Operation Manual
46 Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Belichting
Als uw onderwerp zich niet in het meetgebied bevindt wanneer centrumgerichte meting of spotme-
ting wordt gebruikt, dan wordt de belichting gebaseerd op de lichtomstandigheden in de achter-
grond en kan uw hoofdonderwerp onjuist belicht worden. U kunt dit voorkomen met
belichtingsvergrendeling.
Sluitertijd en diafragma wijzigen
Zolang de belichting vergrendeld is, kunt u de volgende instellingen wijzigen zonder dat dit van invloed is op de
gemeten belichtingswaarde.
De nieuwe waarden worden in de zoeker en de opname-informatieweergave weergegeven. Houd er rekening
mee dat u de lichtmeetmethode niet kunt wijzigen als de belichting vergrendeld is (wijzigingen in de lichtmeting
worden van kracht wanneer de belichting wordt ontgrendeld).
12—AE-L/AF-L ( 77)
Met deze optie bepaalt u de werking van de knop AE-L/AF-L.
13—AE-vergrendeling ( 77)
Met deze optie bepaalt u of de ontspanknop de belichting vergrendelt.
Belichtingsvergrendeling
Gebruikte bedieningsknoppen AE-L/AF-L-knop
1
Selecteer de stand P, S of A en kies centrumgerichte meting of spotmeting (belichtingsvergrende-
ling heeft geen effect in de stand M).
2
Plaats het onderwerp in het geselecteerde scherpstelveld (als u cen-
trumgerichte meting gebruikt, plaatst u het onderwerp in het centrale
scherpstelveld). Druk de ontspanknop half in en controleer of de
scherpstelaanduiding (
z
) in de zoeker verschijnt. Met de ontspanknop
half ingedrukt en uw onderwerp in het geselecteerde scherpstelveld,
drukt u op de knop
AE-L/AF-L
om de belichting te vergrendelen.
Zolang de belichtingsvergrendeling actief is, wordt de aanduiding EL
in de zoeker weergegeven.
3
Houd de knop AE-L/AF-L ingedrukt, pas de compositie aan en maak de
foto.
Stand Instelling
Programma-automatiek Sluitertijd en diafragma (flexibel programma; 40)
Sluitertijdvoorkeuze Sluitertijd
Diafragmavoorkeuze Diafragma










