Operation Manual
109
GEAVANCEERDE FO
TOGRAFIE—FLITSAANSLUITINGEN EN -INDICA
TIES
Flitsaansluitingen en -indicaties
Uw digitale Nikon-camera is voorzien van een accessoireschoentje waarmee
Speedlight flitsers direct op de camera kunnen worden aangesloten en een synchro-
nisatie-aansluiting waarmee Speedlights via een flitskabel kunnen worden aangeslo-
ten. Wanneer u een Speedlight heeft aangesloten, geeft de flitsklaar-aanduiding in de
zoeker aan wanneer de flitser volledig opgeladen en klaar voor gebruik is.
Accessoireschoentje
De Speedlights SB-28DX, SB-50DX, SB-28, SB-27, SB-26,
SB-25, SB-24, SB-23, SB-22s, SB-29 enz., kunnen direct,
zonder synchronisatiekabel, op het accessoireschoentje
worden bevestigd. Het schoentje is uitgerust met een
veiligheidsvergrendeling die er voor zorgt dat Speedlights
met een vergrendelpen (de SB-28DX, SB-28, SB-27, SB-
26, SB-25, SB-22s en SB-29) niet van de camera kunnen vallen.
Flitskabelaansluiting
Op het synchronisatiecontact van de camera kunt u een
flitskabel aansluiten. Gebruik de kabelaansluiting niet
wanneer u flitst met synchronisatie op het tweede sluiter-
gordijn en de Speedlight SB-28DX, SB-50DX, SB-28, SB-
27, SB-26, SB-25, SB-24, SB-23, SB-22s of SB-29 op het
accessoireschoentje bevestigd is.
Flitsklaarlampje
Wanneer de Speedlight SB-28DX, SB-50DX, SB-28, SB-27, SB-26, SB-25, SB-24, SB-
23, SB-22s of SB-29 is aangesloten, gaat het flitsklaarlampje branden wanneer de
flitser volledig opgeladen en klaar voor gebruik is. Als het flitsklaarlampje gedurende
drie seconden knippert direct nadat u een foto met de flits in de D-TTL-stand of de
niet-TTL automatische flitsstand heeft genomen, is de flitser op volle capaciteit afge-
vuurd en kan het zijn dat de foto onderbelicht is. Controleer het resultaat op de
LCD-monitor. Is de foto onderbelicht, stel dan de afstand tot het onderwerp, het
diafragma, de sluitertijd of de uitlichtingshoek bij en maak een nieuwe opname.










