DIGITALE CAMERA Naslaggids Nl
Inleiding Onderdelen en functies camera Beginselen van opname en weergave Opnamefuncties Weergavefuncties Films opnemen en afspelen Basisinstellingen De Wi-Fi (draadloos LAN)-functie gebruiken Camera aansluiten op een tv, computer of printer Referentiegedeelte Technische opmerkingen en index i
Inleiding Lees dit eerst Inleiding ii Gefeliciteerd met de aanschaf van de Nikon COOLPIX P340 digitale camera. Lees de informatie onder “Voor uw veiligheid” (Avii-ix) en maak uzelf vertrouwd met de informatie in deze handleiding. Houd deze handleiding na het lezen bij de hand en gebruik deze als naslagwerk om nog meer plezier aan uw nieuwe camera te beleven.
Over deze handleiding Overige informatie • Symbolen en conventies De volgende symbolen en conventies worden in deze handleiding gebruikt om u in staat te stellen snel de informatie te vinden die u zoekt: Symbool Inleiding Als u de camera onmiddellijk wilt gebruiken, zie “Beginselen van opname en weergave” (A16). Als u meer wilt weten over de onderdelen van de camera en de informatie die op de monitor wordt weergegeven, raadpleegt u “Onderdelen en functies camera” (A1).
Informatie en voorzorgsmaatregelen Permanente kennisoverdracht Inleiding Als onderdeel van Nikon's streven naar permanente kennisoverdracht via continue productondersteuning en -informatie is er altijd nieuwe, bijgewerkte informatie online beschikbaar op de volgende websites: • Voor gebruikers in de VS: http://www.nikonusa.com/ • Voor gebruikers in Europa en Afrika: http://www.europe-nikon.com/support/ • Voor gebruikers in Azië, Oceanië en het Midden-Oosten: http://www.nikon-asia.
Over de handleidingen Inleiding • Geen enkel onderdeel van de bij dit product geleverde handleidingen mag worden gereproduceerd, overgedragen, getranscribeerd, worden opgeslagen in een archiefsysteem of in enige vorm worden vertaald naar enige taal, met enig middel, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Nikon.
Wegwerpen van opslagmedia Inleiding vi Houd er rekening mee dat bij het wissen van foto's of het formatteren van opslagmedia, zoals geheugenkaarten of het interne camerageheugen, de oorspronkelijke beeldgegevens niet volledig worden verwijderd. Met behulp van in de handel verkrijgbare software is het soms mogelijk verwijderde bestanden op weggeworpen opslagmedia alsnog te herstellen, wat misbruik van persoonlijke beeldgegevens tot gevolg kan hebben.
Voor uw veiligheid Inleiding Om schade aan het Nikon product of letsel bij uzelf of anderen te voorkomen, verzoeken wij u de volgende veiligheidsvoorschriften goed door te lezen alvorens dit product in gebruik te nemen. Bewaar deze veiligheidsinstructies op een plaats waar alle gebruikers van dit product deze kunnen lezen.
Inleiding viii Gebruik het product niet bij extreem hoge temperaturen zoals bijvoorbeeld in een afgesloten auto of direct zonlicht Als u deze voorzorgsmaatregel niet in acht neemt, kan dit beschadiging of brand veroorzaken. Gebruik de geschikte stroombron (batterij, lichtnetlaadadapter, lichtnetadapter, USB-kabel) Wanneer u een stroombron gebruikt die niet door Nikon wordt geleverd of verkocht, kan dit schade of storingen veroorzaken.
Gebruik de juiste kabels Gebruik voor aansluitingen uitsluitend de voor dit doel meegeleverde of bij Nikon verkrijgbare kabels, zodat wordt voldaan aan de productvoorschriften. Wees voorzichtig met de bewegende delen Pas op dat uw vingers of andere voorwerpen niet bekneld raken tussen de objectiefbescherming of andere bewegende delen. Cd-rom's Speel de cd-rom's die bij dit apparaat worden geleverd niet af op een audio-cd-speler.
Mededelingen Mededeling voor Europese klanten Inleiding WAARSCHUWINGEN GEVAAR VOOR EXPLOSIE ALS BATTERIJ WORDT VERVANGEN VOOR EEN ONJUIST TYPE. VOER BATTERIJEN AF VOLGENS DE INSTRUCTIES. Dit pictogram geeft aan dat elektrische en elektronische apparaten via gescheiden inzameling moet worden afgevoerd. Het volgende is alleen van toepassing op gebruikers in Europese landen: • Dit product moet gescheiden van het overige afval worden ingeleverd bij een daarvoor bestemd inzamelingspunt.
Wi-Fi (draadloos LAN-netwerk) Inleiding Dit product wordt geregeld door de voorschriften van het Ministerie van Export van de Verenigde Staten en u dient toelating te krijgen van de overheid van de Verenigde Staten als u dit product exporteert of herexporteert naar een land waarvoor de Verenigde Staten een embargo op goederen hebben afgekondigd. De volgende landen werden onderworpen aan een embargo: Cuba, Iran, Noord-Korea, Soedan en Syrië.
Conformiteitsverklaring (Europa) Hierbij verklaart Nikon Corporation dat COOLPIX P340 voldoet aan de essentiële vereisten en overige relevante bepalingen van Richtlijn 1999/5/EC. De conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op http://imaging.nikon.com/support/pdf/DoC_P340.pdf. Inleiding Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van radiotransmissies Merk op dat de radiotransmissie of -ontvangst van gegevens altijd kan worden onderschept door derden.
Inhoudsopgave Inleiding........................................................................................................................ ii Inleiding Lees dit eerst............................................................................................................................... ii Over deze handleiding ............................................................................................................................ iii Informatie en voorzorgsmaatregelen .......................
Inleiding Stand A, B, C en D (Belichting voor opname instellen) ........................................ 46 Het regelbereik van de sluitertijd.................................................................................................... 50 i (User settings) (Gebruikersinstellingen) .................................................................... 51 Instellingen opslaan in stand i (bewaar user settings) ...................................................
De Wi-Fi (draadloos LAN)-functie gebruiken ................................................ 94 Camera aansluiten op een tv, computer of printer..................................... 97 Inleiding Functies die uitgevoerd kunnen worden met Wi-Fi .................................................. 94 Neem foto's .................................................................................................................................................. 94 Bekijk foto's .....................................
Inleiding xvi Het opnamemenu (stand A, B, C of D) ............................................................... E23 Beeldkwaliteit ..................................................................................................................................... E23 Beeldformaat ...................................................................................................................................... E25 Picture Control (COOLPIX Picture Control) (Instellingen voor de opslagtijd wijzigen)...
Inleiding Monitorinstellingen ........................................................................................................................ E68 Datumstempel (Datum en tijd weergeven op foto's).............................................. E70 Vibratiereductie................................................................................................................................. E71 Bewegingsdetectie .........................................................................................
xviii
Onderdelen en functies camera De camerabody 1 2 3 4 5 6 7 Flitser uitgeschoven 8 9 Objectiefbescherming gesloten 10 11 1 Oogje voor camerariem.................... 7 2 Zoomknop ............................................. 29 f : groothoekstand............... 29 g : telestand .............................. 29 h : miniatuurweergave ...... 82 i : zoomweergave................ 81 j : help ......................................... 36 3 Hoofdinstelschijf............... 3, 5, 46, 48 4 Ontspanknop......
1 Onderdelen en functies camera 8 9 10 2 34 5 6 7 11 12 13 14 d (menu) knop ......................................8, 66, 83, 90, 92 1 Monitor................................................10 2 k (selectie toepassen) knop ...........................................................3, 5, 8 3 Draaibare multi-selector (multi-selector)* ...................3, 5, 53 4 c (weergave) knop ...................32 5 b (e filmopname) knop.......
Basisfuncties van de bedieningsknoppen Voor opname Bedieningsknop A Hoofdfunctie 26 Naar g (i) (telestand) bewegen om dichter op het onderwerp in te zoomen en naar f (h) (groothoekstand) bewegen om uit te zoomen en een groter deel van het beeld te bekijken.
Bedieningsknop Hoofdfunctie Het menu weergeven en verbergen. 8, 66, 83, 90, 92 Half ingedrukt (d.w.z. stoppen met indrukken zodra u weerstand voelt): Scherpstelling en belichting instellen. Helemaal ingedrukt (d.w.z. de knop volledig omlaag duwen): Ontspanknop indrukken. 30, 31 Filmopname starten en stoppen. 86 Instellingen zoals zoomstand en belichting wijzigen. 69 Als de opnamestand A, B, C, D of i is Instelmenu's zoals Continu of Vibratiereductie weergeven of sluiten. 71 Foto's weergeven.
Voor weergave A Bedieningsknop Hoofdfunctie 32 c (weergave) knop • Als de camera uit staat, moet u deze knop ingedrukt houden om de camera in de weergavestand te zetten. • Terug naar de opnamestand. 81, 82 Zoomknop • Bewegen naar g (i) om op het beeld in te zoomen en bewegen naar f (h) om de foto's als miniaturen of de kalender weer te geven. • Het volume voor spraakmemo's en het afspelen van films instellen.
Bedieningsknop Hoofdfunctie A Het menu weergeven en verbergen. 8, 83 Foto's verwijderen. 33 d (menu) knop Onderdelen en functies camera l (wissen) knop Ontspanknop b (e filmopname) knop 6 Terug naar de opnamestand.
De camerariem bevestigen * Haal de riem door het linker of rechter riemoogje en bevestig de riem.
Menu's gebruiken (de d knop) Gebruik de multi-selector en k knop om in de menu's te navigeren. 1 Druk op de d knop. Onderdelen en functies camera • Het menu dat overeenkomt met de status van de camera, zoals het opnamemenu of weergavemenu, wordt weergegeven. Menu-opties die niet beschikbaar zijn, worden grijs weergegeven en kunnen niet geselecteerd worden. Opnamemenu 1/250 2 F5.6 25m 0s 840 Beeldkwaliteit Beeldformaat Picture Control Aang.
Wisselen tussen menutabs Gebruik de multi-selector om naar een andere tab te wisselen voor het weergeven van een ander menu, zoals het setup-menu (A92). Tabs Set-up Opnamemenu Opnamemenu Gebruik J om naar de tabs te gaan. Welkomstscherm Tijdzone en datum Monitorinstellingen Datumstempel Vibratiereductie Bewegingsdetectie AF-hulplicht Beeldkwaliteit Beeldformaat Picture Control Aang.
De monitor De informatie op de monitor tijdens opnamen en afspelen verandert, afhankelijk van de instellingen en de status van de camera. In de standaardinstelling wordt informatie weergegeven als de camera wordt aangezet en als u de camera bedient, en verdwijnt na enkele seconden (indien Foto-informatie in Monitorinstellingen (A92) is ingesteld op Automatische info). Onderdelen en functies camera Voor opname 38 2 10 35 1.0 0.7 0.
Aanduiding “datum niet ingesteld” 25 ................................................................24, 92 1 Opnamestand...............................26, 27 2 Flitsstand ..................................................54 3 Scherpstelstand ...................................59 4 Zoomaanduiding........................29, 60 5 Scherpstelaanduiding......................30 6 Zoomgeheugen ..................................68 7 Filmopties (films op normale snelheid)...............................
Onderdelen en functies camera 1/250 1 1/250 F5.6 2 F5.6 3 4 10m 0s 9999 12 Scherpstelveld (AF met doelopsporing) ....................67, 71, 77 2 Scherpstelveld (centrum/ handmatig) .............36, 44, 67, 71, 80 3 Scherpstelveld (gezichtsdetectie, huisdierdetectie) ........................................43, 58, 67, 71, 78 4 Scherpstelveld (onderwerp volgen).............................. 67, 71, E43 6 1/250 7 1 5 F5.6 10m 0s 9999 8 5 Spotmeetveld ..................................
Voor weergave Schermvullende weergave (A32) 1 2 3 45 6 78 10 9 999/999 999/ 999 9999/9999 a 1m 0s 1m 0s b 11 12 22 14 15 0112.JPG 15/05/2014 15:30 21 20 a 19 b 18 13 16 17 1 Pictogram beveiliging ..................... 83 14 Beeldkwaliteit....................................... 66 2 Reeksweergave (als Individuele foto's is geselecteerd) ....84, E58 15 Beeldformaat ........................................ 66 3 Pictogram afdrukopdracht........... 83 17 Eenvoudig panorama.............
Weergave toonniveau-informatie1 (A32) 4/132 + 1.0 3 5 Onderdelen en functies camera 11 10 1/250 9 1 1 8 2 4 F5.6 7 6 Beeldkwaliteit/Beeldformaat ...... 66 1 Nummer huidige foto/totaal aantal foto's 6 7 Diafragmawaarde .............................. 46 2 ISO-waarde............................................. 67 8 Sluitertijd ................................................. 46 3 Belichtingscompensatiewaarde .......................................................................
15
Beginselen van opname en weergave Voorbereiding 1 De batterij plaatsen Beginselen van opname en weergave 1 Open het deksel van het batterijvak/de kaartsleuf. 2 Plaats de batterij. • Duw de oranje batterijvergrendeling in de met de pijl aangegeven richting (1) en duw de batterij volledig in de camera (2). • De batterij wordt op zijn plaats vergrendeld wanneer deze correct is geplaatst.
De batterij verwijderen Zet de camera uit en controleer of het cameraaan-lampje en de monitor uit zijn. Open vervolgens het deksel van het batterijvak/de kaartsleuf. Duw de batterijvergrendeling in de met de pijl aangegeven richting (1) om de batterij te verwijderen (2). B Waarschuwing voor hoge temperaturen Beginselen van opname en weergave De camera, batterij en geheugenkaart kunnen heet zijn direct na gebruik van de camera.
