Operation Manual

11
Inleiding—Eerste kennismaking met de camera
1 Referentiecirkel (diameter 8 mm) voor
centrumgerichte lichtmeting..............82
2 Scherpstelpunt (scherpstelvelden) ......72
Spotmetingsdoelen ...........................82
3 Scherpstelindicator ......................32, 81
4 Lichtmeting .......................................82
5 Bracketing-indicator ..........................96
6 Vergrendeling automatische
belichting ..........................................93
7 Vergrendeling sluitertijd.....................92
8 Sluitertijd..................................... 83–92
9 Vergrendeling diafragma ...................92
10 Diafragma (f/-getal) .....................83–92
Diafragma (aantal stops)..............89, 91
11 Belichtingsstand ................................83
12 Belichtingscorrectie-indicator .............95
13 Opnameteller ....................................28
Aantal resterende opnamen ..............28
Aantal resterende opnamen
voor volraken geheugenbuffer...........42
Belichtingscorrectiewaarde ................95
PC-standindicator............................224
14 “K” (verschijnt bij geheugencapaciteit
voor meer dan 1000 opnamen) .........49
15 Flitser-gereedindicator .....................114
16 Batterij-indicator................................27
17 FV-vergrendelingsindicator...............112
18 Synchronisatie-indicator...................111
19 Diafragmastopindicator ...............89, 91
20 Elektronische analoge
belichtingsdisplay ..............................91
Belichtingscorrectie............................95
21 Statusindicator spraakmemo ...........139
22 Witbalansbracketing-indicator .........101
23 Witbalansstand .................................49
24 Beeldgrootte .....................................46
25 Beeldkwaliteit....................................43
26 Gevoeligheidsindicator (ISO) ..............50
Automatische
gevoeligheidsindicator.....................180
27 Gevoeligheid (ISO-equivalent) ............50