Operation Manual

131
Z
❚❚ Belichtings- en flitsbracketing
1 Selecteer belichtings- of
flitsbracketing.
Kies het type bracketing dat wordt
uitgevoerd via persoonlijke instelling e4
([Inst. voor auto bracketing], p. 328).
Kies
[AE & flits] (de standaardinstelling) als u zowel de belichting als
de flitssterkte wilt variëren. Kies [Alleen AE] als u alleen de
belichting wilt variëren of kies [Alleen flits] als u alleen de
flitssterkte wilt variëren.
2 Selecteer het aantal opnamen.
Houd de knop BKT ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf
om het aantal opnamen in de bracketingserie te kiezen.
Het
aantal opnamen wordt weergegeven in het bovenste
LCD-venster.
Bij andere instellingen dan nul worden het pictogram
M en de aanduiding voor belichtings- en
flitsbracketing weergegeven in de zoeker en het
bovenste LCD-venster.
BKT knop
Hoofdinstelschijf
Bovenste
LCD-venster
Aantal opnamen
Aanduiding
belichtings- en
flitsbracketing