Voorbereiding 2 De batterij opladen 1 Maak de meegeleverde lichtnetlaadadapter gereed voor gebruik. Beginselen van opname en weergave Als een lader met losse stekkeradapter* is meegeleverd bij uw camera, verbind de stekkeradapter dan met de lichtnetlaadadapter. Duw de stekkeradapter stevig aan totdat deze goed vast zit. Zodra beiden met elkaar zijn verbonden, probeer dan niet om de stekkeradapter met kracht te verwijderen, om beschadiging te voorkomen.
Het laadlampje Beschrijving De batterij wordt opgeladen. Uit Als het opladen is voltooid, stopt het laadlampje met groen knipperen en gaat uit. Een volledige lege batterij wordt opgeladen in circa 1 uur en 50 minuten. Knippert snel (groen) • De omgevingstemperatuur is niet geschikt voor opladen. Laad de batterij binnen op bij een omgevingstemperatuur tussen 5 en 35 °C. • De USB-kabel of lichtnetlaadadapter is niet correct aangesloten of er is een probleem met de batterij.
Voorbereiding 3 Een geheugenkaart plaatsen Beginselen van opname en weergave 1 Zet de camera uit en open het deksel van het batterijvak/de kaartsleuf. 2 Plaats de geheugenkaart. Kaartsleuf • Duw de geheugenkaart in de sleuf tot deze op zijn plaats klikt. B De geheugenkaart in de correcte richting plaatsen Als u de geheugenkaart ondersteboven of achterstevoren plaatst, kan dit de camera en de kaart beschadigen. 3 Sluit het deksel van het batterijvak/de kaartsleuf.
Een geheugenkaart verwijderen Zet de camera uit en controleer of het cameraaan-lampje en de monitor uit zijn. Open vervolgens het deksel van het batterijvak/de kaartsleuf. Druk de geheugenkaart voorzichtig in de camera (1) om de kaart gedeeltelijk te verwijderen (2). B Waarschuwing voor hoge temperaturen De camera, batterij en geheugenkaart kunnen heet zijn direct na gebruik van de camera.
Stap 1 De camera aanzetten 1 Druk op de hoodschakelaar. Beginselen van opname en weergave • Als u de camera voor het eerst aanzet, zie “Taal, datum en tijd instellen” (A24). • De monitor wordt aangezet. • U zet de camera uit door nogmaals op de hoofdschakelaar te drukken. 2 Controleer de aanduiding van het batterijniveau en het aantal resterende opnamen. Aanduiding batterijniveau 1/250 F5.
C De functie Automatisch uit Knippert Geen bediening Geen bediening 1/250 F5.6 3 min 25m 0s 840 Camera wordt uitgezet. • De tijdsduur waarna de camera zichzelf in de stand-by-stand zet, is ongeveer 1 minuut. Deze tijdsduur kan worden gewijzigd via de instelling Automatisch uit in het setup-menu (A92).
Taal, datum en tijd instellen Als de camera voor de eerste keer wordt ingeschakeld, worden het taalselectiescherm en het instelscherm voor de datum en de tijd voor de cameraklok weergegeven. • Als u het scherm verlaat zonder de datum en tijd op te slaan, knippert O als het opnamescherm wordt getoond. 1 Beginselen van opname en weergave 2 Gebruik de multiselector HI om de gewenste taal te selecteren en druk op de k knop. Selecteer Ja en druk op de k knop.
5 Selecteer de datum en tijd en druk op de k knop. Datum en tijd D M J u m • Veld selecteren: Druk op JK (wisselt tussen D, M, J, u en m). 15 05 2014 15 • Bewerk de datum en tijd: Druk op HI. De datum en tijd kunnen ook worden gewijzigd door de multi-selector of de instelschijf te verdraaien. • Instelling bevestigen: Selecteer het veld m en druk op de k knop. 6 • Wanneer de instellingen voltooid zijn, schuift het objectief uit en schakelt de camera naar de opnamestand. Bewerk.
Stap 2 Een opnamestand selecteren Draai de keuzeknop om een opnamestand te kiezen. • In dit voorbeeld wordt de A (auto) stand gebruikt. Draai de keuzeknop naar A. Beginselen van opname en weergave 26 C Opmerkingen over de flitser Zorg ervoor dat in situaties waarin moet worden geflitst, zoals donkere ruimtes of situaties waarin het onderwerp in tegenlicht staat, de flitser omhoog staat (A54).
Beschikbare opnamestanden A Autostand (A35) Gebruikt voor algemene opname. y (Onderwerp) stand (A36) De instellingen van de camera worden geoptimaliseerd voor het onderwerp dat u selecteert. Als u de automatische scènekeuzeknop gebruikt, selecteert de camera automatisch de optimale onderwerpstand wanneer u een beeld kadreert; hierdoor wordt het nog eenvoudiger foto's te maken met behulp van instellingen die geschikt zijn voor het onderwerp.
Stap 3 Het beeld kadreren 1 Houd de camera goed stil. • Houd vingers en andere voorwerpen uit de buurt van het objectief, de flitser, de AF-hulpverlichting, de microfoon en de luidspreker. • Als foto's in de portretstand (“staand“) worden gemaakt, draait u de camera op zo'n manier dat de ingebouwde flitser zich boven de lens bevindt. Beginselen van opname en weergave 2 Kadreer het beeld. 1/250 C F5.
De zoom gebruiken Uitzoomen C Inzoomen Optische zoom Digitale zoom Opmerkingen over digitale zoom De zoomaanduiding wordt blauw wanneer de digitale zoom wordt geactiveerd, en wordt geel wanneer de zoomvergroting verder toeneemt. • Zoomaanduiding is blauw: De beeldkwaliteit is niet merkbaar gedaald door gebruik te maken van de dynamische fijne zoom. • Zoomaanduiding is geel: De beeldkwaliteit is merkbaar gedaald. • De aanduiding blijft blauw over een breder gebied wanneer het beeldformaat kleiner is.
Stap 4 Scherpstellen en afdrukken 1 Beginselen van opname en weergave 30 Druk de ontspanknop half in. • Als het onderwerp is scherpgesteld, licht het scherpstelveld dat het onderwerp omvat of de scherpstelaanduiding (A10) groen op (er kunnen meerdere scherpstelvelden groen oplichten). • Als u digitale zoom gebruikt, stelt de camera scherp op het onderwerp in het midden van het kader; het scherpstelveld wordt niet weergegeven. Wanneer de camera heeft scherpgesteld, licht de scherpstelaanduiding groen op.
De ontspanknop Helemaal indrukken Druk de ontspanknop helemaal in om de sluiter te ontspannen en een foto te maken. Gebruik niet te veel kracht bij het indrukken van de ontspanknop, want dit cameratrillingen en wazige foto's tot gevolg hebben. Druk de knop zachtjes in. B Opmerkingen over foto's opslaan en films opnemen De aanduiding voor het aantal resterende foto's of de aanduiding voor de maximale filmduur terwijl er foto's worden opgeslagen of een film wordt opgenomen.
Stap 5 Afbeeldingen weergeven 1 Druk op de c (weergave) knop. • Als u de c (weergave) knop ingedrukt houdt terwijl de camera uitgeschakeld is, schakelt de camera de weergavestand in. Beginselen van opname en weergave 2 Gebruik de multi-selector om een foto voor weergave te selecteren. Vorige foto weergeven • Houd HIJK ingedrukt om snel door de foto's te scrollen. • Foto's kunnen ook geselecteerd worden door de multi-selector te draaien.
Stap 6 Foto's wissen Druk op l om de foto te wissen die op de monitor wordt weergegeven. 2 Gebruik de multi-selector HI om de gewenste wismethode te selecteren en druk op de k knop. • Druk op de d knop om het menu te verlaten zonder te wissen. • Zie “Bedienen van het scherm geselecteerde foto's wissen” (A34) voor meer informatie. 3 Wissen Huidig beeld Wis gesel. beeld(en) Alle beelden Selecteer Ja en druk op de k knop. • Gewiste foto's kunnen niet worden hersteld.
Bedienen van het scherm geselecteerde foto's wissen 1 Gebruik de multi-selector J K om een foto te selecteren die u wilt wissen en gebruik vervolgens H om S weer te geven. Wis gesel. beeld(en) • Voor het ongedaan maken van de selectie, drukt u op I om S te verwijderen. Terug • Beweeg de zoomknop (A29) in de richting van g (i) om naar schermvullende weergave of f (h) om naar miniatuurweergave te wisselen.
Opnamefuncties A (auto) stand Gebruikt voor algemene opname. • De camera detecteert het hoofdonderwerp en stelt hierop scherp. Als een gezicht herkend wordt, stelt de camera automatisch met prioriteit hierop scherp. • Zie “Scherpstellen” (A77) voor meer informatie.
Onderwerpstand (aangepast op onderwerp fotograferen) Wanneer een onderwerp geselecteerd wordt, worden de camera-instellingen automatisch geselecteerd voor het geselecteerde onderwerp. Onderwerpmenu Autom. scènekeuzekn. Portret Landschap Sport Nachtportret Party/binnen Strand Druk op de d knop om het onderwerpmenu weer te geven en een van de volgende onderwerpen te selecteren met de multi-selector. Opnamefuncties x Autom. scènekeuzekn.
Tips en opmerkingen x Autom. scènekeuzekn. • Wanneer u de camera op het onderwerp richt, selecteert de camera automatisch de meest optimale onderwerpstand uit de onderstaande lijst en past de opname-instellingen dienovereenkomstig aan.
c Landschap Opnamefuncties 38 • Selecteer Ruisond. serieopname of Eén opname in het scherm dat wordt weergegeven na selecteren van Landschap. • Ruisond. serieopname: Hiermee kunt u een scherpe landschapsfoto maken met een minimum aan ruis. - Druk de ontspanknop helemaal in om een reeks beelden vast te leggen die tot een enkele foto gecombineerd en opgeslagen worden. - Wanneer de ontspanknop helemaal is ingedrukt, houdt u de camera stil tot een foto wordt weergegeven.
e Nachtportret • Selecteer Y Uit de hand of Z Statief in het scherm dat wordt weergegeven na selecteren van Nachtportret. • Er wordt een foto met een langere sluitertijd gemaakt. In vergelijking tot het gebruik van Z Statief, wanneer Y Uit de hand is geselecteerd, stelt de camera een iets snellere kortere sluitertijd in op basis van de opnameomstandigheden om cameratrillingen te voorkomen. • De vibratiereductie wordt uitgeschakeld, ongeacht de instelling voor Vibratiereductie (A92) in het setup-menu.
k Close-up Opnamefuncties Selecteer Ruisond. serieopname of Eén opname in het scherm dat wordt weergegeven na selecteren van k Close-up. • Ruisond. serieopname: Hiermee kunt u een scherpe foto maken met een minimum aan ruis. - Druk de ontspanknop helemaal in om een reeks beelden vast te leggen die tot een enkele foto gecombineerd en opgeslagen worden. - Wanneer de ontspanknop helemaal is ingedrukt, houdt u de camera stil tot een foto wordt weergegeven.
m Vuurwerk • De sluitertijd is vastgezet op ongeveer 4 seconden. n Zwart-wit-kopie • Gebruik deze samen met de D (macro-close-up) scherpstelstand (A59) bij het fotograferen van onderwerpen dicht bij de camera. o Tegenlicht B Opmerkingen over HDR • Aanbevolen wordt om een statief te gebruiken. Stel Vibratiereductie (A92) in het setup-menu in op Uit wanneer gebruik wordt gemaakt van een statief om de camera te stabiliseren. • De beeldhoek (d.w.z.
p Eenvoudig panorama • Selecteer Normaal (180°) (standaardinstelling) of Breed (360°) in het scherm dat wordt weergegeven na selecteren van p Eenvoudig panorama. • De zoom is vast ingesteld op de groothoekstand. • Druk de ontspanknop volledig in, haal uw vinger van de knop en kantel de camera langzaam horizontaal. Het fotograferen wordt beëindigd wanneer de camera het gespecificeerde opnamebereik heeft verkregen. • Zowel de scherpstelling als de belichting worden geblokkeerd wanneer de opname begint.
O Dierenportret • Wanneer u de camera op een hond of kat richt, herkent de camera het gezicht van het huisdier en stelt hierop scherp. Zodra het gezicht van een hond of kat wordt herkend (dierenportret automatisch ontspannen), ontspant de sluiter automatisch in de standaardinstelling. • Selecteer Enkelvoudig of Continu in het scherm dat wordt weergegeven na selecteren van O Dierenportret. - Enkelvoudig: Wanneer het gezicht van een hond of kat wordt herkend, maakt de camera 1 foto.
Stand speciale effecten (effecten toepassen tijdens opname) Er kunnen effecten op foto's toegepast worden tijdens het fotograferen. Speciale effecten Beeldkwaliteit Beeldformaat Speciale effecten Speciale effecten Opnamefuncties Zacht Nostalgisch sepia Hoogcontrast monochr. Schilderij High-key Low-key Selectieve kleur Druk op de d knop om het menu speciale effecten weer te geven en een effect te selecteren met de multi-selector. • U kunt de mate van effecttoepassing aanpassen met de instelring (A69).
Optie Beschrijving Schilderij* Geeft de foto een schilderachtig uiterlijk. High-key Geeft de hele foto een heldere tint. Low-key Geeft de hele foto een donkere tint. Selectieve kleur Behoudt alleen de geselecteerde kleur en maakt andere kleuren zwart-wit. • Selecteer een kleur die u wilt behouden door de instelring te gebruiken. 1/250 10m 0s 840 Maakt monotone (zwart-wit) foto's door met opzet te fotograferen met een hoge ISO-waarde.
