DIGITALE CAMERA Gebruikshandleiding Nl
Informatie vinden Vind wat u zoekt in: O De inhoudsopgave Î aB vi–vii Î aB viii–ix Items zoeken op functie of naam. O De index met vragen en antwoorden Weet u wat u wilt doen, maar kent u de naam van de functie niet? Zoek dan in de index met vragen en antwoorden. O De index Î aB 111–114 Î aB 97–99 Zoeken op trefwoord. O Foutmeldingen Als een waarschuwing wordt weergegeven in de zoeker of op de monitor, vindt u hier de oplossing.
Symbolen en conventies De volgende symbolen worden gebruikt om u in staat te stellen snel de informatie te vinden die u zoekt: D Dit symbool staat bij waarschuwingen die vóór gebruik moeten worden gelezen om schade aan de camera te voorkomen. A Dit symbool staat bij opmerkingen die moeten worden gelezen voordat u de camera gaat gebruiken. C Dit symbool staat bij tips die aanvullende informatie geven over het gebruik van de camera.
Voor uw veiligheid Lees de volgende veiligheidsvoorschriften goed door alvorens dit product in gebruik te nemen om zo schade aan het product of letsel bij uzelf of anderen te voorkomen. Bewaar deze veiligheidsinstructies op een plaats waar alle gebruikers van dit product ze kunnen lezen.
A Neem bij gebruik van de batterijlader de onder- staande voorzorgsmaatregelen in acht • Gebruik uitsluitend batterijladers die zijn bedoeld voor gebruik met dit product. • Houd de batterijlader droog. Als u deze voorzorgsmaatregel niet in acht neemt, kan dit leiden tot brand of een elektrische schok. • Verwijder stof op of bij de metalen onderdelen van de stekker met een droge doek. Als u dit nalaat en het product blijft gebruiken, kan dit brand veroorzaken.
Mededelingen • Geen enkel deel van de bij dit product geleverde handleidingen mag worden gereproduceerd, overgedragen, opgeslagen in een archiefsysteem of in enige vorm worden vertaald naar enige taal, met enig middel, zonder voorafgaande schriftelijk toestemming van Nikon. • Nikon behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande aankondiging de specificaties van de hardware en software die in deze gebruikshandleidingen worden beschreven op elk gewenst moment te wijzigen.
Symbool voor gescheiden inzameling in Europese landen Dit symbool geeft aan dat dit product via gescheiden inzameling moet worden afgevoerd. Het volgende is uitsluitend van toepassing voor gebruikers in Europese landen: • Dit product dient gescheiden van het overige huisvuil te worden aangeboden bij een daartoe geschikt inzamelingspunt. • Neem voor meer informatie contact op met de leverancier of de gemeentelijke reinigingsdienst.
Inhoudsopgave Voor uw veiligheid ...................................................................................................................................... ii Mededelingen .............................................................................................................................................. v Index met vragen en antwoorden ..................................................................................................... viii Inleiding....................................
Menugids........................................................................................................................ 65 Opnameopties: Het opnamemenu .................................................................................................... 65 a Auto bracketing.............................................. 75 j Beeldkwaliteit...................................................66 G AF-veldstand..................................................... 76 n Beeldformaat ........................
Index met vragen en antwoorden Vind wat u zoekt met behulp van deze index met vragen en antwoorden.
Foto's maken Vraag Is er een gemakkelijke manier om kiekjes te maken? Is er een gemakkelijke manier om creatieve opnamen te maken? Hoe voorkom ik onscherpte bij inzoomen? Hoe voorkom ik onscherpte bij fotograferen met weinig licht? Hoe kan ik films opnemen en afspelen? Hoe kan ik geluid opnemen en afspelen? Hoe gebruik ik de flitser? Hoe gebruik ik de zelfontspanner? Kan de camera scherpstellen op onderwerpen op zeer kleine of grote afstand? Kan ik foto's lichter of donkerder maken? Hoe pas ik de belichting
Gebruik uitsluitend elektronische accessoires van het merk Nikon Nikon COOLPIX-camera's zijn ontwikkeld volgens de hoogste technologische normen en bevatten complexe elektronische circuits.
Inleiding Gefeliciteerd met de aanschaf van een Nikon COOLPIX P5000 digitale camera. Deze gebruikshandleiding is geschreven om u maximaal plezier te laten beleven bij het fotograferen met deze digitale camera van Nikon. Lees alle instructies grondig door, zodat u optimaal gebruik van uw camera kunt maken en bewaar de instructies op een plaats waar iedereen die ermee werkt ze kan lezen.
Onderdelen van de camera q t w e r u y i o Objectief in opbergstand !0 !1 !2 !3 !4 !5 !6 !7 Instelschijf..............23, 29, 43, 48, 50, 52, 89 Camera-aan-lampje........................................ 16 Hoofdschakelaar............................................... 12 Keuzeknop..............................................................6 Zoeker..................................................................... 18 Ingebouwde flitser .........................................
i o u !4 !3 q w e r t !0 y 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 A (FUNC) knop ................................. 29, 48, 89 Q (monitor) knop .............................................8 G (weergave) knop............................... 22, 23 F (menu) knop............29, 48, 53, 65, 80 I (wissen) knop ................22, 43, 46, 50, 52 Luidspreker Zoeker..................................................................... 18 Flitserlampje .......................................................
De monitor De volgende aanduidingen kunnen tijdens opname en weergave op de monitor verschijnen (afhankelijk van de camera-instellingen). Opname #0 @8 w #1 @9 q e u t r y i o !0 !1 @7 !2 !3 !4 @6 @3 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 4 !5 @4 @5 @2 1/125 F4.3 @1 !9 @0 9999 !8 0h00m00s !6 !7 Opnamestand.....................17, 29, 36, 37, 38 17 Datum afdrukken/dagenteller................. 86 Belichtingsvergrendeling ........................... 35 18 Resterend aantal opnamen.
Weergave q w 01/01/2007 00:00 9999.JPG !9 e r t !8 !7 !6 y j !4 i 9999/9999 !3 !2 !0 !5 1 2 3 4 5 6 7 8 9 u Opnamedatum .................................12–13, 84 Opnametijd.........................................12–13, 84 Aanduiding intern geheugen.................. 17 Aanduiding batterijniveau......................... 16 Bestandsnummer en -type .................... 106 Volumeaanduiding................................. 46, 50 Opnameaanduiding spraakmemo.......
De keuzeknop U selecteert een stand door het pictogram van die stand naar de markering naast de keuzeknop te draaien. U Auto (B 16): Een eenvoudige stand voor 'richten en schieten' die wordt aanbevolen als u voor het eerst een digitale camera gebruikt. P Anti-shake (B 36): Voorkomt of vermindert onscherpte door middel van vibratiereductie en de Best Shot Selector (BSS). T Hoge gevoeligheid (B 37): Kies deze stand om onscherpte te voorkomen als er weinig licht op het onderwerp valt.
De multi-selector U gebruikt de multi-selector om te navigeren in de cameramenu's en om het menu voor de flitsstand, de zelfontspanner, de scherpstelstand of belichtingscorrectie weer te geven.
De Q knop Druk op de knop Q als u de aanduidingen op de monitor wilt verbergen of weergeven. Opname Hulpsjablonen (alleen in de standen P, T, P, S, A en M) Huidige instellingen 1/125 F4.3 9 Monitor uit (alleen in de standen P, S, A en M). U kunt alleen foto's maken als de camera is scherpgesteld. Weergave Foto-informatie weergegeven Opnamegegevens weergegeven (zie hierna) 15/05/2007 15:30 0004.JPG 4/ Alleen weergave door objectief Foto-informatie verborgen 100NIKON 0004.JPG 4 ·P · 1/125 · F4.
