Operation Manual
67
Taking Photographs—BeeldcorrectieFoto’s maken—Beeldcorrectie
Beeldcorrectie
Instellingen Opnamemenu
In dit gedeelte worden de instellingen besproken die u alleen via het Opnamemenu
kunt wijzigen (
166).
Contouren benadrukken: Verscherping
Wanneer u een foto maakt, bewerkt de camera het beeld automatisch om het onderscheid
tussen de lichte en donkere delen te benadrukken, zodat de foto scherper lijkt. Met de
opties in het menu Verscherping kunt u regelen hoeveel het beeld wordt verscherpt.
De camera past verscherping automatisch aan aan het onderwerp
en de andere camera-instellingen. De hoeveelheid verscherping ver-
schilt van beeld tot beeld, zelfs bij onderwerpen van hetzelfde type;
om meer dan één foto met dezelfde beeldcorrectie te maken, dient
u een andere instelling te kiezen. Gebruik voor het beste resultaat
een type G of D objectief.
Automatisch
(standaard)
De camera voert dezelfde standaard hoeveelheid verscherping uit
bij alle beelden.
Normaal
BeschrijvingOptie
De contouren in het beeld worden minder dan bij Normaal bena-
drukt.
Laag
De contouren in het beeld worden enigszins minder dan bij Normaal
benadrukt.
Medium laag
De contouren in het beeld worden enigszins meer dan bij Normaal
benadrukt.
Medium hoog
De contouren in het beeld worden meer dan bij Normaal benadrukt.
Hoog
Het beeld wordt niet verscherpt.Geen
1
Markeer Verscherping in het Opnamemenu
( 166) en duw de multi-selector naar rechts.
2
Markeer de gewenste optie en duw de multi-selec-
tor naar rechts. Het Opnamemenu verschijnt nu.