Stand A, B, C en D (Belichting voor opname instellen) Foto's kunnen gecontroleerder gemaakt worden door de opties in het opnamemenu (A66) in te stellen en de sluitertijd of de diafragmawaarde handmatig in te stellen op de opnameomstandigheden en -voorwaarden. • Het scherpstelveld voor autofocus verschilt afhankelijk va de instelling van de AF-veldstand (A67). • Als AF-veldstand is ingesteld op AF met doelopsporing (standaardinstelling), herkent de camera het hoofdonderwerp en stelt hierop scherp.
Belichting De procedure voor fotograferen bij de gewenste helderheid (belichting) door de sluitertijd of de diafragmawaarde in te stellen wordt “belichting bepalen” genoemd. Het gevoel van dynamiek en de hoeveelheid onscherpte op de achtergrond op foto's verschilt, afhankelijk van de combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde, zelfs als de belichting hetzelfde is. De sluitertijd instellen In stand B ligt het bereik tussen maximaal 1/2000 tot 15 seconden.
A (Programma-automatiek) Wordt gebruikt voor automatische regeling van de belichting door de camera. • U kunt verschillende combinaties van sluitertijd en diafragmawaarde selecteren zonder de belichting te wijzigen door aan de 25m 0s 1/250 F5.6 840 instelschijf te draaien (“flexibel programma”). Als het flexibele programma is geactiveerd, verschijnt er linksboven op de monitor een markering van het flexibel programma (A) naast de aanduiding van de opnamestand (A).
B Opmerkingen over fotograferen • Als zoomen wordt uitgevoerd nadat de belichting is ingesteld, kunnen belichtingscombinatie of diafragmawaarde worden gewijzigd. • Als het onderwerp te donker of te licht is, kan misschien niet de juiste belichting worden ingesteld. In dit geval knippert de sluitertijdindicatie of de diafragmaindicatie als de ontspanknop half ingedrukt wordt (behalve wanneer de D stand wordt gebruikt). Wijzig de instelling van de sluitertijd of de diafragmawaarde.
Het regelbereik van de sluitertijd Het regelbereik van de sluitertijd verschilt, afhankelijk van de diafragmawaarde of de ingestelde ISO-waarde. Daarnaast verandert het regelbereik in de volgende continu-opnamestanden.
i (User settings (Gebruikersinstellingen)) Combinaties van instellingen (User settings (Gebruikersinstellingen)) die het meest worden gebruikt voor opname kunnen worden opgeslagen in i. Er kunnen opnamen worden gemaakt in A (programma-automatiek), B (sluitertijdvoorkeuze), C (diafragmavoorkeuze) of C (handmatig). De volgende instellingen kunnen worden opgeslagen.
Instellingen opslaan in stand i (bewaar user settings) De vaak gebruikte instellingen voor opnamen kunnen worden gewijzigd en opgeslagen in i. 1 Draai de keuzeknop naar de oorspronkelijke opnamestand. • Draai de keuzeknop naar A, B, C of D (A46). Het flexibele programma (indien ingesteld op A), de sluitertijd (indien ingesteld op B of D) en de diafragmawaarde (indien ingesteld op C of D) worden ook opgeslagen.
Functies die ingesteld kunnen worden met de multi-selector De beschikbare functies variëren afhankelijk van de opnamestand, zoals hieronder aangeduid. 1 2 4 Functie A u A, B, C, D, i Flitsstand (A54) w 1 w Zelfontspanner (A57) w w w Glimlachtimer (A58) w – w Scherpstelstand (A59) w w w Belichtingscompensatie 4 o (A63) w w w2 1 m 2 n 3 D 1 2 y 1 Opnamefuncties 3 De beschikbaarheid hangt af van de instelling. Zie “Standaardinstellingen” (A64) voor meer informatie.
De flitser gebruiken U kunt foto's maken met de flitser door de ingebouwde flitser uit te schuiven. U kunt de ingestelde flitsstand aanpassen aan de opname-omstandigheden. 1 Laat de K (activering flitser) knop zakken om de flitser uit te schuiven. • Wanneer de flitser omlaag is, is de flitser uitgeschakeld en wordt S weergegeven. Opnamefuncties 2 Druk op de multi-selector H (m). 3 Selecteer de gewenste flitsstand (A55) en druk op de k knop.
B Het flitserlampje De status van de flitser kan worden bevestigd door de ontspanknop half in te drukken. • Aan: De flitser gaat af wanneer u de ontspanknop volledig indrukt. • Knippert: De flitser is aan het laden. De camera kan geen opnamen maken. • Uit: De flitser gaat niet af wanneer een foto wordt gemaakt. Beschikbare flitsstanden Automatisch Indien nodig treedt de flitser in werking, zoals bij weinig licht.
C De flitsstandinstelling • De beschikbare flitsstanden verschillen afhankelijk van de opnamestand. A A B C D U Automatisch w – – – – Autom. met rodeV ogenred. Rode-ogenreductie w – – – – w w w w – – – – – w w w w w w – w – w w w w w Flitsstand X Invulflits Standaardflits Y Lange sluitertijd Z Synchr. op het tweede gordijn y u – w * * Opnamefuncties * De beschikbaarheid hangt af van de instelling. Zie “Standaardinstellingen” (A64) voor meer informatie.
Zelfontspanner gebruiken De camera is uitgerust met een zelfontspanner die de sluiter, nadat u de ontspanknop indrukt, na ongeveer 10 seconden of 2 seconden ontspant. Stel Vibratiereductie (A92) in het setup-menu in op Uit wanneer bij fotograferen gebruik wordt gemaakt van een statief om de camera te stabiliseren. 1 Druk op de multi-selector J (n). 2 Selecteer n10s (of n2s) en druk op de k knop.
Glimlachende gezichten automatisch fotograferen (Glimlachtimer) Wanneer de camera een lachend gezicht herkend, kunt u automatisch een foto maken zonder de ontspanknop in te drukken. • Deze functie kan worden gebruikt als de opnamestand A (auto), A, B, C, D of i, onderwerpstand Portret of Nachtportret is. 1 Druk op de multi-selector J (n). • Wijzig de flitsstand, de belichting of de instellingen voor de opnamestand voordat u op J drukt. 2 Opnamefuncties Selecteer a (glimlachtimer) en druk op de k knop.
Scherpstelstand gebruiken Stel de scherpstelstand in op basis van de afstand tot het onderwerp. 1 Druk op de multi-selector I (D). 2 Selecteer de gewenste scherpstelstand en druk op de k knop. Opnamefuncties • Als er geen instelling wordt toegepast door binnen een paar seconden op de k knop te drukken, wordt de selectie geannuleerd.
Beschikbare scherpstelstanden Opnamefuncties A Autofocus De camera past automatisch de scherpstelling aan op basis van de afstand tot het onderwerp. Gebruik deze stand als het onderwerp zich 30 cm of meer van het objectief bevindt, resp. 50 cm of meer in uiterste telezoomstand. • Het pictogram van de scherpstelstand op het opnamescherm wordt alleen direct na het instellen weergegeven. D Macro-close-up Stel in bij het maken van close-up foto's.
Fotograferen met handmatige scherpstelling Beschikbaar wanneer de opnamestand A, B, C, D of i, stand speciale effecten of Sport onderwerpstand is. Druk op de multiselector I (D), selecteer E (handmatige scherpstelling) en druk vervolgens op de k knop. 2 Gebruik de multi-selector om de scherpstelling aan te passen terwijl u de vergrote weergave controleert. Handmatige scherpstelling 0.3 • Er wordt een vergrote weergave van het 4 midden van het beeld getoond. Druk op 1/250 F5.
C E (handmatige scherpstelling) • De cijfers van de meter aan de rechterkant van de monitor die bij stap 2 worden getoond, dienen als richtlijn voor de afstand tot een onderwerp dat scherpgesteld is als de meter dichtbij het midden is. • Het daadwerkelijke bereik waarin op het onderwerp kan worden scherpgesteld, is afhankelijk van de diafragmawaarde en de zoomstand. Om na te gaan of er op het onderwerp is scherpgesteld, controleert u de gemaakte foto.
Helderheid instellen (belichtingscompensatie) U kunt de helderheid van het hele beeld instellen. 1 Druk op de multi-selector K (o). 2 Selecteer een compensatiewaarde en druk op de k knop. C +2.0 -0.3 -2.0 Histogram Aanduiding Belichtingscompensatiewaarde • De waarde die wordt toegepast in de stand A, B of C wordt opgeslagen in het geheugen van de camera,ook als de camera wordt uitgeschakeld.
Standaardinstellingen De standaardinstellingen voor elke opnamestand worden hieronder beschreven. Opnamestand Flitsstand (A54) Zelfontspanner (A57) Scherpstelstand (A59) Belichtingscompensatie (A63) A (auto) U OFF1 A2 0.0 u (speciale effecten) W3 OFF A 0.0 OFF 1 A 0.0 X OFF 1 A 0.0 x (automatische scènekeuze) U4 OFF A5 0.0 b (portret) V OFF1 A5 0.0 c (landschap) W5 OFF B5 0.0 d (sport) W5 OFF5 A6 0.0 e (nachtportret) V7 OFF1 A5 0.
Opnamestand Flitsstand (A54) Zelfontspanner (A57) Scherpstelstand (A59) Belichtingscompensatie (A63) p (eenvoudig panorama) W5 OFF5 A5 0.0 O (dierenportret) W5 Y12 A9 0.0 1 2 3 4 Opnamefuncties De glimlachtimer kan ook geselecteerd worden. E (handmatige scherpstelling) kan niet worden geselecteerd. De flitser is vast ingesteld op W (uit) als Monochroom hoge ISO geselecteerd is. Deze instelling kan niet worden gewijzigd.
Functies die ingesteld kunnen worden met de d knop (opnamemenu) De onderstaande instellingen kunnen gewijzigd worden door bij de opname op de d knop te drukken. Opnamemenu 1/250 F5.6 Beeldkwaliteit Beeldformaat Picture Control Aang. Picture Control Witbalans Lichtmeting Continu 25m 0s 840 Algemene opties Opnamefuncties Optie Beschrijving A Beeldkwaliteit Hiermee kunt u de gebruikte beeldkwaliteit (compressieverhouding) instellen bij het opslaan van foto's.
A Lichtmeting E34 Continu Hiermee kunt u enkelvoudige of continu-opname selecteren. • Standaardinstelling: Enkelvoudig E35 ISO-waarde Hiermee kun u de lichtgevoeligheid van de camera regelen. • Standaardinstelling: Automatisch Als Automatisch geselecteerd is, wordt er tijdens het fotograferen E op de monitor weergegeven wanneer de ISO-waarde toeneemt. • In stand D (handmatig), indien ingesteld op Automatisch of Vast bereik automatisch, wordt de ISO-waarde vastgezet op ISO 80.
Optie Beschrijving Hiermee kunt u tijdens het fotograferen het verlies van contrastdetails in lichte delen en schaduwpartijen voorkomen en het natuurlijke Actieve D-Lighting contrast dat met het blote oog is waargenomen goed reproduceren. • Standaardinstelling: Uit A E47 Opnamefuncties Meervoudige belichting Hiermee kunt u instellen of de camera twee tot drie foto's combineert en deze als één foto opslaat. • Standaardinstelling: - Stand vr. meerv. belicht.: Uit - Automatische versterk.
Functies die ingesteld kunnen worden met de instelring De volgende functies kunnen tevens worden ingesteld of afgesteld door de instelring te draaien. De beschikbare functies verschillen, afhankelijk van de opnamestand. • De instelring kan niet worden gebruikt wanneer u films opneemt. A Standaard (standaardinstelling) Belichting +/(A63) ISO-waarde (A67) Fijnafstelling witbalans (richting van A (amber) naar B (blauw)) (E31) Fijnafstelling witbalans (richting van G (groen) naar M (magenta)) (E31) Handm.
De instelring gebruiken in A (Auto), A, B, C, D, i standen 1 Draai de instelring wanneer het opnamescherm wordt weergegeven. Instelring • De Standaard instelling voor iedere opnamestand (A69) of de laatst gebruikte functie wordt aangepast. • De aan de instelring toe te kennen functie kan worden ingesteld met Opties voor instelring in het setup-menu (A93). 2 Opnamefuncties Gebruik de multi selector HI om de in te stellen optie te selecteren.
Functies die ingesteld kunnen worden met de FN (functie) knop De volgende functies kunnen ook worden ingesteld door op de w (functie) knop te drukken in plaats van het betreffende menu weer te geven door op de d knop te drukken. • Deze functie kan worden gebruikt als de opnamestand A, B, C, D of i is. Beeldkwaliteit (A66) Beeldformaat (A66) Picture Control (A66) Witbalans (A66) Lichtmeting (A67) Druk op de w (functie) knop wanneer het opnamescherm wordt weergegeven.
Functies die niet tegelijkertijd gebruikt kunnen worden Sommige functies kunnen niet worden gebruikt in combinatie met andere menu-instellingen.
Beperkte functie Instelling Beeldkwaliteit (A66) Beeldformaat Picture Control Actieve D-Lighting (A68) Witbalans Picture Control (A66) Lichtmeting Actieve D-Lighting (A68) Opnamefuncties Continu (A67) Beschrijving • Als Beeldkwaliteit is ingesteld op RAW (NRW), wordt Beeldformaat vast ingesteld op F 4000×3000. • Als RAW (NRW) + Fine of RAW (NRW) + Normal geselecteerd is, kan Beeldformaat van de JPEGfoto worden ingesteld.