Eerste stappen De batterij opladen De camera gebruikt een oplaadbare EN-EL5 Li-ion batterij (meegeleverd). Laad de batterij op met de meegeleverde MH-61 batterijlader voordat u de batterij voor het eerst gebruikt of wanneer de batterij bijna leeg is. de lader aan op het stopcontact 1 Sluit Sluit het netsnoer aan op de lader (c) en steek de stekker in een stopcontact (d). Het CHARGElampje gaat branden (e).
De batterij plaatsen Plaats de batterij na het laden in de camera zoals hieronder wordt beschreven. het klepje van het batterijvak/de geheu1 Open genkaartsleuf de batterij 2 Plaats Plaats de batterij in de richting die wordt aange- geven op het label aan de binnenkant van het batterijvak. Bij het plaatsen van de batterij wordt de oranje batterijvergrendeling opzij geduwd. De batterij is volledig geplaatst als de vergrendeling op zijn plaats terugklikt.
De batterij verwijderen Zet de camera uit voordat u batterijen plaatst of verwijdert. U verwijdert de batterij door het deksel van het batterijvak/de kaartsleuf te openen en de batterijvergrendeling in de aangegeven richting te schuiven. U kunt de batterij vervolgens met de hand verwijderen. De batterij kan zeer warm worden tijdens gebruik, dus wees voorzichtig wanneer u de batterij verwijdert.
De camera aan- en uitzetten Druk op de hoofdschakelaar om de camera aan te zetten. Het groene camera-aan-lampje gaat branden en de monitor wordt ingeschakeld. U zet de camera uit door nogmaals op de hoofdschakelaar te drukken. Als u de camera wilt aanzetten in de weergavestand, houdt u de knop G ingedrukt. (B 22). Basisinstellingen De eerste keer dat u de camera aanzet, verschijnt er een taalselectievenster.
7 8 Geef het menu Datum weer. Selecteer uw tijdzone. 9 Stel de Dag in. (De volgorde van dag, maand en jaar kan in sommige landen afwijken.) 11 10 Selecteer Maand. Herhaal de stappen 9– 10 om de Maand, het Jaar, de uren en de minuten in te stellen. 12 1/125 Selecteer de gewenste datumnotatie. F4.3 9 Stel de klok in en keer terug naar de opnamestand.
Geheugenkaarten plaatsen Foto's worden opgeslagen in het interne geheugen van de camera (circa 21MB) of op een verwisselbare SD-geheugenkaart (Secure Digital) (B 91). Het interne geheugen wordt alleen gebruikt om foto's op te slaan, weer te geven en te verwijderen als er geen geheugenkaart is geplaatst. Een geheugenkaart plaatsen: uitzetten 1 DeAls camera het camera-aan-lampje brandt, drukt u op de hoofdschakelaar om de camera uit te zetten.
Een geheugenkaart verwijderen Voordat u de geheugenkaart verwijdert, zet u de camera uit en controleert u of het camera-aanlampje uit is. Open het klepje van het batterijvak/de geheugenkaartsleuf, druk op de geheugenkaart, zodat deze er gedeeltelijk uitspringt, en verwijder de kaart daarna met de hand. A Een geheugenkaart formatteren Als het bericht rechts wordt weergegeven als de camera is ingeschakeld, moet u de geheugenkaart formatteren voordat u deze kunt gebruiken.
Basisstappen voor foto's maken en weergeven U stand In dit gedeelte wordt beschreven hoe u foto's maakt in de stand U (auto). Deze automatische stand voor 'richten en schieten' wordt aanbevolen als u voor het eerst een digitale camera gebruikt. de stand U 1 Selecteer Draai de keuzeknop naar U. aan 2 Zet2.1 deZetcamera de camera aan Druk op de hoofdschakelaar om de camera aan te zetten. Het groene camera-aan-lampje gaat branden, de monitor wordt ingeschakeld en het objectief komt naar voren. 2.
In de stand U (auto) worden ook de volgende aanduidingen weergegeven. Opnamestand: 0 wordt weergegeven in de stand U (auto). Beeldkwaliteit en -formaat: Kies de beeldkwaliteit (B 66) en het formaat (B 66) die geschikt zijn voor het doel en het gebruik van de foto. De standaardinstellingen zijn normale beeldkwaliteit (NORM) met een beeldformaat van of 3,648×2,736 (j). Aanduiding intern geheugen: Als q wordt weergegeven, worden foto’s opgeslagen in het interne geheugen.
het beeld 3 Kadreer 3.1 Maak de camera gereed Houd de camera met beide handen stevig vast, waarbij u erop let dat uw vingers en andere voorwerpen zich niet voor het objectief, de flitser of de microfoon bevinden. Wanneer u portretfoto's wilt nemen waarbij u de camera 90° draait, houd dan de camera zo vast dat de flitser bovenaan zit. 3.2 Kadreer het beeld Kadreer het beeld zo dat het hoofdonderwerp zich ongeveer in het midden van de monitor of de zoeker bevindt. 1/125 F4.
Zoom De zoomknop kan worden gebruikt om onder- Uitzoomen Inzoomen werpen op de monitor of in de zoeker te kadreren. Druk op W om uit te zoomen, waardoor het zichtbare gebied groter wordt. Druk op T om tot maximaal 3,5× in te zoomen, zodat het onderwerp een groter deel van het beeld vult. De hoeveelheid zoom wordt weergegeven op de monitor. Aanduiding wordt weergegeven wanneer u op de zoomknop drukt.9 1/125 F4.3 T T W W Optische zoom (tot 3,5×) 1/125 F4.
en druk af 4 Stel4.1 scherp Stel scherp Druk de ontspanknop zacht en ongeveer half in, totdat u een lichte weerstand voelt. In de stand U stelt de camera automatisch de scherpstelling en de belichting voor het onderwerp in op het midden van het scherpstelveld. • Als de camera kan scherpstellen, worden de scherpstelaanduiding en het scherpstelveld groen weergegeven en brandt het groene AF-lampje naast de zoeker. Ga verder met stap 4.2.
4.2 Maak de foto Druk de ontspanknop rustig helemaal in om de foto te maken. (Als de camera beweegt terwijl u de ontspanknop indrukt, kan de foto onscherp worden.) De flitser of de AFhulpverlichting kan worden geactiveerd als er weinig licht op het onderwerp valt (B 24–25). D Tijdens de opname Terwijl foto’s worden opgeslagen, knippert het pictogram Q of q op de monitor en wordt het pictogram o (wachten) weergegeven.
Foto's weergeven Druk op de knop G om de laatst gemaakte foto schermvullend weer te geven op de monitor (schermvullende weergave). Gebruik de multi-selector om andere foto's te bekijken: duw de multi-selector omlaag of naar rechts om foto's te bekijken in de volgorde waarin ze zijn opgeslagen. Duw omhoog of naar links om foto's in omgekeerde volgorde weer te geven. Houd de multi-selector ingedrukt als u snel naar de gewenste foto wilt bladeren.
C Schermvullende weergave In de schermvullende weergave kunnen de volgende bewerking worden uitgevoerd: Functie Knop Andere foto's weergeven of Inzoomen T (O) Miniaturen W (M) weergeven Foto-informatie verbergen of Q weergeven Spraakmemo opnemen/ B afspelen Terug naar de G of opnamestand ontspanknop Beschrijving B Druk de multi-selector omlaag of naar rechts of draai de instelschijf naar rechts om foto's te bekijken in de volgorde waarin ze zijn opgeslagen.
