Nl Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, in welke vorm ook, volledig of gedeeltelijk, zonder de schriftelijke toestemming van NIKON CORPORATION (met uitzondering van korte citaten in artikels of besprekingen). De Nikon gids voor digitale fotografie met de DIGITALE CAMERA (Nl) Fuji Bldg.
Handelsmerk-informatie Apple, het Apple logo, Macintosh, Mac OS en QuickTime zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Computer, Inc. Finder is een handelsmerk van Apple Computer, Inc. Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. Internet is een handelsmerk van Digital Equipment Corporation. Adobe en Acrobat zijn gedeponeerde handelsmerken van Adobe Systems Inc. Het SD-logo is een handelsmerk van de SD Card Association. PictBridge is een handelsmerk.
Gefeliciteerd met de aanschaf van deze Nikon COOLPIX P1/P2 digitale camera. Deze gebruikshandleiding is erop gericht de gebruiker maximaal plezier te geven in het maken van digitale opnamen met deze Nikon digitale camera. Lees deze gebruikshandleiding goed door en zorg ervoor dat u haar bij het gebruik van de camera onder handbereik hebt.
Voor uw veiligheid Lees om schade aan het Nikon-product of letsel bij uzelf te voorkomen de nu volgende veiligheidsvoorschriften goed door alvorens het product te gebruiken. Bewaar deze veiligheidsvoorschriften op een plaats waar gebruikers van het product er kennis van kunnen nemen.
• Raak de stekker of de batterijlader niet aan met natte handen. Als u deze voorzorgsmaatregel niet in acht neemt, kan dat leiden tot een elektrische schok. Neem bij het gebruik van batterijen onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht Batterijen kunnen lekken of ontploffen wanneer ze verkeerd worden gebruikt.
Opmerkingen • Voor de gehele of gedeeltelijke reproductie, transmissie, transcriptie, opslag in een geautomatiseerd gegevensbestand, of vertaling in welke taal dan ook, in welke vorm dan ook, en met welke middelen dan ook van de bij het Nikon-product geleverde handleidingen, is de voorafgaande schriftelijke toestemming van Nikon vereist.
Kennisgeving voor klanten in Europa Hierbij verklaart Nikon dat deze digitale camera in overeenstemming is met de essentiële eisen en de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. Symbool voor gescheiden inzameling zoals dat wordt gebruikt in Europese landen Dit symbool betekent dat dit product apart moet worden ingezameld. Het volgende is alleen van toepassing op gebruikers in Europa. • Dit product dient gescheiden ingezameld te worden op een daartoe bestemd inzamelpunt.
Mededeling betreffende het verbod op kopiëren en reproduceren Let er op dat alleen al het bezit van materiaal dat digitaal is gekopieerd of gereproduceerd door middel van een scanner, digitale camera of ander apparaat wettelijk strafbaar kan zijn.
vii
Inhoudsopgave Voor uw veiligheid ............................................................................................................... ii Opmerkingen...................................................................................................................... iv Inhoudsopgave ................................................................................................................. viii Voordat u begint ................................................................................
Beelden bewerken............................................................................. 76 Bewerkingsfuncties voor beelden ...................................................................................... Uitsneden maken: Uitsnede............................................................................................... Contrast verbeteren: D-Lighting ........................................................................................ H Een kleiner beeld maken: Kleine kopie...............
Het setup-menu............................................................................... 115 Werken met het setup-menu .......................................................................................... R Menu’s..................................................................................................................... V Welkomstscherm ..................................................................................................... W Datum ............................................
Voordat u begint Inleiding Nikon COOLPIX digitale camera’s zijn volgens de hoogste technologische standaards ontwikkeld en bevatten complexe elektronische circuits.
Onderdelen van de camera Ontspanknop (c22) Voordat u begint Hoofdschakelaar (c14) Keuzeknop (c6) Camera-aan-lampje (c14) Ingebouwde flitser (c27) Luidspreker Oogje voor polskoord Antenne (c140) Microfoon (c58) Zelfontspannerlampje (c30)/ AF-hulpverlichting Objectief naar (LED; c23, 150, 164)/ Opnamebevestiging (LED; c124) Objectief (c151, 164) Lampje voor draadloos overspelen (c141) binnen Objectief-bescherming Bevestiging van het polskoord 2
m knop (c86, 104) Rood (C) lampje (c22) Voordat u begint Zoom (j/kl) knoppen (c7, 20) Monitor (c4) d (centrum)/ E (overspelen) (c7, 61) Klepje aansluiting interface Statiefaansluiting (c30, 44) Multi-selector (C/H/F/I) (c7, 27, 30, 31, 33) Wissen A knop (c24, 55) Weergave i knop (c24, 55) Deksel batterijruimte/geheugenkaartsleuf (c10) Klepje aansluiting voeding (voor lichtnetadapterkit) USB (c62)/ Audio/Video (A/V) uit (c60) aansluiting Deksel batterijruimte/ geheugenkaartsleuf (c10) Klepje aanslu
De monitor Opname Voordat u begint 2 6 4 3 1 35 33 29 30 32 31 26 25 28 27 5 AF 34 24 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 4 7 8 10 NORM F2.7 9999 AUTO 1/60 23 22 21 20 9 11 10 13 14 15 16 17 12 18 19 De getoonde pictogrammen variëren met de instellingen van de camera. 21 Scherpstelveld9) . . . . . . Opnamestand . . . . . . 18, 34, 81 1) Gebruikersinstelling . . . . . 103 Verscherping. . . . . . . . . . . . . 95 AE-L-aanduiding2) . . . . . . . . . 43 Scherpstelaanduiding3) .