Beperkte functie Continu/ Belichtingsbracketing Opnamefuncties ISO-waarde 74 Instelling Beschrijving Continu (A67)/ Continu en Belichtingsbracketing zijn niet tegelijkertijd beschikbaar. Belichtingsbracketing (A67) Als de zelfontspanner wordt gebruikt, wordt Zelfontspanner een enkele foto gemaakt, zelfs als Continu H, Continu L, Vooropnamecache of BSS (A57) is ingesteld. Als de camera glimlachende gezichten herkent en de sluiter wordt ontspannen, Glimlachtimer dan wordt slechts één foto gemaakt.
Beperkte functie Instelling Glimlachtimer (A58) Scherpstelstand (A59) AF-veldstand Witbalans (A66) Glimlachtimer (A58) Autofocusstand Scherpstelstand (A59) AF-veldstand (A67) Beeldkwaliteit (A66) Meervoudige belichting Continu (A67) Belichtingsbracketing (A67) Opnamefuncties Picture Control (A66) Beschrijving De camera maakt foto's met gezichtdetectie, ongeacht de geselecteerde AF-veldstand optie.
Beperkte functie Instelling Beeldkwaliteit (A66) Datumstempel Continu (A67) Glimlachtimer (A58) Beeldkwaliteit (A66) Digitale zoom Continu (A67) Opnamefuncties AF-veldstand (A67) Zoomgeheugen (A68) Continu (A67) Geluidsinstellingen Belichtingsbracketing (A67) Glimlachtimer (A58) Continu (A67) Knipperwaarsch.
Scherpstellen Het scherpstelveld varieert afhankelijk van de opnamestand. AF met doelopsporing gebruiken In de A (auto) stand of wanneer AF-veldstand (A67) in A, B, C, D of i stand is ingesteld op AF met doelopsporing, dan voert de camera de scherpstelling op de hieronder beschreven manier uit als u de ontspanknop half indrukt. • De camera detecteert het hoofdonderwerp en stelt hierop scherp. Zodra het onderwerp scherp is, licht het scherpstelveld groen op.
Gezichtsdetectie gebruiken In de volgende instellingen gebruikt de camera gezichtsdetectie om automatisch scherp te stellen op gezichten. • Autom. scènekeuzekn., Portret of Nachtportret onderwerpstand (A36) • a (glimlachtimer) (A58) 25m 0s • Als AF-veldstand (A67) is ingesteld op 1/250 F5.6 840 Gezichtprioriteit Als de camera meer dan één gezicht herkent, wordt een dubbele rand weergegeven om het gezicht waarop de camera scherpstelt en enkele randen om de andere gezichten.
Huid verzachten gebruiken Als de sluiter wordt ontspannen in een van de onderstaande opnamestanden, dan herkent de camera gezichten en bewerkt de camera de foto om de huid van de gezichten te verzachten (maximaal 3 gezichten). • Autom. scènekeuzekn., Portret of Nachtportret onderwerpstand (A36) Huid verzachten kan ook toegepast worden op opgeslagen foto's (A83). B Opmerkingen over huid verzachten • Er is meer tijd nodig voor het opslaan van foto's na de opname dan gebruikelijk.
Scherpstelvergrendeling Gebruik de scherpstelvergrendeling om creatieve composities vast te leggen, zelfs als het scherpstelveld is ingesteld op het midden van het beeld. 1 Positioneer het onderwerp in het midden van het beeld en druk de ontspanknop half in. • Bevestig dat het scherpstelveld groen oplicht. • De scherpstelling en belichting worden vergrendeld. 2 Opnamefuncties 1/250 F5.6 1/250 F5.6 25m 0s 840 Pas de kadrering aan zonder uw vinger van de knop te halen.
Weergavefuncties Zoomweergave Door de zoomknop naar g (i) te bewegen in de schermvullende weergave (A32), wordt op de foto ingezoomd. 4/132 De foto wordt schermvullend weergegeven. f (h) De foto wordt ingezoomd. Aanduiding weergegeven gebied • U kunt de zoomfactor wijzigen door de zoomknop richting f (h) of g (i) te bewegen. De zoom kan ook ingesteld worden door de instelschijf te draaien. • Druk op de multi-selector HIJK om een ander deel van de foto te bekijken.
Miniatuurweergave, Kalenderweergave Door de zoomknop naar f (h) te bewegen in de schermvullende weergave (A32), worden de foto's als miniatuurweergaven weergegeven. 4/132 0112.
Functies die ingesteld kunnen worden met de d knop (weergavemenu) Als foto's worden bekeken in de schermvullende weergave of miniatuurweergave, kunt u de onderstaande instellingen van het weergavemenu configureren door op de d knop (A8) te drukken. Weergavemenu Snel retoucheren D-Lighting Huid verzachten Filtereffecten Afdrukopdracht Diashow Beveiligen 4/132 0112. JPG 15/05/2014 15:30 Optie Beschrijving A Hiermee kunt u geretoucheerde kopieën maken waarin contrast en verzadiging zijn verhoogd.
Beschrijving A E Spraakmemo Hiermee kunt u de microfoon van de camera gebruiken om spraakmemo's op te nemen en ze als bijlage toevoegen aan een foto. E56 h Kopiëren2 Hiermee kunt u foto's kopiëren tussen het interne geheugen en een geheugenkaart. Deze functie kan ook gebruikt worden om films te kopiëren. E57 F RAW (NRW) bewerken1, 2 Maakt kopieën van het JPEG-formaat door RAWverwerking uit te voeren in de camera voor NRW (RAW)-beelden, zonder een computer te hoeven gebruiken.
Scherm gebruiken voor selecteren van foto's Wanneer een fotoselectiescherm zoals het scherm aan de rechterzijde wordt weergegeven bij het bedienen van de camera, volgt u de hieronder beschreven procedures om de foto's te selecteren. Wis gesel. beeld(en) Terug 1 Gebruik de multi-selector JK of draai deze om de gewenste foto te selecteren. Wis gesel. beeld(en) 2 Gebruik HI om ON of OFF (of het aantal kopieën) te selecteren. Wis gesel.
Films opnemen en afspelen Films opnemen 1 Geef het opnamescherm weer. Films opnemen en afspelen • Controleer de resterende filmopnametijd. • Als Foto-informatie onder de Monitorinstellingen (A92) in het setupmenu is ingesteld op Filmbeeld+autom. info, kan het zichtbare veld in de film bevestigd worden voordat de fimopname wordt gestart. 2 86 F5.6 25m 0s 840 Resterende filmopnametijd Druk op de b (e filmopname) knop om de filmopname te stoppen.
B Maximale filmduur De afzonderlijke filmbestanden kunnen niet groter dan 4 GB of langer dan 29 minuten zijn, ook al is er voldoende ruimte op de geheugenkaart. • De maximale opnamelengte voor een enkele film wordt weergegeven op het opnamescherm. • Als de cameratemperatuur te hoog wordt, kan de filmopname worden beëindigd voordat de grenswaarden zijn bereikt. • De daadwerkelijke filmduur kan variëren afhankelijk van de filminhoud, beweging van het onderwerp of type geheugenkaart.
B Opmerkingen over zoom gebruiken tijdens filmopname • De zoomaanduiding wordt tijdens filmopname niet weergegeven. • Er kan enige afname in beeldkwaliteit optreden wanneer de digitale zoom gebruikt wordt. Wanneer u tijdens een filmopname inzoomt, stopt de zoombeweging tijdelijk bij de positie waarbij de optische zoom overgaat in de digitale zoom. B Cameratemperatuur Films opnemen en afspelen • Het is mogelijk dat de camera warm wordt tijdens het opnemen van films gedurende een langere tijd resp.
Foto's opslaan tijdens filmopname B Opmerkingen over foto's opslaan tijdens filmopname Films opnemen en afspelen Als de ontspanknop tijdens de filmopname helemaal wordt ingedrukt, wordt een beeld als foto opgeslagen (JPEG-beeld). De filmopname gaat verder terwijl de foto wordt opgeslagen. • Het maximale aantal foto's dat kan worden opgeslagen tijdens een filmopname 7m23s (10 foto's) en Q worden links bovenaan opde monitor weergegeven. Als f wordt weergegeven, kan geen foto worden opgeslagen.
Functies die ingesteld kunnen worden met de d knop (filmmenu) Schakel de opnamestand in M Druk op de d knop M e (film) tab (A9) De onderstaande instellingen van de menuopties kunnen geconfigureerd worden. Films opnemen en afspelen Optie Filmopties Autofocusstand Beeldsnelheid Film Filmopties Autofocus-stand Beeldsnelheid Beschrijving Selecteer het filmtype.
Beschikbare functies tijdens afspelen 7m 42s Functie Pictogram Gepauzeerd Beschrijving Terugspoelen A Houd de k knop ingedrukt om de film terug te spoelen. Vooruitspoelen B Houd de k knop ingedrukt om de film vooruit te spoelen. Pauzeer de weergave. De onderstaande functies kunnen worden uitgevoerd terwijl de weergave gepauzeerd is. Pauzeren Stoppen E G C Film één beeld terugspoelen. Houd de k knop ingedrukt om continu terug te spoelen.* D Film één beeld vooruitspoelen.
Basisinstellingen Functies die ingesteld kunnen worden met de d knop (setup-menu) Druk op de d knop M z (setup) tab (A9) De onderstaande instellingen van de menuopties kunnen geconfigureerd worden. Set-up Basisinstellingen Welkomstscherm Tijdzone en datum Monitorinstellingen Datumstempel Vibratiereductie Bewegingsdetectie AF-hulplicht Beschrijving A Welkomstscherm Hiermee kunt u kiezen of het welkomstscherm wel of niet op de monitor moet worden getoond als de camera wordt ingeschakeld.
Optie Beschrijving A Hiermee kunt een functie toekennen aan de instelring. E73 Geluidsinstellingen Hiermee kunt u de geluidsinstellingen aanpassen. E74 Automatisch uit Hiermee kunt u de lengte van de tijd instellen voordat de monitor uitschakelt om energie te besparen. E74 Geheug. formatteren/ Geheugenkaart form. Hiermee kunt u het interne geheugen of de geheugenkaart formatteren. E75 Taal/Language Hiermee kunt u de taal van de camera wijzigen.
De Wi-Fi (draadloos LAN)-functie gebruiken Functies die uitgevoerd kunnen worden met Wi-Fi De Wi-Fi (draadloos LAN)-functie gebruiken U kunt de volgende functies uitvoeren wanneer u de bijbehorende software “Wireless Mobile Utility” installeert op uw smart-toestel dat draait op Android OS of iOS en dit aansluit op de camera. Neem foto's Gebruik een smart-toestel om de camerasluiter op afstand te ontspannen en foto's op te slaan op het smart-toestel.
Het smart-toestel verbinden met de camera Druk op de d knop M q (Wi-Fi-opties) tab M k knop 1 • Als Verbind. met smart app. niet geselecteerd kan worden, zie dan “Opmerkingen over Wi-Fi-verbinding” (A96). • Als de Wi-Fi-functie ingeschakeld is, worden de SSID en het wachtwoord weergegeven. • Wanneer binnen 3 minuten geen verbindingsbevestiging is ontvangen van het smart-toestel, wordt het bericht “Geen toegang.” weergegeven en keert de camera terug naar het scherm Wi-Fi-opties. 2 Wi-Fi-opties Verbind.
De Wi-Fi-verbinding verbreken • Zet de camera uit. • Zet de Wi-Fi-instelling op het smart-toestel in de stand Uit. B De Wi-Fi (draadloos LAN)-functie gebruiken 96 Opmerkingen over Wi-Fi-verbinding • Verbind. met smart app. kan niet worden geselecteerd in de volgende gevallen: - Als geen geheugenkaart is geplaatst in de camera. - Als een Eye-Fi-kaart (E80) is geplaatst in de camera. - Wanneer de camera wordt aangesloten op een tv, computer of printer.
Camera aansluiten op een tv, computer of printer Aansluitmethodes U kunt meer plezier hebben van foto's en films door de camera aan te sluiten op een tv, computer of printer. Open het deksel van de aansluitingen. Steek de stekker recht in het apparaat. • Voordat de camera op een extern apparaat wordt aangesloten, moet u controleren of het batterijniveau voldoende is en moet u de camera uitzetten. Zorg dat de camera uitgeschakeld is voordat deze van het apparaat losgekoppeld wordt.
Foto's op een tv bekijken E15 Foto's en films die met de camera gemaakt zijn, kunnen op een tv bekeken worden. Aansluitmethode: Sluit een apart verkrijgbare HDMI-kabel op de HDMI-aansluiting van de tv aan. Foto's bekijken en beheren op een computer Camera aansluiten op een tv, computer of printer 98 A99 U kunt foto's naar een computer kopiëren om eenvoudig foto's te retoucheren en fotogegevens te beheren.
ViewNX 2 gebruiken ViewNX 2 is een alles-in-één softwarepakket waarmee u foto's kunnen kopiëren, bekijken, bewerken en delen. Installeer ViewNX 2 met behulp van de ViewNX 2 cd-rom. Uw toolbox voor beeldbewerking ViewNX 2™ Compatibele besturingssystemen Windows Windows 8.1, Windows 7, Windows Vista, Windows XP Mac OS X 10.9, 10.8, 10.7 Camera aansluiten op een tv, computer of printer Installeren van ViewNX 2 Raadpleeg de Nikon website voor de meest recente informatie over compatibele besturingssystemen.
2 Kies een taal in het taalkeuzedialoogvenster om het installatievenster te openen. • Als de gewenste taal niet beschikbaar is, kunt u op Regiokeuze klikken om een andere regio en vervolgens de gewenste taal te kiezen (de Regiokeuze knop is niet beschikbaar in de Europese versie). • Klik op Volgende om het installatiescherm weer te geven.
