Operation Manual
315
U
Bij het berekenen van de belichting wordt bij
centrumgerichte meting het grootste gewicht
toegekend aan een cirkel in het midden van het
beeld. De diameter (φ) van deze cirkel kan
worden ingesteld op 8, 12, 15 of 20 mm of op
het gemiddelde van het hele beeld.
Merk op dat, tenzij Gemiddeld is geselecteerd, de diameter is
ingesteld op 12 mm wanneer er een objectief zonder CPU wordt
gebruikt, ongeacht de instelling die is geselecteerd voor Objectief
zonder CPU in het setup-menu (
0 228). Wanneer Gemiddeld is
geselecteerd, wordt het gemiddelde van het gehele beeld voor zowel
CPU-objectieven als objectieven zonder CPU gebruikt.
Gebruik deze optie als u de belichtingswaarde
die de camera selecteert, wilt aanpassen. U kunt
de belichting voor elke meetmethode
afzonderlijk fijnafstellen met een waarde tussen
+1 en –1 LW, in stappen van
1
/6 LW.
b5: Centrumgericht meetveld
G-knop ➜ A Menu persoonlijke instellingen
b6:
Fijnafst.
voor
opt. belichting
G
-knop
➜
A
Menu persoonlijke instellingen
D Fijnafstelling belichting
U kunt de belichting voor elke geheugenbank met persoonlijke instellingen
afzonderlijk fijnafstellen en deze instelling wordt niet beïnvloed door een
reset met twee knoppen. Aangezien het (E)-pictogram voor
belichtingscorrectie niet wordt weergegeven, is het menu voor fijnafstelling
de enige manier om te bepalen in hoeverre de belichting is gewijzigd.
Belichtingscorrectie (0 137) heeft in de meeste situaties de voorkeur.










