Operation Manual
Naslaginformatie 21
Naslaginformatie
Dit hoofdstuk borduurt voort op de Instructies en beschrijft verdere opname- en weergaveopties.
Meer over fotografie (alle standen): 22
De standen P, S, A en M: 39
Zie de Menugids voor informatie over andere handelingen die alleen kunnen worden uitgevoerd in de standen P, S,
A en M, zoals het aanpassen van de verscherping, het contrast, de kleurverzadiging en de kleurtoon (‘Beeld optima-
liseren’; 68, 69).
Meer over foto's weergeven: 50
Zie de Menugids voor andere weergaveopties ( 65-67).
Aansluiten op een computer, printer, of televisie: 55
De opname-informatieweergave gebruiken De opname-informatieweergave: 22
Bewegend onderwerp fotograferen of handmatig
scherpstellen
Scherpstelling: 23
Beeldkwaliteit en -formaat instellen Beeldkwaliteit en -formaat: 29
Maak opnamen een voor een, in series, of met behulp
van zelfontspanner of afstandsbediening
Opnamestand: 32
De ingebouwde flitser gebruiken Gebruik van de ingebouwde flitser: 34
ISO-gevoeligheid verhogen wanneer er weinig licht is
ISO-gevoeligheid: 37
De standaardinstellingen terugzetten
Reset met twee knoppen: 38
De camera sluitertijd en diafragma laten bepalen
Stand P (Programma-automatiek): 40
Beweging bevriezen of onscherp weergeven Stand S (Sluitertijdvoorkeuze): 41
Bepalen of u voorwerpen op de achtergrond onscherp
wilt hebben
Stand A (Diafragmavoorkeuze): 42
Sluitertijd en diafragma handmatig instellen
Belichtingsstand M (Handmatig): 43
Lichtmeetmethode kiezen, belichting vergrendelen,
belichting en flitsopbrengst corrigeren
Belichting: 45
Kleuren natuurlijker maken
Foto's maken onder ongebruikelijke lichtomstandighe-
den
Witbalans: 49
Foto’s met de camera bekijken
Foto’s met de camera bekijken: 50
Foto’s naar een computer kopiëren
Aansluiten op een computer: 55
Foto’s printen
Foto’s printen: 57
Foto’s op televisie bekijken
Foto’s op televisie bekijken: 62