Foto's naar een computer kopiëren 1 Kies hoe foto's naar een computer gekopieerd worden. Kies van de onderstaande methodes: • Rechtstreekse USB-aansluiting: Schakel de camera uit en zorg dat de geheugenkaart in de camera zit. Sluit de camera aan op de computer met behulp van de USB-kabel. De camera wordt automatisch ingeschakeld. Verwijder voordat de camera op de computer wordt aangesloten eerst de geheugenkaart uit de camera om de foto's in het interne geheugen van de camera te kopiëren.
2 Kopieer de foto's naar de computer. • Klik op Overspelen starten. Camera aansluiten op een tv, computer of printer Overspelen starten • Als de standaardinstellingen zijn ingesteld, worden alle foto's op de geheugenkaart naar de computer gekopieerd. 3 Verbreek de verbinding. • Als de camera is aangesloten op de computer, moet de camera uitgezet worden en de USB-kabel losgetrokken worden.
Referentiegedeelte Het referentiegedeelte bevat gedetailleerde informatie en hints voor het gebruik van de camera. Opname Eenvoudig panorama gebruiken (opname en weergave) ................................................................................................................... E2 Weergave Met continu-opname gemaakte foto's weergeven en wissen (reeks) ..................................................................................................... E5 Foto's bewerken...........................
Eenvoudig panorama gebruiken (opname en weergave) Opname met eenvoudig panorama Draai de keuzeknop naar y M d knop M p Eenvoudig panorama 1 Selecteer het opnamebereik W Normaal (180°) of X Breed (360°) en druk op de k knop. Eenvoudig panorama Normaal (180°) Breed (360°) • Wanneer de camera gereed wordt gehouden in de horizontale positie, dan is het beeldformaat (breedte × hoogte) als volgt.
4 Beweeg de camera in een van de vier richtingen tot de aanduiding van de opnamepositie het einde heeft bereikt. • Zodra de camera detecteert in welke richting bewogen wordt, begint de opname. Aanduiding Voorbeeld van camerabeweging • Gebruik uw lichaam als de draaias en beweeg de camera langzaam in een boog in de richting van de markering (KLJI).
Met eenvoudig panorama gemaakte foto's weergeven Schakel naar de weergavestand (A32), geef de foto gemaakt met eenvoudig panorama weer in de schermvullende weergave en druk vervolgens op de k knop om de foto in de richting te scrollen die bij de opname werd gebruikt. • Draai de multi-selector om snel vooruit of achteruit te scrollen. 4/ 132 0004. JPG 2014/05/15 15:30 15/05/2014 Onderaan op de monitor worden tijdens de weergave bedieningsknoppen getoond.
Met continu-opname gemaakte foto's weergeven en wissen (reeks) Foto's in een reeks weergeven Met continu-opname gemaakte foto's worden als een reeks opgeslagen. De eerste foto van een reeks wordt als de hoofdfoto gebruikt om de de reeks aan te duiden wanneer deze in de schermvullende weergave of miniatuurweergave (standaardinstelling) wordt. Druk op de k knop om elke foto in de reeks afzonderlijk weer te geven. 4/ 132 0004.
Foto's in een reeks wissen Welke foto's er gewist worden als bij foto's in een reeks de l knop wordt ingedrukt, verschilt afhankelijk van hoe de reeksen worden weergegeven. • Bij weergave van de hoofdfoto: - Huidig beeld: Alle foto's in de weergegeven reeks worden gewist. - Wis gesel. beeld(en): Als een hoofdfoto op het scherm geselecteerde foto's wissen (A34) geselecteerd wordt, worden alle foto's in de betreffende reeks gewist.
Foto's bewerken Voor het bewerken van foto's U kunt foto's eenvoudig op deze camera bewerken. Bewerkte kopieën worden als aparte bestanden opgeslagen. Bewerkte kopieën worden met dezelfde opnamedatum en -tijd opgeslagen als het origineel. C Beperkingen m.b.t. foto's bewerken Een foto kan maximaal tien keer worden bewerkt.
k Snel retoucheren: Contrast en verzadiging verbeteren Selecteer een foto (A32) M d knop (A8) M k Snel retoucheren Gebruik de multi-selector HI om de gewenste mate van effecttoepassing te selecteren en druk op de k knop. • De bewerkte versie wordt aan de rechterzijde weergegeven. • Om het scherm te verlaten zonder de kopie op te slaan, drukt u op J.
e Huid verzachten: Voor zachte huidtinten Selecteer een foto (A32) M d knop (A8) M e Huid verzachten 1 Gebruik de multi-selector HI om de gewenste mate van effecttoepassing te selecteren en druk op de k knop. • Om het scherm te verlaten zonder de kopie op te slaan, drukt u op J. 2 Bekijk het resultaat en druk op de k knop. • Het bewerkte gezicht wordt ingezoomd. • Wanneer er meer dan een gezicht bewerkt is, druk dan op JK om te wisselen tussen de gezichten die worden weergegeven.
p Filtereffecten: Effecten toepassen m.b.v. digitaal filter Selecteer een foto (A32) M d knop (A8) M p Filtereffecten Optie Beschrijving Referentiegedeelte Zacht portret Legt de achtergrond van mensen onscherp vast. Als er geen mensen worden herkend, wordt scherpgesteld op het gebied in het midden van het beeld en wordt de omgeving onscherp vastgelegd. Selectieve kleur Behoudt alleen de geselecteerde beeldkleur en maakt andere kleuren zwart-wit.
2 Gebruik HI om de kleur te selecteren en druk op de k knop. 3 Bekijk het resultaat en druk op de k knop. Selectieve kleur Voorbeeld • Er wordt een bewerkte kopie gemaakt. • Om het scherm te verlaten zonder de kopie op te slaan, drukt u op J. Terug Opslaan g Kleine afbeelding: Het beeldformaat verkleinen Selecteer een foto (A32) M d knop (A8) M g Kleine afbeelding Gebruik de multi-selector HI om het gewenste kopieformaat te selecteren en druk op de k knop.
F RAW (NRW) bewerken: JPEG-beelden maken van NRW-beelden Druk op de c knop (weergavestand) M d knop (A8) M F RAW (NRW) bewerken 1 Gebruik de multi-selector HIJK om de gewenste foto voor RAWverwerking te selecteren en druk op de k knop. RAW (NRW) bewerken Terug 2 Stel de RAW (NRW)verwerkingsparameters in. RAW (NRW) bewerken Uitvoeren Referentiegedeelte • Gebruik onderstaande instellingen bij het controleren van het beeld en beweeg de zoomknop naar g (i).
B Opmerkingen over RAW (NRW)-verwerking • Deze camera kan uitsluitend JPEG-formaat kopieën maken van RAW (NRW)-foto's gemaakt met deze camera. • Handm. voorinstelling van Witbalans kan alleen geselecteed worden voor foto's die gemaakt zijn met Witbalans ingesteld op Handm. voorinstelling. • Het Filter ruisonderdrukking (E45) dat voor het fotograferen is ingesteld, wordt toegepast op de te maken JPEG-beelden. C Meer informatie Zie “Beelden in formaat 1:1 afdrukken” (E25) voor meer informatie.
a Uitsnede: Een uitgesneden kopie maken 1 2 Beweeg de zoomknop om de foto te vergroten (A81). Pas de compositie van de kopie aan en druk op de d knop. • Om de zoomfactor in te stellen, beweegt u de zoomknop naar g (i) of f (h). Stel een zoomfactor in waarbij u wordt weergegeven. • Gebruik de multi-selector HIJK om alleen het gedeelte van de foto dat u wilt kopiëren op de monitor weer te geven. 3 4.0 Selecteer Ja en druk op de k knop. • Er wordt een bewerkte kopie gemaakt.
Camera aansluiten op een tv (foto's op een tv bekijken) 1 Zet de camera uit en sluit deze op de tv aan. • Zorg ervoor dat de stekkers in de juiste richting worden aangesloten. Zorg dat het aansluiten of losmaken van de stekkers niet onder een hoek gebeurt. Naar HDMIaansluiting HDMI-microstekker (type D) 2 Stel de ingang van de tv in op externe ingang. • Raadpleeg de documentatie van uw tv voor meer informatie. 3 Houd de c ingedrukt om de camera aan te zetten.
De camera aansluiten op een printer (Direct Print) Gebruikers van een PictBridge-compatibele printer kunnen de camera rechtstreeks op de printer aansluiten en foto's afdrukken zonder gebruik te maken van een computer. De camera aansluiten op een printer 1 2 Zet de camera uit. Zet de printer aan. • Controleer de printerinstellingen. 3 Sluit de camera aan op de printer met de meegeleverde USB-kabel. • Zorg ervoor dat de stekkers in de juiste richting worden aangesloten.
4 De camera wordt automatisch ingeschakeld. • Het PictBridge opstartscherm (1) wordt op de monitor van de camera weergegeven, gevolgd door het Afdrukselectie scherm (2). Afdrukselectie 15/05 2014 NO. 32 32 B Als het PictBridge opstartscherm niet wordt weergegeven Indien Automatisch is geselecteerd bij Opladen via computer (E77), dan kunnen foto's mogelijk niet op bepaalde printers afgedrukt worden via een directe aansluiting van de camera.
3 Selecteer het gewenste aantal kopieën (max. 9) en druk op de k knop. Kopieën 1 4 Selecteer Papierformaat en druk op de k knop. PictBridge 4 afdrukken Afdrukken starten Kopieën Papierformaat 5 Selecteer het gewenste papierformaat en druk op de k knop. Papierformaat Standaard 3,5×5 in. 5×7 in. 100×150 mm 4×6 in. 8×10 in. Letter Referentiegedeelte • Om de voor de printer geconfigureerde instelling van het papierformaat toe te passen, selecteert u Standaard als de papierformaatoptie.
Meerdere foto's afdrukken 1 Als het Afdrukselectie scherm wordt weergegeven, drukt u op de d knop. Afdrukselectie 15/05 2014 NO. 32 32 2 Gebruik de multi-selector HI om Papierformaat te selecteren en druk op de k knop. • Druk op de d knop om het afdrukmenu te verlaten. 3 Selecteer het gewenste papierformaat en druk op de k knop.
Afdrukselectie Selecteer foto's (max. 99) en het aantal Afdrukselectie kopieën (max. 9) van elke foto. • Gebruik de multi-selector JK om foto's te 1 1 2 3 selecteren en gebruik HI om het aantal te af te drukken kopieën te specificeren. • Foto's die zijn geselecteerd voor afdrukken, worden aangeduid door het vinkje op het Terug pictogram en het getal dat het gewenste aantal kopieën aangeeft. Als er geen kopieën voor foto's zijn opgegeven, wordt de selectie geannuleerd.
Films bewerken Gebruik een voldoende opgeladen batterij wanneer u films bewerkt: zo voorkomt u dat de camera wordt uitgeschakeld tijdens bewerken. Als de aanduiding batterijniveau B is, is filmbewerking niet mogelijk. B Beperkingen m.b.t. films bewerken Films die zijn opgenomen met n 1080/60i, q 1080/50i, p iFrame 720/30p of p iFrame 720/25p kunnen niet worden bewerkt. Alleen de gewenste delen van de film kopiëren Het gewenste deel van een opgenomen film kan als apart bestand worden opgeslagen.
5 Gebruik HI om m (Opslaan) te selecteren en druk op de k knop. Opslaan • Volg de aanwijzingen op het scherm om de film op te slaan. 5m 52s B Opmerkingen over delen van een film kopiëren • Een door bewerking gemaakte film kan niet opnieuw bewerkt worden. • Het uitgesneden deel van een film kan iets afwijken van het deel dat met het begin- en eindpunt geselecteerd is. • Films met een duur van minder dan 2 seconden kunnen niet worden uitgesneden.
Het opnamemenu (stand A, B, C of D) Beeldkwaliteit Schakel de opnamestand in M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Beeldkwaliteit Stel de gebruikte beeldkwaliteit (compressieverhouding) in bij het opslaan van foto's. Bij een lage compressieverhouding krijgt u weliswaar de beste fotokwaliteit, maar het aantal foto's dat kan worden opgeslagen is lager. Optie Beschrijving Fine Hogere beeldkwaliteit dan Normal.
C Instelling beeldkwaliteit • De beeldkwaliteit kan in elke opnamestand worden ingesteld. Deze instelling wordt ook toegepast op andere opnamestanden (behalve de opnamestand i en de onderwerpstand Eenvoudig panorama). • RAW (NRW)-beelden kunnen echter niet worden opgeslagen in de volgende opnamestanden.
Beeldformaat Schakel de opnamestand in M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Beeldformaat Stel het beeldformaat (aantal pixels) voor het opslaan van JPEG-beelden in. Hoe groter het beeldformaat, hoe groter het formaat is dat afgedrukt kan worden, maar er kunnen minder beelden worden opgeslagen.
Picture Control (COOLPIX Picture Control) (Instellingen voor de opslagtijd wijzigen) Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Picture Control Wijzig de instellingen voor de opslagtijd volgens de opnamestand of uw eigen instellingen. Scherpte, contrast en verzadiging kunnen naar wens worden ingesteld. Beschrijving Optie Referentiegedeelte b Standaard (standaardinstelling) Standaardbewerking voor gebalanceerde resultaten. Aanbevolen voor de meeste situaties.
Bestaande COOLPIX Picture Control items aanpassen: Snel aanpassen en Handmatig afstellen COOLPIX Picture Control beschikt over Snel aanpassen, waarmee gebalanceerd afstellen mogelijk is van scherpte, contrast en verzadiging, alsmede andere beeldbewerkingscomponenten en Handmatig aanpassen, voor extra nauwkeurig afstellen van de componenten elk afzonderlijk. 1 Gebruik de multi-selector HI om het gewenste type COOLPIX Picture Control te selecteren en druk op de k knop.
