Nl Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, in welke vorm ook, volledig of gedeeltelijk, zonder de schriftelijke toestemming van NIKON CORPORATION (met uitzondering van korte citaten in artikels of besprekingen). Nikon gids voor digitale fotografie met de DIGITALE CAMERA (Nl) Fuji Bldg.
Handelsmerk-informatie Apple, het Apple logo, Macintosh, Mac OS en QuickTime zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Computer, Inc. Finder is een handelsmerk van Apple Computer, Inc. Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. Internet is een handelsmerk van Digital Equipment Corporation. Adobe en Acrobat zijn gedeponeerde handelsmerken van Adobe Systems Inc. Het SD-logo is een handelsmerk van de SD Card Association. PictBridge is een handelsmerk.
Gefeliciteerd met de aanschaf van deze Nikon COOLPIX P3 digitale camera. Deze gebruikshandleiding is geschreven om u maximaal plezier te laten beleven bij het fotograferen met deze Nikon digitale camera. Lees deze gebruikshandleiding goed door en zorg ervoor dat u deze bij het gebruik van de camera binnen handbereik hebt.
Inhoud Voordat u begint ................................................................................. 6 Voor uw veiligheid ............................................................................................. 6 Opmerkingen ..................................................................................................... 8 Inleiding ........................................................................................................... 11 Onderdelen van de camera............................
Foto’s weergeven op de camera ...................................................... 49 Schermvullende weergave ................................................................................ 49 Meerdere foto’s weergeven: miniatuurweergave .............................................. 50 Histogramweergave.......................................................................................... 51 Foto’s wissen.................................................................................................
Geavanceerde camera-instellingen.................................................. 76 De menu’s gebruiken ....................................................................................... 76 De menu’s weergeven ......................................................................................................... 76 Navigeren in de menu’s ....................................................................................................... 77 Het opnamemenu ........................................
Draadloze overdrachtsstand........................................................... 109 Wat is de draadloze overdrachtsstand?........................................................... 109 De draadloze overdrachtsstand configureren .................................................. 110 Profielen controleren ...................................................................................... 120 Foto’s overspelen naar een computer .............................................................
Voordat u begint Voor uw veiligheid Voordat u begint Lees om schade aan het Nikon-product of letsel bij uzelf te voorkomen de nu volgende veiligheidsvoorschriften goed door alvorens het product te gebruiken. Bewaar deze handleiding op een plaats waar gebruikers van het product deze kunnen lezen.
• Raak de stekker of de batterijlader niet aan met natte handen. Als u deze voorzorgsmaatregel niet in acht neemt, kan dat leiden tot een elektrische schok. Batterijen kunnen lekken of ontploffen wanneer ze verkeerd worden gebruikt. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht wanneer de batterij voor dit product wordt gebruikt: • Zorg dat het product uitstaat en controleer of het voedingslampje uit is, voordat de batterij wordt vervangen.
Opmerkingen Voordat u begint • Voor de gehele of gedeeltelijke reproductie, transmissie, transcriptie, opslag in een geautomatiseerd gegevensbestand, of vertaling in welke taal dan ook, in welke vorm dan ook, en met welke middelen dan ook van de bij het Nikon-product geleverde handleidingen, is de voorafgaande schriftelijke toestemming van Nikon vereist.
Kennisgeving voor klanten in Europa Hierbij verklaart Nikon dat deze digitale camera in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. Dit symbool betekent dat dit product apart moet worden ingezameld. Het volgende is alleen van toepassing op gebruikers in Europa. • Dit product dient gescheiden ingezameld te worden op een daartoe bestemd inzamelpunt. Niet wegwerpen bij het normale huisvuil.
Mededeling betreffende het verbod op kopiëren en reproduceren Let er op dat alleen al het bezit van materiaal dat digitaal is gekopieerd of gereproduceerd door middel van een scanner, digitale camera of ander apparaat wettelijk strafbaar kan zijn.
Inleiding Gebruik uitsluitend elektronische accessoires van Nikon GEBRUIK VAN NIET-ORIGINELE ELEKTRONISCHE ACCESSOIRES KAN SCHADE AAN DE CAMERA TOT GEVOLG HEBBEN DIE NIET ONDER DE NIKON-GARANTIE VALT. Het gebruik van oplaadbare Li-ionbatterijen van een ander merk die niet het holografische zegel* van Nikon Holografisch dragen, kan de normale werking van de camera verstoren of resultezegel ren in oververhitting, ontvlammen, barsten of lekken van de batterijen.
Onderdelen van de camera Keuzeknop Voordat u begint U selecteert een stand door het pictogram voor die stand uit te lijnen met de markering q naast de keuzeknop. Automatische opnamestand (P.24) Belichtingsstand (P.41) M/E Onderwerpsstand (P.33) b Filmstand (P.56) T a Setup-stand (P.98) X Ontspanknop (P.26) Camera-aan-lampje (P.24) Z e c Y Beeldkwaliteit/-formaat (P.43) ISO-gevoeligheidsstand (P.45) Witbalansstand (P.46) Draadloze overdrachtsstand (P.109) Knop voor vibratiereductie f (P.
Zoom (j/kl) knoppen (P.25, 15) Monitor (P.14) Wisknop T (P.27, 51) Lampje voor draadloze overdracht (P.123) Afspeelknop i (P.49) Luidspreker Klepje over batterijruimte/ geheugenkaartsleuf (P.18) Statiefaansluiting (P.30, 35 - 37, 48) Multi-selector Duw de multi-selector omhoog, omlaag, naar links of naar rechts om foto’s en menu-opties te markeren en druk vervolgens op d om uw keuze te selecteren. De knoppen van de multi-selector worden ook gebruikt voor het volgende: J: Het flitsermenu weergeven (P.
De monitor Opname Voordat u begint 5 1 2 3 7 6 4 29 30 28 27 26 31 32 25 24 23 1/60 22 21 F2.7 9999 20 19 18 17 8 9 10 11 12 14 15 13 16 De weergegeven pictogrammen hangen af van de instellingen van de camera. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 14 Opnamestand . . . . . . . . . . 24, 33, 41, 58 AE-L-aanduiding1) . . . . . . . . . . . . . . . . 40 Scherpstelstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Scherpstelaanduiding2) . . . . . . . . . . . . 26 Zoomaanduiding3) . . . . .
Weergave 20 19 100NIKON 0008.JPG 2006.01.01 12:00 9999 / 9999 15 14 13 12 10 Start 11 5 6 8 12s Voordat u begint 18 17 16 1 2 3 4 9 7 De weergegeven pictogrammen hangen af van de instellingen van de camera. 1 Huidige map . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147 2 Bestandsnummer en -type . . . . . . . . . 147 3 Aanduiding intern geheugen/ geheugenkaart . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 4 Aanduiding batterijniveau1) . . . . . . . . . 24 5 Volumeaanduiding . . . . . . . . . . . . . . .
Eerste stappen De batterij opladen De camera gebruikt de meegeleverde oplaadbare EN-EL5 lithium-ionbatterij. Laad de batterij volledig op met de meegeleverde MH-61 batterijlader voor u deze voor het eerst gebruikt of als de batterij leeg is. Eerste stappen 1 Sluit het netsnoer aan. Sluit het netsnoer aan op de batterijlader (1) en op een stopcontact (2). Het CHARGE-lampje gaat branden (3) om aan te geven dat de lader aan staat.
2 Laad de batterij op. Plaats de batterij in de lader zoals is aangegeven. Eerste stappen • Het CHARGE-lampje begint te knipperen wanneer de batterij correct is geplaatst. Het opladen is voltooid zodra het lampje stopt met knipperen. • Het duurt circa 2 uur om een nieuwe of volledig lege batterij op te laden. Knippert Batterij wordt opgeladen. Aan Opladen is voltooid. Knippert snel • De batterij wordt opgeladen buiten het aangegeven temperatuurbereik.
De batterij plaatsen Plaats een volledig opgeladen EN-EL5 batterij in de camera. 1 Open het klepje over de batterijruimte/geheugenkaartsleuf. Eerste stappen Schuif het klepje opzij tot het stopt (1) en open het (2). 2 Plaats een batterij. • Zorg dat de positieve s en negatieve t pool correct zijn gericht, zoals wordt aangegeven op het label bij de opening van de batterijruimte, en plaats de batterij.
3 Sluit het klepje over de batterijruimte/geheugenkaartsleuf. Sluit het klepje (1) en schuif het dicht totdat het wordt vergrendeld (2). • Controleer of het klepje stevig is gesloten. Eerste stappen Het klepje over de batterijruimte/geheugenkaartsleuf • De camera kan niet worden aangezet wanneer het klepje over de batterijruimte/geheugenkaartsleuf is geopend.
Een geheugenkaart plaatsen Eerste stappen Foto’s kunnen worden opgeslagen in het interne geheugen van de camera (ongeveer 23 MB) of op een optionele SD-geheugenkaart (Secure Digital). Als de camera een geheugenkaart bevat, worden foto’s automatisch opgeslagen op de kaart en worden alleen de foto’s op de kaart weergegeven of gewist. Als u foto’s in het interne geheugen wilt opslaan, weergeven of wissen, moet u de geheugenkaart uit de camera halen.
4 Zet de camera aan. Het camera-aan-lampje gaat branden en de monitor wordt ingeschakeld. Formatteren Nee Ingst. Wanneer het venster links wordt weergegeven, duwt u de multi-selector omhoog om Formatteren te selecteren en drukt u op d. • Zet de camera niet uit en verwijder de batterij of de geheugenkaart niet voordat het formatteren is voltooid. • U kunt foto’s maken nadat het formatteren is voltooid.
Basisinstellingen De eerste keer dat u de camera aanzet, verschijnt er een menu voor taalselectie. Selecteer een taal en stel de datum en tijd in zoals hieronder wordt beschreven. Eerste stappen In de volgende stappen wordt de multi-selector gebruikt. De knoppen die moeten worden gebruikt om een taak uit te voeren, worden wit aangegeven. Links wordt bijvoorbeeld “Druk op d” aangegeven. Ingst. OK Controleer of het bovenstaande Markeer de taal. scherm op de monitor wordt weergegeven.
