Operation Manual
126
Foto’s maken—Intervalfotografi e
Opnamestand
Ongeacht de geselecteerde opnamestand maakt de camera bij elk interval het ingestelde
aantal opnamen. In de stand CH (continu met hoge snelheid) worden foto’s gemaakt met
een snelheid van vijf opnamen per seconde (acht opnamen per seconde als high-speed uit-
snede is ingeschakeld). In de standen S (enkel beeld), CL (continu met lage snelheid) en M-UP
(spiegel omhoog) worden foto’s gemaakt met de snelheid die is ingesteld via persoonlijke
instelling d1 (Opnamesnelheid; 194). In de stand (zelfontspanner) wordt de sluiter-
vertraging toegepast op elke gemaakte foto. In de stand M-UP wordt de spiegel voorafgaand
aan elke opname automatisch opgeklapt.
Instellingenbanken Opnamemenu
Wijzigingen in de intervaltimer-instellingen zijn van toepassing op alle instellingenbanken
van het Opnamemenu ( 167). Wanneer u de instellingen van het Opnamemenu terugstelt
met behulp van het onderdeel Opn. menu terugzetten in het Opnamemenu ( 169), dan
worden de intervaltimer-instellingen als volgt teruggesteld:
• Starttijd: Nu
• Interval: 00:01´:00˝
• Aantal intervallen: 1
• Aantal opnamen: 1
•Start: Uit
Onderbreken intervalfotografi e
Zo beëndigt u het intervalfotograferen voordat alle opnamen zijn gemaakt:
1
Duw de multi-selector naar links of rechts om Start onderin het intervaltimermenu
te markeren (zie vorige pagina).
2
Duw de multi-selector omhoog of omlaag om Gereed te selecteren en druk op de
knop.
Het intervalfotograferen wordt ook beëndigd indien:
• Voer een reset met twee knoppen uit ( 133).
• Selecteer Opn. menu terugzetten in het Opnamemenu ( 169).
• De bracketing-instellingen worden gewijzigd ( 98).
• De batterij leeg is.
Wanneer het intervalfotograferen wordt beëndigd, schakelt de camera over op de
normale opnamestand.










