Gebruikshandleiding
Table Of Contents
- Inhoudsopgave
- Voor uw veiligheid
- Kennisgevingen
- Inleiding
- Instructies
- Livebeeldfotografie
- Filmlivebeeld
- Opties voor beeldopname
- Scherpstelling
- Ontspanstand
- ISO-gevoeligheid
- Belichting
- Witbalans
- Beeldverbetering
- Flitserfotografie
- Andere opnameopties
- Meer over weergave
- Spraakmemo's
- Verbindingen
- Menugids
- Het weergavemenu: Afbeeldingen beheren
- Het opnamemenu: Opnameopties
- Persoonlijke instellingen: Fijnafstelling camera-instellingen
- Geheugenbank persoonlijke inst.
- a: Autofocus
- a1: Selectie AF-C-prioriteit
- a2: Selectie AF-S-prioriteit
- a3: Focus-tracking met Lock-On
- a4: AF-activering
- a5: Verlichting scherpstelpunt
- a6: Doorloop scherpstelpunt
- a7: Aantal scherpstelpunten
- a8: AF-ON-knop toewijzen
- a9: AF-ON-knop (vert.) toewijz.
- a10: Opslaan per stand
- a11: Selectie AF-veldstand beperken
- a12: Autofocusstand beperken
- b: Lichtmeting/belichting
- c: Timers/AE-vergrendeling
- d: Opnemen/weergeven
- e: Bracketing/flits
- f: Bediening
- f1: Centrale knop multi-selector
- f2: Multi-selector
- f3: Fn-knop toewijzen
- f4: Voorbeeldknop toewijzen
- f5: Secund. selector toewijzen
- f6: Midden sec. selector toew.
- f7: Fn-knop (verticaal) toewijzen
- f8: Sltertijd en diafragma vergr.
- f9: BKT-knop toewijzen
- f10: Functie instelschijven inst.
- f11: Knop loslaten voor instelsch.
- f12: Ontspannen bij geen kaart
- f13: Aanduidingen omkeren
- f14: Multi-selector (vert.) toew.
- f15: Zoomweergave
- f16: Filmopnameknop toewijzen
- f17: Opties voor livebeeldknop
- f18: Fn-knop afstandsb. (WR) toew.
- f19: Scherpst.knoppen objectief
- g: Film
- Het setup-menu: Camera-instellingen
- Het retoucheermenu: Geretoucheerde kopieën maken
- Mijn Menu/Recente Instellingen
- Technische opmerkingen
- Compatibele objectieven
- Overige accessoires
- Behandeling van uw camera
- Onderhoud van camera en batterij: waarschuwingen
- Standaardinstellingen
- Belichtingsprogramma
- Problemen oplossen
- Foutmeldingen
- Specificaties
- Goedgekeurde geheugenkaarten
- Capaciteit van geheugenkaarten
- Gebruiksduur van de batterij
- Index
- Garantievoorwaarden - Nikon Europees garantiebewijs

145
Z
A Belichtings- en flitsbracketing
In de standen continu lage snelheid en continu hoge snelheid pauzeert de
opname nadat het aantal opnamen volgens de specificatie in het
bracketingprogramma is gemaakt. De opname wordt hervat de
eerstvolgende keer dat de ontspanknop wordt ingedrukt. In de
zelfontspannerstand maakt de camera het aantal opnamen dat is
geselecteerd in Stap 2 op pagina 142 telkens wanneer de ontspanknop
wordt ingedrukt, ongeacht de optie geselecteerd voor Persoonlijke
instelling c3 (Zelfontspanner) > Aantal opnamen (0 325); het interval
tussen opnamen wordt echter geregeld door Persoonlijke instelling c3
(Zelfontspanner) > Interval tussen opnamen. In andere standen wordt
één opname gemaakt telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
Als de geheugenkaart vol is voordat alle opnamen in de reeks zijn gemaakt,
kan de opname worden hervat vanaf de volgende opname in de reeks
nadat de geheugenkaart is vervangen of opnamen zijn gewist om ruimte op
de geheugenkaart vrij te maken. Als de camera wordt uitgeschakeld
voordat alle opnamen in de reeks zijn gemaakt, wordt bracketing hervat
vanaf de volgende opname in de reeks nadat de camera weer is
ingeschakeld.
A Belichtingsbracketing
De camera wijzigt de belichting door de sluitertijd en het diafragma
(automatisch programma), het diafragma (sluitertijdvoorkeuze) of de
sluitertijd (diafragmavoorkeuze, handmatige belichtingsstand) te variëren.
Als Aan is geselecteerd voor ISO-gevoeligheid instellen > Autom inst
ISO-gevoeligheid (0 119) in de standen e, f en g, zonder dat er een flitser
is bevestigd, dan past de camera de belichting aan door de ISO-
gevoeligheid aan te passen en wordt alleen sluitertijd en/of diafragma
aangepast als de limieten van het belichtingssysteem worden
overschreden. Persoonlijke instelling e7 (Auto bracketing (stand M),
0 334) kan worden gebruikt om uitvoering van de belichtings- en
flitsbracketing door de camera in de handmatige belichtingsstand te
wijzigen. Bracketing kan worden uitgevoerd door de flitssterkte samen met
sluitertijd en/of diafragma te variëren, of door alleen de flitssterkte te
variëren.