De flitser gebruiken De flitser heeft een bereik van 0,3–8m als de camera helemaal is uitgezoomd. Het bereik bij maximale zoom is 0,3–4m. De volgende flitsstanden zijn beschikbaar: Stand S Automatisch Beschrijving Bij weinig licht wordt automatisch de flitser gebruikt. Automatisch Geavanceerde rode-ogenreductie wordt gebruikt om 'rode ogen' in met rodeportretten te verminderen (zie de volgende pagina). ogenreductie De flitser wordt niet gebruikt, ook niet bij weinig licht.
Geavanceerde rode-ogenreductie Deze camera maakt gebruik van geavanceerde rode-ogenreductie ('ingebouwde rodeogencorrectie'). De flitser geeft vóór de hoofdflits enkele flitsen met lage intensiteit af om rode ogen te voorkomen. De camera analyseert vervolgens het beeld. Als er rode ogen worden aangetroffen, wordt het desbetreffende gedeelte verwerkt om de rode ogen te verminderen voordat de foto wordt opgeslagen.
Foto's maken met de zelfontspanner De camera is uitgerust met een zelfontspanner van tien of drie seconden, die kan worden gebruikt voor zelfportretten en om onscherpte door camerabewegingen te voorkomen. Plaats bij gebruik van de zelfontspanner de camera op een statief of op een vlakke, horizontale ondergrond. Zet vibratiereductie uit als u een statief gebruikt (B 87). 1 2 Open het zelfontspannermenu. Zelfontspanner Markeer de optie. • 10s: Zelfontspanner van 10 seconden.
Een scherpstelstand kiezen Kies een scherpstelstand op basis van het onderwerp en de compositie. Stand Beschrijving Camera past de scherpstelling automatisch aan op basis van de afstand tot het onderwerp. Gebruik deze stand als het onderwerp zich op Z Autofocus 30 cm of meer van het objectief bevindt (70 cm of meer wanneer de camera volledig is uitgezoomd).
Belichtingscorrectie In andere standen dan M wordt belichtingscorrectie gebruikt om de belichting aan te passen ten opzichte van de waarde die de camera selecteert. Kies een waarde tussen –2,0 en +2,0 LW, in stappen van 1/3 LW. 1 2 Exit Exit Geef de opties weer. Selecteer de belichtingscorrectiewaarde. U kunt op ieder moment foto's maken. 3 1/125 F4.3 9 Keer terug naar de opnameweergave. De selectie wordt met een pictogram aangegeven.
Onderwerpsstand De camera biedt een keuze uit zestien onderwerpsstanden. De camera-instellingen worden automatisch geoptimaliseerd voor het geselecteerde onderwerp. De onderwerpsstand kan ook worden gebruikt om spraakopnamen te maken (B 51).
De volgende onderwerpsstanden zijn beschikbaar: K Gezichtprioriteit-AF Kadreer een portretopname van één tot drie personen vanaf het middel omhoog (B 34). De camera detecteert automatisch de gezichten van de personen en stelt hierop scherp. • Digitale zoom is niet beschikbaar. V* D A Portret H OFF * E Z b 0* Gebruik deze stand voor natuurlijk uitziende portretten. U kunt het scherpstelveld selecteren met de multi-selector (B 33). • Digitale zoom is niet beschikbaar.
E Party/binnen Gebruik deze stand voor opnamen die details van de achtergrond bevatten of om het effect van kaarslicht en andere achtergrondverlichting binnenshuis vast te leggen. • De camera stelt scherp op het onderwerp in het midden van het beeld. • Houd de camera stevig met beide handen vast om onscherpte te voorkomen. OFF * Z 0* D V of W * H E b F Strand/sneeuw Leg heldere onderwerpen vast, zoals sneeuwvlakten, stranden en watervlakten.
J Close-up Maak close-ups van bloemen, insecten en andere kleine objecten, waarbij de achtergrond onscherp blijft. De camera zoomt in tot de macro close-uppositie en het pictogram voor macro close-up (E) wordt groen om aan te geven dat de camera kan scherpstellen tot op slechts 4cm van het objectief (de minimale scherpstelafstand hangt af van de zoompositie). U kunt het scherpstelveld selecteren met de multi-selector (B 33).
N Tegenlicht Gebruik deze stand wanneer het licht bij een portret van achter de persoon komt, zodat diens gezicht in de schaduw ligt. De ingebouwde flitser wordt automatisch gebruikt om schaduwen 'in te vullen' (te verlichten). • De camera stelt scherp op het onderwerp in het midden van het beeld. D D H O Panorama assist OFF* E Z b 0* Gebruik deze stand als u een aantal foto's maakt die later in PictureProject worden samengevoegd tot een panorama (B 35).
Foto's maken in de stand Gezichtprioriteit-AF Als K (Gezichtprioriteit-AF) is geselecteerd in het onderwerpmenu (B 29), wordt het pictogram m in het midden van de monitor weergegeven. Maak foto's zoals hieronder wordt beschreven. Kadreer de foto, waarbij u het pictogram m als hulpmiddel gebruikt. Wanneer de camera een gezicht detecteert, verandert m in een dubbele gele rand. Als de camera meerdere gezichten detecteert, wordt scherpgesteld op de dichtstbijzijnde persoon.
Foto's maken voor een panorama Als u O (Panorama assist) selecteert in het onderwerpmenu (B 29), wordt de standaardbewegingsrichting weergegeven, zoals rechts wordt aangegeven. Maak foto's zoals hieronder wordt beschreven. Gebruik een statief voor een beter resultaat. 1 F4.3 9 Van boven naar beneden 1/125 Van beneden Geef aan hoe de beelden in het voltooide naar boven panorama worden samengevoegd. In deze richting moet u de camera na elke opname bewegen. Van links naar rechts F4.
Standen P en T P (Anti-shake) stand Als de camera of het onderwerp beweegt terwijl de sluiter is geopend, kunnen beelden onscherp zijn. In de stand P (anti-shake) worden vibratiereductie (B 87) en BSS (Best Shot Selector; B 75) ingeschakeld en wordt de ISO-gevoeligheid (B 71) verhoogd tot een maximum van ISO 1600. Dit vermindert onscherpte als gevolg van cameratrilling wanneer de flits is uitgeschakeld of wanneer de camera is ingezoomd.
T (Hoge gevoeligheid) stand In de stand T (hoge gevoeligheid) verhoogt de camera automatisch de ISOgevoeligheid naar het maximum van 1600 en vermindert zo onscherpte wanneer het onderwerp beweegt of slecht verlicht is (B 71). Foto's maken in de stand T: 1 2 1/125 F4.3 9 Draai de keuzeknop naar T. 1/125 F4.3 9 Maak foto's. De camera vergelijkt automatisch de afstanden tot de onderwerpen in negen scherpstelvelden en stelt de scherpstelling en de belichting in voor het dichtstbijzijnde onderwerp.
De standen P, S, A en M De standen P, S, A en M bieden diverse geavanceerde instellingen, zoals sluitertijd, diafragma en witbalans. Stand GeprogramP meerd automatisch (B 39) SluitertijdvoorS keuze (B 40) Beschrijving Camera stelt sluitertijd en diafragma in voor een optimale belichting. Deze stand wordt aanbevolen voor kiekjes en in andere situaties waarbij er weinig tijd is om de camera-instellingen aan te passen.
P: Geprogrammeerd automatisch In deze stand past de camera automatisch de sluitertijd en het diafragma aan voor een optimale belichting. Foto's maken in de stand Geprogrammeerd automatisch: 1 2 1/125 F4.3 Draai de keuzeknop naar P. 9 1/125 F4.3 9 Maak foto's. De camera vergelijkt automatisch de afstanden tot de onderwerpen in negen scherpstelvelden en stelt de scherpstelling en de belichting in voor het dichtstbijzijnde onderwerp (B 76).
