Operation Manual

79
N
A Staande fotos (portretstand)
Als u opnamen in de “staande” stand (portretstand) kadreert, gebruikt u
de instelschijven om het scherpstelpunt te selecteren.
Zie persoonlijke
instelling f4 ([FUNC.-knop toewijzen], p. 340) voor meer informatie.
A Zie ook
Zie persoonlijke instelling a6 ([Verlichting scherpstelpunt], p. 314) als u
wilt instellen wanneer het scherpstelpunt wordt verlicht.
Zie persoonlijke
instelling a7 ([Doorloop scherpstelpunt], p. 315) als u wilt instellen dat de
selectie van het scherpstelpunt doorloopt.
Zie persoonlijke instelling a8
([Selectie scherpstelpunt], p. 315) als u het aantal scherpstelpunten wilt
instellen dat kan worden geselecteerd met de multi-selector.
Zie
persoonlijke instelling a10 ([Onderste AF-ON-knop], p. 317) voor
informatie over het wijzigen van de functie van de knop B voor
verticale opnamen.
Zie persoonlijke instelling f1 ([Centrale knop multi-
selector], p. 335) als u de functie van de middelste knop van de multi-
selector wilt wijzigen.