Operation Manual

72
22.Selectie diafragma
Standaard kan het diafragma alleen worden ingesteld met behulp van de
subcommandoknop in de standen diafragma voorkeuze en handmatige
belichting.
Met behulp van dit onderdeel kunt u de instellingen wijzigen, zodat het
diafragma alleen kan worden ingesteld met de diafragmaring op het objectief.
Optie: 0 Het diafragma kan alleen worden ingesteld met de sub-
commandoknop (standaard)
1 Het diafragma kan alleen worden ingesteld met de diafragma-
ring op het objectief
23.Scherpte
De D1 kan worden geprogrammeerd om de scherpte van randen in foto's
die met de camera worden gemaakt te verhogen of te verlagen.
Optie: 0 Normaal (standaard) 2 Hoog
1 Laag 3 Geen
24.Tooncompensatie
Deze instelling regelt de beeldcompensatie die de camera uitvoert wanneer
er een foto wordt gemaakt. De compensatie is gebaseerd op curven die de
relatie definiëren tussen de toonverdeling in het oorspronkelijke beeld en het
gecompenseerde resultaat. Standaard stelt de D1 automatisch het toonbereik
en de toonverdeling bij om een optimaal resultaat te bereiken, wanneer
matrixmeting wordt gebruikt. Bij alle instellingen behalve RAW (waarbij
gegevens van de CCD rechtstreeks zonder bijstelling op de geheugenkaart
worden opgeslagen), kunt u kiezen uit automatisch, normaal, weinig contrast
en veel contrast instellingen. U kunt ook Eigen Curven gebruiken die u met
Nikon Capture-software voor de D1 (apart verkrijgbaar) heeft gecreëerd en
naar de camera heeft gedownload. De standaard Eigen Curve is lineair.
Optie: 0 Automatisch (standaard)—de camera stelt de curven bij voor
optimaal contrast (alleen bij matrixmeting; bij gebruik van een
ander type lichtmeting is deze optie identiek aan optie 1, dus
normale toon compensatie)
1 Normaal —deze curve is geschikt voor taferelen met een
normale verdeling van schaduw, middentonen en hoge lichten
2 Weinig contrast—gebruik deze curve om te voorkomen dat
hoge lichten in helder verlichte taferelen worden uitgebleekt
3 Veel contrast—gebruik deze curve om wazige achtergrond-
details naar voren te brengen
4 Door gebruiker gedefinieerde Eigen Curve
25.Opnamesnelheid in continue opnamestand
Dit onderdeel kan worden gebruikt om de filmtransportsnelheid in de
continue opnamestand in te stellen.
Optie: Ch Circa 4,5 beelden per seconde (standaard)
3 Circa 3 bld/s
2 Circa 2 bld/s
1 Circa 1 bld/s
CL Elke foto wordt eerst naar de geheugenkaart geschreven
voordat de volgende foto wordt gemaakt. Foto’s worden niet
opgeslagen in het tijdelijke buffer-geheugen van de camera.
Eigen Instellingen: Opties Eigen Instellingen