S: Sluitertijdvoorkeuze In de stand Sluitertijdvoorkeuze kiest u de gewenste sluitertijd tussen 8 en 1/2000 sec, waarna de camera het diafragma selecteert voor een optimale belichting. 1 2 1/125 F4.3 9 Draai de keuzeknop naar S. 3 1/250 F4.3 1/250 F4.3 9 Kies de sluitertijd. 9 Maak foto's. De camera vergelijkt automatisch de afstanden tot de onderwerpen in negen scherpstelvelden en stelt de scherpstelling en de belichting in voor het dichtstbijzijnde onderwerp (B 76).
A: Diafragmavoorkeuze In de stand Diafragmavoorkeuze kiest u het gewenste diafragma, waarna de camera de sluitertijd selecteert voor een optimale belichting. Wanneer de camera helemaal uitgezoomd is, kan het diafragma worden ingesteld op waarden tussen f/2.7 en f/7.6; bij maximale zoom kan het diafragma worden ingesteld op waarden tussen f/5.3 en f/7.3. 1 2 1/125 F4.3 9 Draai de keuzeknop naar A. 3 1/125 F6.8 1/125 F6.8 9 Kies het diafragma. 9 Maak foto's.
M: Handmatig In de stand M stelt de gebruiker de sluitertijd en het diafragma in. 1 Draai de keuzeknop naar M. 1/125 F4.3 9 2 Selecteer de sluitertijd of het diafragma. Het geselecteerde item verandert telkens wanneer u de multi-selector naar rechts drukt. 1/125 F4.3 9 3 1/250 F4.3 9 4 Stel het geselecteerde item in. De belichtingsaanduiding geeft aan in welke mate foto's worden over- of onderbelicht bij de huidige instellingen (zie hieronder).
Meer over weergave Meerdere foto's weergeven: Miniatuurweergave Als u de zoomknop naar W (M) drukt in de schermvullende weergave (B 22), worden foto's weergegeven in een overzicht van vier, negen of zestien miniaturen.
Geretoucheerde kopieën maken Met de volgende opties kunt u geretoucheerde kopieën maken van de foto’s in het interne geheugen of op de geheugenkaart. Optie Beschrijving D-Lighting Kopieën maken met een verbeterde helderheid en contrast in de schaduw. Uitsnede Uitgesneden kopieën maken. Kleine kopie Kleine kopieën maken. Contrast verbeteren: D-Lighting Kopieën die zijn gemaakt met D-Lighting worden verwerkt, waardoor contrast en helderheid in donkere delen van de foto worden verbeterd.
Een uitgesneden kopie maken Als het pictogram y tijdens de zoomweergave op Dit beeld opslaan als de monitor wordt weergegeven (B 43), kunt u het getoond? deel van de foto dat momenteel op de monitor zichtbaar is opslaan in een apart bestand. Als u op Nee Ja de knop F drukt, wordt het scherm rechts weergegeven. Markeer Ja en druk op B om een nieuwe foto te maken die alleen het gebied bevat dat zichtbaar is op de monitor.
Spraakmemo's: Opnemen en afspelen Met de ingebouwde microfoon (B 2) kunt u spraakmemo's opnemen voor foto's die in de schermvullende weergave worden aangeduid met het pictogram x (B 22). 15/05/2007 15:30 0004.JPG 4/ 4 Spraakmemo's opnemen Houd de knop B ingedrukt om een spraakmemo te maken. De pictogrammen REC eng beginnen te knipperen. De opname eindigt na ongeveer 20 seconden of zodra de knop wordt losgelaten. Raak de microfoon tijdens opname niet aan.
Films Films opnemen Voer de onderstaande stappen uit als u films wilt opnemen waarbij geluid wordt opgenomen via de ingebouwde microfoon (zie pagina 49 voor informatie over het opnemen van intervalfilms). 1 Draai de keuzeknop naar p en selecteer de gewenste filmoptie (B 48). De opnameteller geeft de opnameduur voor films aan. 1m17s 2 57s 3 Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te starten (de camera stelt scherp op het onderwerp in het midden van het beeld).
Het menu Film Als u in de filmstand op de knop F drukt, wordt het filmmenu weergegeven. Optie Beschrijving Kies het type film dat u wilt opnemen: • w TV-film 640: Films worden opgenomen op 30 beelden per seconde (bps); elk beeld is 640 ×480 pixels groot. • qTV-film 640: 15 bps; beeldformaat 640×480. • p Film 320: 15 bps; beeldformaat 320×240. Film• t Film 160: 15bps; beeldformaat 160×120.
Intervalfilms opnemen Als u Interval film selecteert in het menu met filmopties (B 48), wordt het menu uit stap 1 hieronder weergegeven. 1 2 Kies het interval tussen de opnamen. 3 233 Selecteer en ga terug naar menu met filmopties. Druk op de knop F om het menu te verlaten. Druk de ontspanknop volledig in om de intervalopnamen te starten. De camera maakt om het ingestelde interval een foto totdat de ontspanknop opnieuw wordt ingedrukt, het geheugen vol is of nadat er 1800 frames zijn opgenomen.
Films afspelen In de schermvullende weergave (B 22) worden films aangeduid met het pictogram p. 15/05/2007 15:30 0010.AVI 20s Als u een film wilt afspelen, geeft u deze schermvullend weer en drukt u op B. Boven in het beeld worden afspeelknoppen weergegeven. Druk de multiselector naar links of naar rechts om een knop te markeren en druk op B om de geselecteerde bewerking uit te voeren. 1 2 3 4 5 8 9 10s Opname terugspoelen. Het afspelen wordt hervat wanneer u de knop B loslaat. Opname vooruitspoelen.
Spraakopnamen U kunt spraakopnamen maken met de ingebouwde microfoon en afspelen via de ingebouwde luidspreker. Een spraakopname maken Als u een spraakopname wilt maken, draait u de keuzeknop naar S en selecteert u B in het onderwerpmenu (B 29). De maximale opnameduur wordt weergegeven, zoals rechts wordt aangegeven. 1 1 2 3 4 5 Pauzepictogram Bestandsnummer Opnameduur Opnamedatum Resterende tijd 6 Indexnummer † 7 Voortgangsaanduiding Druk de ontspanknop helemaal in om de opname te starten.
Spraakopnamen afspelen Als u een spraakopname wilt afspelen, selecteert u B in het onderwerpmenu (B 29) en drukt u op de knop G. Er wordt een lijst met opnamen weergegeven, zoals rechts. 1 Selecteer de opname. 2 1 2 3 4 5 Bedieningspictogrammen * Bestandsnummer Afspeelduur Indexnummer Voortgangsaanduiding 6 7 8 9 Opnamedatum Opnameduur Index Volume † Speel de opname af. Als u de opname wilt wissen, drukt u op I.
Spraakopnamen kopiëren Als een geheugenkaart is geplaatst, kunt u spraakopnamen van het interne geheugen kopiëren naar de geheugenkaart en vice versa. Druk hiervoor op F terwijl de lijst met opnamen wordt weergegeven (zie de vorige pagina). 1 2 Markeer de optie. • q → Q: Opnamen kopiëren van het interne geheugen naar de geheugenkaart. • Q → q: Opnamen kopiëren van de geheugenkaart naar het interne geheugen. 3 Markeer Geselecteerde bestanden. * Geef een menu met kopieeropties weer.
Aansluiting op een televisie, computer of printer U kunt beelden niet alleen op de camera weergeven, maar u kunt ook: • Foto’s bekijken op een tv (B 55) • Beelden naar een computer kopiëren waar u ze kunt opslaan en bewerken (B 56–59). • Foto's afdrukken op een printer (B 60–63) of afdrukken bestellen bij een fotocentrale. Voordat u de camera op een ander apparaat aansluit, moet u mogelijk de interfaceinstellingen in het setup-menu wijzigen (B 89).
