Operation Manual

85
GEAVANCEERDE FO
TOGRAFIE—BELICHTINGSMETHODE
Flexibel programma
Bij programma-automatiek is een groot aantal combinaties van sluitertijd en diafragma mogelijk,
waarvan elk de juiste belichting oplevert. Met het flexibel programma kunt u een andere com-
binatie van sluitertijd en diafragma kiezen zonder dat de belichting verander t. Hiervoor draait u
aan de instelschijf (A). Wanneer het flexibele programma in werking is, verschijnt er een asterisk
("*") naast de aanduiding voor de belichtingsmethode op het LCD-venster bovenop de camera
(B). Om de sluitertijd en het diafragma terug te zetten op hun standaardwaarden dient u de
instelschijf te verdraaien tot de asterisk verdwijnt. Het flexibele programma wordt ook opgehe-
ven wanneer u de camera uitzet of een reset met twee toetsen uitvoer t ( blz. 184).
Belichtingsprogramma
Hieronder wordt het belichtingsprogramma voor programma-automatiek in een grafiek weer-
gegeven.
De maximum en minimum lichtwaarden (LW) zijn afhankelijk van de gevoeligheid (ISO-equivalent).
Bij matrixlichtmeting wordt een LW van hoger dan 17
1
/
3
bij ISO 200 teruggebracht tot 17
1
/
3
.
A B
Diafragma
-4
-3
12
13
-2
-1
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
F1.4
F1
F2
F2.8
F4
F5.6
F8
F11
F16
F22
F32
30" 15"
8"
4" 2" 1" 2 4 8 15 30 60
125 250 500
1000
2000 4000
8000 16000
22
21
20
19
18
17
16
15
14
[
E
V
]
23
17
1
/
3
Meetbereik: LW 1-21
ISO 200, objectief met lichtsterkte f/1,4 en kleinste
diafragma van f/16 (bijv. AF 50 mm f/1,4D)
Sluitertijd