Operation Manual

83
Geavanceerde camera-instellingen – Het opnamemenu
Gebruik deze functie als door ongebruikelijke verlichtingsomstandigheden
moeilijk de juiste belichting of witbalans kan worden bepaald. Auto bracke-
ting past deze instellingen automatisch aan over een reeks opnamen, waarbij
voor elke opname een andere belichtingscorrectie of witbalans wordt ge-
bruikt.
Opmerkingen over auto bracketing
Wanneer AUTO BRACKETING is ingesteld op Auto bracketing, wordt de flitser automatisch
ingesteld op B.
Wanneer AUTO BRACKETING is ingesteld op Auto bracketing of WB bracketing, heeft Ruis-
onderdrukking (P.88) geen effect, ook als het op On staat.
Belichtingscorrectie
Als belichtingscorrectie (P.32) en Auto bracketing tegelijk zijn ingesteld, worden opnamen geva-
rieerd aan weerszijden van de gekozen correctiewaarde.
WB bracketing
WB bracketing kan niet worden geselecteerd als Witbalans (P.46) is ingesteld op Witbal. Preset.
Auto bracketing
C
D Uit
(standaardinstelling)
Schakelt bracketing uit.
C
Auto bracketing
Telkens wanneer de ontspanknop volledig wordt inge-
drukt, worden drie opnamen gemaakt: één opname met
de huidige belichting en twee opnamen waarbij de belich-
ting wordt gevarieerd met een waarde van +0,5 en –0,5.
x WB bracketing
(witbalansbracketing)
Telkens wanneer de ontspanknop volledig wordt inge-
drukt, worden drie opnamen gemaakt: één opname met
de huidige witbalansinstelling (P.46), één met een blauw-
achtige zweem en één met een roodachtige zweem. De
opslagtijd wordt ongeveer driemaal zo lang.