Operation Manual
117
Z
U kiest een belichtingsstand door de knop
I ingedrukt te houden en aan de
hoofdinstelschijf te draaien totdat de
gewenste stand wordt weergegeven in de
zoeker of het bovenste LCD-venster.
A Scherptedieptecontrole
Als u het effect van het diafragma wilt bekijken,
houdt u de knop voor scherptedieptecontrole
ingedrukt.
Het objectief wordt ingesteld op de
door de camera geselecteerde diafragmawaarde
(stand e en f ) of op de waarde die de gebruiker
heeft gekozen (stand g en h), zodat de
scherptediepte in de zoeker kan worden
gecontroleerd.
A Persoonlijke instelling e3, Instellicht
Deze instelling bepaalt of de SB-900, SB-800, SB-600, SB-R200 en andere
optionele flitsers die het Creatieve Verlichtingssysteem (CVS; zie pagina
190) ondersteunen, een instellicht afgeven wanneer de knop voor
scherptedieptecontrole wordt ingedrukt.
Zie pagina 331 voor meer
informatie.
A Zie ook
Zie pagina 110 voor informatie over de instelling voor automatische
ISO-gevoeligheid.
Zie pagina 304 voor informatie over het gebruik van de
optie [Ruisonderdr.
lange sluitertijd] in het opnamemenu voor
ruisonderdrukking bij lange sluitertijden.
Zie persoonlijke instelling b2
([Stapgrootte inst. belichting], p. 318) voor meer informatie over het
kiezen van de stapgrootte voor sluitertijd en diafragma.
Zie persoonlijke
instelling f7 ([Functie instelschijven inst.] > [Verwissel hoofd/secundair],
p. 344) als u de functies van de hoofdinstelschijf en de secundaire
instelschijf wilt omwisselen.
I knop
Hoofdinstelschijf
Voorbeeldknop










