Operation Manual

67
t
t
P, S, A en M-standen
De P, S, A en M-standen bieden een verschillende graad van controle
over de sluitertijd en het diafragma:
Sluitertijd en Diafragma
Stand Beschrijving
P
Geprogram. automat.
(0 68)
De camera stelt de sluitertijd en het diafragma in voor een optimale
belichting.
Aanbevolen voor snapshots en situaties waarin er weinig
tijd is voor het aanpassen van de camera-instellingen.
S
Sluitertijdvoorkeuze
(0 69)
De gebruiker kiest de sluitertijd, terwijl de camera het diafragma kiest
die het beste resultaat oplevert.
Gebruik deze stand om beweging
scherp of juist vaag vast te leggen.
A
Diafragmavoorkeuze
(0 70)
De gebruiker kiest het diafragma, terwijl de camera de sluitertijd kiest
die het beste resultaat oplevert.
Gebruik deze stand als u de
achtergrond onscherp wilt houden of zowel de voor- als achtergrond
scherp wilt weergeven.
M
Handmatig (0 71)
De gebruiker stelt zowel de sluitertijd als het diafragma in.
Stel de
sluitertijd in op “bulb” of “tijd” voor lange tijdopnamen.
D Diafragmaringen
Als een CPU-objectief is uitgerust met een diafragmaring (0 158), vergrendelt u deze op het
kleinste diafragma (hoogste f-waarde).
G-type objectieven zijn niet voorzien van een
diafragmaring.
A Sluitertijd en Diafragma
Eenzelfde belichting kan worden verkregen met verschillende combinaties van sluitertijd en
diafragma.
Kies een korte sluitertijd en een groot diafragma om bewegende voorwerpen scherp
vast te leggen en om achtergronddetails te verzachten, of een lange sluitertijd en een klein
diafragma om bewegende voorwerpen onscherp te maken en achtergronddetails naar voren te
brengen.
Korte sluitertijd
(
1
/1.600 s)
Lange sluitertijd
(1 s)
Klein diafragma (f/22) Groot diafragma (f/5.6)
(Onthoud, hoe hoger de f-waarde, hoe kleiner het
diafragma.)
Sluitertijd Diafragma