Operation Manual
387
n
9 Als met een AF 80–200mm f/2.8, AF 35–70mm f/2.8, AF 28–85mm f/3.5–4.5
(<nieuw model>) of AF 28–85mm f/3.5–4.5 wordt scherpgesteld op de
minimale scherpstelafstand bij maximale zoom, wordt mogelijk de
scherpstelaanduiding weergegeven terwijl het beeld op het matglas in de
zoeker niet scherp is.
Stel handmatig scherp totdat het beeld in de zoeker
scherp is.
10 Bij maximaal diafragma van f/5.6 of hoger (lager getal).
11 Sommige objectieven kunnen niet worden gebruikt (zie pagina 388).
12 Rotatiebereik van de AI 80–200mm f/2.8 ED wordt bij bevestiging op een statief
beperkt door de camerabody.
Wanneer de AI 200–400mm f/4 ED op de camera
is bevestigd, kunnen geen filters worden verwisseld.
13 Als het maximale diafragma wordt opgegeven via [Niet-CPU-objectief ] (p. 222),
wordt de diafragmawaarde weergegeven in de zoeker en in het bovenste
LCD-venster.
14 Kan alleen worden gebruikt als de brandpuntsafstand en het maximale
diafragma zijn opgegeven via [Niet-CPU-objectief] (p. 222).
Gebruik
spotmeting of centrumgerichte meting als niet het gewenste resultaat wordt
bereikt.
15 Voor een grotere nauwkeurigheid stelt u de brandpuntsafstand en het
maximale diafragma in via [Niet-CPU-objectief] (p. 222).
16 Kan worden gebruikt in de handmatige belichtingsstand bij sluitertijden van
meer dan
1
/125 sec.
17 De belichting kan worden bepaald door het diafragma vooraf in te stellen.
In
de belichtingsstand Diafragmavoorkeuze moet u het diafragma instellen met
de diafragmaring alvorens de belichting te vergrendelen of het objectief te
verschuiven.
In de stand voor handmatige belichting moet u het diafragma
instellen met de diafragmaring en de belichting bepalen alvorens het objectief
te verschuiven.
18 Belichtingscorrectie is vereist in combinatie met de AI 28–85mm f/3.5–4.5, AI
35–105mm f/3.5–4.5, AI 35–135mm f/3.5–4.5 of AF-S 80–200mm f/2.8D.
Zie de
handleiding van de teleconverter voor meer informatie.
19 Automatische tussenring PK-12 of PK-13 is vereist.
Afhankelijk van de
camerastand is mogelijk de PB-6D vereist.
20 Gebruik een vooraf ingesteld diafragma.
In de belichtingsstand
Diafragmavoorkeuze moet u het diafragma instellen via het objectief alvorens
de belichting te bepalen en de foto te maken.
• Voor de PF-4 repro-unit is een PA-4 camerahouder vereist.










