een datum ongedaan te maken. 2 Druk op J om de bewerking te voltooien. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer Ja en druk op J.
Diashows De optie Diashow in het weergavemenu wordt gebruikt om een diashow van de foto’s in de huidige weergavemap weer te geven (0 221). 1 Selecteer Diashow. Markeer Diashow in het weergavemenu en druk op 2. 2 Start de diashow. Markeer Starten in het diashowmenu en druk op J.
Het rechterdialoogvenster wordt weergegeven wanneer de diashow eindigt. Selecteer Herstarten om te herstarten of Afsluiten om terug te keren naar het weergavemenu. Opties diashow Voordat een diashow wordt gestart, kunt u de opties in het diashowmenu gebruiken om de beelden te selecteren, weergegeven op type of score en kies hoe lang elk beeld wordt weergegeven. • Beeldtype: Kies uit Foto's en films, Alleen foto's, Alleen films en Op score.
Verbindingen ViewNX-i installeren Wilt u foto’s verfijnen en foto’s uploaden en bekijken, download dan de nieuwste versie van het ViewNX-i-installatieprogramma via de volgende website en volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien. Er is een internetverbinding vereist. Voor systeemvereisten en andere informatie, zie de Nikon-website voor uw regio. http://downloadcenter.nikonimglib.
Foto’s naar de computer kopiëren Controleer, alvorens u verdergaat, eerst of u ViewNX-i hebt geïnstalleerd (0 210). 1 Sluit de USB-kabel aan. Sluit, na het uitschakelen van de camera en controle of er een geheugenkaart is geplaatst, een USB-kabel (apart verkrijgbaar) volgens de aanwijzingen aan en schakel vervolgens de camera in. D USB-hubs Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer; sluit de kabel niet aan via een USB-hub of toetsenbord.
2 Start het onderdeel Nikon Transfer 2 van ViewNX-i. Als er een bericht wordt weergegeven met de vraag een programma te kiezen, selecteer Nikon Transfer 2. D Tijdens het overzetten Schakel de camera niet uit en ontkoppel de USB-kabel niet terwijl beelden worden overgezet. A Windows 7 Selecteer Nikon Transfer 2 zoals hieronder beschreven als het volgende venster wordt weergegeven. 1 Onder Afbeeldingen en video’s importeren, klik op Ander programma.
3 Klik op Overspelen starten. Foto’s op de geheugenkaart worden naar de computer gekopieerd. Overspelen starten 4 Beëindig de verbinding. Schakel de camera uit en ontkoppel de USB-kabel zodra de overdracht is voltooid. A Voor meer informatie Raadpleeg de online helpfunctie voor meer informatie over het gebruik van ViewNX-i.
Foto’s afdrukken Geselecteerde JPEG-afbeeldingen kunnen worden afgedrukt op een PictBridge-printer (0 365) die rechtstreeks is verbonden met de camera. De printer aansluiten Sluit de camera aan met behulp van een USB-kabel (apart verkrijgbaar). Oefen geen kracht uit en steek de stekker recht in de aansluiting. Zodra de camera en printer zijn ingeschakeld, wordt een welkomstscherm weergegeven in de monitor, gevolgd door een PictBridge-weergavescherm.
Foto’s één voor één afdrukken 1 Geef de gewenste foto weer. Druk op 4 of 2 om meer foto’s te bekijken. Druk op de X-knop om op het huidige beeld in te zoomen (0 196; druk op K om zoom af te sluiten). Druk op de W (Q)-knop om acht foto’s tegelijkertijd te bekijken. Gebruik de multi-selector om foto’s te markeren of druk op X om de gemarkeerde foto in volledig scherm weer te geven. 2 Pas afdrukopties aan.
3 Start het afdrukken. Selecteer Afdrukken starten en druk op J om het afdrukken te starten. Druk op J om te annuleren voordat alle kopieën zijn afgedrukt. Meerdere foto’s afdrukken 1 Geef het PictBridge-menu weer. Druk op de G-knop in het PictBridge-weergavescherm. 2 Kies een optie. Markeer één van de volgende opties en druk op 2. • Selectie afdrukken: Selecteer foto’s voor afdrukken.
3 Pas de printerinstellingen aan. Pas de printerinstellingen aan zoals beschreven in Stap 2 op pagina 215. 4 Start het afdrukken. Selecteer Afdrukken starten en druk op J om het afdrukken te starten. Druk op J om te annuleren voordat alle kopieën zijn afgedrukt.
Foto’s op een televisie bekijken De optionele High-Definitie Multimedia Interface (HDMI)-kabel (0 324) kan worden gebruikt om de camera met high-definition videoapparaten te verbinden. Zet de camera altijd uit voordat u een HDMI-kabel aansluit of loskoppelt. Aansluiten op camera Aansluiten op high-definitionapparaat (kies kabel met aansluiting voor HDMI-apparaat) Stem het apparaat af op het HDMI-kanaal, schakel vervolgens de camera in en druk op de K-knop.
❚❚ Een uitvoerresolutie kiezen Om de indeling te kiezen voor beelduitvoer naar het HDMI-apparaat, selecteer HDMI > Uitvoerresolutie in het setup-menu van de camera (0 258). Als Automatisch is geselecteerd, dan selecteert de camera automatisch de juiste indeling.
Cameramenu’s D Het weergavemenu: Beelden beheren Druk op G en selecteer de tab D (weergavemenu) om het weergavemenu weer te geven. G-knop Weergavemenu-opties Het weergavemenu bevat de volgende opties: Optie Wissen Weergavemap Weergaveopties Controlebeeld Automatische beeldrotatie Draai portret Diashow Beeldtype Beeldinterval Score Sel. v. verzending n. smartappar. 220 D Het weergavemenu: Beelden beheren Standaard — Alle — Aan Aan Aan Foto's en films 2 sec.
Weergavemap G-knop ➜ D weergavemenu Kies een map voor weergave: Optie Beschrijving Foto’s in alle mappen aangemaakt met de D5600 zullen D5600 zichtbaar zijn tijdens weergave. Alle Foto’s in alle mappen zijn zichtbaar tijdens weergave. Alleen foto’s in de map die momenteel voor de optie Huidige Opslagmap in het opnamemenu (0 225) is geselecteerd, worden weergegeven tijdens weergave.
Automatische beeldrotatie G-knop ➜ D weergavemenu Foto’s gemaakt terwijl Aan is geselecteerd, bevatten informatie over de richting van de camera, waardoor ze automatisch kunnen worden gedraaid tijdens weergave of wanneer ze worden bekeken in ViewNX-i of Capture NX-D (0 210). De volgende oriëntaties worden vastgelegd: Liggend (landschap) Camera 90° naar rechts gedraaid Camera 90° naar links gedraaid De oriëntatie van de camera wordt niet vastgelegd als Uit is geselecteerd.
C Het opnamemenu: Opnameopties Druk op G en selecteer de tab C (opnamemenu) om het opnamemenu weer te geven. G-knop Opnamemenu-opties Het opnamemenu bevat de volgende opties: Optie Opnamemenu terugzetten Opslagmap Naamgeving bestanden Beeldkwaliteit Beeldformaat NEF (RAW)-opname ISO-gevoeligheid instellen ISO-gevoeligheid P, S, A, M Overige standen Autom inst ISO-gevoeligheid Witbalans Tl-licht Picture Control instellen Picture Control beheren Kleurruimte Actieve D-Lighting HDR (hoog dynam.
Optie Ontspanstand m, w Overige standen Ruisonderdr. lange tijdopname Hoge ISO-ruisonderdrukk. Vignetteringscorrectie Autom. vertekeningscorrectie Optische VR* Intervalopname Startopties Interval Aantal malen Gelijkmatige belichting Time-lapse-film Interval Opnameduur Gelijkmatige belichting Filminstellingen Beeldformaat/beeldsnelheid Filmkwaliteit Microfoon Onderdrukking windruis Handmatige filminstellingen Standaard 0 Continu H Enkel beeld Uit Normaal Normaal Uit Aan 230 231 231 232 232 Nu 1 min.
Opnamemenu terugzetten G-knop ➜ C opnamemenu Selecteer Ja om de instellingen van het opnamemenu terug te zetten. Opslagmap G-knop ➜ C opnamemenu Selecteer de map waarin navolgende foto’s worden opgeslagen. ❚❚ Mappen op mapnummer selecteren 1 Kies Map selecteren op nummer. Markeer Map selecteren op nummer en druk op 2. 2 Kies een mapnaam. Druk op 4 of 2 om een getal te markeren, druk op 1 of 3 om te wijzigen.
❚❚ Mappen uit een lijst selecteren 1 Kies Map selecteren in lijst. Markeer Map selecteren in lijst en druk op 2. 2 Markeer een map. Druk op 1 of 3 om een map te markeren. 3 Selecteer de gemarkeerde map. Druk op J om de gemarkeerde map te selecteren en keer terug naar het hoofdmenu. Volgende foto’s worden in de geselecteerde map opgeslagen.
Naamgeving bestanden G-knop ➜ C opnamemenu Foto’s worden opgeslagen met behulp van bestandsnamen bestaande uit “DSC_” of in het geval van beelden die de Adobe RGB kleurruimte (0 230) gebruiken, “_DSC”, gevolgd door een viercijferig getal en een drieletter extensie (bijv., “DSC_0001.JPG”). De optie Naamgeving bestanden wordt gebruikt om drie letters te selecteren om het “DSC”-gedeelte van de bestandsnaam te vervangen. Zie pagina 162 voor informatie over het bewerken van bestandsnamen.
ISO-gevoeligheid instellen G-knop ➜ C opnamemenu Pas ISO-gevoeligheid aan (0 107). ❚❚ Autom inst ISO-gevoeligheid Als Uit is gekozen voor Autom inst ISO-gevoeligheid in de standen P, S, A en M, blijft ISO-gevoeligheid ingesteld op de waarde die is geselecteerd door de gebruiker (0 107). Wanneer Aan is gekozen, zal de ISO-gevoeligheid automatisch worden aangepast als de optimale belichting niet tot stand kan worden gebracht met de waarde die door de gebruiker werd geselecteerd.
Wanneer Aan is geselecteerd, toont de zoeker ISO AUTO en het informatiescherm ISO-A. Deze aanduidingen knipperen wanneer gevoeligheid wordt aangepast aan de waarde geselecteerd door de gebruiker. A Maximale gevoeligheid/langste sluitertijd Wanneer automatische ISO-gevoeligheid wordt ingeschakeld, tonen de ISOgevoeligheid- en sluitertijdgrafieken in het informatiescherm de maximale gevoeligheid en langste sluitertijd.
Kleurruimte G-knop ➜ C opnamemenu De kleurruimte bepaalt het kleurengamma dat beschikbaar is voor kleurreproductie. sRGB wordt aanbevolen voor algemene afdruken weergavedoeleinden, Adobe RGB, met een breder kleurbereik, voor professionele publicaties en commercieel drukwerk. Ongeacht de geselecteerde optie worden films in sRGB opgenomen. A Adobe RGB Voor nauwkeurige kleurreproductie, vereisen Adobe RGB-beelden toepassingen, schermen en printers die kleurmanagement ondersteunen.
Hoge ISO-ruisonderdrukk. G-knop ➜ C opnamemenu Foto’s gemaakt bij hoge ISO-gevoeligheden kunnen worden bewerkt om “ruis” te verminderen. Optie Hoog Beschrijving Verminder ruis (willekeurig heldere pixels) voornamelijk in Normaal foto’s gemaakt bij hoge ISO-gevoeligheden. Kies uit de hoeveelheid ruisonderdrukking uitgevoerd door Hoog, Laag Normaal en Laag. Ruisonderdrukking wordt alleen uitgevoerd als dit nodig is en Uit nooit bij een hoeveelheid die net zo hoog is als wanneer Laag is geselecteerd.