DATUM EIGEN TIJDZONE D M 01 01 00 Madrid,Paris,Berlin Terug Ingst. 2006 00 Eerste stappen Selecteer uw eigen tijdzone. J Het menu DATUM verschijnt. Het geselecteerde item knippert. DATUM D DATUM J M 15 01 00 D 2006 15 00 J M 01 00 2006 00 Stel de Dag in. (De volgorde van Dag, Maand Selecteer Maand. en Jaar kan in sommige regio’s afwijken.) DATUM DATUM D M J 15 05 2006 00 D M 15 05 15 00 J 2006 30 Ingst. Stel de Maand in. Markeer D M J.
Basisstappen voor foto’s maken en weergeven X Stand In dit gedeelte wordt beschreven hoe u foto’s maakt in de opnamestand X (Automatisch). Deze automatische stand voor “richten en schieten” wordt aanbevolen als u voor het eerst met een digitale camera gaat fotograferen. Stap 1. Selecteer de stand X. 1 Draai de keuzeknop naar X. Basisstappen voor foto’s maken en weergeven Stap 2. Zet de camera aan. 2 .1 Zet de camera aan. Het camera-aan-lampje gaat branden en de monitor wordt ingeschakeld. 2 .
Stap 3. Kadreer de foto. 3 .1 Maak de camera gereed. 3 .2 Kadreer de foto. Houd de camera stevig vast, waarbij u erop let dat uw vingers en andere voorwerpen zich niet voor het objectief, het flitsvenster, de AF-hulpverlichting of de microfoon bevinden. 1/60 F2.7 120 In-/uitzoomen Druk op de zoomknoppen om de optische zoom te activeren en kadreer het onderwerp op de monitor. • Druk op j (t) om uit te zoomen, zodat de ruimte rondom het onderwerp groter wordt.
Stap 4. Stel scherp en druk af. 4 .1 Druk de ontspanknop half in. Scherpstelaanduiding Basisstappen voor foto’s maken en weergeven 1/60 F2.7 120 4 .2 • Druk de ontspanknop half in, waarbij u stopt zodra u weerstand voelt. De scherpstelling en de belichting worden ingesteld en vergrendeld terwijl u de ontspanknop in deze stand ingedrukt houdt. • In de stand X stelt de camera scherp op het onderwerp in het midden van het beeld (P.86).
Foto’s weergeven Druk op i om een foto weer te geven op de monitor. 100NIKON 0001.JPG 1/ 1 Foto’s wissen Druk op T om de huidige foto te wissen. Wis 1 beeld(en)? Nee Ja Ingst. Er verschijnt een bevestigingsscherm. Markeer Ja en druk op d om de foto te wissen. • Markeer Nee en druk op d om terug te keren naar de weergavestand zonder de foto te wissen. • Als u op T drukt in de opnamestand, wordt de laatst gemaakte foto gewist. Wis 1 beeld(en)? Nee Ja Ingst.
De flitser gebruiken De volgende vijf flitsstanden zijn beschikbaar: Stand Omschrijving Gebruik z Automatisch Bij weinig licht wordt automa- Dit is in de meeste omstandig(standaardinstelling) tisch de flitser gebruikt. heden de beste keuze.
De flitsoptie selecteren Flitser Flitser Ingst. Ingst. Geef het flitsmenu weer. Markeer de optie. 1/60 F2.7 120 • Als u het menu wilt verlaten zonder de flitsstand te wijzigen, wacht u vijf seconden zonder op d te drukken. Opmerking over het gebruik van de flitser Als u flitsopnamen maakt in de groothoekzoomstand, kunnen lichtreflecties van stofdeeltjes in de lucht als heldere vlekken in het beeld verschijnen.
Foto’s maken met de zelfontspanner Dankzij de zelfontspanner kunt u foto’s van uzelf maken. Zet bij gebruik van de zelfontspanner de camera op een statief (aanbevolen) of op een vlakke, horizontale ondergrond. Zelfontspanner Zelfontspanner Basisstappen voor foto’s maken en weergeven Ingst. Ingst. Geef het menu Zelfontspanner weer. Markeer de optie. 1/60 F2.7 1/60 F2.7 120 120 Het pictogram H wordt weergegeven Stel scherpstelling en belichting in. op de monitor.
Een scherpsteloptie selecteren De volgende vier opties zijn beschikbaar: Stand AF Autofocus (standaardinstelling) Omschrijving Gebruik Gebruik deze stand wanneer het De camera past de scherpstelling onderwerp 30 cm of meer van automatisch aan op basis van de het objectief is verwijderd bij een afstand tot het onderwerp. groothoekzoomstand. Voor het fotograferen van verafgeDe camera stelt scherp op onderlegen onderwerpen door voorwerpen op 5 m tot oneindig. grondobjecten, zoals ramen, heen.
Belichtingscorrectie Belichtingscorrectie wordt gebruikt om de belichting aan te passen ten opzichte van de waarde die de camera voorstelt. De belichtingscorrectie kan worden ingesteld tussen –2,0 LW* (onderbelichting) en +2,0 LW (overbelichting) in stappen van 1/3 LW. Basisstappen voor foto’s maken en weergeven Einde Einde 0 +1.0 Histogram Geef het instelscherm voor de belich- Selecteer de waarde. tingscorrectie weer. • U kunt de compositie van het onderwerp bepalen, scherpstellen en afdrukken.
Onderwerpsstand selecteren Onderwerpsstand U kunt kiezen uit een menu met 16 “onderwerpen”, die elk overeenkomen met een bepaalde situatie. De camera-instellingen worden automatisch aan de geselecteerde situatie aangepast, waardoor u niet elke instelling afzonderlijk hoeft aan te passen. Als u de geavanceerde optie selecteert, kunt u voor 9 van de 16 onderwerpen kiezen uit drie effecten: Normaal, Effect 1 en Effect 2.
PORTRET Normaal Effect 1 Effect 2 Sluit Ingst. Help Markeer de optie. 1/60 F2.7 120 Stel een optie in en keer terug naar de opnamestand. • Als de geavanceerde optie is ingesteld op Effect 1 of Effect 2, wordt het geselecteerde effect (1 of 2) weergegeven naast het pictogram van de onderwerpsstand. Onderwerpsstand selecteren Effecten van geavanceerde opties U kunt de effecten van de geavanceerde opties tijdens het fotograferen mogelijk niet via de monitor controleren.
Beschikbare onderwerpsstanden A PORTRET (GEZ.PRIOR.) Voor portretten (vanaf het middel) van maximaal drie personen. Wanneer de camera een menselijk gezicht herkent, wordt er een vierkant scherpstelveld weergegeven en is het onderwerp scherp (gezichtprioriteit-AF). Zie pagina 39 voor meer informatie over hoe u foto’s maakt met deze functie. Effect 1: Huidtinten worden lichter, waardoor gezichten meer opvallen. Effect 2: De gehele foto wordt zachter. • Digitale zoom is niet beschikbaar.
E LANDSCHAP Voor levendige landschapsfoto’s waarin contouren, kleuren en contrast worden versterkt bij onderwerpen zoals luchtopnamen en bossen. Effect 1: Kleuren worden versterkt, waardoor het landschap levendiger en lichter lijkt. Effect 2: De blauwe kleur van de lucht wordt intenser weergegeven. • De camera stelt scherp op oneindig. De scherpstelaanduiding licht op wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
I ZONSONDERGANG Behoudt de diepe kleuren van zonsondergangen en zonsopgangen. Effect 1: Rode tinten worden intenser weergegeven. Effect 2: De kleuren van de zonsondergang of zonsopgang worden natuurgetrouwer weergegeven. • De camera stelt scherp op oneindig. De scherpstelaanduiding licht op wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. • Bij weinig licht schakelt u vibratiereductie (P.48) in en houdt u de camera stevig vast om cameratrillingen te vermijden.
Onderwerpsstand selecteren M CLOSE-UP Voor het fotograferen van bloemen, insecten en andere kleine voorwerpen op korte afstand. Effect 1 : Het onderwerp wordt intenser en helderder weergegeven. Effect 2: De achtergrond wordt waziger en de sluitertijd is korter. Ideaal om bewegende onderwerpen vast te leggen, zoals bloemen die wuiven in de wind. • De zoomstand wordt automatisch ingesteld op groothoek en het F pictogram op de monitor wordt groen.
De stand A PORTRET (GEZ.PRIOR.) gebruiken Draai de keuzeknop naar b. Kadreer het beeld en gebruik de Druk de ontspanknop half in om scherpstelling en belichting in te stellen. De dubbele rand wordt geel. Druk de ontspanknop helemaal in om de foto te maken. Foto’s maken met Gezichtprioriteit-AF • De camera stelt continu scherp totdat u de scherpstelling vergrendelt door de ontspanknop half in te drukken.
De stand F PANORAMA ASSIST gebruiken PANORAMA ASSIST Sluit Ingst. 1/60 F2.7 Help 120 Markeer F (PANORAMA ASSIST) in Bepaal de compositie voor de eerste het onderwerpsmenu. opname. Onderwerpsstand selecteren 1/60 F2.7 1/60 F2.7 119 Maak de eerste foto. 119 Maak de volgende opname. • Het pictogram G wordt weergegeven Bepaal de compositie voor de volgende foto en ongeveer een derde deel van de foto die de vorige foto moet overlappen. wordt over het zoekerbeeld weergegeven.
Aanvullende opnameopties Belichtingsregeling Er zijn twee belichtingsstanden beschikbaar: M (Geprogrammeerd automatisch) en E (Diafragmavoorkeuze). In de standen M en E kunt u ook de ISOgevoeligheid (P.45), de witbalans (P.46) en de opties in het opnamemenu (P.78) regelen. Stand Omschrijving Gebruik De camera stelt de sluitertijd en het diafragma in voor een optimale Geprogrambelichting. Met “Flexibel pro- Aanbevolen voor de meeste M meerd auto- gramma” kunt u aanvullende sluiter- omstandigheden.
