Gebruikshandleiding

114
Compatible flitsers (vervolg)
GEAVANCEERDE FOTOGRAFIE—COMPAT IBLE FLITSERS
Raadpleeg de handleiding bij uw Speedlight voor gedetailleerdere gebruikersinformatie. In de
tabel met cameratype in de handleiding bij de SB-28DX valt uw digitale Nikon-camera onder
categorie A.
Is de sluitertijd
1
/
500
sec. of langer, dan synchroniseert de sluiter met de flitser.
Als het flitsklaarlampje gedurende drie seconden knippert nadat u een foto met de SB-80DX,
SB-50DX of SB-28DX in de D-TTL-stand heeft genomen, kan het zijn dat de foto onderbelicht
is. Controleer de foto op de LCD-monitor. Is de foto onderbelicht, stel dan de brandpunt-
afstand, het diafragma of de uitlichtingshoek bij en maak een nieuwe opname.
Bij gebruik van een andere Speedlight dan de SB-80DX, SB-50DX of SB-28DX bij een sluiter-
tijd van
1
/
500
sec kan het zijn dat de waarschuwing voor onderbelichting niet verschijnt. Als foto's
onderbelicht zijn zonder dat er een waarschuwing in de zoeker verschijnt, zet de sluitertijd dan
op
1
/
250
sec. en maak de foto opnieuw.
De belichtingsinformatie achterop Speedlights wordt gegeven in stappen van
1
/
3
LW. Stelt u de
stappen voor de belichtingsvariatie op de camera in op
1
/
2
LW, (met behulp van Persoonlijke
Instelling 20), dan geeft de Speedlight niet de juiste ISO-waarde weer. Dit is niet van invloed op
de werkelijke belichtingswaarde.
De gevoeligheidsinstellingen die bij D-TTL-flitsfotografie gebruikt kunnen worden zijn equiva-
lent aan ISO 125, 160, 200, 250, 320, 400, 500, 640, en 800. Als de gevoeligheidsverhoging wordt
gebruikt (Persoonlijke Instelling 31), dan kan het zijn dat de flitser niet de juiste flitsbelichting
produceert, afhankelijk van het diafragma of de afstand tot het onderwerp.
Wanneer de Speedlight is voorzien van een AF-hulpverlichting, dan gaat de hulpverlichting
alleen branden als het middelste scherpstelveld wordt gebruikt.
Wanneer de belichtingsmethode op programma-automatiek staat, dan hangt het maximum
diafragma af van de gevoeligheid, zoals hieronder afgebeeld:
Gevoeligheid (ISO-equivalent)
Grootste diafragma
125
4,2
160
4,5
200
4,8
250
5,0
320
5,3
400
5,6
Gevoeligheid (ISO-equivalent)
Grootste diafragma
500
6
640
6,3
800
6,7
Als het grootste diafragma van het objectief kleiner is dan hierboven aangegeven, dan wordt het
maximum diafragma begrensd door de lichtsterkte (het grootste diafragma) van het objectief.