Foto's weergeven op een televisie of de optie voor Interface> Video1 Controleer stand overeenstemt met het videoapparaat (B 89) en zet vervolgens de camera uit. de camera op de tv aan met de meegeleverde EG-CP14 AV-kabel. Sluit 2 Sluit de zwarte plug aan op de camera, de gele plug op de video-in-aansluiting van de tv en de witte plug op de audio-in-aansluiting. de televisie af op het videokanaal. Raadpleeg bij twijfel de documen3 Stem tatie bij de televisie.
Foto's weergeven op een computer De camera kan met de meegeleverde USB-kabel op een computer worden aangesloten. Vervolgens kunt u foto’s met de meegeleverde PictureProject-software naar de computer kopiëren, waar u ze kunt ordenen, bewerken en afdrukken. Voordat u de camera aansluit Installeer PictureProject vanaf de meegeleverde installatie-cd. Raadpleeg voor meer informatie over de installatie en het gebruik van PictureProject de Snelhandleiding en de cd met de naslaggids.
Voer de volgende stappen uit om een USB-optie te kiezen. 1 2 Draai de keuzeknop naar R. 3 Markeer Interface. 4 Markeer USB. Geef de opties weer. 5 6 Geef de USB-opties weer. 7 Markeer de gewenste optie. Selecteer de optie. Draai de keuzeknop naar een andere instelling om het setupmenu te verlaten.
Foto’s overspelen naar een computer 1 Start een computer waarop PictureProject is geïnstalleerd. 2 Zet de camera uit. 3 Sluit de camera aan op de computer met de meegeleverde USB-kabel. 4 Zet de camera aan. PictureProject start. op B om alle gemarkeerde beelden naar 5 Druk de computer over te spelen.
De camera loskoppelen Als MTP/PTP is geselecteerd voor USB, zet u de camera uit en koppelt u de USB-kabel los. Als Mass storage is geselecteerd voor USB, verwijdert u de camera uit het systeem zoals hieronder wordt beschreven, voordat u de camera uitzet en de USB-kabel loskoppelt. • Windows Vista/Windows XP: Klik op het pictogram 'Hardware veilig verwijderen' ( ) op de taakbalk en selecteer USBapparaat voor massaopslag veilig verwijderen.
Foto's afdrukken Gebruikers met een PictBridge-compatibele printer kunnen de camera rechtstreeks op de printer aansluiten en foto's afdrukken zonder gebruik te maken van een computer.
De printer aansluiten de camera uit. 1 Zet D USB MTP/PTP (de standaardoptie) moet zijn geselecteerd voor Interface>USB in het setup-menu van de camera voordat de camera op een printer kan worden aangesloten (B 57). 2 Zet de printer aan. 3 Sluit de camera aan op de printer met de meegeleverde USB-kabel. de camera aan. Het PictBridge-opstart4 Zet scherm wordt weergegeven, gevolgd door het PictBridge-weergavescherm.
Foto's een voor een afdrukken 1 Print selectie 2 PictBridge Start print Kopieën Papierformaat Sluit Markeer een foto. (U kunt de instelschijf Geef het PictBridge-menu weer. gebruiken in plaats van de multiselector.) * * Duw de zoomknop naar T (O) om de geselecteerde foto schermvullend weer te geven. Duw de zoomknop naar W (M) om terug te keren naar de lijst met miniaturen. 3 Markeer een optie en druk op B. Optie Beschrijving Start het afdrukken.
Meerdere foto's afdrukken Als u meerdere foto's wilt afdrukken, drukt u op de knop F terwijl het PictBridge-weergavescherm wordt weergegeven (B 61). Het rechts weergegeven menu verschijnt. Markeer een optie en druk op B. Printmenu Printselectie Print alle beelden DPOF-printen Papierformaat Sluit Optie Beschrijving Printselectie Hiermee drukt u de geselecteerde foto's af (zie hierna). Print alle beelden Hiermee drukt u elke foto eenmaal af. Het menu rechts wordt weergegeven.
Een DPOF-printopdracht maken: Printopdracht U gebruikt de optie Printopdracht in het weergavemenu (B 80) om digitale 'printopdrachten' te maken voor afdrukken met DPOF-compatibele apparaten (B 60). Als u Printopdracht kiest, wordt het menu uit stap 1 hieronder weergegeven. 1 2 Markeer Print selectie. * Geef het selectiescherm weer. * Als u de huidige printopdracht wilt wissen, markeert u Printopdracht wissen en drukt u op B. 3 4 Selecteer foto's zoals wordt beschreven in de stappen 1–3 op pagina 63.
Menugids Opnameopties: Het opnamemenu Om het opnamemenu weer te geven selecteert u P, S, A, M of de stand T drukt u op de knop F. Nadat u de multi-selector heeft gebruikt om de instellingen te veranderen (B 7), drukt u op de ontspanknop of op de knop F om terug te keren naar de opnamestand. Standaardwaarden (B 89) wordt gebruikt om alle standaardwaarden te herstellen. De gewijzigde instellingen worden opgeroepen wanneer de P, S, A, M of de stand T weer wordt geselecteerd.
j Beeldkwaliteit Foto's worden opgeslagen in de gecomprimeerde JPEG-indeling. Hoe meer foto's worden gecomprimeerd, hoe minder geheugenruimte ze innemen (B 67). Door compressie neemt de beeldkwaliteit echter ook af. Hoe meer compressie op foto's wordt toegepast, hoe beter zichtbaar dit kwaliteitsverlies zal zijn. Optie Beschrijving Hoogste beeldkwaliteit (compressieverhouding van 1:4), geschikt voor m Fine vergrotingen of afdrukken van hoge kwaliteit.
Geheugencapaciteit, beeldkwaliteit en beeldformaat De volgende tabel vermeldt het aantal foto's dat kan worden opgeslagen in het interne geheugen en op een geheugenkaart van 256 MB.
C Beeld optimaliseren Optimaliseer het contrast, de verscherping en andere instellingen op basis van het gebruik van de foto's of het soort onderwerp. Optie Normaal D (standaard) E Zachter H Levendig G Extra levendig H Portret Q Eigen D Zwart-wit Beschrijving Wordt aanbevolen in de meeste omstandigheden. Contouren worden zachter gemaakt voor een natuurlijk resultaat dat geschikt is voor portretten of bewerking op een computer.
Zwart-witfoto's maken: Zwart-wit Selecteer deze optie als u zwart-witfoto's wilt maken Kies Standaard als u standaard zwart-witfoto's wilt maken. Kies Eigen als u het contrast en de verscherping wilt aanpassen zoals is beschreven op de vorige pagina. Eigen biedt ook de optie Monochroomfilter voor de volgende kleurfiltereffecten: Optie Geen Geel Oranje Rood Groen Beschrijving Geen kleurfiltereffect. Verbetert het contrast. Kan worden gebruikt om de helderheid van de lucht in landschapsfoto's te verlagen.
k Witbalans Hiermee bepaalt u hoe foto's worden verwerkt, zodat natuurlijke kleuren worden geproduceerd bij verschillende soorten licht. Optie Automatisch l (standaard) Beschrijving Dit is in de meeste omstandigheden de beste keuze. Voorwerp met een neutrale kleur wordt als referentie gebruikt om de witbalans in te stellen onder ongewone lichtomstandigheden (zie hierna). * n Daglicht Witbalans afgestemd op direct zonlicht. * p Gloeilamp-licht Voor opnamen bij gloeilamplicht.