Autom. vertekeningscorrectie G-knop ➜ C opnamemenu Selecteer Aan om tonvormige vertekening in foto’s gemaakt met groothoekobjectieven en kussenvormige vervorming in foto’s gemaakt met lange objectieven te verminderen (merk op dat de randen van het zichtbare gedeelte in de zoeker mogelijk uit de definitieve foto worden gesneden en dat de benodigde tijd voor het verwerken van foto’s voordat het opnemen begint kan toenemen).
A Aangepaste instellingen: Fijnafstelling camerainstellingen Druk op G en selecteer de tab A (menu Persoonlijke instellingen) om het menu Persoonlijke instellingen weer te geven. G-knop Persoonlijke instellingen worden gebruikt om de camerainstellingen aan individuele wensen aan te passen.
Persoonlijke instellingen De volgende Persoonlijke instellingen zijn beschikbaar: Standaard 0 235 Scherpstelling 39 punten Aan Uit Inschakelen 235 236 237 237 238 1/3 stap Uit 239 239 Uit Normaal Vertraging zelfontspanner: 10 sec.; Aantal opnamen: 1 239 240 a a1 a2 a3 a4 a5 b b1 b2 c c1 c2 c3 Persoonlijke instelling Herstel pers. instellingen Autofocus Selectie AF-C-prioriteit Aantal scherpstelpunten Ingeb. AF-hulpverlichting Afstandsmeter Handm. scherpstelring in AF-st.
f f1 f2 f3 f4 Persoonlijke instelling Bediening Fn-knop toewijzen AE-L/AF-L-knop toewijzen Aanraak-Fn toewijzen Rotatie instelschijf omkeren Standaard 0 ISO-gevoeligheid AE/AF-vergrendeling Rasterweergave in zoeker Belichtingscorrectie: U Sluitertijd/diafragma: U 252 254 255 256 * Alleen voor objectieven die dit item ondersteunen. Opmerking: Afhankelijk van de camera-instellingen zijn sommige opties grijs aangeduid en dus niet beschikbaar. Herstel pers.
a2: Aantal scherpstelpunten G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies het aantal scherpstelpunten dat beschikbaar is voor handmatige scherpstelpuntselectie. Optie # 39 punten A 11 punten Beschrijving Kies uit de rechts aangeduide 39 scherpstelpunten. Kies uit de rechts aangeduide 11 scherpstelpunten. Gebruik voor snelle scherpstelpuntselectie.
a3: Ingeb. AF-hulpverlichting G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies of de ingebouwde AF-hulpverlichting bij weinig licht gaat branden ter ondersteuning van de scherpstelling. Optie Aan Uit AF-hulpverlichting Beschrijving De AF-hulpverlichting brandt bij weinig licht (voor meer informatie, zie pagina 342). De AF-hulpverlichting gaat niet branden ter ondersteuning van de scherpstelbewerking. Bij weinig licht kan de camera mogelijk niet scherpstellen met autofocus.
Aanduiding Beschrijving Scherpstelpunt ligt ver voor het onderwerp. Scherpstelpunt ligt enigszins achter het onderwerp. Scherpstelpunt ligt ver achter het onderwerp. Camera kan de juiste scherpstelling niet bepalen. A De elektronische afstandsmeter gebruiken De elektronische afstandsmeter vereist een objectief met een maximaal diafragma van f/5.6 of korter. De gewenste resultaten worden mogelijk niet verkregen in situaties waarbij de camera niet scherp kan stellen met autofocus (0 86).
b: Belichting b1: Stapgrootte inst. belichting G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Selecteer de stapgroottes die worden gebruikt bij het maken van aanpassingen aan sluitertijd, diafragma, belichting en flitscorrectie, en bracketing. b2: ISO-weergave G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Selecteer Aan om ISO-gevoeligheid in de zoeker weer te geven in plaats van het aantal resterende opnamen. c: Timers/AE-vergrendeling c1: AE-vergrend.
c2: Timers automatisch uit G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Deze optie bepaalt hoe lang de monitor aan blijft als er geen handelingen worden uitgevoerd tijdens menuweergave en afspelen (Weergave/menu's) zolang als foto’s na het opnemen in de monitor worden weergegeven (Controlebeeld) en tijdens livebeeld (Livebeeld), en hoe lang de stand-by-timer, zoeker en het informatiescherm ingeschakeld blijven wanneer er geen handelingen worden uitgevoerd (Stand-by-timer).
c3: Zelfontspanner G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de lengte van de ontspanknopvertraging en het aantal gemaakte foto's. • Vertraging zelfontspanner: Kies de lengte van de ontspanknopvertraging. • Aantal opnamen: Druk op 1 en 3 om het aantal gemaakte foto’s te kiezen bij het indrukken van de ontspanknop (van 1 tot 9; als er een andere waarde dan 1 is geselecteerd, zullen foto's worden vastgelegd bij intervallen van circa 4 sec.).
d2: Opeenvolgende nummering G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Wanneer er een foto wordt gemaakt, verhoogt de camera het laatst gebruikte bestandsnummer met één en wordt deze naam voor het nieuwe bestand gebruikt. Deze optie regelt of de bestandsnummering doorgaat vanaf het laatst gebruikte nummer wanneer een nieuwe map wordt gemaakt, de geheugenkaart wordt geformatteerd of een nieuwe geheugenkaart in de camera wordt geplaatst.
d3: Rasterweergave in zoeker G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies Aan om on-demand rasterlijnen ter referentie in de zoeker weer te geven bij het samenstellen van foto’s (0 5). d4: Datumstempel G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de datuminformatie die wordt afgedrukt op foto’s tijdens het fotograferen. Datumstempels kunnen niet aan bestaande foto’s worden toegevoegd of van bestaande foto’s worden verwijderd. Optie Uit Beschrijving Tijd en datum verschijnen niet op de foto’s.
❚❚ Dagenteller Foto’s gemaakt terwijl deze optie actief is, worden afgedrukt met het resterende aantal dagen tot een toekomstige datum of het aantal verstreken dagen sinds een vorige datum. Gebruik de dagenteller om het groeiproces van een kind te volgen of om de dagen tot aan een verjaardag of huwelijk af te tellen. 02 / 15 . 10 . 2016 Toekomstige datum (twee dagen resterend) 02 / 19 . 10 . 2016 Datum in het verleden (twee dagen verstreken) De camera bevat drie tijdruimten voor het opslaan van datums.
4 Kies een indeling voor de dagenteller. Markeer Weergaveopties en druk op 2, markeer vervolgens een datumnotatie en druk op J. 5 Sluit het menu van de dagenteller af. Druk op J om het menu van de dagenteller af te sluiten. d5: Aanduidingen omkeren G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Als (V) is geselecteerd, worden de belichtingsaanduidingen met positieve waarden links en negatieve waarden rechts in de zoeker en het informatiescherm weergegeven.
e: Bracketing/flits e1: Flitserregeling ingeb. flitser/Optionele flitser G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de flitsstand voor de ingebouwde flitser in de standen P, S, A en M. Wanneer er een optionele flitser van het type SB-500, SB-400 of SB-300 wordt bevestigd en ingeschakeld, verandert deze optie in Optionele flitser en wordt gebruikt om de flitsstand voor de optionele flitser te kiezen. Optie Beschrijving De flitssterkte wordt automatisch aangepast aan de opnameomstandigheden.
A DDL-flitssturing De volgende soorten flitserregeling worden ondersteund wanneer er een CPU-objectief in combinatie met de ingebouwde flitser (0 101) of optionele flitsers wordt gebruikt (0 315). • i-DDL-uitgebalanceerde invulflits voor digitale SLR: Informatie van de RGB-sensor met 2.016 pixels wordt gebruikt om de flitssterkte aan te passen voor een natuurlijke balans tussen het hoofdonderwerp en de achtergrond.
Optie Option. flitser TTL M –– Groep A TTL %A M –– Groep B Kanaal Beschrijving Kies een flitsstand voor de masterflitser (commander). i-DDL-stand. Kies flitscorrectie uit waarden tussen +3,0 en –3,0 LW in stappen van 1/3 LW. Kies de flitssterkte. Alleen de secundaire flitser flitst; de master flitst niet, hoewel deze vooraf wel monitorflitsen afgeeft. Kies een flitsstand voor alle flitsers in groep A. i-DDL-stand. Kies flitscorrectie uit waarden tussen +3,0 en –3,0 LW in stappen van 1/3 LW.
Volg de onderstaande stappen om foto’s te maken in commanderstand. 1 Pas de instellingen voor de masterflitser aan. Kies de flitserregelingsstand en het sterkteniveau voor de masterflitser. Merk op dat het sterkteniveau kan worden aangepast in stand – –. 2 Pas de instellingen aan voor groep A. Kies de flitserregelingsstand en het sterkteniveau voor de flitsers in groep A. 3 Pas de instellingen aan voor groep B. Kies de flitserregelingsstand en het sterkteniveau voor de flitsers in groep B.
6 Stel de opname samen. Stel de opname samen en stel de flitsers op, zoals hieronder aangeduid. Merk op dat de maximale afstand waarbinnen de secundaire flitsers kunnen worden geplaatst, verschilt afhankelijk van de opnameomstandigheden. Groep A: 10 m of minder Groep B: 7 m of minder 60° of minder Masterflitser (SB-500, bevestigd op camera) Draadloze afstandssensors op flitsers moeten naar de camera zijn gericht. 7 Configureer de secundaire flitsers.
A Flitscorrectie De flitscorrectiewaarde, geselecteerd voor de knoppen M (Y) en E (N) en instelschijf, wordt toegevoegd aan de flitscorrectiewaarden voor de masterflitser, groep A en groep B in het menu Commanderstand menu. In de zoeker wordt een Y-pictogram weergegeven wanneer een andere flitswaarde dan ±0 is geselecteerd voor de master- of secundaire flitsers in DDL- of %A-stand.
f: Bediening f1: Fn-knop toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie van de Fn-knop. Fn-knop Optie Beschrijving Houd de Fn-knop ingedrukt en draai aan de Beeldkwaliteit/ v instelschijf om beeldkwaliteit en beeldformaat te -formaat selecteren (0 98). Houd de Fn-knop ingedrukt en draai aan de ISOw instelschijf om ISO-gevoeligheid te selecteren gevoeligheid (0 107).
Optie Beschrijving Houd de Fn-knop ingedrukt en draai aan de instelschijf om de stapgrootte voor bracketing te Automatische t kiezen (bracketing voor belichting en witbalans) of bracketing om ADL-bracketing in of uit te schakelen (alleen standen P, S, A en M; 0 151). Houd de Fn-knop ingedrukt en draai aan de " AF-veldstand instelschijf om een AF-veldstand te kiezen (0 87). Druk op de Fn-knop om het raster van de zoeker weer te geven of te Rasterweergave ' verbergen.
f2: AE-L/AF-L-knop toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Kies de functie voor de A (L)-knop. A (L)-knop Optie Beschrijving AE/ Scherpstelling en belichting vergrendelen terwijl B AF-vergrendeling de A (L)-knop wordt ingedrukt. De belichting vergrendelt terwijl de A (L)C AE-vergrendeling knop wordt ingedrukt.
f3: Aanraak-Fn toewijzen G-knop ➜ A menu Persoonlijke instellingen Een aanraakgevoelig gebied van de monitor kan worden gebruikt om de camera te besturen nadat de monitor automatisch is uitgeschakeld. De positie van dit “aanraak-Fn”-gebied varieert afhankelijk van de positie van de monitor; de functie ervan kan uit de opties in de onderstaande tabel worden gekozen.