E Diafragmavoorkeuze Einde 1/60 F2.7 0 120 F2.7 Histogram Draai de keuzeknop naar E. Geef het instelscherm voor de belichtingscorrectie weer. Het histogram (dat de helderheidsverdeling aangeeft) en de belichtingscorrectiewaarde worden weergegeven. Aanvullende opnameopties Einde 0 Stel het diafragma in. F2.7 Bepaal de compositie, stel scherp en • Druk op d om terug te keren naar de druk af. opnamestand.
Beeldkwaliteit en -formaat selecteren De beeldkwaliteit en het beeldformaat die u selecteert, bepalen de bestandsgrootte van de foto die wordt opgeslagen in het interne geheugen of op de geheugenkaart. Beeldkwaliteit Het proces waarbij de bestandsgrootte van een foto tijdens het opslaan wordt verkleind, wordt compressie genoemd. In deze camera worden foto’s gecomprimeerd en opgeslagen als JPEG-bestanden. Hoe meer een foto wordt gecomprimeerd, hoe kleiner het bestand wordt.
Beeldkwaliteit of -formaat selecteren BEELD KWAL/FORM Beeldkwaliteit Beeldformaat Ingst. BEELD KWAL/FORM Beeldkwaliteit Beeldformaat Help Ingst. Draai de keuzeknop naar Z. Het menu BEELD KWAL/FORM wordt weergegeven. Aanvullende opnameopties BEELDFORMAAT 3264×2448 2592×1944 2048×1536 1024×768 640×480 Ingst. Help Markeer Beeldkwaliteit of Beeldformaat en druk op d. 1/2 1/60 F2.7 120 Markeer de gewenste optie en druk op Draai de keuzeknop naar X, b, d.
ISO-gevoeligheid gebruiken De ISO-gevoeligheid is een maatstaf voor de lichtgevoeligheid van de camera. Als u een hoge ISO instelt, kunt u foto’s maken met een kleiner diafragma bij weinig licht of gemakkelijker bewegingen vastleggen met een kortere sluitertijd. Bij een hogere ISO is de kans echter groter dat er “ruis” in de vorm van her en der verspreide, helder gekleurde pixels optreedt. De ISO-gevoeligheid kan worden geselecteerd in de standen M en E.
De witbalans instellen Pas de witbalans aan op basis van de lichtbron, zodat de kleuren in de foto zo natuurgetrouw mogelijk worden vastgelegd. Automatisch (standaardinstelling) is geschikt voor de meeste situaties. U kunt de witbalans echter wijzigen in ongebruikelijke verlichtingsomstandigheden om zo foto’s met onnatuurlijke kleuren te voorkomen. De witbalans kan worden geselecteerd in de standen M en E. Een witbalansinstelling selecteren WITBALANS Automatisch Witbal. Preset Dir.
Vooringestelde witbalans De vooringestelde witbalans wordt gebruikt voor opnamen WITBAL. PRESET bij gemengd licht of om lichtbronnen met een duidelijke kleurzweem te corrigeren (bijvoorbeeld om te zorgen dat foto’s die zijn gemaakt bij gloeilamplicht eruit zien alsof ze Annuleren bij normaal licht zijn gemaakt). Meten Als u Witbal. Preset kiest in het menu WITBALANS, Ingst. zoomt de camera in en verschijnt het menu rechts op de Witbalans-meetvenster monitor.
Vibratiereductie (VR) gebruiken Vibratiereductie past het objectief aan om zo camerabewegingen te corrigeren die kunnen leiden tot onscherpe opnamen wanneer u foto’s of films maakt. Deze functie zorgt ervoor dat opnamen minder snel onscherp worden in situaties waarin de camera moeilijk stil kan worden gehouden, zoals bij gebruik van een lange sluitertijd bij weinig licht of bij inzoomen voor close-upopnamen.
Foto’s weergeven op de camera Schermvullende weergave Druk in de opnamestand op i als u foto’s schermvullend wilt weergeven. U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren in deze stand. 2006.05.15 15:30 100NIKON 0001.JPG 1/ 1 Volgende foto weergeven – Vorige foto weergeven – Miniaturen weergeven T k (v) j (t) P.50 Weergavemenu openen m P.76 Foto wissen Inzoomen P.52 Ontspanknop P.55 Histogram weergeven (voor foto’s) d P.51 Films afspelen (voor films) d P.
Meerdere foto’s weergeven: miniatuurweergave Als u op j (t) drukt in de schermvullende weergave (P.49), worden foto’s weergegeven in een overzicht van 4, 9 of 16 miniaturen. U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren in de miniatuurweergave. Foto markeren – j (t) /k (v) – Gemarkeerde foto wissen T P.27 Terug naar schermvullende weergave d P.49 Weergavemenu openen m P.
Histogramweergave Druk op d in de schermvullende weergave (P.49) om het histogram te bekijken. De volgende instellingen worden rechts van het histogram weergegeven: • Opnamestand (M/E) • Sluitertijd • Diafragma • Belichtingscorrectie • ISO-gevoeligheid 100NIKON 0001.JPG 1/60 F2.7 0 Histogram van volgende foto weergeven – Histogram van vorige foto weergeven – P.50 d P.49 Weergavemenu openen m P.76 Terug naar opnamestand i – Miniaturen weergeven Terug naar schermvullende weergave P.
Foto’s van dichtbij bekijken Snelle zoomweergave Druk op k (v) in de schermvullende weergave (P.49) om de x 3.0 snelle zoomweergave te activeren en een vergroot deel (circa 3×) van de foto weer te geven. • Het middelste deel van de foto wordt vergroot, maar u kunt ook andere delen van de foto bekijken. • De positie van het weergegeven deel ten opzichte van de SCROLL volledige foto wordt aangegeven in een navigatieraster van 3 × 3, rechtsonder op de monitor.
Zoomweergave Terwijl de snelle zoomweergave van kracht is, kunt u met k (v) of j (t) in- of uitzoomen op de foto. U kunt inzoomen tot maximaal 10×. • Terwijl u inzoomt op een foto, wordt de zoomverhouding op de monitor weergegeven. U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren terwijl u de zoomfunctie gebruikt. Inzoomen Uitzoomen x 2.0 SCROLL k (v) j (t) Andere delen van de foto bekijken Foto wissen Weergavemenu openen Terug naar schermvullende weergave Terug naar opnamestand – – – T P.27 m P.
Een uitgesneden kopie maken Wanneer het pictogram N:u wordt weergegeven in snelle zoomweergave (P.52) of zoomweergave (P.53), kunt u een deel van de foto uitsnijden en opslaan in een apart bestand. x 3.0 x 2.0 SCROLL ZOOM SCROLL Zoom in op de foto. ZOOM Geef het gewenste deel van de foto Druk op k (v) om de snelle zoomweergave weer. te activeren. • Druk op k (v) of j (t) om in of uit te zoomen op de foto. • Verschuif de foto met de multi-selector tot het gewenste deel van de foto wordt weergegeven.
Spraakmemo’s U kunt een spraakmemo opnemen met de ingebouwde microfoon. De spraakmemo wordt toegevoegd aan de foto die is gemarkeerd met het pictogram N:O (opnameaanduiding voor spraakmemo) in de schermvullende weergave (P.49). Spraakmemo’s opnemen Houd de ontspanknop ingedrukt om een spraakmemo op te nemen. De opname eindigt na ongeveer 20 seconden of nadat de ontspanknop wordt losgelaten. • Raak de microfoon tijdens de opname niet aan. • Tijdens de opname knippert het pictogram y.
Films opnemen en weergeven Filmopties selecteren Filmopties selecteren Selecteer het soort film op basis van het doel van de opname. Stand Formaat (pixels) Beelden/sec 640 × 480 30 S Film 320 320 × 240 30 U Film 160 160 × 120 30 V Intervalfilm 640 × 480 30 Q TV Film 640 (standaardinstelling) Filmopties 2m51s Draai de keuzeknop naar T. Filmopties Films opnemen en weergeven Sluit Ingst. Sluit Help Markeer Filmopties.
Keer terug naar het filmopnamescherm. 6m28s De scherpstelstand selecteren U kunt de scherpstelstand selecteren wanneer u films opneemt. Selecteer Scherpstelstand in het menu Film en selecteer een van de volgende twee standen. Z Enkelvoudig AF (standaardinstelling) a Fulltime-AF De camera stelt scherp in het midden van het beeld wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. De scherpstelling wordt vergrendeld (AF-vergrendeling) zodra is scherpgesteld (P.87).
Films opnemen Films worden opgenomen met het geluid dat binnenkomt via de ingebouwde microfoon van de camera en opgeslagen als QuickTime-bestanden met de extensie “.MOV”. De bestanden kunnen na overdracht worden afgespeeld op een computer. 6m28s Draai de keuzeknop naar S. 6m20s Start de opname. De monitor geeft de beschikbare opname- • De camera stelt scherp op het onderwerp duur weer. in het midden van het beeld (P.57).
Een intervalfilm opnemen De camera maakt foto’s met het ingestelde interval en maakt vervolgens een film zonder geluid met een snelheid van 30 beelden per seconde en een formaat van 640 × 480. De maximale opnameduur is 35 seconden (1.050 beelden). FILMOPTIES TV Film 640 Film 320 Film 160 Interval film Sluit INTERVAL INSTELLEN 30 sec 1 min 5 min 10 min 30 min Ingst. Sluit Ingst. 1/2 Markeer Interval film in het FILMOP- Markeer de gewenste optie en druk op TIES menu (P.56) en druk op d. d.
Films afspelen Films worden aangeduid met het pictogram S in de schermvullende weergave (P.49). Druk op d als u een film wilt afspelen. De bedieningsknoppen worden bovenaan op de monitor weergegeven. Duw de multi-selector naar links of naar rechts om een bedieningsknop te markeren en druk op d om de geselecteerde bewerking uit te voeren. Tijdens Pictogram Weergave Pauzeren Tijdens pauze 25s Omschrijving Q Film terugspoelen terwijl d wordt ingedrukt. U Film vooruitspoelen terwijl d wordt ingedrukt.
