Operation Manual
64
Scherptediepte weergave
Om de scherptediepte voor de diafragma-instelling bij de huidige
belichtingsinstelling te controleren, dient u de knop voor de voorvertoning van
de scherptediepte ingedrukt te houden.
Het objectief wordt ingesteld op het diafragma dat bij
de automatische belichtingsstanden ‘geprogrammeerd
automatisch’ of ‘sluitertijden voorkeuze’ door de ca-
mera wordt geselecteerd, of op de waarde die bij de
standen ‘diafragma voorkeuze’ of ‘handmatig’ door de
gebruiker wordt geselecteerd. Het beeld door de zoe-
ker geeft u een indruk van de scherptediepte die bij het
huidige diafragma kan worden verkregen.
Brandpuntsvlak positie
De positie van het brandpuntsvlak binnenin de camera wordt aangegeven
door middel van een merkteken op het camerahuis.
De afstand tussen de camera en het onderwerp dient
bij handmatige afstandsmeting te worden gemeten
vanaf dit merkteken. De afstand tussen de montageflens
van het objectief en het brandpuntsvlak is 46,5 mm.
Camera-instellingen: Scherptediepte weergave / Brandpuntsvlak positie