Optie Beschrijving Schuif een vinger over het aanraak-Fn-gebied om $ HDR HDR aan te passen (alleen standen P, S, A en M; 0 138). Schuif een vinger over het aanraak-Fn-gebied om Automatische de bracketingstap te kiezen (bracketing voor t bracketing belichting en witbalans) of om ADL in of uit te schakelen (alleen standen P, S, A en M; 0 151). Schuif een vinger over het aanraak-Fn-gebied om " AF-veldstand een AF-veldstand te kiezen (0 87).
B Het setup-menu: Camera-instellingen Druk op G en selecteer tab B (setup-menu) om het setup-menu weer te geven. G-knop Setup-menu-opties Het setup-menu bevat de volgende opties: Optie Geheugenkaart formatteren Beeldcommentaar Copyrightinformatie Tijdzone en datum 1 Synchroniseren m. smartapparaat Zomertijd Taal (Language) 1 Signaalopties Signaal aan/uit Toonhoogte Aanraakbediening Monitorhelderheid Indeling informatiescherm AUTO/SCENE/EFFECTS P/S/A/M Automatisch informatiescherm Informatiescherm automat.
Optie Spiegel omhoog (CCD reinigen) 2 Stof-referentiefoto Flikkerreductie Ontspannen bij geen kaart HDMI Uitvoerresolutie Apparaatbesturing Locatiegegevens Downloaden van smartapparaat Positie Opties extern GPS-apparaat Stand-by-timer Klok instellen via satelliet Afstandsbediening Externe ontspanknop Fn-knop toewijzen Vliegtuigmodus Verbinden met smartapparaat Verzenden n. smartapp. (autom.
Optie Conformiteitsmarkering Firmwareversie Standaard — — 0 276 276 1 Standaardinstelling varieert afhankelijk van het land van aankoop. 2 Niet beschikbaar als de accu bijna leeg is. 3 Alleen beschikbaar wanneer een compatibele Eye-Fi-geheugenkaart is geplaatst. Opmerking: Afhankelijk van de camera-instellingen zijn sommige opties grijs aangeduid en dus niet beschikbaar.
Beeldcommentaar G-knop ➜ B setup-menu Voeg commentaar toe aan nieuwe foto’s terwijl ze worden gemaakt. Commentaar kan als metadata worden bekeken in ViewNX-i of Capture NX-D. Het commentaar is ook zichtbaar op de pagina met opnamegegevens in het foto-informatiescherm (0 193). De volgende opties zijn beschikbaar: • Commentaar invoeren: Voer commentaar in zoals beschreven op pagina 162. Commentaar kan maximaal 36 tekens lang zijn.
Copyrightinformatie G-knop ➜ B setup-menu Voeg copyrightinformatie toe aan nieuwe foto’s terwijl ze worden gemaakt. Copyrightinformatie is opgenomen in de opnamegegevens die worden getoond in het fotoinformatiescherm en kunnen worden bekeken als metadata in ViewNX-i of in Capture NX-D. De volgende opties zijn beschikbaar: • Fotograaf: Voer de naam van de fotograaf in zoals beschreven op pagina 162. De naam van de fotograaf kan maximaal 36 tekens lang zijn.
Tijdzone en datum G-knop ➜ B setup-menu Wijzig tijdzones, synchroniseer de klok met de klok op een smartapparaat, stel de cameraklok in, kies de datumweergavevolgorde en schakel zomertijd in of uit. Optie Beschrijving Kies een tijdzone. De cameraklok wordt automatisch Tijdzone ingesteld op de tijd in de nieuwe tijdzone. Datum en tijd Stel de cameraklok in (0 40). Kies of de cameraklok wordt bijgewerkt naar de tijd Synchroniseren (Coordinated Universal Time of UTC), tijdzone en m.
Signaalopties G-knop ➜ B setup-menu Een geluidssignaal klinkt wanneer de camera scherpstelt, in zelfontspannerstand staat en wanneer time-lapse-opname eindigt of de aanraakschermbedieningen worden gebruikt. ❚❚ Signaal aan/uit Selecteer Uit (alleen aanraakbediening) om de geluiden die de camera maakt in reactie op de aanraakbediening te dempen, of kies Uit om alle geluidssignalen uit te schakelen.
Indeling informatiescherm G-knop ➜ B setup-menu Kies een indeling voor het informatiescherm (0 6). Voor de automatische stand, onderwerpstand, stand voor speciale effecten en voor de standen P, S, A en M kunnen afzonderlijke indelingen worden gekozen. Klassiek 1 Selecteer een optie voor de opnamestand. Markeer AUTO/SCENE/EFFECTS of P/S/A/M en druk op 2. 2 Selecteer een ontwerp. Markeer een ontwerp en druk op J.
Automatisch informatiescherm G-knop ➜ B setup-menu Als Aan is geselecteerd, verschijnt het informatiescherm na het half indrukken van de ontspanknop. Als Uit is geselecteerd, kan het informatiescherm worden bekeken door op de R-knop te drukken. Informatiescherm automat. uit G-knop ➜ B setup-menu Als Aan is geselecteerd, schakelt de oogsensor het informatiescherm uit wanneer u uw oog tegen de zoeker houdt.
Stof-referentiefoto G-knop ➜ B setup-menu Verzamel referentiegegevens voor de optie stofverwijdering in Capture NX-D uit (voor meer informatie, raadpleeg de online helpfunctie van Capture NX-D). Stof-referentiefoto is alleen beschikbaar als er een CPU-objectief op de camera is bevestigd. Een objectief met een brandpuntsafstand van minimaal 50 mm wordt aanbevolen. Bij het gebruik van een zoomobjectief moet helemaal worden ingezoomd. 1 Kies een startoptie. Markeer één van de volgende opties en druk op J.
2 Kadreer een egaal wit voorwerp in de zoeker. Houd het objectief op circa tien cm afstand van een goed verlicht, egaal wit voorwerp. Neem het voorwerp zo in beeld dat het de zoeker vult en druk vervolgens de ontspanknop half in. Bij autofocus wordt automatisch scherpgesteld op oneindig; bij handmatige scherpstelling moet de scherpstelling handmatig op oneindig worden ingesteld. 3 Verzamel referentiegegevens voor stofverwijdering.
Flikkerreductie G-knop ➜ B setup-menu Verminder flikkering en banden bij het fotograferen onder tl-licht of kwikdamplampen tijdens livebeeld (0 55) of filmopname (0 164). Kies Automatisch om de camera automatisch de juiste frequentie te laten kiezen, of kies handmatig de frequentie voor het lokale lichtnet.
Locatiegegevens G-knop ➜ B setup-menu Pas de gebruiksinstellingen voor locatiegegevens aan wanneer de camera met een GPS- of smartapparaat is verbonden. Optie Beschrijving Selecteer Ja om locatiegegevens van het smartapparaat te downloaden en ze toe te voegen aan foto’s gemaakt in de komende twee uur. Als de camera zowel met een Downloaden smartapparaat als een GPS-apparaat is verbonden, van worden locatiegegevens van het GPS-apparaat smartapparaat gedownload.
Afstandsbediening G-knop ➜ B setup-menu Kies de functies uitgevoerd met behulp van optionele afstandsbedieningskabels of draadloze afstandsbedieningen (0 323, 324). ❚❚ Externe ontspanknop Kies of de ontspanknop op de optionele accessoire voor fotografie of filmopname wordt gebruikt. Optie y Foto's maken z Films opnemen Beschrijving De ontspanknop op de optionele accessoire wordt voor het maken van foto’s gebruikt. De ontspanknop op de optionele accessoire wordt voor het maken van filmopnamen gebruikt.
Vliegtuigmodus G-knop ➜ B setup-menu Selecteer Inschakelen om de draadloze functies van Eye-Fi-kaarten en Bleutooth- en Wi-Fi-verbindingen met smartapparaten uit te schakelen. Verbindingen met andere apparaten met behulp van een draadloze zender kunnen alleen worden uitgeschakeld door de zender van de camera te verwijderen. Verbinden met smartapparaat G-knop ➜ B setup-menu Pas instellingen aan voor verbinding met smartapparaten.
Verzenden n. smartapp. (autom.) G-knop ➜ B setup-menu Als Aan is geselecteerd, worden nieuwe foto’s automatisch naar het smartapparaat geüpload (als de camera op dit moment niet is verbonden met het smartapparaat, dan worden de foto’s gemarkeerd voor uploaden en geüpload zodra de eerstvolgende keer een draadloze verbinding tot stand wordt gebracht). Films worden niet geüpload. A Uploadmarkering Niet meer dan 1.000 foto's tegelijk kunnen worden gemarkeerd voor uploaden.
Bluetooth G-knop ➜ B setup-menu Lijst met gekoppelde apparaten en pas instellingen aan voor verbinding met smartapparaten. Optie Beschrijving Netwerkverbinding Schakel Bluetooth in of uit. Gekoppelde Bekijk gekoppelde apparaten. apparaten Selecteer Uit om draadloze transmissies op te Verzenden indien schorten wanneer de camera wordt uitgeschakeld uitgeschakeld of de stand-by-timer afloopt.
Uploaden via Eye-Fi G-knop ➜ B setup-menu Deze optie wordt alleen weergegeven wanneer een Eye-Figeheugenkaart (apart verkrijgbaar van een willekeurig merk) in de camera is geplaatst. Kies Inschakelen om foto’s naar een vooraf geselecteerde bestemming te uploaden. Let op: bij ontoereikende signaalsterkte worden er geen foto’s geüpload. Alvorens foto’s te uploaden via Eye-Fi, selecteer Uitschakelen voor Vliegtuigmodus (0 271) en Bluetooth > Netwerkverbinding (0 273).
Als er een Eye-Fi-kaart is geplaatst, wordt de status aangeduid door een pictogram in het informatiescherm: • d: Uploaden via Eye-Fi uitgeschakeld. • e: Uploaden via Eye-Fi ingeschakeld maar geen foto’s beschikbaar voor uploaden. • f (statisch): Uploaden via Eye-Fi ingeschakeld; wacht om uploaden te beginnen. • f (animatie): Uploaden via Eye-Fi ingeschakeld; bezig met uploaden gegevens. • g: Fout — de camera kan de Eye-Fi-kaart niet bedienen.
Conformiteitsmarkering G-knop ➜ B setup-menu Bekijk een selectie van de standaarden waaraan de camera voldoet. Firmwareversie G-knop ➜ B setup-menu Bekijk de huidige firmwareversie van de camera.
N Het retoucheermenu: Geretoucheerde kopieën maken Druk op G en selecteer de tab N (retoucheermenu) om het retoucheermenu weer te geven. G-knop Retoucheermenu-opties De opties in het retoucheermenu worden gebruikt om bijgesneden of geretoucheerde kopieën van bestaande foto’s te maken. Het retoucheermenu wordt alleen weergegeven wanneer een geheugenkaart met foto’s in de camera is geplaatst.
Geretoucheerde kopieën maken Voer het volgende uit om een geretoucheerde kopie te maken: 1 Geef retoucheeropties weer. Markeer het gewenste item in het retoucheermenu en druk op 2. 2 Selecteer een foto. Markeer een foto en druk op J (houd de X-knop ingedrukt om de gemarkeerde foto in volledig scherm te bekijken). A Retoucheren De camera is mogelijk niet in staat om foto’s gemaakt met andere toestellen weer te geven of te retoucheren.
4 Maak een geretoucheerde kopie. Druk op J om een geretoucheerde kopie te maken. Met uitzondering van de foto-informatiepagina “alleen beeld” (0 188) worden geretoucheerde kopieën aangeduid door een Z-pictogram. A Geretoucheerde kopieën maken tijdens weergave Om een geretoucheerde kopie van de foto te maken die momenteel in schermvullende weergave wordt weergegeven (0 184), druk op P, markeer vervolgens Retoucheren en druk op 2 en selecteer een retoucheeroptie (Beeld-op-beeld uitgezonderd).
