Operation Manual
50
3
Houd de -knop ingedrukt, stel de compositie van uw foto bij (A) en maak
de foto (B).
Camera-instellingen: Vergrendeling automatische belichting
Tip
U kunt de camera-instellingen wijzigen zodat de automatische belichting wordt
vergrendeld wanneer u de ontspanknop half indrukt. Zie "Eigen Instellingen",
onderdeel 7.
U kunt de omvang van het gebied dat bij centrum-gewogen meting de nadruk krijgt
instellen op 6mm, 10mm of 13mm (zie "Eigen Instellingen", onderdeel 14). In
plaats daarvan kunt u ook centrum-gewogen lichtmeting toepassen om het
gemiddelde van het gehele beeld te gebruiken. De standaardinstelling is 8mm.
U kunt de camera-instellingen wijzigen zodat de vergrendeling van de automati-
sche belichting van kracht blijft nadat u de -knop heeft losgelaten. In dat geval
wordt de normale automatische belichting hersteld de volgende keer dat u de -
knop indrukt. Zie "Eigen Instellingen", onderdeel 21.
Terwijl u de -knop ingedrukt houdt, kunt u de sluitertijd instellen
(wanneer u sluitertijden voorkeuze heeft ingesteld als de belichtingsstand),
het diafragma instellen (diafragma voorkeuze) of de flexibel programma
gebruiken (geprogrammeerd automatisch). Het diafragma (bij sluitertijden
voorkeuze), de sluitertijd (bij diafragma voorkeuze) of het flexibele pro-
gramma wordt automatisch aangepast om de belichting overeen te laten
komen met de vergrendelde belichtingswaarde. De gewijzigde sluitertijd-
en diafragmawaarde wordt getoond in de zoeker er op het LCD venster
bovenop de camera.
De lichtmetingsmethode kan niet worden gewijzigd tijdens de vergren-
deling. Veranderingen hieraan treden pas in werking nadat de
-knop is
losgelaten.
A B










