Operation Manual
Table Of Contents
- Vraag- en antwoordindex
- Inhoud
- Voor uw veiligheid
- Kennisgevingen
- Inleiding
- Instructies
- Beelden kadreren op de monitor (Livebeeld)
- Films opnemen en bekijken
- Opties voor beeldopname
- Scherpstellen
- Ontspanstand
- ISO-gevoeligheid
- Belichting
- Witbalans
- Beeldoptimalisatie
- Flitsen
- Overige opnameopties
- Meer informatie over weergave
- Spraakmemo
- Verbindingen
- Menugids
- Het weergavemenu: Beelden beheren
- Het opnamemenu: opnameopties
- Persoonlijke instellingen: camera-instellingen fijnafstellen
- Het setup-menu: basisinstellingen van de camera
- Het retoucheermenu: geretoucheerde kopieën maken
- Mijn Menu: een aangepast menu maken
- Technische opmerkingen

123
Z
g
: Diafragmavoorkeuze
In de stand Diafragmavoorkeuze kunt u zelf het diafragma kiezen, waarna
de camera automatisch de sluitertijd kiest die de optimale belichting
oplevert. Foto’s maken in de stand Diafragmavoorkeuze:
1 Selecteer de
belichtingsstand g.
Houd de I-knop
ingedrukt en draai aan de
hoofdinstelschijf totdat g
wordt weergegeven in de
zoeker en in het bovenste
lcd-venster.
2 Selecteer een
diafragma.
Draai aan de secundaire
instelschijf terwijl de
belichtingsmeters
ingeschakeld zijn om een
diafragma te kiezen tussen
het minimale en het maximale diafragma van het objectief. Een klein
diafragma (hoge f/-waarde) vergroot de scherptediepte (zie pagina
119), waardoor zowel de voorgrond als de achtergrond scherp zijn.
Een groot diafragma (lage f/-waarde) verzacht de achtergronddetails
in portretten of andere composities waardoor de nadruk op het
onderwerp komt te liggen.
Het diafragma kan worden vergrendeld op de geselecteerde
instelling (0 131).
Klein diafragma (f/36) Groot diafragma (f/2.8)
I-knop
Hoofdinstelschijf
SHOOT
CUSTOM
Secundaire instelschijf