Types Snel aanpassen en Handmatig afstellen Optie Beschrijving Referentiegedeelte Snel aanpassen1 Stelt de scherpte, het contrast en de verzadigingsniveaus automatisch in. Instellen naar de – zijde vermindert het effect van de geselecteerde COOLPIX Picture Control en instellen naar de + zijde benadrukt het effect. • Standaardinstelling: 0 Verscherping Regelt hoe scherp de contouren op de foto moeten worden. Hoe hoger het niveau, hoe scherper het beeld en hoe lager het niveau, hoe zachter het beeld.
Optie Kleurtoon3 Beschrijving Regelt de tint uit de monochrome fotografie, variërend B&W (zwart/wit, standaardinstelling), Sepia en Cyanotype (blauw getint monochroom). Door op de multi-selector I te drukken wanneer Sepia of Cyanotype geselecteerd is, kunt u een verzadigingsniveau selecteren. Druk op JK om de verzadiging aan te passen. • Standaardinstelling: B&W (zwart/wit) 1 Snel aanpassen is niet beschikbaar in Neutraal, Monochroom, Aangepast 1 en Aangepast 2.
Aangepaste Picture Control (COOLPIX Aangepaste Picture Control) Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Aang. Picture Control Pas de instellingen van COOLPIX Picture Control (E27) aan en registreer ze in Aangepast 1 of Aangepast 2 van Picture Control. Aangepaste COOLPIX Picture Control opties aanmaken 1 Gebruik de multi-selector HI om Bewerk en bewaar te selecteren en druk op de k knop. Aang.
Witbalans (kleurinstelling) Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Witbalans Pas de witbalans aan de lichtbron of weersomstandigheden aan om de kleuren van de foto's overeen te laten komen met datgene dat u ziet. • Voor de meeste omstandigheden kunt u Automatisch (normaal) gebruiken. Wijzig de instelling wanneer u de tint van de foto wilt aanpassen. U kunt tevens fijnafstelling van de witbalans uitvoeren na selecteren van het type (E32).
C Fijnafstelling van de witbalans Om de fijnafstelling van de witbalans af te stellen, Automatisch (normaal) kies het type witbalans en druk op de k knop. Gebruik de multi-selector HIJK om de instellingen te configureren. • “A” staat voor amber, “B” voor blauw, “G” voor groen en “M” voor magenta. Terug Herstel • Druk op de l knop om te resetten. • Druk op de d knop om terug te keren naar het vorige scherm.
Handmatig instellen gebruiken Volg de onderstaande procedure om de witbalanswaarde onder het opnamelicht te meten. 1 Plaats een wit of grijs referentievoorwerp onder de verlichting die voor de foto wordt gebruikt. 2 Gebruik de multi-selector HI om Handm. voorinstelling te selecteren en druk op de k knop. • Het objectief schuift uit in de zoomstand voor de meting. 3 Selecteer Meten. Witbalans Automatisch (normaal) Autom. (warm licht) Handm.
Lichtmeting Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Lichtmeting Het proces waarbij de helderheid van het onderwerp wordt gemeten om de belichting te bepalen wordt lichtmeting genoemd. Gebruik deze optie om in te stellen te bepalen hoe de camera de belichting meet. Optie G Matrix (standaardinstelling) Beschrijving De camera gebruikt een groot deel van het scherm voor de meting. Aanbevolen voor fotograferen onder normale omstandigheden.
Continu-opname Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Continu U k m n Beschrijving Telkens als u de ontspanknop indrukt, maakt de camera één foto. Continu H Als de ontspanknop volledig wordt ingedrukt, worden continu foto's gemaakt. • De beeldsnelheid bij continu-opname is ongeveer 10 bps en het maximale aantal foto's met continuopname is ongeveer 10 (indien de beeldkwaliteit is ingesteld op Normal en beeldformaat is ingesteld op F 4000×3000).
Optie Beschrijving Continu H: 60 bps Elke keer dat de ontspanknop helemaal ingedrukt wordt, worden met hoge snelheid foto's gemaakt. • De beeldsnelheid voor continu-opname is ongeveer 60 bps en het maximale aantal continu-opnamen is 60. • Het beeldformaat wordt vast ingesteld op A (1280 × 960 pixels). BSS (Best Shot Selector) De camera maakt een reeks van maximaal tien foto's terwijl de ontspanknop helemaal ingedrukt wordt gehouden en de scherpste foto wordt automatisch opgeslagen.
C Vooropnamecache Als de ontspanknop volledig of half wordt ingedrukt, worden de beelden opgeslagen zoals hieronder beschreven. Half indrukken Helemaal indrukken Beelden opgeslagen Beelden opgeslagen vóór volledig door volledig indrukken indrukken • Het vooropnamecache-pictogram (Q) op de monitor licht groen op zolang u de ontspanknop half ingedrukt houdt. Intervalopnamen 1 Gebruik de multi-selector HI om X Intervalopnamen te selecteren en druk vervolgens op de k knop.
2 Stel het gewenste interval tussen elke opname in. • Gebruik JK om een item te selecteren en gebruik HI om de duur in te stellen. • Druk op de k knop wanneer u alle instellingen hebt voltooid. 3 4 m s 00 30 Bewerk. Druk op de d knop om naar het opnamescherm te gaan. Druk op de ontspanknop om de eerste foto te maken. • De sluiter wordt automatisch ontspannen op het aangegeven interval voor het maken van opeenvolgende foto's.
ISO-waarde Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M ISO-waarde Met een hogere ISO-waarde kunt u donkere onderwerpen fotograferen. Bovendien kunt u nu zelfs van onderwerpen met vergelijkbare helderheid foto's maken met snellere sluitertijden, waarbij onscherpte veroorzaakt door cameratrilling en beweging van het onderwerp kunnen worden gereduceerd. • Als een hogere ISO-waarde is ingesteld, kunnen de foto's ruis bevatten.
Belichtingsbracketing Draai de keuzeknop naar de A, B of C M d knop M A, B of C tab (A9) M Belichtingsbracketing De belichting (helderheid) kan tijdens continu-opname automatisch gewijzigd worden. Dit is handig als bij het fotograferen de helderheid van een foto moeilijk in te stellen is. Optie Beschrijving Uit (standaardinstelling) Belichtingsbracketing wordt niet toegepast.
AF-veldstand Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M AF-veldstand Wijzig de methode waarmee de camera het scherpstelveld voor de autofocus selecteert. a Optie Beschrijving Gezichtprioriteit Wanneer de camera een gezicht herkent, wordt hierop scherpgesteld. Zie “Gezichtsdetectie gebruiken” (A78) voor meer informatie. Bij het kadreren van een 25m 0s 1/250 F5.
Optie s M Onderwerp volgen AF met doelopsporing (standaardinstelling) Beschrijving Gebruik deze functie om foto's van bewegende onderwerpen te maken. Registreer het onderwerp waarop de camera scherpstelt. Het Einde scherpstelveld wordt 25m 0s 1/250 F5.6 840 automatisch verplaatst om het onderwerp te volgen. Zie “Gebruiken van onderwerp volgen” (E43) voor meer informatie. Als de camera het hoofdonderwerp detecteert, stelt deze daarop scherp. Zie “AF met doelopsporing gebruiken” (A77). 1/250 F5.
Gebruiken van onderwerp volgen Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M AF-veldstand 1 Gebruik de multi-selector HI om s Onderwerp volgen te selecteren en druk op de k knop. • Druk op de d knop na het wijzigen van de instellingen en keer terug naar het opnamescherm. 2 AF-veldstand Gezichtprioriteit Handmatig (spot) Handmatig (normaal) Handmatig (breed) Onderwerp volgen AF met doelopsporing Registreer een onderwerp. 3 Start 1/250 F5.
Autofocus-stand Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Autofocus-stand Selecteer hoe de camera scherpstelt bij het maken van foto's. Optie Beschrijving Enkelvoudige AF De camera stelt scherp wanneer u de A (standaardinstelling) ontspanknop half indrukt. B Fulltime-AF B De camera gaat verder met scherpstellen zelfs als de ontspanknop niet half ingedrukt is. Het geluid van de objectiefaandrijving is hoorbaar terwijl de camera scherpstelt.
Ruisonderdrukkingsfilter Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Filter ruisonderdrukking Stel de sterkte van de ruisonderdrukkingsfunctie in die normaal wordt uitgevoerd bij het opslaan van foto's. Optie e Hoog M Normaal (standaardinstelling) l Laag Beschrijving Past de ruisonderdrukking toe op een niveau hoger dan de standaardsterkte. Past ruisonderdrukking toe op de standaard sterkte. Past de ruisonderdrukking toe op een niveau lager dan de standaardsterkte.
Ingebouwd ND-filter Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Ingebouwde ND-filter Als het in de camera ingebouwde ND-filter wordt gebruikt, kan de hoeveelheid licht die de camera binnendringt worden gereduceerd tot ongeveer 1/8 (gelijk aan drie stappen lager voor wat betreft de belichtingsinstelling) tijdens opnemen. Gebruiken in situaties wanneer bijvoorbeeld overbelichting voorkomt als gevolg van een te licht onderwerp.
Actieve D-Lighting Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Actieve D-Lighting Details in de hoge lichten en schaduwpartijen blijven behouden, en het natuurlijke contrast dat met het blote oog is waargenomen, wordt in de gemaakte foto gereproduceerd. Dit is vooral handig voor het fotograferen van onderwerpen met een groot contrast zoals een helder verlicht onderwerp buiten vanuit een donkere ruimte binnen of onderwerpen in de schaduw op een zonnig strand.
Meervoudige belichting Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Meervoudige belichting De camera combineert twee tot drie foto's en slaat deze als één foto op. Optie Beschrijving Stand vr. meerv. belicht. Maakt foto's in de stand meervoudige belichting indien ingesteld op Aan. • Afzonderlijke foto's worden ook opgeslagen. • Standaardinstelling: Uit Automatische versterk.
2 3 4 Selecteer Aan en druk vervolgens op de k knop. Stand vr. meerv. belicht. Aan Uit Druk op de d knop om naar het opnamescherm te gaan. Druk op de ontspanknop om de eerste foto te maken. 1/250 5 F5.6 25m 0s 840 Druk op de ontspanknop om de tweede foto te maken. 6 Druk op de ontspanknop om de derde foto te maken. Referentiegedeelte • Kadreeer het beeld terwijl de eerste foto doorschijnend wordt weergegeven.
Zoomgeheugen Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Zoomgeheugen Optie Beschrijving Aan Als de zoomknop wordt bediend, wordt de zoomstand (gelijk aan brandpuntsafstand/beeldhoek in kleinbeeldformaat [135]) omgezet naar de standen die geselecteerd zijn door het selectievakje in deze menuoptie op aan in te stellen. De volgende instellingen zijn beschikbaar: 24 mm, 28 mm, 35 mm, 50 mm, 85 mm, 105 mm, 120 mm.
Opstartzoomstand Draai de keuzeknop naar de A, B, C, D of i M d knop M A, B, C, D of i tab (A9) M Opstartzoomstand Stel de zoomstand (gelijk aan brandpuntsafstand/beeldhoek in kleinbeeldformaat [135]) in voor als de camera wordt ingeschakeld. De volgende instellingen zijn beschikbaar: 24 mm (standaardinstelling), 28 mm, 35 mm, 50 mm, 85 mm, 105 mm en 120 mm.
Het weergavemenu Zie “Foto's bewerken“ (E7) voor meer informatie over de beeldbewerkingsfuncties. a Afdrukopdracht (Een DPOF-afdrukopdracht maken) Druk op de c knop (weergavestand) M d knop (A8) M a Afdrukopdracht Als u de afdrukopdrachtinstellingen vooraf configureert, kunt u deze gebruiken bij de hieronder vermelde afdrukmethodes. • De geheugenkaart naar een digitale fotoservice brengen die DPOF (Digital Print Order Format (Digitaal afdrukformaat voor digitale camera’s))afdrukken ondersteunt.
3 Geef aan of u de opnamedatum en informatie wilt afdrukken. Afdrukopdracht • Selecteer Datum en druk op de k knop Gereed om de opnamedatum op alle foto's af te drukken. Datum • Selecteer Info en druk op de k knop om Info de sluitertijd en diafragmawaarde op alle foto's af te drukken. • Selecteer ten slotte Gereed en druk op de k knop om de afdrukopdracht af te ronden.
b Diashow Druk op de c knop (weergavestand) M d knop (A8) M b Diashow Foto's een voor een weergeven in een automatische “diashow”. Wanneer filmbestanden (A90) worden weergegeven in de diashow, dan wordt alleen het eerste beeld van elke film weergegeven. 1 Gebruik de multi-selector HI om Start te selecteren en druk op de k knop. Diashow Pauzeren • De diashow begint.
d Beveiligen Druk op de c knop (weergavestand) M d knop (A8) M d Beveiligen De camera beveiligt geselecteerde foto's tegen ongewild wissen. Selecteer de foto's die u wilt beveiligen of waarvan u de beveiliging ongedaan wil maken in het fotoselectiescherm (A85). Let op: Wanneer het interne geheugen van de camera of de geheugenkaart (E75) wordt geformatteerd, worden beveiligde bestanden permanent gewist.