Aansluiting op een tv, computer of printer Als u foto’s of films op een tv of computer weergeeft, wordt aanbevolen de optionele EH-62A lichtnetadapterset te gebruiken om zo te voorkomen dat de camera tijdens de weergave onverwacht wordt uitgeschakeld. Aansluiten op een televisie VIDEOSTAND NTSC PAL Stel de optie Videostand in het menu INTERFACE van het setup-menu in (P.107). Selecteer NTSC of PAL in overeenstemming met de videostandaard van uw tv. Ingst.
Aansluiten op een computer Aansluiting op een tv, computer of printer Voordat u foto’s of films kunt overspelen naar een computer, moet PictureProject worden geïnstalleerd. Raadpleeg de Snelhandleiding en de PictureProject-naslaggids (op cd-rom) voor informatie over de installatie en het gebruik van PictureProject. U kunt foto’s en films draadloos naar een computer overspelen en weergeven. Zie “Draadloze overdrachtsstand” (P.109) voor meer informatie. 1 Start de computer op.
5 De gegevensoverdracht begint. Alle foto’s en films met het pictogram E (Overspeelmarkering) (P.95) worden overgespeeld naar de computer. De onderstaande berichten worden op de monitor weergegeven. OVERDRACHT WORDT VOORBEREID OVERDRAGEN BEELDEN NAAR COMPUTER… OVERDRACHT VOLTOOID Aansluiting op een tv, computer of printer 6 Koppel de camera los nadat de overdracht is voltooid (P.66).
Een USB-optie selecteren voor aansluiting op een computer Draai de keuzeknop naar a en selecteer Interface om de optie USB in te stellen. Raadpleeg de volgende tabel wanneer u een USB-optie kiest voor aansluiting van de camera op een computer (P.107). De standaardoptie is PTP. USB PTP Mass Storage Ingst.
Opmerkingen over de overdracht Tijdens de overdracht mag u het volgende niet doen: • De USB-kabel loskoppelen. • De camera uitzetten. • De batterij of geheugenkaart verwijderen. • De lichtnetadapterset loskoppelen. Als u deze voorzorgsmaatregelen niet in acht neemt, functioneren de camera en de computer mogelijk niet goed meer.
De camera loskoppelen Als PTP is geselecteerd voor de optie USB: Zet de camera uit en koppel de USB-kabel los nadat de overdracht is voltooid. Als Mass Storage is geselecteerd voor de optie USB: Zet de camera uit nadat u de volgende handelingen hebt uitgevoerd en koppel de USBkabel los.
Aansluiten op een printer Als de camera via de UC-E6 USB-kabel of een draadloos LAN is aangesloten op een PictBridge-compatibele printer, kunnen geselecteerde foto’s rechtstreeks vanuit de camera worden afgedrukt. Maak foto’s Stel de afdrukopties voor Printopdracht in (P.72) Sluit de camera en de printer aan (afdrukken via een directe USB-aansluiting: P.68; draadloos LAN: P.130, 131) Druk foto’s een voor een af (P.69) • Alleen bij aansluiting met een USB-kabel Druk meerdere foto’s af (P.
De camera aansluiten op een printer 1 USB PTP Mass Storage Stel de optie USB in het menu INTERFACE van het setup-menu in op PTP (P.107). Ingst. Aansluiting op een tv, computer of printer 2 3 4 Zet de camera uit. Zet de printer aan. Sluit meegeleverde UC-E6 USB-kabel aan als weergegeven. UC-E6 USB-kabel • Een correcte werking via een USB-hub is niet door Nikon getest. 5 Zet de camera aan.
Foto’s een voor een afdrukken Sluit de camera en de printer aan (P.68) en voer de volgende stappen uit: Selecteer de foto die u wilt afdrukken in de PictBridge-weergavestand (P.68). • Als u een foto wilt selecteren in de miniatuurweergave (P.50), drukt u op j (t). 5 PictBridge Geef het menu PictBridge weer. Start print Kopieën Papierformaat Sluit Ingst. Bevestig de instellingen en druk de foto’s af.
Meerdere foto’s afdrukken Sluit de camera en de printer aan (P.68) en voer de volgende stappen uit: Geef PRINT MENU weer. PRINTMENU Print selectie Print alle beelden DPOF printen Papierformaat Aansluiting op een tv, computer of printer Sluit Druk op m in de PictBridge-weergavestand (P.68). Ingst. Selecteer de foto’s die u wilt afdrukken en bevestig de instellingen.
De geselecteerde foto’s worden weergegeven. 006 PRINTS 1 2 4 5 Terug Start print 3 • Druk op de knop m om terug te keren naar het scherm PRINT SELECTIE. • Nadat het afdrukken is voltooid, keert de camera terug naar PRINTMENU. • Als u het afdrukken wilt annuleren, drukt u op d. Annuleren 71 Aansluiting op een tv, computer of printer Start het afdrukken.
Een DPOF-printopdracht maken: Printopdracht U kunt een digitale “printopdracht” maken waarin u aangeeft welke foto’s u wilt afdrukken, hoeveel afdrukken u wilt en welke gegevens aan elke afdruk moeten worden toegevoegd. De foto’s kunnen worden afgedrukt met de instellingen voor Printopdracht op een DPOF-compatibel apparaat of door een digitale afdrukcentrale die DPOF ondersteunt (P.154). Aansluiting op een tv, computer of printer P Print selectie Selecteer foto’s om een printopdracht te maken.
PRINT SELECTIE Terug Ingst. Stel het aantal afdrukken in en druk op d. PRINTOPDRACHT Gereed Gereed Datum Info Sluit Ingst. Stel de opties Datum en Info in. • Als u de opnamedatum op alle foto’s in de printopdracht wilt afdrukken, markeert u Datum en drukt u op d. Er wordt een y weergegeven in het selectievakje. • Als u de sluitertijd en het diafragma wilt afdrukken op alle foto’s in de printopdracht, markeert u Info en drukt u op d. Er wordt een y weergegeven in het selectievakje.
DATUM KIEZEN Terug DATUM KIEZEN kopieën Ingst. Aansluiting op een tv, computer of printer Markeer de datum. Terug kopieën Ingst. Stel het aantal afdrukken in en druk op d. Duw de multi-selector naar rechts (+) om 1 (het aantal afdrukken) weer te geven op een miniatuur van de geselecteerde datum. • Duw de multi-selector naar links (–) of naar rechts (+) om het aantal afdrukken in te stellen (maximaal 9).
Datum Als Datum is geselecteerd, verschijnt de opnamedatum op foto’s die met DPOF worden afgedrukt. De datum die wordt afgedrukt blijft ongewijzigd, zelfs als Datum in het setup-menu wordt gewijzigd nadat de foto’s zijn gemaakt. Als een foto is gemaakt zonder dat de cameraklok was ingesteld, wordt de datum niet afgedrukt, ook al is Datum geselecteerd in het menu PRINTOPDRACHT.
Geavanceerde camera-instellingen De menu’s gebruiken Er zijn opname-, weergave-, film- en setup-menu’s beschikbaar. De menu’s weergeven Het opnamemenu weergeven (P.78): WITBALANS Draai de keuzeknop naar M of E. Druk op m. Sluit Ingst. Help Geavanceerde camera-instellingen Het weergavemenu weergeven (P.89): Sorteer op datum Druk op i. Druk op m. Sluit Ingst. Help Het filmmenu weergeven (P.56): Filmopties Draai de keuzeknop naar S. Druk op m. Sluit Ingst.
Navigeren in de menu’s Gebruik de multi-selector om te navigeren in de menu’s. Cursor omhoog verplaatsen Selectie maken Cursor naar links verplaatsen Cursor naar rechts verplaatsen Cursor omlaag verplaatsen Sluit Ingst. Markeer een menuonderdeel. Help LICHTMETING Matrix Centrum-gericht Spot Spot AF-veld Sluit Sluit Ingst. Ingst. Geef de opties weer. LICHTMETING Matrix Centrum-gericht Spot Spot AF-veld Markeer de optie. Geavanceerde camera-instellingen Lichtmeting Lichtmeting Sluit Ingst.
Het opnamemenu Het opnamemenu bevat de opties uit de onderstaande tabel. Zie “De menu’s gebruiken” (P.76) voor meer informatie over het oproepen en gebruiken van het opnamemenu. WITBALANS Geavanceerde camera-instellingen – Het opnamemenu Sluit Ingst. Help d Witbalans Kies een witbalans die bij de lichtbron past. P.46 m Lichtmeting Hiermee bepaalt u hoe de camera de belichting moet instellen. P.79 q Continu Maak één foto tegelijk of maak een reeks foto’s achter elkaar. P.
Lichtmeting m Het ingebouwde lichtmeetsysteem van de camera berekent de helderheid van het onderwerp om de beste belichting te bepalen. m Matrix n Centrum-gericht De camera meet het hele beeld, maar het middelste gebied weegt hierbij het zwaarst. Geschikt voor portretten. Gebruik AF-vergrendeling (P.87) om het licht te meten van onderwerpen die zich niet in het midden bevinden. o Spot De camera meet het licht in het gebied dat wordt aangegeven door een vierkant in het midden van de monitor.
Continu q Selecteer een van de volgende zes opties. r Enkelvoudig (standaardinstelling) Telkens wanneer u op de ontspanknop drukt, wordt er één opname gemaakt. Geavanceerde camera-instellingen – Het opnamemenu q Continu Als de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden, worden er continu foto’s gemaakt. De eerste vijf opnamen worden gemaakt met maximaal 1,8 beelden per seconde (bps).
Beperkingen voor continu-opnamen Ultra HS • Tijdens de opname wordt de voortgang op de monitor weergegeven van S tot E. Als u de opname wilt onderbreken voordat 100 foto’s zijn gemaakt, laat u de ontspanknop los. • Als u tijdens de opname op T drukt terwijl het pictogram y wordt weergegeven, verschijnt het bevestigingsscherm voor wissen. Via dit scherm kunt u alle foto’s in dezelfde reeks wissen. • Tijdens de opname is het sluitergeluid uitgeschakeld.
