Operation Manual

Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Belichtingsstand M (Handmatig) 43
Belichtingsstand M (Handmatig)
In de handmatige belichtingsstand regelt u zowel de sluitertijd als het diafragma. De sluitertijd kan
worden ingesteld op waarden tussen 30sec. en ΒΌ
000 sec., maar de sluiter kan ook voor onbepaalde tijd
worden opengehouden voor lange tijdopnamen ( ). Het diafragma kan worden ingesteld tus-
sen de laagste en hoogste waarde voor het objectief.
Zo maakt u foto's in de handmatige belichtingsstand:
Elektronische analoge belichtingsaanduiding
Als een CPU-objectief is bevestigd en een andere sluitertijd dan is geselecteerd, geeft de elektronische
analoge belichtingsaanduiding in de zoeker of opname-informatieweergave aan of de foto bij de huidige instellin-
gen onder- of overbelicht wordt. Als de uiterste waarden van het lichtmeetsysteem worden overschreden, knip-
pert de aanduiding.
Wanneer Aan is geselecteerd voor persoonlijke instelling 10 (ISO auto; 76), wordt de ISO-gevoeligheid auto-
matisch aangepast om wijzigingen in het diafragma en de sluitertijd te compenseren, met als gevolg dat verande-
ringen in sluitertijd en diafragma geen effect hebben op de elektronische analoge belichtingsaanduiding.
1
Zet de keuzeknop op M.
2
Draai aan de instelschijf om een sluitertijd te kiezen (zie afbeelding linksonder). Als u het dia-
fragma wilt instellen (rechtsonder), draait u aan de instelschijf terwijl u op de knop ( ) drukt
(om sluitertijd en diafragma op de monitor weer te geven, drukt u op de knop ). Controleer de
belichting aan de hand van de elektronische analoge belichtingsaanduiding (zie opmerking hier-
onder).
3
Kadreer, stel scherp en maak de foto.
Aanduiding Beschrijving
Optimale belichting.
Als de meter zich rechts van de 0 bevindt, wordt de foto onderbelicht. De aanduiding links
geeft een onderbelichting van
1
/3LW aan.
Als de meter zich links van de 0 bevindt, wordt de foto overbelicht. De aanduiding links geeft
een overbelichting van meer dan 2LW aan.