E Spraakmemo Druk op de c knop (weergavestand) M selecteer een foto M d knop (A8) M E Spraakmemo Spraakmemo's kunnen opgenomen en aan foto's worden toegevoegd. Spraakmemo's opnemen • Druk op de k knop om op te nemen (tot circa 20 seconden). • Raak de microfoon niet aan. • Tijdens de opname knipperen o en p op de monitor. 20s • Nadat het opnemen is beëindigd, wordt het scherm voor het afspelen van een spraakmemo weergegeven. Druk op de k knop en houd deze ingedrukt om de spraakmemo af te spelen.
h Kopiëren (Kopiëren tussen het interne geheugen en de geheugenkaart) Druk op de c knop (weergavestand) M d knop (A8) M h Kopiëren Kopieer foto's of films tussen het interne geheugen en een geheugenkaart. 1 2 Gebruik de multi-selector HI om een bestemmingsoptie te selecteren voor het kopiëren van de foto's en druk op de k knop. Selecteer een kopieeroptie en druk op de k knop. • Als u de optie Geselecteerde beelden kiest, gebruik dan het fotoselectiescherm om foto's te specificeren (A85).
C Opties reeksweergave Druk op de c knop (weergavestand) M d knop (A8) M C Reeksweergaveopties Selecteer de methode die wordt gebruikt om foto's in de reeks weer te geven (E5). Optie Beschrijving Individuele foto's Geeft elke foto in een reeks afzonderlijk weer. Op het weergavemenu wordt F weergegeven. Enkel hoofdfoto (standaardinstelling) Geeft alleen de hoofdfoto voor een reeks foto's weer.
Het filmmenu Filmopties Schakel de opnamestand in M d knop M e (film) tab (A9) M Filmopties Selecteer de gewenste filmoptie voor opname. Selecteer een filmoptie met normale snelheid voor het opnemen van films of een filmoptie met hoge snelheid (HS) voor het opnemen van films die vertraagd (slow motion) of versneld (fast motion) kunnen worden weergegeven (E60). • Voor het opnemen van films worden geheugenkaarten (Class 6 of hoger) aanbevolen (A21).
HS-filmopties Opgenomen films kunnen in fast of slow motion worden afgespeeld. Zie “Films afspelen in slow motion en fast motion” (E61) voor meer informatie. Beeldformaat Hoogte/breedteverhouding (horizontaal tot verticaal) Beschrijving h HS 480/4× u 640 × 480 4:3 Slow motion films op 1/4 van de snelheid • Max. opnametijd: 7 minuten 15 seconden (afspeeltijd: 29 minuten) i HS 720/2× w 1280 × 720 16:9 Slow motion films op 1/2 van de snelheid • Max.
C Films afspelen in slow motion en fast motion Bij opnemen van films op normale snelheid: Opnametijd 10 sec. Afspeeltijd 10 sec. Bij opnemen met h/u HS 480/4×: Films worden opgenomen met 4× de normale snelheid. Ze worden 4× langzamer afgespeeld in slow motion. Opnametijd 10 sec. Afspeeltijd 40 sec. Afspelen in slow motion Bij opnemen met j/x HS 1080/0,5×: Films worden opgenomen op 1/2 van de normale snelheid. Ze worden 2× sneller afgespeeld in fast motion. Opnametijd 5 sec.
Autofocus-stand Schakel de opnamestand in M d knop M e (film) tab (A9) M Autofocus-stand Stel in hoe de camera scherpstelt bij het opnemen van films. Optie A Enkelvoudige AF (standaardinstelling) B Fulltime-AF C Beschrijving De scherpstelling wordt vergrendeld wanneer de filmopname begint. Kies deze optie als de afstand tussen de camera en het onderwerp nagenoeg gelijk blijft. De camera stelt voortdurend scherp.
Het menu Wi-Fi-opties d knop M q (Wi-Fi-opties) tab (A9) Configureer de Wi-Fi (draadloos LAN) instellingen om de camera en een smarttoestel te verbinden. Optie Beschrijving Opties SSID: Wijzig de SSID. De geconfigureerde SSID wordt weergegeven op het smart-toestel. Stel een alfanumerieke SSID in van 1-24 karakters. Verificatie/encryptie: Selecteer of de communicatie tussen de camera en het verbonden smart-toestel al dan niet moet worden beveiligd.
Toetsenbord tekstinvoer bedienen • Gebruik de multi-selector HIJK of verdraai SSID deze om alfanumerieke karakters te selecteren. Druk op de k knop om het geselecteerde karakter in het tekstveld in te voeren en beweeg de cursor naar de volgende ruimte. • Selecteer N of O op het toetsenbord en druk op de k knop om de cursor in het tekstveld te Terug Verwijderen bewegen. • Druk op de l knop om een karakter te wissen. • Selecteer P op het toetsenbord en druk op de k knop voor het toepassen van de instelling.
Het setup-menu Welkomstscherm Druk op de d knop M z tab (A9) M Welkomstscherm Configureer het welkomstscherm dat wordt weergegeven wanneer u de camera inschakelt. Optie Beschrijving Geen (standaardinstelling) Geeft het welkomstscherm niet weer. COOLPIX Geeft een welkomstscherm met het COOLPIX-logo. Selecteer beeld Geeft een geselecteerde foto als het welkomstscherm weer. • Het fotoselectiescherm wordt weergegeven. Selecteer een foto (A85) en druk op de k knop.
Tijdzone en datum Druk op de d knop M z tab (A9) M Tijdzone en datum Stel de cameraklok in. Optie Beschrijving Datum en tijd • Selecteer een optie: Druk op Datum en tijd de multi-selector JK (wisselt tussen D, M, J, u en m). D M J u m • Bewerk de datum en tijd: 15 05 2014 15 10 Druk op HI. De datum en tijd kunnen ook worden gewijzigd door de multiBewerk. selector of de instelschijf te verdraaien. • Pas de instelling toe: Selecteer de instelling m en druk op de k knop of K.
De tijdzone instellen 1 Gebruik de multi-selector HI om Tijdzone te selecteren en druk op de k knop. Tijdzone en datum 15/05/2014 15:30 London, Casablanca Datum en tijd Datumnotatie Tijdzone 2 Selecteer w Eigen tijdzone of x Reisbestemming en druk op de k knop. • De datum en tijd die op de monitor weergegeven wordt, verandert afhankelijk van of de eigen tijdzone of de reisbestemming geselecteerd is. 3 Druk op K.
Monitorinstellingen Druk op de d knop M z tab (A9) M Monitorinstellingen Optie Beschrijving Foto-informatie Stelt de informatieweergave op de monitor tijdens opname en weergave in. Beeld terugspelen Aan (standaardinstelling): De gemaakte foto wordt direct na de opname op de monitor weergegeven en de monitorweergave keert terug naar het opnamescherm. Uit: De gemaakte foto wordt niet direct na de opname op de monitor weergegeven. Helderheid Stel de helderheid van de monitor op een van de 6 niveaus in.
Opnamestand Weergavestand Info verbergen 4 / 132 Raster+autom. info 1/250 F5.6 25m 0s 840 Naast de informatie die met Automatische info wordt weergegeven, wordt een raster weergegeven als hulp bij het kadreren van beelden. 0004. JPG 15/05/2014 15:30 De huidige instellingen of functieaanduiding wordt weergegeven als bij Automatische info. 4 / 132 B 1/250 F5.
Datumstempel (Datum en tijd weergeven op foto's) Druk op de d knop M z tab (A9) M Datumstempel De opnamedatum en -tijd kan bij het maken van foto's worden vastgelegd, waardoor deze informatie ook afgedrukt kan worden op printers die het afdrukken van data niet ondersteunen (E53). 15/05/2014 Optie Beschrijving f Datum Datum wordt op foto's weergegeven. S Datum en tijd Datum en tijd worden op foto's weergegeven. k Uit (standaardinstelling) B Datum en tijd worden niet op foto's weergegeven.
Vibratiereductie Druk op de d knop M z tab (A9) M Vibratiereductie Stel in om de effecten van cameratrilling tijdens opname te reduceren. Stel Vibratiereductiein op Uit wanneer bij fotograferen gebruik wordt gemaakt van een statief om de camera te stabiliseren. Optie Beschrijving g Normaal (standaardinstelling) Compenseert cameratrillingen. Onscherpte komt veel voor bij het maken van opnamen in de telestand of bij lange sluitertijd.
Bewegingsdetectie Druk op de d knop M z tab (A9) M Bewegingsdetectie Stel bewegingsdetectie in om de effecten van een bewegend onderwerp of cameratrilling tijdens fotograferen te reduceren. Optie UAutomatisch Beschrijving De bewegingsdetectie is bij sommige opnamestanden of instellingen ingesteld, wanneer r op het opnamescherm wordt weergegeven.
Digitale zoom Druk op de d knop M z tab (A9) M Digitale zoom Optie Beschrijving Aan (standaardinstelling) Digitale zoom is ingeschakeld. Uit Digitale zoom is uitgeschakeld. B Opmerkingen over digitale zoom • Digitale zoom kan niet gebruikt worden in de volgende onderwerpstanden. - Autom. scènekeuzekn., Portret, Nachtportret, Eenvoudig panorama, Dierenportret • Digitale zoom kan niet worden gebruikt bij bepaalde instellingen of andere functies.
Geluidsinstellingen Druk op de d knop M z tab (A9) M Geluidsinstellingen Optie Beschrijving Knopgeluid Als Aan (standaardinstelling) geselecteerd is, produceert de camera een pieptoon wanneer er bewerkingen worden uitgevoerd, twee pieptonen wanneer op het onderwerp is scherpgesteld en drie pieptonen wanneer een fout optreedt. Ook het opstartgeluid wordt geproduceerd. • De geluiden worden uitgeschakeld in de onderwerpstand Dierenportret.
Geheugen formatteren/Geheugenkaart formatteren Druk op de d knop M z tab (A9) M Geheug. formatteren/ Geheugenkaart form. Gebruik deze optie om het interne geheugen of een geheugenkaart te formatteren. Als u het interne geheugen of een geheugenkaart formatteert, worden alle gegevens voorgoed gewist. Gewiste gegevens kunnen niet meer worden hersteld. Zet daarom belangrijke foto's over naar de computer voordat u gaat formatteren.
Tv-instellingen Druk op de d knop M z tab (A9) M TV-instellingen Stel de instellingen in voor het aansluiten op een tv. Optie Beschrijving HDMI Selecteer een resolutie voor HDMI-uitgang. Als de Automatisch (standaardinstellingen) wordt geselecteerd, dan wordt de meest geschikte optie voor de tv waarop de camera wordt aangesloten automatisch gekozen uit 480p, 720p of 1080i. HDMI-apparaatbestur.
Opladen via computer Druk op de d knop M z tab (A9) M Opladen via computer Optie Beschrijving a Automatisch (standaardinstelling) Wanener de camera op een ingeschakelde computer wordt aangesloten (A97), wordt de batterij in de camera automatisch opgeladen via de voeding vanaf de computer. Uit De batterij in de camera wordt niet opgeladen wanneer de camera op een computer wordt aangesloten.
Av/Tv-selectie Druk op de d knop M z tab (A9) M Av/Tv-selectie Verander de methode voor het instellen van het flexibele programma, sluitertijd of diafragmawaarde als de opnamestand is ingesteld op A, B, C, D of i. Optie Beschrijving Wijzig selectie niet (standaardinstelling) Gebruik de instelschijf om het flexibele programma of sluitertijd in te stellen, en de multi-selector om de diafragmawaarde in te stellen.
Knipperwaarschuwing Druk op de d knop M z tab (A9) M Knipperwaarsch. Selecteer of de camera wel of niet met behulp van gezichtsdetectie mensen registreert die met de ogen knipperen (A78) bij het fotograferen in de volgende standen: • Autom. scènekeuzekn.
Uploaden via Eye-Fi Druk op de d knop M z tab (A9) M Uploaden via Eye-Fi Optie Beschrijving Inschakelen b (standaardinstelling) Uploaden van beelden gemaakt met de camera naar een vooraf bepaalde bestemming. c Uitschakelen Geen upload van beelden. B Opmerkingen over Eye-Fi-kaarten Referentiegedeelte • Houd er rekening mee dat beelden niet worden geüpload als de signaalsterkte onvoldoende is, ook al is Inschakelen geselecteerd.
Pieken Druk op de d knop M z tab (A9) M Pieken Optie Beschrijving Aan (standaardinstelling) Wanneer de handmatige scherpstelling wordt bediend, wordt de scherpstelling ondersteund door de velden van het beeld waarop is scherpgesteld op de monitor wit te markeren (A61, 62). Uit Pieken is uitgeschakeld.
Foutmeldingen Raadpleeg de onderstaande tabel als een foutmelding wordt weergegeven. Weergave De batterijtemperatuur is te hoog. De camera wordt uitgeschakeld. Oorzaak/Oplossing De camera schakelt automatisch uit. Wacht tot de batterij is afgekoeld voordat de camera opnieuw wordt gebruikt. Referentiegedeelte De binnenkant van de camera is te warm geworden. De camera schakelt uit De camera schakelt automatisch uit. Wacht tot de om oververhitting te camera is afgekoeld voordat de camera opnieuw voorkomen.
Weergave Oorzaak/Oplossing Er is een fout opgetreden bij het opslaan van de foto. Plaats een nieuwe geheugenkaart of formatteer het interne geheugen of de geheugenkaart. De camera kan geen nieuwe bestandsnummers genereren. Beeld kan niet worden Plaats een nieuwe geheugenkaart of formatteer het opgeslagen. interne geheugen of de geheugenkaart. De foto kan niet gebruikt worden voor het welkomstscherm. Er is onvoldoende ruimte om de kopie op te slaan. Verwijder foto's van het doelmedium.