n Gevoeligheid De gevoeligheid is een maatstaf voor de wijze waarop de camera op licht reageert. Hoe hoger de gevoeligheid, hoe minder licht nodig is om een foto te maken. Net zoals film met een hoge ISO 'korrelige' beelden oplevert, kan een hoge gevoeligheid echter 'ruis' veroorzaken: her en der verspreide, helder gekleurde pixels in donkere delen van het beeld. Kies een waarde tussen ISO 64 en ISO 3200. Automatisch is het equivalent van ISO 64 onder normale omstandigheden.
p Lichtmeting Bepaal hoe de camera de belichting meet. Optie Matrix p (standaard) Beschrijving De camera stelt de belichting in voor het hele beeld. Wordt aanbevolen in de meeste omstandigheden. De camera meet het hele beeld, maar kent het grootste belang toe aan het onderwerp in het midden van de monitor (zie rechts). Standaardmeting voor portretten. De achterCentrum- gronddetails blijven behouden, terwijl de verq 1/125 F4.3 9 gericht lichting in het midden van het beeld de belichting bepaalt.
a Continu Hiermee kunt u een vluchtige uitdrukking van een persoon in een portret vastleggen, onderwerpen fotograferen die onvoorspelbare bewegingen maken of beweging vastleggen in een reeks foto's. Beschrijving Er wordt één foto gemaakt wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. Terwijl de ontspanknop volledig wordt ingedrukt, maakt de c Continu camera maximaal acht foto's met ongeveer 0,8 frames per seconde (fps).
e Intervalfotografie Om het menu voor intervalopnamen weer te geven, selecteert u Intervalopnamen in het menu Continu (B 73) en drukt u op B. Maak gebruik van een volledig opgeladen batterij of van de optionele EH-62A lichtnetadapter om te voorkomen dat de batterij tijdens een opname leeg raakt. Zet de keuzeknop tijdens opname niet in een andere stand. 1 Kies het interval tussen de opnamen. Druk op B om de selectie te maken, druk daarna op F om terug te keren naar de opnamestand.
L BSS BSS wordt aanbevolen voor situaties waarin onverwachte camerabewegingen kunnen leiden tot onscherpe beelden. Dit levert mogelijk niet het gewenste resultaat op als het onderwerp beweegt of als de compositie bij het indrukken van de ontspanknop verandert. Optie Aan Beschrijving De camera maakt maximaal tien foto's zolang de ontspanknop wordt ingedrukt. Deze opnamen worden vergeleken, waarna de scherpste foto (met de meeste details) wordt opgeslagen.
G AF-veldstand Bepaal waar de camera scherpstelt. Optie Beschrijving Gebruik deze optie voor kiekjes. De camera vergelijkt automatisch de afstanden tot de Automaonderwerpen in de negen scherpstelvelden die tisch rechts te zien zijn en selecteert het scherpstel3 (stanveld met het dichtstbijzijnde onderwerp. Het daard) geselecteerde scherpstelveld wordt gemarkeerd wanneer u de ontspanknop half indrukt.
C Scherpstelvergrendeling De scherpstelling blijft vergrendeld zolang u de ontspanknop half ingedrukt houdt. U kunt de scherpstelvergrendeling gebruiken om onderwerpen te fotograferen die zich in de uiteindelijke compositie niet in het geselecteerde scherpstelveld bevinden of in situaties waarin de camera niet kan scherpstellen (B 20). 1 2 1/125 F4.3 5 Plaats het onderwerp in het scherpstelveld. 3 1/125 F4.3 9 Druk de ontspanknop half in en controleer de scherpstelling. 4 1/125 F4.
t Flitsbelichtingcorrectie Flitscorrectie wordt gebruikt om de flitssterkte te wijzigen met ±2,0LW in stappen van 1/3 LW. Hierdoor verandert de helderheid van het hoofdonderwerp ten opzichte van de achtergrond. De flitssterkte kan worden verhoogd om het hoofdonderwerp lichter weer te geven of verlaagd om ongewenste hoge lichten of reflecties te voorkomen. Flitscorrectie is beschikbaar bij de ingebouwde flitser en bij de optionele flitsers SB-400, SB-600 en SB-800 (B 93).
e Converter Deze optie is bedoeld voor gebruik met de onderstaande optionele converters. Let erop dat deze accessoires een verloopring vereisen (apart verkrijgbaar). Zie pagina 92 van deze handleiding of de documentatie van de converter voor meer informatie. Optie Geen 4 (standaard) Beschrijving Er worden geen wijzigingen aangebracht in de camera-instellingen. Gebruik deze optie als er geen converter is bevestigd. (Let erop dat u de verloopring verwijdert.) Voor gebruik met de WC-E67 groothoekconverter.
Weergaveopties: Het weergavemenu Om het weergavemenu weer te geven drukt u op de knop G om de weergavestand te selecteren en drukt u vervolgens op de knop F. Gebruik de multiselector om door het menu te navigeren (B 7) en druk opnieuw op de knop F om terug te keren naar de weergavestand. Optie Beschrijving Kopieer de huidige foto met verbeterde details in de schaJ D-Lighting duw. M Printopdracht Selecteer foto's die u wilt afdrukken. d Diashow Bekijk foto's in een automatische diashow.
d Diashow Als u Diashow selecteert, worden de opties rechts weergegeven. Duw de multi-selector omhoog of omlaag om een optie te markeren en druk op B om de optie te selecteren. Optie Beschrijving Geef aan hoe lang elke dia wordt weergegeTussenpauze ven. Als deze optie is geselecteerd, wordt de diaHerhalen show herhaald tot de knop B wordt ingedrukt. Start Start de diashow.
X Overspeelmarkering Markeer bestaande foto's om te worden overgespeeld naar een computer (B 56–59). Optie Beschrijving Alles aan (standaard) Markeer alle foto's voor overspelen. Alles uit Hiermee verwijdert u de overspeelmarkering voor alle foto's. Kies beeld(en) Markeer geselecteerde beelden voor overspelen (B 80). Foto's die voor overspelen zijn geselecteerd, worden aangeduid met het pictogram Y (B 5, 43). Z Beeld verbergen Verberg geselecteerde foto's of geef ze weer (B 80).
Basisinstellingen: Het setup-menu Om items in het setup-menu te veranderen, zet u de keuzeknop op R en gebruikt u de multi-selector (B 7). Om het setup-menu weer te verlaten zet u de keuzeknop in een andere stand. De instellingen blijven bewaard tot het herstellen van de standaardwaarden (B 89). Zie de bijlage voor standaardwaarden van het setup-menu (B 104). Optie a Menu's P Snel opstarten s Welkomstscherm W Datum r h K B 0 e L q Beschrijving B Bepaal hoe menu's worden weergegeven.
s Welkomstscherm Kies het welkomstscherm dat verschijnt wanneer de camera wordt ingeschakeld. Deze optie is alleen beschikbaar als Uit is geselecteerd voor Snel opstarten. Optie Beschrijving Nikon COOLPIX-logo wordt weergegeven bij het opstarten. Animatie Animatie wordt weergegeven bij het opstarten. (standaard) Selecteer een foto in het interne geheugen of op de geheugenkaart. Er wordt Selecteer een kopie van de geselecteerde foto gemaakt voor gebruik op het welkomstbeeld scherm.
Als u Tijdzone selecteert in het menu Datum, wordt het scherm uit stap 1 weergegeven. Volg de onderstaande stappen om de klok in te stellen op de tijd in een nieuwe tijdzone. 1 2 Selecteer s (tijdzone van de bestemStel de klok in op de tijd in de geselecming) of n (eigen tijdzone). teerde tijdzone. * * Als s is geselecteerd, wordt s weergegeven wanneer de camera in de opnamestand staat.
h Datum afdrukken Hiermee drukt u datuminformatie af op foto's terwijl ze worden gemaakt. Optie Beschrijving Uit Datum en tijd worden niet op foto's weergegeven. (standaard) Datum Datum of datum en tijd worden weergegeven op foto's die worden Datum en tijd gemaakt terwijl deze optie is geselecteerd. Het aantal dagen dat resteert tot of is verstreken sinds de geselecteerde datum wordt weergegeven (zie hieronder).