A BSS Geavanceerde camera-instellingen – Het opnamemenu Als Best Shot Selector (BSS) is ingeschakeld, maakt de camera maximaal 10 foto’s terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt. De scherpste foto in de reeks wordt opgeslagen en de andere foto’s worden verwijderd. BSS wordt aanbevolen als: • De camera is ingezoomd. • De camera in de macro close-upstand staat. • Er weinig licht is bij opnamen zonder flits. B Uit (standaardinstelling) A Aan Schakelt BSS uit. Schakelt BSS in.
C Auto bracketing D Uit (standaardinstelling) C Auto bracketing x WB bracketing (witbalansbracketing) Schakelt bracketing uit. Telkens wanneer de ontspanknop volledig wordt ingedrukt, worden drie opnamen gemaakt: één opname met de huidige belichting en twee opnamen waarbij de belichting wordt gevarieerd met een waarde van +0,5 en –0,5. Telkens wanneer de ontspanknop volledig wordt ingedrukt, worden drie opnamen gemaakt: één opname met de huidige witbalansinstelling (P.
Beeld aanpassen F Deze instelling past het contrast aan voor een optimaal resultaat voordat foto’s worden opgeslagen in het interne geheugen of op de geheugenkaart. G Automatisch Geavanceerde camera-instellingen – Het opnamemenu (standaardinstelling) H Normaal De camera past het contrast automatisch aan de opnameomstandigheden aan. De camera voert dezelfde standaardaanpassing van het contrast uit voor alle foto’s. Geschikt voor zeer uiteenlopende onderwerpen, van donker tot licht.
P Verzadiging Verzadiging verhoogt of verlaagt de intensiteit van kleuren. Q Maximaal R Verbeterd (standaardinstelling) U Gematigd V Minimaal Geavanceerde camera-instellingen – Het opnamemenu S Normaal Produceert intense kleuren. Selecteer deze optie als u foto’s zonder verdere bewerking afdrukt. Dit is in de meeste omstandigheden de beste keuze. Selecteer deze optie als u foto’s bewerkt op een computer.
k AF-veldstand Gebruik deze optie om te bepalen waar de camera scherpstelt. Geavanceerde camera-instellingen – Het opnamemenu l Automatisch (standaardinstelling) m Handmatig n Centrum Selecteert uit elf scherpstelvelden automatisch het scherpstelveld met het onderwerp dat zich het dichtst bij de camera bevindt. Het geselecteerde scherpstelveld wordt weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Scherpstel-stand Y Gebruik deze optie om te bepalen hoe de camera scherpstelt wanneer u foto’s maakt. Z Enkelvoudig AF De camera stelt alleen scherp wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. a Fulltime-AF De scherpstelling wordt voortdurend aangepast terwijl de ontspanknop niet half is ingedrukt. Gebruik deze instelling voor het fotograferen van bewegende onderwerpen.
Vast diafragma I Deze optie voorkomt dat het diafragma verandert wanneer u zoomt. Deze functie is alleen beschikbaar wanneer de keuzeknop is ingesteld op E. J Uit Geavanceerde camera-instellingen – Het opnamemenu (standaardinstelling) I Aan Het diafragma verandert met de zoompositie. Het diafragma wordt zo dicht mogelijk gehouden bij de f/-waarde die door u of de camera is geselecteerd.
Het weergavemenu Het weergavemenu bevat de opties uit de onderstaande tabel. Zie “De menu’s gebruiken” (P.76) voor meer informatie over oproepen en gebruik van het weergavemenu. Sorteer op datum Ingst. Help Sorteer foto’s op opnamedatum. Voer vijf opties uit (D-Lighting, Printopdracht, Wissen, OverspeelSorteer op datum markering en Kleine kopie) op geselecteerde beelden. P.92 u D-Lighting Past de toon (helderheid) van een foto aan en slaat een kopie op. P.
Navigeren in het scherm voor fotoselectie Als u een foto selecteert voor Printopdracht (P.72), Wissen (P.94), Beveiligen (P.94), Overspeelmarkering (P.95) of Kopiëren (P.97), verschijnt er een selectiescherm, zoals het scherm hier rechts. BEVEILIGEN Aan Uit Geavanceerde camera-instellingen – Het weergavemenu Terug Ingst. BEVEILIGEN BEVEILIGEN Aan Uit Aan Uit Terug Terug Ingst. Ingst. Markeer de foto.
Navigeren in het scherm Datum kiezen Als Datum kiezen wordt geselecteerd voor Printopdracht (P.72), Wissen (P.94) of Overspeelmarkering (P.95), verschijnt het scherm DATUM KIEZEN dat u hier rechts ziet. De bovenstaande menuopties worden toegepast op alle foto’s die op dezelfde datum zijn gemaakt. DATUM KIEZEN DATUM KIEZEN Terug beelden totaal Ingst. Uit beelden totaal Ingst. Uit Aan DATUM KIEZEN Aan Markeer een datum.
Sorteer op datum L Geavanceerde camera-instellingen – Het weergavemenu Foto’s in het interne geheugen of op de geheugenkaart worden gesorteerd op opnamedatum. De volgende vijf bewerkingen kunnen worden toegepast op alle foto’s met dezelfde datum: D-Lighting, Printopdracht, Wissen, Overspeelmarkering en Kleine kopie. SORTEER OP DATUM Sluit Markeer een datum. Ingst. GESEL. BEELDEN Terug Wissen Ingst. Zoom in Geef het venster GESELECTEERDE • Een miniatuur van de eerste opname, de BEELDEN weer.
z Diashow DIASHOW Pauze Start Herhalen Sluit Ingst. Markeer Start. Start de diashow. • Als u de diashow automatisch wilt herhalen, markeert u Herhalen en drukt u op d voordat u Start selecteert. Er wordt een y weergegeven in het selectievakje. Tijdens de diashow kunt u de volgende bewerkingen uitvoeren: Pauzeert de diashow en geeft het menu weer. Markeer Herstarten en druk op d om de diashow te hervatten. Markeer Einde en druk op d om de diashow te beëindigen.
Wissen A Geavanceerde camera-instellingen – Het weergavemenu U kunt geselecteerde foto’s of alle foto’s in het interne geheugen of op de geheugenkaart wissen. • Als de camera een geheugenkaart bevat, worden alleen de foto’s op de kaart gewist. • Als de camera geen geheugenkaart bevat, worden de foto’s in het interne geheugen gewist. B Gesel. beeld(en) Wist foto’s die zijn geselecteerd in het scherm voor WIS GESEL. BEELDEN (P.90).
Overspeelmarkering E U kunt foto’s selecteren voor overdracht naar een computer door ze te markeren met het pictogram E. Voegt het pictogram E toe aan alle foto’s in het interne geheugen of op de geheugenkaart. F Alles uit Verwijdert het pictogram E voor alle foto’s in het interne geheugen of op de geheugenkaart. L Datum kiezen Hiermee kunt u het pictogram E toevoegen aan of verwijderen van alle foto’s met dezelfde opnamedatum (P.91).
Kleine kopie H U kunt een kleine kopie maken van een foto die wordt weergegeven in de schermvullende weergave. De volgende formaatopties zijn beschikbaar. Geavanceerde camera-instellingen – Het weergavemenu I 640 × 480 Geschikt voor weergave op een tv. J 320 × 240 Geschikt voor weergave op webpagina’s. K 160 × 120 Geschikt om als bijlage bij een e-mail te voegen.
Kopie U kunt geselecteerde foto’s (P.90) of alle foto’s kopieën van het interne geheugen naar de geheugenkaart of omgekeerd. L KOPIËREN Ingst. Sluit Ingst. MNO Kopieert foto’s van het interne geheugen naar de geheugenkaart. ONM Kopieert foto’s van de geheugenkaart naar het interne geheugen Opmerkingen over het kopieën van foto’s • Als het doelgeheugen onvoldoende ruimte bevat, wordt de kopieerbewerking geannuleerd en verschijnt er een foutmelding.
Het setup-menu Het setup-menu bevat de opties uit de onderstaande tabel. Zie “De menu’s gebruiken” (P.76) voor meer informatie over oproepen en gebruik van het setupmenu. Menu's Geavanceerde camera-instellingen – Het setup-menu Ingst. Help R Menu’s Selecteer het soort menuweergave voor het opname-, film-, weergave- en setup-menu. P.99 V Welkomstscherm Selecteer het welkomstscherm dat verschijnt wanneer de camera wordt aangezet. P.99 W Datum Stel de cameraklok en tijdzone in.
Menu’s R Het opname-, film-, weergave- en setup-menu kunnen worden weergegeven met tekst of pictogrammen. 1/3 Help Tekst Menu's Ingst. Help Pictogrammen Welkomstscherm V U kunt het welkomstscherm selecteren dat verschijnt wanneer de camera wordt aangezet. Geen Welkom Er verschijnt geen welkomstscherm wanneer de camera wordt aangezet. Nikon Toont een welkomstscherm wanneer de camera wordt aangezet.
Datum W Gebruik deze optie om de datum en tijd in te stellen. Als u reist, kunt u de optie Tijdzone gebruiken om automatisch de datum en tijd van de bestemming weer te geven. (De camera berekent het verschil tussen de tijdzones.) Geavanceerde camera-instellingen – Het setup-menu Datum Stel de cameraklok in op de huidige datum en tijd. Zie “Basisinstellingen” (P.22) voor meer informatie. Selecteer een tijdzone voor Y (tijdzone nieuwe stad) om de datum en tijd in de geselecteerde regio weer te geven (P.
Monitorinstelling Z U kunt de aanduidingen op de monitor in- of uitschakelen en de helderheid van de monitor aanpassen. Foto-informatie (standaardinstelling) Geeft de huidige instellingen of rasterlijnen op de monitor weer wanneer u foto’s maakt of bekijkt. Automat. info Geeft de huidige instellingen of rasterlijnen gedurende vijf seconden weer op de monitor. Info verbergen De rasterlijnen of huidige instellingen worden niet op de monitor weergegeven.