Weergave Bestand bevat geen beeldgegevens. Oorzaak/Oplossing Het bestand werd niet met deze camera gemaakt of bewerkt. Het bestand kan niet op deze camera worden bekeken. Dit bestand kan niet weergegeven worden. Bekijk het bestand op een computer of op het apparaat waarmee dit bestand is gemaakt of bewerkt. Alle beelden zijn verborgen. Dit beeld kan niet gewist worden. • Er zijn geen foto's beschikbaar voor een diashow, etc.
Weergave Communicatiefout Systeemfout Printerfout: controleer printerstatus Printerfout: controleer papier. Printerfout: papierstoring. Printerfout: geen papier. Printerfout: controleer inkt. Printerfout: beschadigd bestand. * Raadpleeg de documentatie van uw printer voor meer instructies en informatie. Referentiegedeelte Printerfout: geen inkt. Oorzaak/Oplossing A Er is een fout opgetreden tijdens de communicatie met de printer. E16 Zet de camera uit en sluit de USB-kabel opnieuw aan.
Bestandsnamen De namen van foto's, films en spraakmemo's zijn op de volgende manier opgebouwd. Bestandsnaam: DSCN0001.JPG (1) (2) (3) Wordt niet weergegeven op de monitor. (1) Identificatie (2) Bestandsnummer DSCN Originele foto's, films, foto's geselecteerd uit films SSCN Kleine kopieën RSCN Uitgesneden kopieën FSCN Foto's gemaakt met een andere fotobewerkingsfunctie dan uitsnede en kleine afbeelding, films gemaakt met de filmbewerkingsfunctie.
Optionele accessoires Batterijlader Batterijlader MH-65 (Oplaadtijd wanneer de batterij leeg is: circa 2 uur en 30 minuten) Lichtnetadapter EH-62F (aansluiten als weergegeven) 1 2 3 Lichtnetadapter Voordat het deksel van het batterijvak/de kaartgleuf wordt gesloten, moet het snoer van de voedingsaansluiting volledig in de gleuf in het batterijvak worden gestoken. Als een deel van het snoer niet in de gleuf zit, kunnen het deksel en/of snoer beschadigd raken als het deksel wordt gesloten.
E88
Technische opmerkingen en index Verzorgen van de producten.......................... F2 De camera ...............................................................................................F2 De batterij ...............................................................................................F3 Lichtnetlaadadapter............................................................................F4 Geheugenkaarten ................................................................................
Verzorgen van de producten De camera Als u lang plezier van dit Nikon-product wilt hebben, is het belangrijk dat u de volgende voorzorgsmaatregelen in acht neemt naast de waarschuwingen in “Voor uw veiligheid” (Avii-ix) wanneer u dit apparaat gebruikt of opbergt. B Laat de camera niet vallen Als de camera wordt blootgesteld aan sterke schokken of trillingen, kan deze defect raken.
B Schakel de camera uit voordat u de batterij verwijdert, de lichtnetadapter loskoppelt of de geheugenkaart verwijdert Verwijder de batterij niet terwijl de camera aanstaat of terwijl beelden worden opgeslagen of gewist. Het onderbreken van de stroom kan in dit geval leiden tot gegevensverlies of beschadiging van de interne schakelingen of het geheugen.
• Als de batterij gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, plaatst u deze in de camera totdat de batterij volledig leeg is voordat u deze verwijdert en opbergt. De batterij moet worden bewaard op een koele plek met een omgevingstemperatuur van 15 °C tot 25 °C. Bewaar de batterij niet op hete of extreem koude plekken. • Verwijder altijd de batterij uit de camera of de optionele batterijlader als het apparaat niet wordt gebruikt.
Geheugenkaarten Technische opmerkingen en index • Gebruik uitsluitend SD-geheugenkaarten (Secure Digital). Zie “Goedgekeurde geheugenkaarten” (A21). • Houd rekening met de voorzorgsmaatregelen die vermeld zijn in de bij uw geheugenkaart geleverde documentatie. • Plak geen labels of stickers op de geheugenkaart. • Formatteer de geheugenkaart niet met behulp van een computer.
Verzorgen van de camera Reinigen Technische opmerkingen en index F6 Objectief Raak glazen onderdelen niet met uw vingers aan. Verwijder stof of pluisjes met een blaasbalgje (gewoonlijk een rubberen bal met een spuitmondje waaruit lucht wordt geblazen). Vingerafdrukken en ander vuil dat niet met een blaasbalgje kan worden verwijderd, kunt u met een zachte doek van het objectief vegen, waarbij u een ronddraaiende beweging maakt vanuit het midden van het objectief naar de randen toe.
Opslag Zet de camera uit wanneer u deze niet gebruikt. Controleer of het camera-aanlampje uit is, voordat u de camera opbergt. Verwijder de batterij als de camera voor langere tijd niet wordt gebruikt.
Problemen oplossen Als de camera niet naar behoren functioneert, raadpleeg dan eerst het volgende overzicht met de meest voorkomende problemen voordat u zich tot de leverancier of tot een door Nikon erkende servicedienst wendt. Problemen met voeding, monitor, instellingen Probleem De camera is ingeschakeld, maar reageert niet. Technische opmerkingen en index F8 Oorzaak/Oplossing A • Wacht totdat de opname beëindigd is. – • Als het probleem zich blijft voordoen, zet u de camera 22, uit.
Oorzaak/Oplossing A • De camera wordt automatisch uitgeschakeld om 23 energie te besparen (functie Automatisch uit). • De camera of batterij is te koud geworden en werkt niet F3 Camera gaat zonnaar behoren. der waarschu• De binnenkant van de camera is te warm geworden. – wing uit. Laat de camera uitgeschakeld totdat de binnenkant van de camera is afgekoeld en probeer de camera dan weer in te schakelen. Probleem Monitor geeft geen beeld. • De camera staat uit. • De batterij is leeg.
Probleem Oorzaak/Oplossing Het instelscherm voor de datum en tijd wordt weergegeven als de camera wordt De klokbatterij is leeg; alle standaardwaarden zijn hersteld. ingeschakeld. Standaardwaarden zijn hersteld. Ondanks dat er een nieuwe map in het interne geheugen of op de geheugenkaart wordt aangemaakt door het Best.nr. resetten van bestandnummer, etc.
Probleem De camera kan niet scherpstellen. Oorzaak/Oplossing • Het onderwerp is te dicht bij. Probeer te fotograferen met de onderwerpstand Autom. scènekeuzekn. of Close-up of de scherpstelstand macro-close-up. • Incorrecte instelling scherpstelstand. Controleer of wijzig de instelling. • Er kan moeilijk op het onderwerp worden scherpgesteld. • Stel AF-hulplicht in het setup-menu in op Automatisch.
Probleem Oorzaak/Oplossing • Er is een functie ingesteld die voor een beperking van de digitale zoom zorgt. De digitale zoom • Digitale zoom is ingesteld op Uit in het setup-menu. kan niet gebruikt • Digitale zoom kan niet gebruikt worden in de volgende worden. onderwerpstanden. - Autom. scènekeuzekn., Portret, Nachtportret, Eenvoudig panorama, Dierenportret • Er is een functie ingesteld die voor een beperking van de optie Beeldformaat zorgt.
Oorzaak/Oplossing A Wanneer foto's gemaakt worden met V (automatisch met rode-ogenreductie) of invulflits en rode-ogenreductie Onverwachte resultaten als de in de onderwerpstand Nachtportret, kan in zeer flitser is ingesteld zeldzame gevallen rode-ogenreductie van de camera worden toegepast op delen van de foto waarin geen rode 39, 54 op V (automatisch met ogen voorkomen.
Probleem Er kan geen instelling geselecteerd worden/ Geselecteerde instelling is uitgeschakeld. Oorzaak/Oplossing A • Bepaalde menu-opties zijn niet beschikbaar afhankelijk 8 van de opnamestand. Menu-opties die niet geselecteerd kunnen worden, worden grijs weergegeven. • Er is een functie ingesteld die voor een beperking van – de geselecteerde functie zorgt.
Probleem Foto's worden niet op tv weergegeven. Oorzaak/Oplossing A • HDMI is niet correct ingesteld in het setup-menu voor 93, TV-instellingen. E76 • De geheugenkaart bevat geen foto's. Vervang de 20 geheugenkaart. Verwijder de geheugenkaart om foto's in het interne geheugen weer te geven. • De camera staat uit. • De batterij is leeg. Nikon Transfer 2 • De USB-kabel is niet correct aangesloten. wordt niet gestart wanneer • De camera wordt niet herkend door de computer.
Specificaties Nikon COOLPIX P340 Digitale camera Type Aantal effectieve pixels Beeldsensor Objectief Brandpuntsafstand f-waarde Constructie Vergroten met digitale zoom Vibratiereductie Reductie bewegingsonscherpte Autofocus (AF) Scherpstelbereik Technische opmerkingen en index Selectie scherpstelveld Monitor Beelddekking (opnamestand) Beelddekking (weergavestand) Opslag Media Bestandssysteem Bestandsindelingen F16 Digitale compactcamera 12,2 miljoen 1/1,7-inch CMOS; circa 12,76 miljoen pixels NIKKOR-ob
Beeldformaat (pixels) • • • • • ISO-gevoeligheid (standaard uitvoergevoeligheid) • ISO 80 - 3200 • ISO 6400, Hi 1 (vergelijkbaar met ISO 12800) (beschikbaar bij gebruik van stand A, B, C of D) • Hi 2 (vergelijkbaar met ISO 25600) (beschikbaar bij gebruik van stand Monochroom hoge ISO in stand speciale effecten) Belichting Lichtmetingstand Belichtingsregeling Sluiter Sluitertijd HDMI-uitgang In-/uitgang 4000×3000 2272×1704 640×480 1920×1080 3000×3000 • • • • 8M 2M 16:9 9M 3:2 3264×2448 1600×1200
Draadloos LAN Standaards Communicatieprotoc ollen Bereik (zichtlijn) Bedrijfsfrequentie Beveiliging Toegangsprotocollen Ondersteunde talen Voedingsbronnen Oplaadtijd Technische opmerkingen en index Gebruiksduur batterij1 Foto Filmen (werkelijke gebruiksduur van de batterij voor opnemen)2 Statiefaansluiting Afmetingen (B × H × D) Gewicht Gebruiksomstandigheden Temperatuur Luchtvochtigheid IEEE 802.
Oplaadbare Li-ion batterij EN-EL12 Type Oplaadbare Li-ion batterij Capaciteit DC 3,7 V, 1.050 mAh Gebruikstemperatuur 0 - 40 °C Afmetingen (B × H × D) Circa 32 × 43,8 × 7,9 mm Gewicht Circa 22,5 g Lichtnetlaadadapter EH-71P Invoer AC 100 - 240 V, 50/60 Hz, MAX 0.
AVC Patent Portfolio License Dit product is gelicentieerd onder de AVC Patent Portfolio License voor het persoonlijk en niet-commercieel gebruik door een consument om (i) video te coderen in overeenstemming met de AVC-standaard (“AVC-video”) en/of (ii) AVC-video te decoderen die door een consument werd gecodeerd in het kader van een persoonlijke en niet-commerciële activiteit en/of werd verkregen van een videoleverancier die over een licentie beschikt om AVC-video aan te bieden.
Informatie over handelsmerken • Microsoft, Windows en Windows Vista zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. • Mac, OS X, het iFrame logo en het iFrame symbool zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van Apple Inc. in de Verenigde Staten en andere landen. • Adobe en Acrobat zijn gedeponeerde handelsmerken van Adobe Systems Inc. • SDXC, SDHC en SD logo’s zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. • PictBridge is een handelsmerk.
Index Technische opmerkingen en index Symbolen A K Activeringsknop flitser........... 54 A Autostand .............................. 26, 35 C Diafragmavoorkeuze auto-stand ............................................................. 46, 48 D Filmstand .......................................... 86 m Flitsstand .................................. 53, 54 w Functieknop...................................... 4 f (groothoekstand) ......................... 29 D Handmatig ............................
Belichtingsstand .................................. 46 Best Shot Selector............ 40, E36 Bestandsnaam............................... E86 Bestandsnummering terugzetten ..................................................... 93, E78 Beveiligen ............................. 83, E55 Bewaar user settings .......................... 52 Bewegingsdetectie......... 92, E72 Brandpuntsafstand .................................... 68, E50, F16 BSS.............................................
FSCN.................................................... E86 Fulltime-AF ...................... 67, 90, E44, E62 Functies die niet tegelijkertijd gebruikt kunnen worden................ 72 G Geheugencapaciteit..... 22, 86, 87 Geheugenkaart........................... 20, 21 Geluidsinstellingen ......... 93, E74 Gezichtprioriteit ........................... E41 Gezichtsdetectie................................... 78 Glimlachtimer.............................. 53, 58 Groothoekstand..............................
Miniatuurweergave ............................ 82 Minimum sluitertijd ................... E39 Monitor........................................ 10, F6 Monitorinstellingen........ 92, E68 Monochroom hoge ISO.................. 45 Multi-selector........................... 3, 5, 53 Multi-shot 16.................................. E36 Museum l............................................. 40 N Nachtlandschap j............................. 39 Nachtportret e .................................... 39 Nostalgisch sepia .
Setup-menu ........................ 92, E65 Slow motion films.... E60, E61 Sluitergeluid ................................... E74 Sluitertijd ....................................... 46, 50 Sluitertijdvoorkeuze auto-stand ............................................................. 46, 48 Snel aanpassen............................. E28 Snel retoucheren................. 83, E8 Speciaal menu voor i...................... 51 Sport d ...................................................... 38 Spraakmemo............
F27
Deze handleiding mag op geen enkele manier volledig of gedeeltelijk (behalve voor korte citaten in kritische artikelen of besprekingen) worden gereproduceerd zonder de schriftelijke toestemming van NIKON CORPORATION.