Operation Manual

36 Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Gebruik van de ingebouwde flitser
De ingebouwde flitser
Te gebruiken met CPU-objectieven met een brandpuntsafstand van 18300mm of objectieven zonder CPU met
een brandpuntsafstand van 18–200mm ( 97–98). Verwijder zonnekappen om schaduwen te voorkomen. Als het
objectief de AF-hulpverlichting blokkeert, kan de werking van rode-ogenreductie gehinderd worden. De flitser
heeft een minimumbereik van 60cm en kan niet worden gebruikt in het macrobereik van zoomobjectieven.
Als de ingebouwde flitser in de opnamestand Continu wordt gebruikt ( 32), wordt er bij het indrukken van de
ontspanknop telkens maar één foto gemaakt.
De ontspanknop kan even geblokkeerd worden, om de flitser te beschermen nadat hij voor verschillende opna-
men achtereen is gebruikt. Na een korte pauze kan de flitser weer worden gebruikt.
Kijk voor informatie over optionele flitsers (Speedlight-flitsers) bij ‘Optionele flitsers (Speedlights)’ ( 99). Zie ‘Flits-
correctie’ voor informatie over het instellen van de flitsopbrengst ( 48).
Synchronisatie met tweede gordijn
Gewoonlijk flitst de flitser zodra de sluiter opengaat (‘synchronisatie met eerste gordijn’; zie linksonder). Bij synchro-
nisatie met tweede gordijn flitst de flitser vlak voordat de sluiter sluit, waardoor het effect van een lichtstroom ach-
ter een bewegend onderwerp ontstaat.
Synchronisatie met eerste gordijn Synchronisatie met tweede gordijn