Operation Manual
407
n
Reinigen.
Gebruik een blaasbalgje om
stof of vuil te verwijderen en veeg de
camerabody voorzichtig schoon met
een zachte, droge doek.
Na gebruik
van de camera op het strand of aan
zee dient u eventueel aanwezig zand
of zout te verwijderen met een doek
die licht bevochtigd is met schoon
water. Droog de camera daarna
grondig af.
In zeer uitzonderlijke
gevallen wordt het LCD-venster
lichter of donkerder als gevolg van
statische elektriciteit.
Dit duidt niet
op een storing; de normale
weergave wordt snel hersteld.
Het objectief en de spiegel kunnen
gemakkelijk beschadigd raken.
Verwijder stof en vuil voorzichtig
met een blaasbalgje.
Als u een
luchtspuitbus gebruikt, houdt u
deze verticaal om te voorkomen dat
er vloeistof uit lekt.
Verwijder
vingerafdrukken en andere vlekken
van het objectief door een beetje
lensreiniger op een zachte doek aan
te brengen en het glas voorzichtig
schoon te vegen.
Zie “Het laagdoorlaatfilter” (p. 403)
voor informatie over reiniging van
het laagdoorlaatfilter.
Objectiefcontacten.
Houd de
objectiefcontacten schoon.
Raak de sluiter niet aan.
De sluiter is
vervaardigd uit zeer dun materiaal
en raakt gemakkelijk beschadigd.
Oefen nooit druk uit op het
sluitergordijn, duw er niet op met
reinigingshulpmiddelen en stel het
nooit bloot aan de sterke
luchtstroom van een luchtspuitbus.
Dit kan krassen, vervorming of
scheuren veroorzaken.
Het kan lijken alsof het sluitergordijn
ongelijkmatig van kleur is, maar dit is
niet van invloed op de foto’s en duidt
niet op een storing.
Opslag.
U voorkomt de vorming van
schimmel of meeldauw door de
camera in een droge, goed
geventileerde ruimte te bewaren.
Wanneer u niet van plan bent de
camera binnen afzienbare tijd te
gebruiken, verwijder dan de batterij
om lekkage te voorkomen en berg
de camera op in een plastic zak met
een droogmiddel.
Plaats de
cameratas echter niet in een plastic
zak, aangezien het materiaal
hierdoor kan worden aangetast.
Denk er ook aan dat het
droogmiddel na verloop van tijd zijn
vermogen om vocht te absorberen
verliest en daarom regelmatig dient
te worden vervangen.
U voorkomt schimmel en meeldauw
door de camera ten minste één keer
per maand uit de opslag te halen.
Zet de camera aan en ontspan de
sluiter een aantal malen voordat u
de camera weer opbergt.
Bewaar de batterij op een koele,
droge plaats.
Plaats het
beschermkapje van de batterij terug
wanneer u de batterij opbergt.










