Operation Manual

40
Meer weten over foto’s maken
L TEGENLICHT
Te gebruiken wanneer licht van achter het onderwerp komt,
waardoor het in de schaduw komt te liggen, of wanneer uw
onderwerp zich voor een achtergrond bevindt die fel wordt
belicht.
Bij EFFECT 1 lijken personen helderder dan normaal.
Bij EFFECT 2 wordt de foto afgestemd op de helderheid van mensen. Gebruik dit
effect als mensen er nog steeds donker uitzien bij EFFECT 1.
C C F AF
M CLOSE-UP
Voor levensechte kleuren bij close-up opnamen van bloemen, insec-
ten en andere kleine objecten, waarbij de achtergrond onscherp blijft.
Bij
EFFECT 1
wordt het onderwerp intenser en helderder vastgelegd.
Bij
EFFECT 2
worden achtergronddetails zachter gemaakt en rea-
geert de sluiter sneller. Optimaal om bewegende onderwerpen vast
te leggen, zoals bloemen die wuiven in de wind.
Om scherp te stellen tot op 4 centimeter van het objectief, dient u de zoom bij te
stellen totdat het macropictogram (F) op de monitor groen wordt.
De kortste instelafstand varieert met de zoomstand.
De camera stelt continu scherp tot de scherpstelvergrendeling wordt ingesteld
door de ontspanknop half in te drukken.
Maak met behulp van de multi-selector een keuze uit 99 scherpstelvelden.
Niveau van bewegingsonscherpte:
C
B
(wijzigbaar)
F F
N MUSEUM
Gebruik deze stand binnen, als flitsen verboden is (bijvoorbeeld
in musea en galeries) of onder andere omstandigheden waarin
flitsen binnenshuis niet gewenst is.
De Best Shot Selector (BSS; c92) wordt automatisch inge-
schakeld, waardoor de gevolgen van camerabeweging wor-
den verminderd.
Op bepaalde locaties kan fotograferen geheel verboden zijn. Ga na of het is toe-
gestaan en vraag anders om toestemming.
De AF-hulpverlichting licht niet op, zelfs niet voor een donker onderwerp.
Niveau van bewegingsonscherpte:
C B F
AF
(wijzigbaar)