Datum afdrukken b Geavanceerde camera-instellingen – Het setup-menu Wanneer u foto’s maakt, wordt datuminformatie in de rechterbenedenhoek van de foto’s afgedrukt. Deze datum wordt zelfs afgedrukt als een printer geen DPOF ondersteunt. U kunt deze optie niet gebruiken om een datum toe te voegen aan foto’s nadat u ze hebt gemaakt. a Uit (standaardinstelling) b Datum De datum en tijd worden niet op foto’s afgedrukt. Drukt de datum af op foto’s. c Datum en tijd Drukt de datum en tijd af op foto’s.
Dagenteller Gebruik deze optie om het aantal resterende dagen tot de opgegeven datum of het aantal verstreken dagen sinds de opgegeven datum af te drukken. U kunt deze optie bijvoorbeeld gebruiken om de ontwikkeling van een kind te volgen of om af te tellen tot een verjaardag of bruiloft. DAGENTELLER Druk op d om het scherm OPTIES TONEN weer te geven. Druk op d om het scherm OPGESLAGEN DAGEN weer te geven. OPGESLAGEN DAGEN U kunt maximaal drie datums opslaan.
Opnamebevestiging K Het opnamebevestigingslampje brandt nadat u een foto hebt gemaakt om te bevestigen dat de opname is gemaakt. Uit Geavanceerde camera-instellingen – Het setup-menu (standaardinstelling) Aan Het opnamebevestigingslampje brandt niet na de opname. Het opnamebevestigingslampje brandt na de opname. Als Multishot 16 of 5 Opnamen buffer is geselecteerd voor Continu, brandt het lampje nadat alle foto’s in de reeks zijn gemaakt.
Geluidsinstellingen h U kunt het knopgeluid in- of uitschakelen en het volume van het sluiter- en opstartgeluid instellen. Als Aan is geselecteerd, klinkt er één pieptoon wanneer bewerkingen correct worden uitgevoerd. Bij een fout worden drie pieptonen weergegeven. Sluitergeluid Stel het volume van het sluitergeluid in op Hard, Normaal of Uit. Opstartgeluid Stel het volume van het geluid dat wordt afgespeeld wanneer de camera wordt ingeschakeld in op Hard, Normaal of Uit.
Geheugen/kaart formatteren M/O Geavanceerde camera-instellingen – Het setup-menu Gebruik deze optie om het interne geheugen of de geheugenkaart te formatteren. • Als u het interne geheugen wilt formatteren, verwijdert u de geheugenkaart uit de camera. Geheugen formatteren wordt weergegeven in het setup-menu. • Als de geheugenkaart in de camera is geplaatst, wordt Geh.-krt. format. weergegeven in het setup-menu. Snel formatteren Formatteert alleen delen waarin gegevens zijn opgeslagen.
Interface (USB/videostand) k Gebruik deze optie om de interface-instellingen voor aansluiting van de camera op een computer, printer of videoapparaat te wijzigen. Selecteer Mass Storage of PTP voor aansluiting op een computer of printer (P.64). Videostand Selecteer NTSC of PAL in overeenstemming met de videostandaard die het aangesloten apparaat gebruikt (P.61).
Standaardwaarden n De standaardwaarden van de camera-instellingen worden hersteld. Geavanceerde camera-instellingen – Het setup-menu Bestandsnummering terugzetten op 0001 Als u de bestandsnummering wilt terugzetten op 0001, selecteert u Standaardwaarden nadat u alle foto’s hebt gewist (P.94) of het interne geheugen of de geheugenkaart hebt geformatteerd (P.106). Zie “Standaardinstellingen” (P.143) voor meer informatie.
Draadloze overdrachtsstand Wat is de draadloze overdrachtsstand? De draadloze overdrachtsstand, die is gebaseerd op de IEEE 802.11b/g-standaard, is een communicatiefunctie waarmee u een draadloze verbinding tot stand kunt brengen met een voor Wi-Fi geschikte computer, zodat u foto’s kunt overspelen en printen. U kunt ook gebruik maken van de optionele PD-10 draadloze printer-adapter voor rechtstreekse verbinding met een printer en het direct printen van foto’s.
De draadloze overdrachtsstand configureren Gebruik de meegeleverde Wireless Camera Setup Utility (hierna Setup Utility genoemd) om uw computer als “profielapparaat” in de camera te configureren. Kijk voordat u start bij “Configuratieprocedure” (P.112) voor meer informatie over het configureren van een profielapparaat. Voor installatie hebt u de installatie-cd-rom Wireless Camera Setup Utility/PictureProject CD (hierna cd-rom genoemd) nodig die bij de camera werd geleverd.
Controleren of Setup Utility is geïnstalleerd De Setup Utility wordt geïnstalleerd met PictureProject vanaf de cd-rom die bij de camera wordt geleverd. Voer de onderstaande stappen uit om de controleren of Setup Utility is geïnstalleerd op de computer die als profielapparaat wordt ingesteld. • Windows: Selecteer Start J Alle programma’s en controleer of de Setup Utility is geïnstalleerd.
Configuratieprocedure Na het starten van de Setup Utility dient u de volgende stappen uit te voeren voordat u een profielapparaat configureert. • Zie voor meer informatie over onderstaande procedure “Configuratie-informatie” (P.114). • Kijk voor meer informatie over de opties voor stap 5 en 6 wanneer u Handmatig een profiel maken selecteert bij “Informatie met profielconfiguratie” (P.118). • Klik op Help om meer informatie over elke stap weer te geven.
7 Configureer TCP/IP. 8 Configureer draadloos printen. Ad-hoc (camera naar computer) netwerkprofiel creëren Æ InfrastrucCreëer protuur (toe- fiel handgangspunt) matig en ad-hoc (camera naar computer) netwerkprofiel creëren Æ Æ Æ c (voer alleen beschikbare onderdelen in) — c* (voer alleen beschikbare onderdelen in) c Æ Æ Æ Æ — — — c Æ Æ Æ Æ c c c c * Herhaal na stap 6 de procedure van stap 5 van Een profiel voor ad-hoc netwerk (Camera naar computer) maken.
Configuratie-informatie 1 Verzeker u ervan dat de batterij in de camera zit en geheel is opgeladen. Na verbinden van camera en computer met de meegeleverde UC-E6 USB-kabel en controleren van het volgende, klikt u op Volgende. • De batterij dient geheel geladen te zijn of de optionele EH-62A lichtnetadapterset moet worden gebruikt. (Profielapparaten kunnen niet worden geconfigureerd als de camera tijdens de configuratie wordt uitgeschakeld.) • De optie USB is ingesteld op PTP.
4 Selecteer het type configuratie uit de opties die verschijnen. De Setup Utility geeft de beschikbare configuratietypen weer. Welke configuraties beschikbaar zijn, is afhankelijk van de draadloos LAN instellingen in uw computer. De volgende procedure verschilt naargelang de selectie.
6 Voer de netwerkinstellingen in. Voer de instellingen in voor het verbinden van camera en computer via een draadloos netwerk. • Selecteert u Een profiel voor infrastructuurnetwerk (Toegangspunten) maken of Profielen voor infrastructuurnetwerk (Toegangspunten) en ad-hoc netwerk (Camera naar computer) maken, selecteer dan een netwerk in de lijst Netwerknaam (SSID) die zal worden gebruikt voor het verbinden van de camera en de computer.
8 Configureer draadloos printen. Is er een printer op de computer aangesloten, selecteer dan de printer die wordt gebruikt voor draadloos printen (P.130), voer een profielnaam in en selecteer een printer-pictogram. • Als u Profielen voor infrastructuurnetwerk (Toegangspunten) en ad-hoc netwerk (Camera naar computer) maken selecteert, dan keert de Setup Utility automatisch terug naar het scherm in stap 5 zonder een printer te configureren, en een nieuw netwerk wordt in de computer opgezet.
Informatie met profielconfiguratie Configuratie van profielapparaten Iedere computer die met de camera in verbinding zal worden gebracht, moet als profielapparaat worden geconfigureerd. Maximum aantal profielapparaten U kunt maximaal negen profielapparaten in de camera configureren (computers, printers die op een computer zijn aangesloten, de optionele PD-10 draadloze printeradapter).
Verificatie en beveiliging voor draadloze overdracht De volgende combinaties zijn beschikbaar op deze camera (AES is niet beschikbaar). Verificatie Open Gedeeld WPA-PSK Beveiliging Geen/WEP WEP TKIP De beveiligingsniveaus van laag naar hoog zijn Geen, WEP en TKIP. Wijziging van de beveiligingsmethode kan leiden tot verlaging van het beveiligingsniveau.
Profielen controleren Een profiel bevat informatie over een profielapparaat en wordt opgeslagen in de camera. Met Setup Utility kunt u profielen die in de camera zijn opgeslagen bekijken of verwijderen, of een profielnaam bewerken. 1 Start Setup Utility. 2 Klik op de tab Profielen. Selecteer de gewenste profielnaam uit de lijst. Als u een profiel wilt controleren, klikt u op Profiel weergeven. Om een profielnaam te bewerken klikt u op Rename (Naam wijzigen).
Foto’s overspelen naar een computer Gebruik van de draadloze overdrachtsstand U kunt foto’s draadloos naar een computer overspelen of afdrukken met de onderstaande functies. Eenvoudige overdracht Speel foto’s over in het interne geheugen of op de geheuP.124 genkaart die nog niet naar de computer zijn overgespeeld. Opnamedatum Foto’s die zijn gemaakt op een bepaalde opnamedatum P.125 worden overgespeeld. Gemarkeerde beelden Alleen foto’s met een overspeelmarkering (E) (P.95) worP.126 den overgespeeld.