K Vibratiereductie Vibratiereductie (VR) corrigeert kleine handbewegingen die foto's onscherp kunnen maken of trillingen op de monitor kunnen veroorzaken wanneer de camera is ingezoomd of wanneer u in het donker fotografeert zonder flits. Vibratiereductie kan ook worden gebruikt wanneer u films opneemt. Als vibratiereductie is ingeschakeld, detecteert en neutraliseert de camera meetrekbewegingen. Bij horizontale bewegingen vermindert vibratiereductie bijvoorbeeld alleen de verticale trilling.
e Geluid instellen U kunt de volgende geluidsinstellingen aanpassen: Optie Beschrijving Als Aan (standaard) is geselecteerd, klinkt er een pieptoon wanneer bewerKnopgeluid kingen correct worden uitgevoerd. Bij een fout worden drie pieptonen weergegeven. Kies het geluid dat wordt weergegeven wanneer de sluiter ontspant. De Sluitergeluid standaardinstelling is 1. Kies een volume voor het sluitergeluid en het opstartgeluid uit Hard, NorVolume maal en Uit.
m Interface Pas de instellingen aan voor aansluiting op een computer of videoapparaat. Optie Beschrijving Selecteer een USB-optie voor aansluiting op een computer (B 56) of printer USB (B 61). Videostand Kies NTSC of PAL (B 55). Autom. Kies Aan als u alle nieuwe foto's wilt markeren voor overspelen naar een overspelen computer (B 56). N FUNC knop Kies de functie die wordt uitgevoerd door de knop A in de standen P, S, A en M.
Technische opmerkingen Optionele accessoires Op het moment dat deze documentatie werd geschreven, waren de volgende items beschikbaar voor deze camera. Neem voor meer informatie contact op met de leverancier of landelijke Nikon-vertegenwoordiging.
Goedgekeurde geheugenkaarten De volgende geheugenkaarten zijn getest en goedgekeurd voor gebruik met de COOLPIX P5000: High speed (10MB/s) High speed (20MB/s) Overige 64MB, 128MB, 256MB, Panasonic 256MB 512MB, 1GB, 2GB *, 4GB *, † 64MB, 128MB, 256MB, * * SanDisk 512MB, 1GB, 2GB 1GB, 2GB 512MB, 1GB, 2GB *, 4GB *, † 128MB, 256MB, 512MB, 64MB, 128MB, 256MB, Toshiba — 1GB 512MB, 1GB, 2GB *, 4GB *, † * Als u een kaartlezer of ander apparaat gebruikt, controleer dan of het apparaat kaarten van 2 GB ondersteunt.
Converters bevestigen De optionele WC-E67 groothoekconverter en TC-E3ED teleconverter worden bevestigd zoals hierna wordt beschreven (in de illustraties ziet u de WC-E67). Raadpleeg de handleiding van de converter voor meer informatie. de lensring 1 Verwijder Zet de camera uit en verwijder de lensring, zoals rechts wordt aangegeven. 2 Verwijder de achterdop van de converter de UR-E20 verloopring 3 Bevestig Bevestig de UR-E20 op het cameraobjectief, zoals rechts wordt aangegeven.
Optionele speedlights gebruiken Deze camera is voorzien van een accessoireschoentje met een vergrendeling, zodat optionele SB-400, SB-600 en SB-800 flitsers rechtstreeks op de camera kunnen worden bevestigd zonder synchronisatiekabel. Verwijder het afdekkapje van het accessoireschoentje voordat u een flitser bevestigt en plaats het kapje terug wanneer de flitser niet wordt gebruikt. Gebruik optionele speedlights voor indirecte verlichting of wanneer extra verlichting vereist is.
Behandeling van uw camera Als u lang plezier van dit Nikon-product wilt hebben, is het belangrijk dat u de volgende voorzorgsmaatregelen in acht neemt wanneer u het apparaat gebruikt of opbergt. D Wees voorzichtig bij het hanteren van het objec- D Laat de camera niet vallen tief en alle bewegende onderdelen Oefen geen kracht uit op het objectief, de monitor of de lensdop, de klep van de aansluiting of het klepje van de geheugenkaartsleuf of het batterijvak.
A Opmerkingen over de monitor • De monitor bevat mogelijk enkele pixels die permanent branden of die helemaal niet branden. Dit komt voor bij alle TFT-LCD-schermen en duidt niet op een defect. Dit is niet van invloed op foto’s die met de camera worden gemaakt. • Als u een foto maakt van heldere onderwerpen, kunnen verticale, rode komeetachtige lichtsporen op het scherm te zien zijn. Dit verschijnsel, 'smear' genaamd, is niet zichtbaar in de uiteindelijke foto en is niet het gevolg van een defect.
Reinigen Objectief/ Raak glazen onderdelen niet met uw vingers aan. Verwijder stof of pluisjes zoeker met een blaasbalgje (gewoonlijk een rubberen balletje met een spuitmondje waaruit de lucht wordt geblazen). Vingerafdrukken en ander vuil dat niet met een blaasbalgje kan worden verwijderd, kunt u wegvegen met een zachte doek, waarbij u een ronddraaiende beweging maakt vanuit het midden naar de randen toe.
Foutmeldingen In de volgende tabel vindt u een overzicht van de foutmeldingen en andere waarschuwingen die op de monitor kunnen verschijnen, en wordt uitgelegd wat u moet doen. Melding N Probleem w (knippert) Klok niet ingesteld. J Batterij is bijna leeg.
Melding N N Kan film niet opnemen Geheugen bevat geen beelden N Geen geluidsbestand N Er zijn geen indexpunten meer N Bestand bevat geen beeldgegevens O Dit bestand kan niet weergegeven worden N Alle beelden zijn verborgen Probleem Oplossing Time-out tijdens Gebruik een snellere geheugenkaart. opname van film. Er zijn geen foto's die kun- • Plaats een kaart waarop foto’s staan. nen worden weergegeven. • Kopieer foto’s naar de kaart.
Melding OM Printerfout controleer status OM Printerfout: controleer papier OM Printerfout: papierstoring OM Printerfout: geen papier OM Printerfout: controleer inkt OM Printerfout: geen inkt OM Printerfout: beschadigd bestand Probleem Oplossing B Controleer de printer. Als u het afdrukken wilt hervatten, markeert u Hervatten (indien beschikbaar) en drukt u op B. —* Plaats papier van het juiste formaat, markeer Hervatten en druk op B.
Problemen oplossen Als de camera niet naar behoren functioneert, raadpleeg dan eerst de volgende algemene problemen voordat u zich tot de leverancier of tot Nikon wendt. Raadpleeg de pagina’s in de rechterkolom voor meer informatie. Weergave en instellingen Probleem Oplossing B 12 Camera staat uit. 16 Batterij is leeg. 8 Monitor staat uit: druk op de knop Q. 16 Stand-by: druk de ontspanknop half in. 24 Monitor is leeg. Flitserlampje knippert rood: wacht tot de flitser is opgeladen.
Opname Probleem Er wordt geen foto gemaakt als de ontspanknop wordt ingedrukt. Oplossing • Batterij is leeg. • Flitserlampje knippert: flitser wordt opgeladen. B 16 24 • Het onderwerp heeft te weinig contrast, wordt overheerst door 77 zich herhalende geometrische patronen of neemt een te klein deel van het beeld in beslag. Het is ook mogelijk dat het onderwerp veel kleine details bevat, of voorwerpen met een zeer verschillende helderheid of op verschillende afstanden van de Camera kan niet camera.
