Operation Manual

86
GEAVANCEERDE FOTOGRAFIE—BELICHTINGSMETHODE
Belichtingsmethode (vervolg)
Sluitertijdvoorkeuze
Bij sluitertijdvoorkeuze stelt de gebruiker de sluitertijd in terwijl de camera automa-
tisch het diafragma instelt. De sluitertijd is instelbaar van dertig seconden tot 1/
16.000 seconde. Gebruik een korte sluitertijd om bewegingen te "bevriezen" en een
lange sluitertijd om bewegende onderwerpen te vervagen. Sluitertijdvoorkeuze kan
alleen worden gebruikt bij CPU-objectieven.
Om te fotograferen bij sluitertijdvoorkeuze:
1
Druk op de MODE-toets en draai de hoofdinstelschijf
rond tot
verschijnt op het LCD-venster bovenop de
camera.
Diafragmaring objectief
Als de diafragmaring van het objectief niet is ingesteld op het kleinste diafragma, dan verschijnt
in de zoeker en op het LCD-venster bovenop de camera een knipperende aanduiding en
is de ontspanknop geblokkeerd. Dit geldt niet voor type G objectieven, die geen diafragmaring
hebben.
Non-CPU Lenses
Als u sluitertijdvoorkeuze heeft geselecteerd terwijl er geen CPU-objectief op de camera zit,
dan wordt de belichtingsmethode automatisch op diafragmavoorkeuze ingesteld (A). De
diafragmaweergave in de zoeker en op het LCD-venster bovenop de camera toont , de
op het LCD-venster bovenop de camera knippert en de weergave voor de belichtingsmethode
in de zoeker staat op om aan te geven dat het diafragma handmatig moet worden ingesteld
met de diafragmaring.
3
Bepaal de uitsnede van uw foto en druk af.
2
Draai aan de hoofdinstelschijf om een sluiter tijd te kie-
zen.