Foto’s overspelen naar een computer DRAADLOOS MENU weergeven: 1/3 PROFIEL KIEZEN Profiel-A Profiel-B Profiel-C Ingst. 1/3 PROFIEL KIEZEN Profiel-A Profiel-B Profiel-C Ingst. Info Info Draai de keuzeknop naar Y en zet de Markeer het profiel. camera aan. Draadloze overdrachtsstand • Het scherm PROFIEL KIEZEN verschijnt, waarbij de laatst gebruikte profielen het eerst worden weergegeven. (De schermen in de stappen 1 en 2 zijn voorbeelden. De namen van de profielapparaten (P.
Signaalaanduiding De signaalsterkte wordt weergegeven door een 5-staps-aanduiding op de monitor. Als de camera zich buiten het bereik van het signaal bevindt, wordt de aanduiding rood weergegeven. Als het signaal zwak is, verwijdert u obstakels tussen de camera en de computer.
Foto’s overspelen die nog niet op een computer staan: Eenvoudige overdracht DRAADLOOS MENU 1/2 Eenvoudige overdracht Opnamedatum Gemarkeerde beelden Geselect. beelden Opnemen+Overspelen Ingst. Help Beelden overspelen naar computer 0002/0006 Annuleren Markeer Eenvoudige overdracht in Speel de foto’s over. het DRAADLOOS MENU. Druk op d om de foto’s over te spelen die nog niet naar de computer zijn overgespeeld. Er wordt een bericht weergegeven wanneer de overdracht is voltooid. Overdracht voltooid.
Foto’s overspelen op basis van een bepaalde opnamedatum: Opnamedatum DRAADLOOS MENU 1/2 Eenvoudige overdracht Opnamedatum Gemarkeerde beelden Geselect. beelden Opnemen+Overspelen Ingst. Help Markeer Opnamedatum DRAADLOOS MENU. in OPNAMEDATUM 2006.6.10 5 2006.5.30 3 2006.5.15 beelden Sluit Ingst. 2 0 Uit Aan het Geef het scherm OPNAMEDATUM weer. Dit scherm verschijnt nadat het bevestigingsscherm voor de verbinding (P.124) wordt weergegeven. 5 2006.5.30 3 2006.5.15 beelden Ingst.
Foto’s met overspeelmarkering overspelen: Gemarkeerde beelden DRAADLOOS MENU 1/2 Eenvoudige overdracht Opnamedatum Gemarkeerde beelden Geselect. beelden Opnemen+Overspelen Ingst. Help Beelden overspelen naar computer 0002/0006 Annuleren Markeer Gemarkeerde beelden in Speel de foto’s over. het DRAADLOOS MENU. Druk op d om foto’s met de overspeelmarkering E (P.95) over te spelen nadat het bevestigingsscherm voor de verbinding (P.124) wordt weergegeven.
Foto’s selecteren en overspelen: Geselecteerde beelden GESELECTEERDE BEELDEN DRAADLOOS MENU 1/2 Eenvoudige overdracht Opnamedatum Gemarkeerde beelden Geselect. beelden Opnemen+Overspelen Ingst. Help 2006.05.15 15:30 Sluit Ingst. 5 Aan Uit 5 Markeer Geselecteerde beelden in Geef het venster GESELECTEERDE het DRAADLOOS MENU. BEELDEN weer. Dit scherm verschijnt nadat het bevestigingsscherm voor de verbinding (P.124) wordt weergegeven. GESELECTEERDE BEELDEN 2006.05.15 15:30 Sluit Ingst.
Gemaakte foto’s direct overspelen: Opnemen+Overspelen DRAADLOOS MENU 1/2 Eenvoudige overdracht Opnamedatum Gemarkeerde beelden Geselect. beelden Opnemen+Overspelen Ingst. Help 1/60 F2.7 120 Markeer Opnemen+Overspelen in Geef het opnamescherm weer. Dit scherm verschijnt nadat het bevestigingshet DRAADLOOS MENU. scherm voor de verbinding (P.124) wordt weergegeven. Maak de foto. Nadat de foto is gemaakt, wordt deze naar de computer overgespeeld.
Foto’s overspelen met een computer: PC-Stand DRAADLOOS MENU PC-Stand Ingst. 2/2 Verbonden met Profiel-A Help Annuleren Markeer PC-Stand in het DRAAD- Maak verbinding met de computer. LOOS MENU. Het overdrachtsvenster van PictureProject verschijnt op het computerscherm. Klik op Overspelen in PictureProject om foto’s over te spelen.
Foto’s overspelen naar een printer Foto’s afdrukken met een printer die op een computer is aangesloten: Draadloos afdrukken 1/3 PROFIEL KIEZEN Profiel-A PROFIEL KIEZEN Profiel-A Profiel-B Profiel-C Ingst. 1/3 Profiel-B Profiel-C Ingst. Info Info Draai de keuzeknop naar Y en zet de Markeer het profiel (profielapparaat camera aan. met printerpictogram). Draadloze overdrachtsstand • Het scherm PROFIEL KIEZEN verschijnt, waarbij de laatst gebruikte profielen het eerst worden weergegeven.
Opmerking over afdrukken via een draadloos LAN In de infrastructuurstand kunnen alleen printers in hetzelfde netwerk als de computer worden gebruikt. Printers in andere netwerken die via een router (een netwerk met een ander toegangspunt) zijn verbonden, kunnen niet worden gebruikt. Als meerdere printers op een computer zijn aangesloten Start Setup Utility op de computer. Klik op de tab Draadloos afdrukken en selecteer de gewenste printer (P.120).
Technische opmerkingen Optionele accessoires De volgende optionele accessoires zijn beschikbaar voor uw digitale Nikoncamera. Neem voor meer informatie contact op met de leverancier of landelijke Nikon-vertegenwoordiging.
Behandeling van de camera Als u lang plezier van uw Nikon-product wilt hebben, is het belangrijk dat u de volgende voorzorgsmaatregelen in acht neemt wanneer u het apparaat gebruikt of opbergt. Laat de camera niet nat worden Laat de camera niet vallen Als de camera in water wordt ondergedompeld of aan een hoge vochtigheid wordt blootgesteld, zal deze defect raken. Als de camera wordt blootgesteld aan sterke schokken of trillingen, kan deze defect raken.
Reinigen Objectief Raak het glas bij het reinigen nooit met uw vingers aan. Verwijder stof of pluisjes met een blaasbalgje (gewoonlijk een rubberen balletje met een spuitmondje waaruit lucht wordt geblazen). Vingerafdrukken en ander vuil dat niet met een blaasbalgje kan worden verwijderd, kunt u wegvegen met een zachte doek, waarbij u een ronddraaiende beweging maakt vanuit het midden naar de randen toe.
Opslag Zet de camera uit wanneer u deze niet gebruikt en controleer of het cameraaan-lampje uitstaat voordat u de camera opbergt. Berg de camera in een droge, goed geventileerde ruimte op om schimmel te voorkomen. Als u het product gedurende langere tijd niet gebruikt, maak de batterij dan leeg en verwijder deze uit de camera. Berg de camera op in een plastic tas met een droogmiddel. Vervang het droogmiddel als dit zijn vochtabsorberende werking verliest.
Foutmeldingen In de volgende tabel vindt u een overzicht van de foutmeldingen en andere waarschuwingen die op de monitor kunnen verschijnen en wordt uitgelegd wat u moet doen. Melding S (knippert) Probleem Oplossing Pagina Klok niet ingesteld. Stel de klok in. P.22 LET OP! BATTERIJ BIJNA LEEG! w Batterij is leeg. Zet de camera uit en vervang de batterij. P.16 t p (knippert rood) Camera kan scherpstellen.
Melding BEELD KAN NIET WORDEN OPGESLAGEN M of O Probleem Oplossing P.106 P.20, P.27, P.94 • Selecteer Standaardwaarden na het plaatsen van een nieuwe geheugenkaart. Camera kan geen nieuwe bestandsnum- • Selecteer Standaardwaarden na het formatteren van de geheugenkaart of mers genereren. het interne geheugen. P.20, P.108 P.106 Ongeldige foto gekoControleer welke soorten foto’s kunnen zen voor het maken van worden uitgesneden. een uitsnede.
Melding Probleem Oplossing Pagina WAARSCHUWING! GEEN MENU IN AUTO STAND. PROBEER ANDERE STAND u Er is op de knop m Als de keuzeknop is ingesteld op X, gedrukt in de stand kan het menu niet worden weergegeven. X. – LENSFOUT u Zet de camera uit en weer aan. Als de Er is een fout opgetrefout zich blijft voordoen, neem dan conden terwijl het objectief tact op met uw leverancier of Nikon-verin werking was. tegenwoordiging. P.
Foutmeldingen tijdens draadloze overdracht Melding Probleem Oplossing Pagina OVERDRACHTSFOUT u Er is een fout opgetreden terwijl foto’s naar de computer worden overgespeeld. Controleer het signaal. Plaats de camera dichter bij de printer. Verwijder obstakels tussen de camera-antenne en het profielapparaat. – Profiel niet geregistreerd. Configureer het profiel.
Problemen oplossen Als uw camera niet naar behoren functioneert, raadpleeg dan eerst de volgende algemene problemen voordat u contact opneemt met de leverancier of Nikon-vertegenwoordiging. Raadpleeg de paginanummers in de rechterkolom voor meer informatie. Elektronisch gestuurde camera’s In zeer uitzonderlijke gevallen kunnen er ongewone tekens op de monitor verschijnen en functioneert de camera niet meer. Meestal is dit het gevolg van een sterke externe statische lading.
Probleem Mogelijke oorzaak • • • Er wordt geen foto • gemaakt wanneer de ontspanknop • wordt ingedrukt • Camera staat in weergavestand. Batterij is leeg. Flitserlampje knippert: flitser wordt opgeladen. Het bericht “ONGEFORMATT. KAART” wordt weergegeven op de monitor: de geheugenkaart is niet geformatteerd voor gebruik in de camera. Het bericht “GEH.-KAART BESCHERMD TEGEN OVERSCHRIJVEN” wordt weergegeven op de monitor: de geheugenkaart is vergrendeld.