NEF (RAW)-verwerking G-knop ➜ N retoucheermenu Maak JPEG-kopieën van NEF (RAW)-foto’s. 1 Selecteer NEF (RAW)-verwerking. Markeer NEF (RAW)-verwerking in het retoucheermenu en druk op 2 om een fotoselectievenster weer te geven waarin alleen NEF (RAW)-afbeeldingen worden weergegeven die met deze camera zijn gemaakt. 2 Selecteer een foto. Gebruik de multi-selector om een foto te markeren (houd de X-knop ingedrukt om de gemarkeerde foto in volledig scherm weer te geven).
3 Kies instellingen voor de JPEG-kopie. Pas de hieronder vermelde instellingen aan. Merk op dat witbalans en vignetteringscorrectie niet beschikbaar zijn voor foto’s gecreëerd met beeld-op-beeld (0 291) en dat de effecten van belichtingscorrectie kunnen verschillen van de effecten die verwacht zouden mogen worden toen de foto werd gemaakt.
Bijsnijden G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een uitgesneden kopie van de geselecteerde foto. De geselecteerde foto wordt weergegeven, waarbij de geselecteerde uitsnede in geel wordt aangegeven; maak een uitgesneden kopie zoals beschreven in de volgende tabel. Knop Formaat van uitsnede vergroten Formaat van uitsnede verkleinen Beeldverhouding van uitsnede wijzigen Functie X W (Q) Beschrijving Druk op de X-knop om het formaat van de uitsnede te vergroten.
Formaat wijzigen G-knop ➜ N retoucheermenu Maak kleine kopieën van geselecteerde foto’s. 1 Selecteer Formaat wijzigen. Markeer Formaat wijzigen in het retoucheermenu en druk op 2 om geselecteerde beelden een nieuw formaat te geven. 2 Kies een formaat. Markeer Kies formaat en druk op 2. Markeer een optie en druk op J.
3 Kies foto’s. Markeer Foto selecteren en druk op 2. Markeer foto’s met behulp van de multiselector en druk op de W (Q)-knop om te selecteren of de selectie ongedaan te maken (houd de X-knop ingedrukt om de gemarkeerde foto in volledig scherm te bekijken). Geselecteerde foto’s zijn W (Q)-knop gemarkeerd door een 1-pictogram. Druk op J zodra de selectie is voltooid. 4 Sla de kopieën met gewijzigd formaat op. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven.
D-Lighting G-knop ➜ N retoucheermenu D-Lighting maakt schaduwen lichter, waardoor deze functie ideaal is voor donkere foto’s of foto’s die met tegenlicht zijn gemaakt. Voor D-Lighting (U Portret uitgeschakeld) D-Lighting (M Portret ingeschakeld) Druk op 4 of 2 om de hoeveelheid uitgevoerde correctie te kiezen; het effect kan vooraf als voorbeeld in het bewerkingsscherm worden bekeken. Druk op J om de foto te kopiëren. ❚❚ “Portret” Om deze optie in of uit te schakelen, markeer Portret en druk op 2.
Snel retoucheren G-knop ➜ N retoucheermenu Maak kopieën waarvan de verzadiging en het contrast zijn verbeterd. Waar nodig wordt D-Lighting toegepast om donkere of met tegenlicht belichte onderwerpen helderder te maken. Druk op 4 of 2 om de mate van verbetering te kiezen. Druk op J om de foto te kopiëren.
Rechtzetten G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een rechtgezette kopie van het geselecteerde beeld. Druk op 2 om de foto maximaal vijf graden rechtsom te draaien in stappen van ca. 0,25 graden, of op 4 om de foto linksom te draaien (merk op dat randen van het beeld worden bijgesneden om een rechthoekige kopie te maken). Druk op J om een geretoucheerde kopie te maken. Vertekeningscorrectie G-knop ➜ N retoucheermenu Maak kopieën met minder perifere vertekening.
Perspectiefcorrectie G-knop ➜ N retoucheermenu Maak kopieën die de effecten verminderen van een perspectief gemaakt vanaf de basis van een hoog object. Gebruik de multiselector om het perspectief aan te passen (hoe groter de mate van perspectiefcorrectie, des te meer er van de randen van de foto wordt uitgesneden). Druk op J om een geretoucheerde kopie te maken. Voor Na Fisheye G-knop ➜ N retoucheermenu Maak kopieën die lijken alsof ze met een fisheye-objectief zijn genomen.
Filtereffecten G-knop ➜ N retoucheermenu Druk op J om de foto te kopiëren na het aanpassen van de filtereffecten, zoals hieronder beschreven. Optie Skylight Warm filter Ster Zacht Beschrijving Creëert het effect van een skylightfilter, waarbij de foto minder blauw wordt. Maakt een kopie met het filtereffect van warme tinten, waardoor de kopie een “warme”, rode kleurzweem krijgt. Voeg aan lichtbronnen het effect van een stralenkrans toe. • Aantal punten: Kies uit vier, zes of acht.
Monochroom G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een kopie van foto’s in Zwart-wit, Sepia of Koelblauw (blauw-wit monochroom). Bij het selecteren van Sepia of Koelblauw wordt een voorbeeld van de geselecteerde afbeelding weergegeven; druk op 1 om kleurverzadiging te vergroten, op 3 om te verkleinen. Druk op J om een monochrome kopie te maken.
Beeld-op-beeld G-knop ➜ N retoucheermenu Beeld-op-beeld combineert twee bestaande NEF (RAW)-foto’s om een enkele foto te maken die afzonderlijk van de originele foto’s wordt opgeslagen. De resultaten, die gebaseerd zijn op RAWgegevens van de beeldsensor van de camera, zijn aanmerkelijk beter dan over elkaar geplaatste beelden die met een beeldverwerkingsprogramma worden gemaakt.
2 Selecteer het eerste beeld. Gebruik de multi-selector om de eerste foto voor beeld-op-beeld te markeren. Houd de X-knop ingedrukt om de gemarkeerde foto in volledig scherm te bekijken. Druk op J om de gemarkeerde foto te selecteren en terug te keren naar de voorbeeldweergave. 3 Selecteer het tweede beeld. De geselecteerde afbeelding verschijnt als Beeld 1. Markeer Beeld 2 en druk op J en selecteer vervolgens de tweede foto, zoals beschreven in Stap 2. 4 Pas versterking aan.
6 Sla het beeld-op-beeld op. Druk op J terwijl het voorbeeld wordt weergegeven om de over elkaar geplaatste beelden op te slaan. Nadat een beeld-op-beeld is gemaakt, wordt het beeldresultaat in volledig scherm in de monitor weergegeven. D Beeld-op-beeld Alleen NEF (RAW)-foto’s met dezelfde bitdiepte kunnen worden gecombineerd (0 227). Het beeld-op-beeld heeft dezelfde foto-informatie als de foto geselecteerd voor Beeld 1.
Foto-illustratie G-knop ➜ N retoucheermenu Maak omtreklijnen scherper en vereenvoudig de kleuren voor een postereffect. Druk op de 2- of 4-knop om de omtreklijnen dikker of dunner te maken. Druk op J om een geretoucheerde kopie te maken. Voor Na Kleurenschets G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een kopie van een foto die lijkt op een schets gemaakt met kleurpotloden. Druk op 1 of 3 om Levendigheid of Omtrekken te markeren en druk op 4 of 2 om te wijzigen.
Miniatuureffect G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een kopie die lijkt op een foto van een diorama. Dit effect werkt het best bij foto’s die vanuit een hoog camerastandpunt zijn genomen. Het gedeelte dat scherp in beeld wordt gebracht in de kopie wordt aangeduid door een gele rand. Knop Oriëntatie kiezen Scherp te stellen veld kiezen Druk op W (Q) Beschrijving Druk op W (Q) om de oriëntatie van het scherpgestelde gebied te kiezen.
Selectieve kleur G-knop ➜ N retoucheermenu Creëer een kopie waarin alleen geselecteerde tinten in kleur verschijnen. 1 Selecteer Selectieve kleur. Markeer Selectieve kleur in het retoucheermenu en druk op 2. 2 Selecteer een foto. Markeer een foto en druk op J (houd de X-knop ingedrukt om de gemarkeerde foto in volledig scherm te bekijken). 3 Selecteer een kleur.
4 Markeer het kleurbereik. Kleurbereik Draai aan de hoofdinstelschijf om het kleurbereik voor de geselecteerde kleur te markeren. 5 Kies het kleurbereik. Druk op 1 of 3 om het bereik van gelijkwaardige tinten die in de uiteindelijke foto worden vastgelegd, te verhogen of te verlagen. Kies uit waarden tussen 1 en 7; merk op dat hogere waarden tinten van andere kleuren kunnen bevatten. 6 Selecteer extra kleuren.
Schilderij G-knop ➜ N retoucheermenu Maak een kopie die details en kleur benadrukken voor een schilderijeffect. Druk op J om de geretoucheerde kopie op te slaan. Voor Na Vergelijken Vergelijk geretoucheerde kopieën met de originele foto’s. Deze optie is alleen beschikbaar als het retoucheermenu door het indrukken van de P-knop en het selecteren van Retoucheren wordt weergegeven wanneer een kopie of origineel in volledig scherm wordt afgespeeld. 1 Selecteer een foto.
2 Selecteer Vergelijken. Markeer Vergelijken in het retoucheermenu en druk op J. 3 Vergelijk de kopie met het origineel. Opties die zijn gebruikt om De bronfoto wordt links weergegeven een kopie te maken en de geretoucheerde kopie rechts, waarbij de opties die zijn gebruikt om de kopie te maken bovenaan het scherm worden weergegeven. Druk op 4 of 2 om tussen het bronbeeld en de geretoucheerde foto te schakelen.
m Recente Instellingen/O Mijn Menu Zowel recente instellingen, een menu met de 20 meest recent gebruikte instellingen, als Mijn menu, een aangepast menu met maximaal 20 door de gebruiker geselecteerde opties, zijn toegankelijk door op de G-knop te drukken zodat de laatste tab in de menulijst wordt gemarkeerd (m of O). G-knop Een menu kiezen Gebruik de optie Tab kiezen om het weergegeven menu te kiezen. 1 Selecteer Tab kiezen. Markeer Tab kiezen en druk op 2. 2 Selecteer een menu.
m Recente Instellingen Wanneer m RECENTE INSTELLINGEN is geselecteerd voor Tab kiezen, toont het menu de 20 meest recent gebruikte instellingen, waarbij de meest recent gebruikte items bovenaan staan vermeld. Druk op 1 of 3 om een optie te markeren en druk op 2 om te selecteren. A Items uit het menu Recente instellingen verwijderen Markeer een item en druk op de O-knop om het item uit het menu Recente instellingen te verwijderen.
3 Selecteer een item. Markeer het gewenste menu-item en druk op J. 4 Positioneer het nieuwe item. Druk op 1 of 3 om het nieuwe item naar boven of beneden te verplaatsen in Mijn menu. Druk op J om het nieuwe item toe te voegen. Herhaal Stap 1–4 om extra items te selecteren. A Opties aan Mijn menu toevoegen De momenteel in Mijn menu weergegeven items worden aangeduid met een vinkje. Items aangeduid door een V-pictogram kunnen niet worden geselecteerd.
❚❚ Opties uit Mijn menu verwijderen 1 Selecteer Opties verwijderen. Markeer Opties verwijderen en druk op 2. 2 Selecteer items. Markeer items en druk op 2 om te selecteren of om de selectie ongedaan te maken. Geselecteerde items worden aangeduid door een vinkje. 3 Verwijder de geselecteerde items. Druk op J. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; druk nogmaals op J om de geselecteerde items te verwijderen.
