Operation Manual

119
Z
❚❚ Belichtings- en flitsbracketing
1 Selecteer belichtings- of
flitsbracketing.
Kies het type bracketing dat wordt
uitgevoerd via persoonlijke instelling e5
([Inst. voor auto bracketing], p. 298).
Kies
[AE & flits] (de standaardinstelling) als u zowel de belichting als
de flitssterkte wilt variëren. Kies [Alleen AE] als u alleen de
belichting wilt variëren of kies [Alleen flits] als u alleen de
flitssterkte wilt variëren.
2 Selecteer het aantal opnamen.
Houd de knop Fn ingedrukt en draai aan de hoofdinstelschijf
om het aantal opnamen in de bracketingserie te kie zen.
Het
aantal opnamen wordt weergegeven in het LCD-venster.
Bij ande re instellingen dan nul worden
het pictogram M en de aanduiding
voor belichtings- en flitsbracketing
weergegeven in het LCD-venster en
kni
ppert het pictogram E in de zoeker.
Fn knop
Hoofdinstelschijf
LCD-venster
Aantal opnamen
Aanduiding b elichtings-
en flitsbracketing