Opnamemenu (vervolg) Probleem Oplossing Foto's zijn vlekkerig. Objectief is vuil. Reinig het objectief. Kleuren zijn onnatuurWitbalansinstelling komt niet overeen met lichtbron. lijk. Sluitertijd is te lang of gevoeligheid is te hoog. U kunt ruis op de volgende manieren verminderen: Willekeurig verspreide • Gebruik de flitser. pixels ('ruis') verschij• Kies de stand P, S, A of M en stel de ISO-gevoeligheid in op 64. nen in beeld. • Kies een onderwerpsstand met ruisonderdrukking of schakel Ruisonderdruk.
Weergave Probleem Oplossing B • Er wordt een intervalfilm of -opname gemaakt: foto's kunnen 49, 74 Foto's kunnen niet wor- pas worden weergegeven nadat de opname is voltooid. den weergegeven. • Het bestand is overschreven of de naam is gewijzigd met een — computer of een camera van een ander merk. Zoomweergave kan niet worden gebruikt bij films, kleine Kan niet op beeld kopieën of foto's die zijn bijgesneden tot minder dan — inzoomen. 320×240.
Bijlage Standaardinstellingen Als u Standaard kiest voor Standaardwaarden (B 89), worden de volgende tandaardinstellingen hersteld: Optie Standaardinstelling Opnamestand (B 24–28) Flitsstand Auto Zelfontspanner Off Scherpstelstand Autofocus Belichtingscorrectie 0 Onderwerpsstand Gezichtprioriteit-AF (B 29–35) Filmstand (B 47–50) Filmopties Film 320 Interval instellen 30sec Autofocus-stand Enkelvoudige AF Opnamemenu (B 65–79) Beeldkwaliteit Normaal Beeldformaat 3648×2736 (j) Beeld optimaliseren Normaal Eigen
Beperkingen voor camera-instellingen Er gelden beperkingen voor de volgende instellingen in de standen P, S, A, M en T: Zelfont- Als de zelfontspanner is ingeschakeld, wordt slechts één foto gemaakt wanspanner neer de sluiter ontspant, ongeacht de gekozen instellingen voor Continu en (B 26) BSS en Auto bracketing. De oorspronkelijke instellingen voor Continu, BSS en Auto bracketing worden hersteld wanneer de foto is gemaakt of de zelfontspanner wordt uitgeschakeld.
Namen voor beelden, bestanden en mappen Foto's, films en spraakmemo's worden opgeslagen met een bestandsnaam die uit drie delen bestaat: een identificatie van vier letters, een bestandsnummer van vier cijfers dat automatisch in oplopende volgorde door de camera wordt toegewezen, en een extensie van drie letters (bijvoorbeeld 'DSCN0001.JPG'). Origineel Foto Film Intervalopname Spraakopname Spraakmemo Identificatie DSCN DSCN INTN DSCN Gelijk aan foto Extensie .JPG .AVI .
Tijdzones (B 12, 85) De camera ondersteunt de onderstaande tijdzones. Stappen van minder dan een uur kunnen niet worden ingesteld. Reist u van of naar een bestemming waar het verschil ten opzichte van Greenwich Mean Time (GMT) geen hele uren bedraagt, zoals Afghanistan, Centraal-Australië, India, Iran, Nepal of Newfoundland, stel de cameraklok dan in op de plaatselijke tijd (B 84).
Specificaties Nikon COOLPIX P5000 digitale camera Type Digitale compactcamera Effectieve pixels 10,0 miljoen Beeldsensor 1 1,8 Objectief Brandpuntsafstand f-waarde Constructie 3,5× Zoom-Nikkor-objectief 7,5–26,3mm (kleinbeeldequivalent met circa 36–126mm) f/2.7 tot 5.
Belichting Lichtmeting Belichtingsregeling Bereik (ISO 100) 256-segments matrixmeting, centrumgericht, spot, spot AF-veld (met ondersteuning van 99 AF-velden) Geprogrammeerde automatische belichting met flexibel programma, sluitertijdvoorkeuze, diafragmavoorkeuze, handmatig, belichtingscorrectie (–2,0–+2,0LW in stappen van 1/3 LW), auto bracketing [groothoek]: –1,0 tot +17,5LW [tele]: +0,9 tot +16,4LW Mechanische en charge-coupled elektronische sluiter / sec tot 8sec Sluiter Sluitertijd 1 2000 Diafragm
MH-61 Batterijlader Invoer 100 tot 240V AC, 50/60Hz, 0,12 tot 0,08A Capaciteit 11 tot 16VA Uitvoer DC 4,2V/950mA Ondersteunde batterijen EN-EL5 oplaadbare Li-ion batterijen (meegeleverd) Oplaadtijd Ongeveer 2 uur als de batterij volledig ontladen is Gebruikstemperatuur 0 tot 40 °C Afmetingen (B×H×D) Circa 67×26×67mm (exclusief uitstekende onderdelen) Gewicht Circa 70gram (exclusief netsnoer) EN-EL5 oplaadbare lithium-ion batterij Type Oplaadbare Li-ion batterij Capaciteit 3,7V/1100mAh Ge
Index Symbols P (Anti-shake) stand 6, 36 U (auto) stand 6, 16–21 V (film) stand 6, 47 –49 Q (monitor) knop 3, 8 K, A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M, N, O. Zie Onderwerpsstand N knop (overspelen) 3 o (wachten) pictogram 21 G (weergave) knop 3, 12, 22, 23 I knop (wissen) 3, 22 A A. Zie Diafragmavoorkeuze Aan/uit. Zie Hoofdschakelaar Aanduiding batterijniveau 4, 5, 16 Aantal resterende opnamen 4, 16 Accessoires x, 90–94 AE-L 4, 35 Fz.
Digitale zoom. Zie Zoom, digitale Direct Print. Zie PictBridge D-Lighting 44, 103 DPOF. Zie Digital Print Order Format E E-mail 45, 66 Energiebesparing. Zie Automatisch uit Exif 2.2 110 Exif Print. Zie Exif 2.
Lange sluitertijd. Zie Flits(er), stand Lichtmeting 72 Lichtmeting 72 Lichtnetadapter 10, 54, 85, 88, 90, 94, 109 Luidspreker 3 M M. Zie Handmatig Mappen 8, 106 Menu's 29, 37, 48, 65–89 tekst of pictogrammen 83 Menu's 83 F knop 3, 80 Microfoon 2, 47, 51 Miniatuurweergave 43 Monitor 3, 4–5, 8, 95, 96, 108 aanduidingen 4–5, 8, 16–17, 100 helderheid 85 Multi-selector 3, 7, 22 N Nachtfotografie 24, 30, 31 NTSC.
Setup-menu 83–89 Setup-stand 6, 83 Sluitertijd 4, 17, 38, 39, 40, 42, 78 Sluitertijdvoorkeuze 38, 40 Smear 47, 95 Snel opstarten 83 Speedlight. Zie Flits(er), optioneel Spraakmemo 23, 46, 82, 103, 106 afspelen 46 opnemen 46 wissen 46 Spraakopname- 51 –53, 106 afspelen 52 kopiëren 53 opnemen 51 wissen 52 Standaardinstellingen 104 herstellen. Zie Standaardwaarden Standaardwaarden 89, 104 Stand-by. Zie Automatisch uit Statief 3, 25, 26, 31, 35 Stroombesparing.
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, in welke vorm ook, volledig of gedeeltelijk, zonder de schriftelijke toestemming van NIKON CORPORATION (met uitzondering van korte citaten in artikels of besprekingen).