❚❚ Opties in Mijn menu herschikken 1 Selecteer Opties sorteren. Markeer Opties sorteren en druk op 2. 2 Selecteer een item. Markeer het item dat u wilt verplaatsen en druk op J. 3 Positioneer het item. Druk op 1 of 3 om het item naar boven of beneden te verplaatsen in Mijn menu en druk op J. Herhaal Stap 2–3 om extra items te verplaatsen. 4 Keer terug naar Mijn menu. Druk op de G-knop om naar Mijn menu terug te keren.
Technische opmerkingen Dit hoofdstuk bevat nuttige informatie over compatibele accessoires, het reinigen en opbergen van de camera en wat u moet doen als er een foutmelding verschijnt of als u tijdens het gebruik van de camera op problemen stuit. Compatibele objectieven Compatibele CPU-objectieven Deze camera ondersteunt autofocus alleen met AF-S, AF-P en en AF-I CPU-objectieven. De namen van AF-S-objectieven beginnen met AF-S, AF-P-objectieven met AF-P en AF-I-objectieven met AF-I.
2 De shiftknop voor de PC-E NIKKOR 24mm f/3.5D ED kan in aanraking komen met de camerabody wanneer het objectief wordt gedraaid. Bovendien zijn sommige combinaties van verplaatsing en rotatie mogelijk niet beschikbaar als gevolg van het objectief dat in aanraking komt met de camerabody. 3 Verschuiven en/of kantelen van het objectief hindert de belichting. 4 Kan niet worden gebruikt bij verschuiven of kantelen.
D IX NIKKOR-objectieven IX NIKKOR-objectieven kunnen niet worden gebruikt. A CPU- en G-, E- en D-type objectieven herkennen CPU-objectieven zijn te herkennen aan de aanwezigheid van CPU-contacten, G-, E- en D-type objectieven aan een letter op de objectiefvatting. G- en Etype objectieven zijn niet uitgerust met een diafragmaring.
Compatibele objectieven zonder CPU Objectieven zonder CPU mogen alleen worden gebruikt wanneer de camera zich in de M-stand bevindt. Het selecteren van een andere stand schakelt de ontspanknop uit. Het diafragma moet handmatig worden aangepast via de diafragmaring en het lichtmeetsysteem van de camera, i-DDL-flitssturing en andere functies waarvoor een CPU-objectief nodig is, kunnen niet worden gebruikt.
D Niet-compatibele accessoires en objectieven zonder CPU De volgende accessoires en objectieven zonder CPU kunnen NIET worden gebruikt voor de D5600: • TC-16A AF-teleconverter • Niet-AI-objectieven • Objectieven die alleen werken met de AU-1-scherpsteleenheid (400mm f/4.5, 600mm f/5.6, 800mm f/8, 1.200mm f/11) • Fisheye (6mm f/5.6, 7,5mm f/5.6, 8mm f/8, OP 10mm f/5.6) • 2,1cm f/4 • Tussenring K2 • 180–600mm f/8 ED (serienummers 174041–174180) • 360–1.
D AF-hulpverlichting De AF-hulpverlichting heeft een bereik van ongeveer 0,5–3,0 m; gebruik bij het gebruik van de verlichting een objectief met een brandpuntsafstand van 18–200 mm en verwijder de zonnekap. Voor de volgende objectieven is geen AF-hulpverlichting beschikbaar: • AF-S NIKKOR 14–24mm f/2.8G ED • AF-S NIKKOR 28–300mm f/3.5–5.6G ED VR • AF-S DX NIKKOR 55–300mm f/4.5–5.6G ED VR • AF-S VR Zoom-Nikkor 70–200mm f/2.8G IF-ED • AF-S NIKKOR 70–200mm f/2.8G ED VR II • AF-S Zoom-Nikkor 80–200mm f/2.
Bij afstanden van minder dan 1 m kunnen de volgende objectieven de AF-hulpverlichting blokkeren met autofocus wanneer er weinig licht is: • AF-S DX NIKKOR 10–24mm f/3.5–4.5G ED • AF-S NIKKOR 16–35mm f/4G ED VR • AF-S Zoom-Nikkor 17–35mm f/2.8D IF-ED • AF-S DX Zoom-Nikkor 17–55mm f/2.8G IF-ED • AF-S NIKKOR 18–35mm f/3.5–4.5G ED • AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR • AF-S DX VR Zoom-Nikkor 18–200mm f/3.5–5.6G IF-ED • AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–5.6G ED VR II • AF-S DX NIKKOR 18–300mm f/3.5–5.
D De ingebouwde flitser De ingebouwde flitser kan worden gebruikt voor objectieven met een brandpuntsafstand van 18–300 mm, waarbij moet worden opgemerkt dat de flitser bij sommige afstanden of brandpuntsafstanden het onderwerp niet volledig zal kunnen verlichten als gevolg van de door het objectief opgeworpen schaduw (zie onderstaande afbeelding), terwijl objectieven die het zicht van het onderwerp op de lamp voor rode-ogenreductie belemmeren het goed functioneren van rode-ogenreductie kunnen hinderen.
Objectief AF-P DX NIKKOR 18–55mm f/3.5–5.6G VR, AF-P DX NIKKOR 18–55mm f/3.5–5.6G AF-S DX Zoom-Nikkor 18–70mm f/3.5–4.5G IF-ED AF-S DX NIKKOR 18–105mm f/3.5–5.6G ED VR AF-S DX Zoom-Nikkor 18–135mm f/3.5–5.6G IF-ED AF-S DX NIKKOR 18–140mm f/3.5–5.6G ED VR AF-S DX VR Zoom-Nikkor 18–200mm f/3.5–5.6G IF-ED, AF-S DX NIKKOR 18–200mm f/3.5–5.6G ED VR II AF-S DX NIKKOR 18–300mm f/3.5–5.6G ED VR AF-S DX NIKKOR 18–300mm f/3.5–6.3G ED VR AF-S NIKKOR 20mm f/1.8G ED AF Zoom-Nikkor 20–35mm f/2.8D IF AF-S NIKKOR 24mm f/1.
Objectief AF-S VR Zoom-Nikkor 200–400mm f/4G IF-ED, AF-S NIKKOR 200–400mm f/4G ED VR II PC-E NIKKOR 24mm f/3.5D ED* * Niet verschoven of gekanteld. Zoomstand 200 mm 250 mm 300 mm 24 mm Minimumafstand zonder vignettering 4,0 m 3,0 m 2,5 m 3,0 m Bij gebruik van de AF-S NIKKOR 14–24mm f/2.8G ED kan de flitser niet op alle afstanden het hele voorwerp verlichten. A De beeldhoek berekenen De grootte van het gebied dat wordt belicht door een kleinbeeldcamera is 36 × 24 mm.
Het Nikon Creatieve Verlichtingssysteem (CVS) Nikons geavanceerde Creatieve Verlichtingssysteem (CVS) biedt een verbeterde communicatie tussen de camera en compatibele flitsers voor betere flitsfoto’s. De ingebouwde flitser zal niet flitsen wanneer een optionele flitser is bevestigd.
z8 z7 — — — — — — — z z z z z z z — z — — z z z — — — — — — — — — — — — — z z z z z — — — — — — z — — z z z z — z9 — z z z z z — — — — — — z — — z z 10 z — z — — z — — z z — 1 2 3 SB-300 z z z — z — — SB-400 z SU-800 z SB-R200 z z z — z — — SB-500 z SB-600 SB-910, SB-900, SB-800 z SB-700 SB-5000 Extern Optische geavanceerde draadloze flitssturing i-TTL i-DDL Snelle draadloze [A:B] flitserregeling Automatisch %A/A diafragma/Niet-DDL automatisch M Handmatig RPT Stroboscopisch flitse
❚❚ Overige flitsers De volgende flitsers zijn geschikt in niet-DDL automatische en handmatige standen. Gebruik met de camera in belichtingsstand S of M en een sluitertijd geselecteerd van 1/200 sec. of langer.
D Opmerkingen over optionele flitsers Raadpleeg de Speedlight-handleiding voor gedetailleerde instructies. Als de flitser CVS ondersteunt, raadpleeg de paragraaf over CVS-compatibele digitale SLR-camera’s. In de handleidingen van de SB-80DX, SB-28DX en SB-50DX wordt de D5600 niet vermeld in de categorie “digitale SLR”.
De SB-5000, SB-910, SB-900, SB-800, SB-700, SB-600, SB-500 en SB-400 beschikken over rode-ogenreductie, terwijl de SB-5000, SB-910, SB-900, SB-800, SB-700, SB-600 en SU-800 over AF-hulpverlichting beschikken met de volgende beperkingen: • SB-5000: AF-hulpverlichting is beschikbaar voor 24–135 mm AFobjectieven, autofocus is echter alleen beschikbaar voor de rechts getoonde scherpstelpunten.
• SB-700: AF-hulpverlichting is beschikbaar voor 24–135 mm AF-objectieven, autofocus is echter alleen beschikbaar voor de rechts getoonde scherpstelpunten. 24–135 mm Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opgenomen scène, wordt mogelijk de scherpstelaanduiding (I) weergegeven wanneer het onderwerp niet scherp in beeld is, of de camera is niet in staat om scherp te stellen en de ontspanknop wordt uitgeschakeld.
Overige accessoires Op het moment dat deze handleiding werd samengesteld, waren voor de D5600 de volgende accessoires beschikbaar. Voedingsbronnen Afdekkapjes accessoireschoen Filters • Oplaadbare Li-ionbatterij EN-EL14a (0 26): Extra EN-EL14aaccu’s zijn verkrijgbaar in de detailhandel en bij Nikon geautoriseerde servicevertegenwoordigers. Er kunnen EN-EL14-accu’s worden gebruikt. • Batterijlader MH-24 (0 26): Laad EN-EL14a- en EN-EL14accu’s op.
Accessoires voor zoekeroculair • DK-5 oculairkapje (0 80): Voorkomt dat licht dat via de zoeker binnenvalt in de foto verschijnt of de belichting verstoort. • DK-20C oculaircorrectielenzen: Lenzen zijn beschikbaar voor dioptrieën van –5, –4, –3, –2, 0, +0,5, +1, +2 en +3 m–1 wanneer de dioptrieregelaar van de camera zich in de neutrale positie bevindt (–1 m–1).
Software Camera Control Pro 2: Bedien de camera op afstand vanaf een computer om films op te nemen en foto’s vast te leggen en om foto’s rechtstreeks op de harde schijf van de computer op te slaan. Opmerking: Gebruik de nieuwste versies van Nikonsoftware; zie de websites vermeld op pagina xxi voor de nieuwste informatie over ondersteunde besturingssystemen.
Accessoires voor de De D5600 is voorzien van accessoireeen accessoireaansluiting aansluiting voor WR-1 en WR-R10 draadloze afstandsbedieningen, MC-DC2 afstandsbedieningskabels (0 125) en GP-1/GP-1A GPSapparaten (0 269), welke aansluiten op de H-markering op de aansluiting die op één lijn wordt gebracht met de F naast de accessoireaansluiting (sluit het deksel van de aansluitingen wanneer de aansluiting niet in gebruik is).
Een stroomaansluiting en lichtnetadapter bevestigen Zet de camera uit voordat u de optionele stroomaansluiting en lichtnetadapter aansluit. 1 Maak de camera gereed. Open de deksels van het batterijvak (q) en de stroomaansluiting (w). 2 Plaats de EP-5A-stroomaansluiting. Plaats de aansluiting in de aangegeven richting en gebruik de accu om de oranje batterijvergrendeling naar één zijde ingedrukt te houden. Zorg dat de aansluiting in zijn geheel is geplaatst. 3 Sluit het deksel van het batterijvak.