Probleem Mogelijke oorzaak Kopie kan niet wor- • Foto is een bewerkte kopie. den gemaakt met • Het geheugen of de geheugenkaart bevat onvoldoende vrije ruimte om de nieuwe kopie op te slaan. Wis ongewenste foto’s uit het kleine kopie, uitgeheugen om ruimte vrij te maken. snede of D-Lighting • Beeldbestand is een film. Kan niet op foto • Foto is gemaakt met de optie Kleine kopie. inzoomen • Foto is uitgesneden tot 320 × 240 pixels of kleiner. Pagina P.150 P.94 P.
Bijlage Standaardinstellingen (P.108) De optie Standaardwaarden (P.108) herstelt de volgende standaardinstellingen: Onderwerpsmenu Standaard PORTRET (GEZ.PRIOR.
• Als u Standaardwaarden kiest, wordt ook het huidige bestandsnummer (P.147) uit het geheugen gewist. De nummering gaat verder vanaf het laagste beschikbare nummer. Als u de bestandsnummering wilt terugzetten op 0001, selecteert u Standaardwaarden nadat u alle foto’s hebt gewist (P.94) of het interne geheugen of de geheugenkaart hebt geformatteerd (P.106). • Alle andere instellingen blijven ongewijzigd, met inbegrip van Datum (P.100), Dagenteller (P.103), Taal (P.
Beeldkwaliteit/-formaat en resterend aantal opnamen (P.43) Beeldkwaliteit/-formaat Beeldformaat Beeldkwaliteit c 3264x2448 (standaardinstelling) d 2592×1944 e 2048×1536 h 1024×768 i 640×480 j 3264×2176 Intern geheugen Circa 23 MB Geheugenkaart 256 MB 6 60 12 120 BASIC 23 235 FINE 9 95 NORMAL 18 190 BASIC 36 370 FINE 15 150 NORMAL 29 295 BASIC 56 560 FINE 56 560 NORMAL 104 1.015 BASIC 181 1.690 FINE 128 1.265 NORMAL 217 2.175 BASIC 331 3.
Instellingen voor onderwerpsstanden (P.35) In de volgende tabel worden de standaardinstellingen voor de onderwerpsstanden vermeld. De standaardinstellingen worden hersteld wanneer de camera wordt uitgeschakeld, de stand wordt gewijzigd, de weergavestand wordt ingesteld of Standaardwaarden in het setup-menu wordt geselecteerd. Instellingen tussen haakjes kunnen niet worden gewijzigd. Onderwerpsstand (P.33) A PORTRET (GEZ.PRIOR.) B PORTRET Flitser (P.28) Scherpstelling (P.31) Zelfontspanner (P.
Namen voor beeldbestanden en -mappen In het interne geheugen of op de geheugenkaart worden foto’s geïdentificeerd met bestandsnamen die uit drie delen bestaan: een identificator van vier letters, een bestandsnummer van vier cijfers dat automatisch door de camera in oplopende volgorde wordt toegekend, en een extensie van drie letters (bijvoorbeeld “DSCN0001.JPG”). Wanneer een opname op de monitor wordt weergegeven, verschijnen het bestandsnummer en de extensie in de rechterbovenhoek van het scherm.
Tijdzone (P.100) De camera ondersteunt de volgende tijdzones. Tijdzonestappen van minder dan een uur kunnen niet worden geselecteerd. Als u reist van of naar een bestemming waar het verschil ten opzichte van Greenwich Mean Time (GMT) geen hele uren bedraagt, stelt u de cameraklok in op de plaatselijke tijd (P.100).
Opties voor ISO-gevoeligheid Automatisch (standaardinstelling) (P.45) De standaardinstelling is ongeveer equivalent met ISO 50. Bij weinig licht corrigeert de camera dit echter automatisch door de gevoeligheid te verhogen tot maximaal ISO 200 equivalent. 50 Ongeveer equivalent met ISO 50. 100 Ongeveer equivalent met ISO 100. 200 Ongeveer equivalent met ISO 200. 400 Ongeveer equivalent met ISO 400. Opties voor Witbalans e Automatisch (P.
Beperkingen voor fotobewerking U kunt foto’s bewerken door ze bij te snijden (uitsnede), de helderheid aan te passen (D-Lighting) of een kleinere kopie te maken (Kleine kopie). De volgende beperkingen gelden wanneer u een foto bewerkt die al is bewerkt. Eerste bewerking Uitsnijden Tweede bewerking D-Lighting Kleine kopie Uitsnijden ×* × × D-Lighting { × { Kleine kopie × × × * Als u een tweede bewerking probeert uit te voeren, wordt het bericht “BEELD KAN NIET WORDEN OPGESLAGEN” weergegeven.
Specificaties Nikon COOLPIX P3 digitale camera Type Digitale compactcamera Effectieve pixels 8,1 miljoen Beeldsensor 1/1,8-inch high-density CCD; totaal aantal pixels: 8,3 miljoen Beeldformaat (pixels) • 3264 × 2448 [8M] • 2048 × 1536 [3M] • 640 × 480 [TV] Objectief 3,5× Zoom-Nikkor-objectief Brandpuntsafstand f/-getal • 2592 × 1944 [5M] • 1024 × 768 [PC] • 3264 × 2176 [3:2] 7,5 - 26,3 mm (Beeldhoek: kleinbeeldequivalent met circa 36 - 126 mm) f/2,7 - 5,3 (zeven elementen in zes groepen), met ob
Belichtingsregeling Geprogrammeerd automatisch, diafragmavoorkeuze, belichtingscorrectie (–2,0 - +2,0 LW in stappen van 1/3 LW), Auto bracketing Bereik W : 2 - 17 LW T : 3 - 16 LW (Gevoeligheid: Automatisch) Sluiter Sluitertijden Diafragma Bereik Gecombineerde mechanische en elektronische CCD-sluiter 8 - 1/2000 sec Zeshoekig irisdiafragma met zes lamellen 10 (in stappen van 1/3 LW) ISO-gevoeligheid Ongeveer equivalent met ISO 50, 100, 200, 400; Automatisch (automatische versterking van ISO 50 tot 200
Draadloze overdracht Standaards IEEE 802.11b/g (standaardprotocol voor draadloos LAN), ARIB STD-T66 (standaard voor datacommunicatiesystemen met laag vermogen) Communicatieprotocollen IEEE 802.11g: OFDM IEEE 802.11b: DBPSK, DQPSK, CCK Bereik (hemelsbreed) Circa 30 m Bereik kan variëren door het weer of de aanwezigheid van obstakels. Werkingsfrequentie 2412 - 2462 MHz (11 kanalen) Gegevenssnelheden*2 IEEE 802.11g: 6, 9, 12, 18, 24, 36, 48 en 54 Mbps IEEE 802.
Specificaties • Nikon kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele fouten in deze handleiding. • Het uiterlijk en de specificaties van dit product kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd. Design rule for Camera File system (DCF) Deze camera voldoet aan DCF (Design rule for Camera File system), een algemeen erkende standaard voor digitale camera’s waarmee de compatibiliteit tussen de verschillende cameramerken wordt gewaarborgd.
Index Symbolen B i Afspeelknop, 13, 27, 49 X Automatische opnamestand, 12, 24-26 Z Beeldkwaliteit/-formaat, 12, 44 I Belichtingscorrectie, 13, 32, 42 E Diafragmavoorkeuze, 12, 41, 42 Y Draadloze overdrachtsstand, 12, 122, 130 T Filmstand, 12, 56, 58 J Flitserlampje, 29 J Flitsstand, 13, 29 M Geprogrammeerd automatisch, 12, 41 l Helpknop, 13, 15, 122 e ISO-gevoeligheidsstand, 12, 45 m Menuknop, 13, 76 d OK-knop, 13 b Onderwerpsstand, 12, 33 g Overspeelknop, 13, 64 L Scherpstelstand, 13, 31 a Setup-menu, 12
DRAADLOOS MENU, 122 Eenvoudige overdracht, 121, 124 Gemarkeerde beelden, 121, 126 Geselecteerde beelden, 121, 127 Opnamedatum, 121, 125 Opnemen + Overspelen, 121, 128 PC-Stand, 121, 129 Draadloze overdracht, lampje, 13, 123 Draadloze overdrachtsstand, 109-131 DSCN, 147 E EG-CP14, zie Audio-/videokabel (AV-kabel) EH-62A, zie Lichtnetadapterset E-mailbijlagen, 96 EN-EL5, 16, 18, 132, 153 zie ook Batterij Enkelvoudig, 80 Exif 2.
L P Lampje, flitser, 29 LANDSCHAP E, 36, 146 Lichtmeting, 79 Centrum-gericht, 79 Matrix, 79 Spot, 79 Spot AF-veld, 79 Lichtnetadapterset, 19, 132 Luidspreker, 13 PAL, zie Video-uitvoer PANORAMA ASSIST F, 36, 40, 146 Papierformaat, 69, 70 PARTY/BINNEN C, 35, 146 PictBridge, 69 PictureProject, 62 Polskoord, camera, 12 PORTRET (GEZ.PRIOR.
Spraakmemopictogram, 55 SSCN, 147 Standaardwaarden, 108, 143 Stand-by, 25, 105, 121 Statief, 13, 30 STRAND/SNEEUW H, 36, 146 T Taal, 22, 106 Tegenlicht, 92 TEGENLICHT L, 37, 146 Teleknop, zie k v knop Tijdzone, 22, 100 TL-licht, 149 Trilling, zie Vibratiereductie Tv aansluiten op, 61 U UC-E6, zie USB-kabel Uitsneden maken, 54, 150 USB, 62, 64, 68, 107 Mass Storage, 64, 107 PTP, 64, 107 USB-aansluiting, 12 USB-kabel, 62, 68 V Technische opmerkingen Vast diafragma, 42, 88 Verscherping, 14, 84 Verzadiging,
Nl Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, in welke vorm ook, volledig of gedeeltelijk, zonder de schriftelijke toestemming van NIKON CORPORATION (met uitzondering van korte citaten in artikels of besprekingen). Nikon gids voor digitale fotografie met de DIGITALE CAMERA (Nl) Fuji Bldg.