Operation Manual

103
Foto’s maken—Belichting
Witbalansbracketing
1
Kies Witbalans bracketing bij Persoonlijke Instel-
ling e5 (Auto bracketing; 200).
2
Druk de knop in en draai de hoofdinstelschijf rond om het aantal opnamen
in de bracketingreeks in te stellen ( 105). Tenzij deze instelling op nul staat, ver-
schijnen nu een pictogram en een bracketingindicator in het LCD-venster
bovenop de camera. Het LCD-venster achterop de camera toont en de
zoeker .
Als het aantal opnamen in het bracketingprogramma
groter is dan het aantal resterende opnamen, dan
verschijnt er een knipperend pictogram in het
LCD-venster bovenop de camera en knipperen de
opnameteller en het aantal resterende opnamen. Er
verschijnt een knipperende indicator in de zoe-
ker en de ontspanknop is buiten werking gesteld.
De camera kan beginnen met fotograferen wanneer
u een nieuwe geheugenkaart in de camera heeft
geplaatst.
3
Druk de knop in en draai de secundaire instelschijf rond om de witbalanswij-
ziging te kiezen ( 105). Elke stap komt ongeveer overeen met 10 mired.