4 Sluit de EH-5b/EH-5c-lichtnetadapter aan. Sluit het netsnoer van de lichtnetadapter aan op de wisselstroomaansluiting op de lichtnetadapter (e) en het netsnoer van de gelijkstroomaansluiting (r). Het pictogram P verschijnt in de monitor wanneer de camera via de lichtnetadapter en de stroomaansluiting wordt gevoed.
Behandeling van uw camera Opslag Wanneer de camera gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, verwijder de accu, plaats het afdekkapje terug en bewaar de accu op een koele, droge plek. Voorkom vorming van schimmel of meeldauw door de camera in een droge, goed geventileerde ruimte te bewaren.
Reiniging van de beeldsensor Als u vermoedt dat vuil- of stofdeeltjes die op het filter zitten op de foto’s te zien zijn, dan kunt u het filter reinigen met behulp van de optie Beeldsensor reinigen in het setup-menu. De sensor kan op elk gewenst moment worden gereinigd met behulp van de optie Nu reinigen, of reiniging kan automatisch worden uitgevoerd wanneer de camera wordt in- of uitgeschakeld.
❚❚ “Reinigen bij aan-/uitzetten” 1 Selecteer Reinigen bij aan-/uitzetten. Select Beeldsensor reinigen, markeer vervolgens Reinigen bij aan-/uitzetten en druk op 2. 2 Selecteer een optie. Markeer een optie en druk op J. Kies uit Reinigen bij aanzetten, Reinigen bij uitzetten, Reinig bij aan- en uitzetten en Reiniging uit. D Reiniging van de beeldsensor Het gebruik van camerabedieningen tijdens het opstarten, onderbreekt reiniging van de beeldsensor.
❚❚ Handmatig reinigen Als stof of vuil niet van de beeldsensor kan worden verwijderd via de optie Beeldsensor reinigen in het setup-menu (0 328), dan kan de sensor handmatig worden gereinigd zoals hieronder beschreven. Denk er echter aan dat de sensor uitermate kwetsbaar is en gemakkelijk beschadigd kan raken. Nikon raadt aan het reinigen van de sensor alleen over te laten aan Nikon geautoriseerd servicepersoneel. 1 Laad de accu op.
6 Onderzoek de beeldsensor. Houd de camera zodanig vast dat er licht op de beeldsensor valt en onderzoek de binnenkant van de camera op stof en vuil. Ga naar Stap 8 als er geen vuil of stof aanwezig is. 7 Reinig de sensor. Verwijder stof en pluisjes met een blaasbalgje van de sensor. Gebruik geen blaaskwastje, aangezien de haartjes van het kwastje de sensor kunnen beschadigen. Alleen door Nikon geautoriseerd servicepersoneel mag vuil verwijderen dat niet kan worden verwijderd met een blaasbalgje.
D Vuil op de beeldsensor Vuil dat de camera binnendringt wanneer objectieven of bodydoppen worden verwijderd of verwisseld (of in zeldzame omstandigheden smeermiddel of fijne deeltjes van de camera zelf) kan aan de beeldsensor hechten, waardoor dit in foto’s kan verschijnen die onder bepaalde omstandigheden zijn gemaakt.
Onderhoud van camera en accu: Waarschuwingen Laat niet vallen: Blootstelling aan sterke schokken of trillingen kan tot storingen leiden. Houd droog: Dit product is niet waterbestendig, onderdompeling in water of blootstelling aan een hoge luchtvochtigheid kan tot storing leiden. Roesten van het interne mechanisme kan tot onherstelbare schade leiden.
Reinigen: Gebruik een blaasbalgje om stof en pluisjes voorzichtig te verwijderen en veeg de camerabody voorzichtig schoon met een zachte, droge doek. Na gebruik van de camera op het strand of aan zee dient u eventueel aanwezig zand of zout te verwijderen met een doek die licht bevochtigd is met schoon water en droog de camera vervolgens grondig af. Het objectief en de spiegel kunnen gemakkelijk beschadigd raken. Verwijder stof en pluisjes voorzichtig met een blaasbalgje.
Opmerkingen over de monitor: De monitor is met extreem hoge precisie gefabriceerd; ten minste 99,99% pixels zijn effectief, met niet meer dan 0,01% ontbrekende of defecte pixels. Vandaar dat deze schermen pixels kunnen bevatten die altijd branden (wit, rood, blauw of groen) of altijd uit (zwart) zijn; dit is geen defect en heeft geen gevolgen voor beelden die zijn vastgelegd met dit apparaat. Bij helder licht kunnen de beelden op de monitor moeilijk te zien zijn.
• Het herhaaldelijk in- en uitschakelen van de camera bij een volledig ontladen accu verkort de gebruiksduur van de batterij. Accu’s die volledig leeg zijn moeten voor gebruik worden opgeladen. • De interne temperatuur van de accu kan tijdens gebruik aanzienlijk oplopen. Het opladen van een accu met een te hoge temperatuur, heeft een negatieve invloed op de prestaties van de accu en de accu laadt mogelijk niet op of wordt slechts gedeeltelijk opgeladen. Wacht met opladen totdat de accu is afgekoeld.
• Laad de accu voor gebruik op. Houd voor het fotograferen van belangrijke gebeurtenissen een volledig opgeladen reserve-accu bij de hand. Afhankelijk van waar u zich bevindt, kan het soms moeilijk zijn om snel een vervangende accu te kopen. Bij koud weer nemen de prestaties van accu's vaak af. Zorg dat de accu volledig is opgeladen voordat u bij koud weer buiten foto’s maakt. Bewaar een reerve-accu op een warme plaats en vervang zo nodig de twee accu's.
Beschikbare instellingen De volgende tabel bevat de instellingen die in de diverse standen beschikbaar zijn. Merk op dat sommige instellingen mogelijk niet beschikbaar zijn afhankelijk van de geselecteerde opties. P, S, i j A, M — — z — — z Opnamemenu Overige instellingen ISO-gevoeligheid Witbalans Picture Control — instellen Actieve D-Lighting —2 HDR (hoog dynam. — bereik) Ruisonderdr. lange z tijdopname Hoge ISOz ruisonderdrukk.
Overige instellingen Menu Persoonlijke instellingen 1 2 3 4 5 6 j — — — — P, S, A, M z z z z k, p, n, o, s, w, 0 — — z z l, m, r, t, u, v, x, y, z — — z z % — — — z S, T — — — — U — — — — ' — — — — ( — — — — 3 — — — — 1, 2, 3 — — — — Lichtmeting Bracketing Flitscorrectie Belichtingscorrectie i — — — — Flitsstand z — z z4 — — z z z — — — a3: Ingeb. AF-hulpverlichting z z z z5 z6 — z z z — z z e1: Flitserregeling ingeb. flitser/Optionele — — z — — — — — — — — — flitser e2: Inst. voor autom.
Problemen oplossen Functioneert de camera niet naar verwachting, kijk dan in de onderstaande lijst met veelvoorkomende problemen voordat u uw winkelier of een door Nikon geautoriseerde servicevertegenwoordiger raadpleegt. Accu/weergave De camera is aan, maar reageert niet: Wacht totdat de opname is beëindigd. Zet de camera uit als het probleem zich blijft voordoen.
Dunne lijnen zijn zichtbaar rond het actieve scherpstelpunt of de weergave wordt rood wanneer het scherpstelpunt is gemarkeerd: Deze verschijnselen zijn normaal voor dit type zoeker en duiden niet op een storing. Opname (Alle standen) Het aanzetten van de camera duurt lang: Wis bestanden of mappen. Ontspanknop uitgeschakeld: • Geheugenkaart is vergrendeld, vol of niet geplaatst (0 27, 351).
Kan geen scherpstelpunt selecteren: • e (Automatisch veld-AF; 0 88) is geselecteerd: Kies een andere AF-veldstand. • Druk de ontspanknop half in om stand-by-timer te starten (0 53). Kan AF-veldstand niet selecteren: Handmatige scherpstelling geselecteerd (0 82, 95). AF-hulpverlichting brandt niet: • AF-hulpverlichting brandt niet als AF-C is geselecteerd voor autofocusstand (0 82) of als continue servo-autofocus is geselecteerd wanneer de camera zich in de stand AF-A bevindt. Kies AF-S.
Er verschijnt ruis (heldere vlekken, willekeurige heldere pixels, waas of lijnen) op foto’s: • Heldere vlekken, willekeurige heldere pixels, waas en lijnen kunnen worden verminderd door ISO-gevoeligheid te verlagen. • Gebruik de optie Ruisonderdr. lange tijdopname in het opnamemenu om het optreden van heldere vlekken of waas in foto’s gemaakt bij sluitertijden langer dan 1 sec. te beperken (0 230).
Signaal gaat niet af: • Uit is geselecteerd voor Signaalopties > Signaal aan/uit (0 263). • Camera bevindt zich in de stand stil ontspannen (0 78) of er wordt een film opgenomen (0 164). • MF of AF-C is geselecteerd als de scherpstelstand of het voorwerp beweegt wanneer AF-A is geselecteerd (0 82). Er verschijnen vlekken in foto’s: Reinig de voorste en achterste objectiefelementen. Mocht het probleem zich blijven voordoen, reinig dan de beeldsensor (0 328).
Flikkering of banden verschijnen tijdens livebeeld of filmopname: Kies een optie voor Flikkerreductie overeenkomstig de frequentie van het lokale lichtnet (0 268). Er verschijnen heldere banden tijdens livebeeld of filmopname: Een knipperend symbool, de flitser of andere kortdurende lichtbron werd tijdens livebeeld of filmopname gebruikt. Menu-item kan niet worden geselecteerd: Sommige opties zijn niet in alle standen beschikbaar.
Beeld kan niet worden geselecteerd als bron voor voorinstelling witbalans: Beeld werd niet aangemaakt met D5600 (0 149). Bracketing van witbalans niet beschikbaar: Optie NEF (RAW)- of NEF + JPEGbeeldkwaliteit geselecteerd voor beeldkwaliteit (0 98). Effecten van Picture Control verschillen van beeld tot beeld: A (automatisch) is geselecteerd voor verscherping, lokaal contrast, contrast of verzadiging. Selecteer een andere instelling voor consistente resultaten bij een reeks foto’s (0 159).
Kan foto niet retoucheren: Foto kan niet verder worden bewerkt met deze camera (0 279). Kan geen foto selecteren voor afdrukken: Foto is in NEF (RAW)-formaat. Zet foto’s over naar een computer en druk af met behulp van Capture NX-D (0 210). NEF (RAW)-foto’s kunnen worden opgeslagen in JPEG-formaat met behulp van NEF (RAW)-verwerking (0 280). Foto wordt niet weergegeven op tv: HDMI (0 218)-kabel is niet juist aangesloten.
Bluetooth en Wi-Fi (Draadloze netwerken) Smartapparaten geven niet de SSID (netwerknaam) van de camera weer: • Controleer of Uitschakelen is geselecteerd voor Vliegtuigmodus in het setup-menu van de camera (0 271). • Controleer of Inschakelen is geselecteerd voor Bluetooth > Netwerkverbinding in het setup-menu van de camera. • Probeer op het smartapparaat Wi-Fi uit te schakelen en vervolgens weer in te schakelen.
Foutmeldingen Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de waarschuwingsaanduidingen en foutmeldingen in de zoeker en op de monitor. A Waarschuwingspictogrammen Een knipperende d in de monitor of s in de zoeker duidt aan dat er, door het indrukken van de W (Q)-knop, in de monitor een waarschuwing of foutbericht kan worden weergegeven. Aanduiding Monitor Vergrendel de diafragmaring van het objectief op het kleinste diafragma (grootste f/waarde).
