Operation Manual

29
Instructies—Eenvoudig fotograferen
Stap 2—Wijzig de camera-instellingen
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u met een type G of D objectief foto’s maakt bij
de standaardinstellingen vermeld in de tabel hieronder. In “Foto’s maken” staat wan-
neer en hoe u de instellingen wijzigt ( 37).
2
Optie Standaard Beschrijving
Beeldkwa-
liteit
Beeldfor-
maat
Gevoelig-
heid
Witbalans
Belich-
tingsstand
AF-veld
Middelste
scherpstelveld
72
De camera stelt scherp op het onderwerp in het
middelste scherpstelveld.
(geprogrammeerd
automatisch)
83–
91
Ingebouwd belichtingsprogramma wijzigt slui-
tertijd en diafragma automatisch voor optimale
belichting onder de meeste omstandigheden.
A
(automatisch)
52–
64
De witbalans wordt automatisch ingesteld voor
natuurlijke kleuren onder de meeste typen ver-
lichting.
200
50–
51
De gevoeligheid (het digitale equivalent van
lmsnelheid) wordt ingesteld op een waarde die
ongeveer overeenkomt met ISO 200.
L
(groot)
46–
47
Foto’s zijn 2464 × 1632 pixel groot.
NORM
(JPEG Normaal)
43–
46
Foto’s worden gecomprimeerd voor een opti-
maal evenwicht tussen beeldkwaliteit en be-
standsgrootte voor snapshot foto’s.
2
.1 Zet de opnamestand op enkel beeld ( 41)
Houd de ontgrendeling van de keuzeknop inge-
drukt (
) en zet de opnamekeuzeknop (
) op S
(enkel beeld). Nu neemt de camera telkens wan-
neer u de ontspanknop indrukt één foto.
A
c
h
ter
-
ste LCD-
venster
WitbalansBeeldgrootte
BeeldkwaliteitGevoeligheid
Bovenste LCD-venster
Belichtingsstand
Scherpstelveld