Menugids

Table Of Contents
79
Deze optie regelt flitssynchronisatiesnelheid.
e: Bracketing/flits
e1: Flitssynchronisatiesnelheid
G-knop A menu Persoonlijke instellingen
Optie Beschrijving
1/250 sec.
(automat. FP)
Automatische snelle FP-synchronisatie wordt gebruikt
wanneer een compatibele flitser bevestigd is.
Als andere
flitsers worden gebruikt, wordt de sluitertijd ingesteld op
1
/250
sec.
Wanneer de camera een sluitertijd van
1
/250 sec. toont in
belichtingsstand P of A, wordt automatische snelle FP-
synchronisatie geactiveerd als de werkelijke sluitertijd korter is
dan
1
/250 sec.
Als de flitser automatische snelle FP-
synchronisatie ondersteunt, kunnen sluitertijden met
snelheden zo kort als
1
/8.000 sec. worden geselecteerd door de
camera (standen P en A) of door de gebruiker (standen S en M).
1/250 sec.1/60
sec.
Flitssynchronisatiesnelheid ingesteld op de geselecteerde
waarde.
A Sluitertijd vast instellen op maximale
flitssynchronisatiesnelheid
Selecteer, voor het vastzetten van de maximale synchronisatiesnelheid in
de standen sluitertijdvoorkeuze of handmatige belichting, de
eerstvolgende sluitertijd na de langst mogelijke sluitertijd (30 sec. of %). Er
wordt een X (aanduiding voor flitssynchronisatie) in de zoeker en het
bovenste bedieningspaneel weergegeven.
A Automatische snelle FP-synchronisatie
Automatische snelle FP-synchronisatie zorgt ervoor dat de flitser kan
worden gebruikt bij de kortste sluitertijd ondersteund door de camera,
zodat het maximale diafragma kan worden gekozen voor een verminderde
scherptediepte zelfs wanneer het onderwerp wordt verlicht door fel
zonlicht.
De aanduiding voor flitsstand in het informatiescherm toont “FP”
wanneer automatische snelle FP-synchronisatie actief is.