Aanduiding Monitor Zoeker Oplossing Schakel de camera uit, verwijder Initialisatiefout. Schakel d/k de accu, plaats de accu terug en de camera uit en weer in. (knippert) zet de camera weer aan. Batterijniveau laag. Beëindig het reinigen, zet de Voltooi de bewerking en — camera uit en laad de accu op of schakel de camera vervang de accu. onmiddellijk uit. s Klok niet ingesteld Stel de cameraklok in. (knippert) Schakel de camera uit en Geen geheugenkaart S/s controleer of de kaart correct is gepl.
Aanduiding Monitor Zoeker Niet beschikbaar als Eye-Fi- kaart is vergrendeld. (/k (knippert) Deze kaart is niet geformatteerd. Formatteer de kaart. T (knippert) Kaart is vol j/A/s (knippert) — ● (knippert) Onderwerp te helder s (knippert) Onderwerp te donker Oplossing 0 Eye-Fi-kaart is vergrendeld (beveiligd tegen schrijven). Schuif de schakelaar van de — schrijfbeveiliging naar de “schrijf”positie. Formatteer de kaart of schakel de 27, camera uit en plaats een nieuwe 259 geheugenkaart.
Aanduiding Monitor Zoeker A/s Geen 'Bulb' in S-stand (knippert) &/s Geen 'Tijd' in S-stand (knippert) A/s Geen 'Bulb' in HDR-stand (knippert) &/s Geen 'Tijd' in HDR-stand (knippert) Intervalopname — Time-lapse-fotografie — 352 Technische opmerkingen Oplossing 0 Wijzig sluitertijd of selecteer stand 121, M. 123 • Wijzig sluitertijd. • Zet HDR uit. Menu’s en weergave zijn niet beschikbaar terwijl intervalfotografie bezig is. Druk op J om te pauzeren.
Aanduiding Monitor Zoeker Oplossing 0 De flitser heeft op vol vermogen geflitst. Controleer de foto in de N — monitor; indien onderbelicht, pas — (knippert) dan de instellingen aan en probeer opnieuw. • Gebruik de flitser. 101 • Wijzig de afstand tot het 106, onderwerp, het diafragma, het 107, flitserbereik of de ISO122 gevoeligheid. • Brandpuntsafstand van het — objectief is minder dan 18 mm: gebruik een langere N/s — brandpuntsafstand.
Aanduiding Monitor Zoeker Map bevat geen beelden. — Kan dit bestand niet weergeven. — Kan dit bestand niet selecteren. — Deze film kan niet worden bewerkt. — Geen beeld om te retoucheren. — Netwerktoegang is pas beschikbaar nadat de camera is afgekoeld. — 354 Technische opmerkingen Oplossing De map geselecteerd voor weergave bevat geen beelden. Selecteer de map met beelden in het menu Weergavemap of plaats een geheugenkaart met beelden. Bestand kan niet worden afgespeeld op de camera.
Aanduiding Monitor Zoeker Controleer de printer. — Controleer het papier. — Het papier zit vast. — Het papier is op. — Controleer de inkt. — De inkt is op. — Oplossing Controleer de printer. Selecteer Doorgaan (indien beschikbaar) om te hervatten. Papier is niet het geselecteerde formaat. Plaats papier met het juiste formaat en selecteer Doorgaan. Verwijder vastgelopen papier en selecteer Doorgaan. Plaats papier met het geselecteerde formaat en selecteer Doorgaan. Controleer de inkt.
Specificaties ❚❚ Nikon D5600 digitale camera Type Type Objectiefvatting Effectieve beeldhoek Effectieve pixels Effectieve pixels Beeldsensor Beeldsensor Totaal aantal pixels Stofreductiesysteem Opslag Beeldformaat (pixels) Bestandsindeling Picture Control-systeem Media Bestandssysteem 356 Technische opmerkingen Digitale spiegelreflexcamera Nikon F-vatting (met AF-contacten) Nikon DX-formaat; brandpuntsafstand equivalent aan ca.
Zoeker Zoeker Beelddekking Vergroting Oogafstand Dioptrieregelaar Scherpstelscherm Reflexspiegel Objectiefdiafragma Objectief Autofocusondersteuning Sluiter Type Snelheid Flitssynchronisatiesnelheid Ontspannen Ontspanstand Beeldsnelheid Zelfontspanner Spiegelreflexzoeker met pentaspiegel op ooghoogte Ca. 95% horizontaal en 95% verticaal Ca. 0,82× (50 mm f/1.
Belichting Lichtmeetstand Lichtmeetmethode Bereik (ISO 100, f/1.4 objectief, 20 °C) Lichtmeterkoppeling Stand Belichtingscorrectie 358 Technische opmerkingen DDL-lichtmeting met RGB-sensor met 2.
Belichting Belichtingsvergrendeling ISO-gevoeligheid (aanbevolen belichtingsindex) Actieve D-Lighting Scherpstelling Autofocus Detectiebereik Objectiefscherpstelling Scherpstelpunt AF-veldstand Scherpstelvergrendeling Gemeten lichtwaarde vergrendeld bij gedetecteerde waarde met A (L)-knop ISO 100–25600 in stappen van 1/3 LW.
Flitser Ingebouwde flitser Richtgetal Flitserregeling Flitsstand Flitscorrectie Flitsgereedaanduiding Accessoireschoen Nikon Creatief Verlichtingssysteem (CVS) Synchronisatieflits Witbalans Witbalans Bracketing Bracketingtypes 360 Technische opmerkingen i, k, p, n, o, s, w, S, T, U, ': Automatische flitsen met automatische pop-up P, S, A, M, 0: Handmatige pop-up met knop ontspannen Ca. 12, 12 met handmatige flitser (m, ISO 100, 20 °C) DDL: i-DDL-flitserregeling met behulp van RGBsensor met 2.
Livebeeld Objectiefscherpstelling AF-veldstand Autofocus Automatische onderwerpselectie Film Lichtmeting Lichtmeetmethode Beeldformaat (pixels) en beeldsnelheid Bestandsindeling Videocompressie Geluidsindeling Geluidsrecorder ISO-gevoeligheid Andere opties Monitor Monitor • Autofocus (AF): Enkelvoudige servo-AF (AF-S); fulltime servo-AF (AF-F) • Handmatige scherpstelling (MF) Gezichtprioriteit-AF, breedveld-AF, normaal veldAF, AF met meevolgende scherpstelling Contrastdetectie-AF over het volledige beel
Weergave Weergave Interface USB HDMI-uitgang Accessoire-aansluiting Audio-ingang Draadloos/Bluetooth Draadloos Bluetooth Bereik (zichtlijn) NFC Bediening 362 Technische opmerkingen Schermvullende en miniatuurweergave (4, 12 of 80 beelden of kalender) met zoomweergave, zoomweergave uitsnijden, weergave inzoomen op gezichten, filmweergave, foto- en/of filmdiashows, histogramweergave, hoge lichten, foto-informatie, locatiegegevensweergave, automatische beeldrotatie, fotoscore en beeldcommentaar (maxima
Ondersteunde talen Ondersteunde talen Voedingsbron Accu Lichtnetadapter Statiefaansluiting Statiefaansluiting Afmetingen/gewicht Afmetingen (B × H × D) Gewicht Gebruiksomgeving Temperatuur Luchtvochtigheid Arabisch, Bengaals, Bulgaars, Chinees, (Vereenvoudigd en Traditioneel), Deens, Duits, Engels, Fins, Frans, Grieks, Hindi, Hongaars, Indonesisch, Italiaans, Japans, Koreaans, Marathi, Nederlands, Noors, Oekraïens, Perzisch, Pools, Portugees (Portugal en Brazilië), Roemeens, Russisch, Servisch, Spaans, Ta
❚❚ Batterijlader MH-24 100–240 V wisselstroom, 50/60 Hz, maximaal 0,2 A 8,4 V gelijkstroom/0,9 A EN-EL14a Nikon oplaadbare Li-ionbatterijen Ca. 1 uur en 50 minuten bij een omgevingstemperatuur van 25 °C wanneer de accu leeg is Gebruikstemperatuur 0 °C–40 °C Afmetingen (B × H × D) Ca. 70 × 26 × 97 mm, exclusief stekkeradapter Gewicht Ca. 96 g, exclusief stekkeradapter De symbolen op dit product geven het volgende weer: m AC, p DC, q Klasse II-apparatuur (De constructie van het product is dubbel geïsoleerd.
❚❚ Ondersteunde normen • DCF-versie 2.0: De Design Rule for Camera File Systems (DCF) is een algemeen erkende norm voor digitale camera’s waarmee de compatibiliteit tussen de verschillende cameramerken wordt gewaarborgd. • Exif-versie 2.3: De camera ondersteunt Exif-versie 2.3 (Exchangeable Image File Format voor digitale fotocamera’s), een norm voor informatie die bij foto’s wordt opgeslagen en wordt gebruikt voor optimale kleurreproductie wanneer de foto’s worden afgedrukt met Exif-compatibele printers.
A Handelsmerkinformatie IOS is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van Cisco Systems, Inc., in de Verenigde Staten en/of andere landen en wordt onder licentie gebruikt. Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation of een handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Mac, OS X, Apple®, App Store®, de Apple-logo’s, iPhone®, iPad®, en iPod touch® zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en/of andere landen.
A Conformiteitsmarkering De normen waaraan de camera voldoet kunnen worden bekeken met behulp van de optie Conformiteitsmarkering in het setup-menu (0 276). A FreeType Licentie (FreeType2) Delen van deze software zijn beschermd door het auteursrecht © 2012 The FreeType Project (http://www.freetype.org). Alle rechten voorbehouden. A MIT Licentie (HarfBuzz) Delen van deze software zijn beschermd door het auteursrecht © 2016 The HarfBuzz Project (http://www.freedesktop.org/wiki/Software/HarfBuzz).
A Certificaten 368 Technische opmerkingen
Objectiefsets De camera kan als set samen met het hieronder vermelde objectief worden gekocht. AF-P DX NIKKOR 18–55mm f/3.5–5.6G VR Dit intrekbare objectief is uitsluitend voor gebruik met DX-formaat digitale SLR-camera’s van Nikon; SLR-filmcamera’s en D4-serie, D3serie, D2-serie, D1-serie, D800-serie, D700, D610, D600, D300-serie, D200, D100, D90, D80, D70-serie, D60, D50, D40-serie, D7000, D5100, D5000, D3200, D3100, D3000 digitale SLR-camera’s worden niet ondersteund.
❚❚ Scherpstelling De scherpstelstand kan worden geselecteerd met behulp van de camerabediening (0 82). Autofocus Scherpstelling wordt automatisch aangepast wanneer de camera zich in autofocusstand bevindt (0 82). De scherpstelring kan ook worden gebruikt om de camera scherp te stellen als de ontspanknop half wordt ingedrukt (of als de AF-ON-knop ingedrukt wordt gehouden); de zogeheten “autofocus met handcorrectie” (M/A).
❚❚ De ingebouwde flitser gebruiken Bij het gebruik van de ingebouwde flitser moet het onderwerp zich op een afstand van ten minste 0,6 m bevinden en verwijder zonnekappen om vignettering te voorkomen (schaduwen ontstaan waar het einde van het objectief de ingebouwde flitser bedekt).
❚❚ Vibratiereductie (VR) Wanneer een AF-P DX NIKKOR 18–55mm f/3.5–5.6G VR op de camera is bevestigd, kan vibratiereductie worden in- of uitgeschakeld met behulp van de optie Optische VR in het opnamemenu (0 232). Als Aan is geselecteerd, treedt vibratiereductie in werking wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Vibratiereductie vermindert onscherpte veroorzaakt door cameratrilling, zodat sluitertijden tot 4.
❚❚ Meegeleverde accessoires • LC-55A 55 mm voorste objectiefdop met klikbevestiging • Achterste objectiefdop ❚❚ Compatibele accessoires • • • • 55 mm schroeffilters LF-4 Achterste objectiefdop CL-0815 Objectieftas HB-N106 Bajonetkap Leg de bevestigingsmarkering voor de zonnekap (●) op één lijn met de uitlijnmarkering op de zonnekap ( ) zoals afgebeeld in Figuur q en draai vervolgens aan de kap (w) totdat de ●markering op één lijn ligt met de vergrendelmarkering op de zonnekap (—).
❚❚ Specificaties Type Brandpuntsafstand Maximaal diafragma Objectiefopbouw Beeldhoek Schaal brandpuntsafstand Afstandsinformatie Zoom Scherpstellen Vibratiereductie Kortste scherpstelafstand Diafragmalamellen Diafragma Diafragmabereik Lichtmeting Maat voor filters/ voorzetlenzen Afmetingen Gewicht 374 Technische opmerkingen G-type AF-P DX-objectief met ingebouwde CPU en F-vatting 18–55 mm f/3.5–5.
AF-P DX NIKKOR 70–300mm f/4.5–6.3G ED VR en AF-P DX NIKKOR 70–300mm f/4.5–6.3G ED Deze objectieven zijn uitsluitend voor gebruik met DX-formaat digitale SLR-camera’s van Nikon; SLR-filmcamera’s en D4-serie, D3-serie, D2-serie, D1-serie, D800-serie, D700, D610, D600, D300-serie, D200, D100, D90, D80, D70-serie, D60, D50, D40-serie, D7000, D5100, D5000, D3200, D3100, D3000 digitale SLR-camera’s worden niet ondersteund.
❚❚ Scherpstelling De scherpstelstand kan worden geselecteerd met behulp van de camerabediening (0 82). Autofocus- en afstandsmeterfuncties worden ondersteund bij alle brandpuntsafstanden. Negeer bij het gebruik van dit objectief alle delen van de camerahandleiding waarin autofocus- en afstandsmeterrestricties voor objectieven met een maximaal diafragma kleiner dan f/5.6 worden vermeld. Autofocus Scherpstelling wordt automatisch aangepast wanneer de camera zich in autofocusstand bevindt (0 82).
❚❚ Vibratiereductie (alleen VR, AF-P DX NIKKOR 70–300mm f/4.5–6.3G ED VR) Wanneer een AF-P DX NIKKOR 70–300mm f/4.5–6.3G ED VR op de camera is bevestigd, kan vibratiereductie worden in- of uitgeschakeld met behulp van de optie Optische VR in het opnamemenu (0 232). Als Aan is geselecteerd, treedt vibratiereductie in werking wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Vibratiereductie vermindert onscherpte veroorzaakt door cameratrilling, zodat sluitertijden tot 4.
❚❚ Meegeleverde accessoires • LC-58 58 mm voorste objectiefdop met klikbevestiging • Achterste objectiefdop ❚❚ Compatibele accessoires • • • • 58 mm schroeffilters LF-4 Achterste objectiefdop CL-1020 Objectieftas HB-77 Bajonetkap Leg de bevestigingsmarkering voor de zonnekap (●) op één lijn met de uitlijnmarkering op de zonnekap ( ) zoals afgebeeld in Figuur q en draai vervolgens aan de kap (w) totdat de ●markering op één lijn ligt met de vergrendelmarkering op de zonnekap (—).
❚❚ Specificaties Type Brandpuntsafstand Maximaal diafragma Objectiefopbouw Beeldhoek Schaal brandpuntsafstand Afstandsinformatie Zoom Scherpstellen G-type AF-P DX-objectief met ingebouwde CPU en Fvatting 70–300 mm f/4.5–6.
AF-S DX NIKKOR 18–140mm f/3.5–5.6G ED VR Dit objectief is uitsluitend bedoeld voor gebruik met DX-formaat digitale camera’s van Nikon. De onderdelen van het objectief worden hieronder vermeld. 11 1 Objectiefdop 2 Bevestigingsmarkering voor zonnekap 12 8 Rubberen afdichting voor objectiefbevestiging 9 CPU-contacten ..............................307 3 Zoomring.............................................49 10 Schakelaar A-M-stand ...............
❚❚ De ingebouwde flitser gebruiken Bij het gebruik van de ingebouwde flitser moet het onderwerp zich op een afstand van ten minste 0,6 m bevinden en verwijder zonnekappen om vignettering te voorkomen (schaduwen ontstaan waar het einde van het objectief de ingebouwde flitser bedekt).
❚❚ Vibratiereductie (VR) Vibratiereductie kan worden ingeschakeld door de vibratiereductieschakelaar naar ON te schuiven en treedt in werking zodra de ontspanknop half wordt ingedrukt. Vibratiereductie vermindert onscherpte veroorzaakt door cameratrilling, zodat sluitertijden tot 4,0 stops langer duren dan anders het geval zou zijn (zoals gemeten bij 140 mm met een D300s-camera overeenkomstig de Camera and Imaging Products Association [CIPA]-normen; effecten verschillen per foto en opnameomstandigheden).
❚❚ Meegeleverde accessoires • LC-67 67 mm voorste objectiefdop met klikbevestiging • Achterste objectiefdop ❚❚ Compatibele accessoires • • • • 67 mm schroeffilters LF-4 Achterste objectiefdop CL-1018 Flexibele objectieftas HB-32 Bajonet Hood Leg de bevestigingsmarkering voor de zonnekap (●) op één lijn met de uitlijnmarkering op de zonnekap ( ) zoals afgebeeld in Figuur q en draai vervolgens aan de kap (w) totdat de ●markering op één lijn ligt met de vergrendelmarkering op de zonnekap (—).
❚❚ Specificaties G-type AF-S DX-objectief met ingebouwde CPU en F-vatting Brandpuntsafstand 18–140 mm Maximaal diafragma f/3.5–5.
D Onderhoud van het objectief • Houd de CPU-contacten schoon. • Mocht de rubberen afdichting voor de objectiefbevestiging beschadigd raken, stop dan onmiddellijk het gebruik en breng het objectief voor reparatie naar een door Nikon geautoriseerd servicecenter. • Verwijder stof en pluisjes op objectiefoppervlakken met een blaasbalgje.
A Een opmerking over groothoek- en supergroothoekobjectieven Autofocus levert mogelijk niet de gewenste resultaten in situaties zoals hieronder afgebeeld.
Capaciteit geheugenkaart De volgende tabel toont het aantal foto’s dat bij benadering kan worden opgeslagen op een 16 GB SanDisk Extreme Pro 95 MB/sec. SDHC UHS-I-kaart bij verschillende instellingen voor beeldkwaliteit en beeldformaat. Beeldkwaliteit Beeldformaat Bestandsgrootte 1 Aantal beelden 1 Buffercapaciteit 2 NEF (RAW), gecomprimeerd, — 26,3 MB 428 11 14-bits NEF (RAW), gecomprimeerd, — 21,3 MB 511 17 12-bits Groot 13,4 MB 929 100 JPEG Fijn Middel 8,0 MB 1.500 100 Klein 4,1 MB 2.
Gebruiksduur van de batterij Het aantal filmopnamen of foto’s dat kan worden gemaakt met een volledig opgeladen accu, varieert afhankelijk van de staat van de accu, temperatuur, het interval tussen de opnamen en de tijdsduur dat de menu’s worden weergegeven. Hieronder vindt u enkele voorbeeldgetallen voor EN-EL14a-accu’s (1.230 mAh). • Foto’s, enkel beeld ontspanstand (CIPA-norm 1): circa 970 opnamen • Films: ca. 70 minuten bij 1.080/60p 2 1 Gemeten bij 23 °C (±2 °C) met een AF-P DX NIKKOR 18–55mm f/3.5–5.
Het volgende kan de gebruiksduur van de batterij verkorten: • Gebruik van de monitor • Het half ingedrukt houden van de ontspanknop • Herhaaldelijk bedienen van autofocus • Bij het maken van NEF (RAW)-foto’s • Bij lange sluitertijden • Het gebruik van Wi-Fi (draadloos LAN) en Bluetooth-functies op de camera • Gebruik van de camera terwijl optionele accessoires aangesloten zijn • Gebruik van vibratiereductie (VR) met VR-objectieven • Herhaaldelijk in- en uitzoomen met een AF-P-objectief.
Index Symbolen i (Stand Automatisch)................ 4, 47 j (Stand Automatisch (flitser uit)) 4, 47 h (Scène)................................... 4, 58 k (Portret) .............................................59 l (Landschap)......................................59 p (Kinderen).........................................59 m (Sport).................................................60 n (Close-up)..........................................60 o (Nachtportret) .................................60 r (Nachtlandschap).
Cijfers 2016-pixel RGB-sensor 247, 307, 358, 360 3D-kleurenmatrixmeting............... 307 3D-tracking (AF-veldstand) .............88 A Aanduidingen omkeren................. 245 Aanraakbediening ...........15, 160, 263 Aanraak-Fn toewijzen..................... 255 Aanraakscherm ....................................15 Aanraaksluiter ......................................19 Aantal afdrukken (PictBridge)...... 215 Aantal opnamen............................... 388 Aantal resterende opnamen...........
Bevestigingsmarkering. 30, 369, 375, 380 Bewaar geselecteerd beeld.......... 182 Bewolkt (Witbalans) ........................ 140 Bijsnijden.................................... 198, 282 Bluetooth ....................................xxii, 273 Bodydop..........................................1, 323 Bracketing.................................. 151, 251 Brandpuntsafstand.......................... 314 Breedveld-AF ........................................89 Buffergeheugen ..................................
Flitser (Witbalans)............................. 140 Flitserregeling ................................... 247 Flitserregeling ingeb. flitser.......... 246 Flitsgereedaanduiding........5, 54, 318 Flitsstand....................................102, 104 Flitssynchronisatiesnelheid.106, 357 Fn-knop ................................................ 252 Fn-knop toewijzen........................... 252 Formaat wijzigen.............................. 283 Foto’s beveiligen ..............................
Klok................................................. 40, 262 Klokbatterij............................................27 Knop intrekbare objectiefcilinder 31, 32 Koelblauw........................................... 290 L Lader.....................................26, 321, 364 Landschap (Picture Control instellen) 155 Langste sluitertijd ............................ 228 Levendig (Picture Control instellen) . 155 Lichtmeting........................................ 128 Lichtnetadapter.......................
Recente instellingen ....................... 300 Rechtzetten ........................................ 287 Reiniging beeldsensor.................... 328 Retoucheermenu ............................. 277 RGB ...............................................190, 230 RGB-histogram.................................. 190 Rode-ogencorrectie ........................ 286 Rode-ogenreductie ................102, 104 Rotatie instelschijf omkeren......... 256 Ruisonderdr. lange tijdopname.. 230 S Schaal brandpuntsafstand..
U Uitsnede (PictBridge)...................... 215 Uitvoerresolutie (HDMI)................. 219 Uploaden via Eye-Fi......................... 274 USB-kabel..........................211, 214, 324 V Verbinden met smartapparaat.... 271 Vergelijken.......................................... 298 Vergrendeling automatische belichting.......................................... 130 Vertekeningscorrectie...........232, 287 Verwijderen........................................ 205 Verzenden n. smartapp. (autom.
Deze handleiding mag op geen enkele manier volledig of gedeeltelijk (behalve voor korte citaten in kritische artikelen of besprekingen) worden gereproduceerd zonder de schriftelijke toestemming van NIKON CORPORATION.