Weergave 18 17 2005 12 01 12 00 NORM 13 12 11 5 7 1 2 3 4 5 6 Voordat u begint 16 15 14 100NIKON 0008 JPG 8 7 9 10 12s De getoonde pictogrammen variëren met de instellingen van de camera. 1 Huidige map . . . . . . . . . . . . . 25 2 Bestandsnummer en -type. . . 25 3 Aanduiding intern geheugen/ geheugenkaart . . . . . . . . . . . 18 4 Aanduiding batterijlading1) . . . . . . . . . . . 14 5 Volume-aanduiding. . . . . . . . 85 6 Spraakmemo opname-hulp . . . . 58 7 Spraakmemo weergave-hulp . . .
De keuzeknop Voordat u begint Plaats om een stand te kiezen de gewenste instelling tegenover de markering "q" naast de keuzeknop. b Onderwerp (c34) P A (c45) Gebruik deze standen voor een wisselende mate van controle over sluitertijd en diafragma. Kies uit zestien onderwerpsstanden die zijn afgestemd op onderwerpen of opnameomstandigheden en laat de rest aan de camera over. S Film (c80) Kies een van de zeven filmstanden.
Navigeren door de menu’s Druk op d om een selectie te maken of een submenu op te roepen. Verplaats cursor omhoog. Terugkeren naar vorig menu of cursor naar links verplaatsen. Submenu weergeven of cursor naar rechts verplaatsen. Verplaats cursor omlaag. Met behulp van de multi-selector kunt u het veld verplaatsen waarin een foto wordt weergegeven of kunt u een foto selecteren. De Help weergeven Met de COOLPIX P1/P2 kunt u op de monitor uitleg over standen en menu’s van de camera bekijken.
Voorbereiding De batterij opladen De camera gebruikt een oplaadbare Nikon EN-EL8 lithium-ionbatterij (meegeleverd). Laad de batterij op voordat u deze voor het eerst gebruikt of wanneer de batterij bijna leeg is. 1 Het netsnoer aansluiten Voorbereiding Sluit het netsnoer aan op de meegeleverde MH-62 batterijlader (1) en steek de stekker in een stopcontact (2). Het lampje CHARGE gaat nu branden om aan te geven dat de lader aan staat (3).
3 De stekker van de lader uit het stopcontact halen Verwijder de batterij en haal de stekker uit het stopcontact. Voorbereiding De MH-62 batterijlader Lees de waarschuwingen en opmerkingen op pagina ii tot en met vii van deze handleiding en neem ze in acht voordat u de MH-62 gebruikt. De MH-62 is bedoeld voor gebruik met EN-EL8 batterijen. Gebruik de lader niet met andere soorten batterijen. Het meegeleverde netsnoer is uitsluitend bedoeld voor gebruik met de MH-62 en alleen voor huishoudelijk gebruik.
Batterijen plaatsen Plaats een EN-EL8 batterij, die volledig is opgeladen met de meegeleverde MH-62 batterijlader, in de camera. het deksel van de batterij1 Open ruimte/geheugenkaartsleuf Voorbereiding Schuif het deksel zover mogelijk in de aangegeven richting in (1) en open het deksel (2). 2 Plaats de batterij Plaats de batterij als aangegeven op het label bij de opening van de batterijruimte; let erop dat de positieve "+" en negatieve "–" polen correct worden geplaatst.
het deksel van de batterij3 Sluit ruimte/geheugenkaartsleuf Sluit het deksel (1) en schuif het dicht totdat het wordt vergrendeld (2). Ga na of het deksel goed gesloten is. Voorbereiding Batterijen vervangen Schakel de camera uit en ga na of het camera-aan-lampje is uitgegaan voordat u het deksel van de batterijruimte/geheugenkaartsleuf opent. Schuif de batterijvergrendeling in de aangegeven richting om de batterij omhoog te laten komen. De batterij kan daarna met de hand worden verwijderd.
Geheugenkaarten plaatsen Beelden kunnen worden opgeslagen in het interne geheugen van de camera (ongeveer 32 MB voor de P1/16 MB voor de P2) of op een SD (Secure Digital) geheugenkaart. Als de camera geen geheugenkaart bevat, worden de beelden opgeslagen in het interne geheugen van de camera. Als er wel een geheugenkaart in de camera is geplaatst, worden de beelden automatisch opgeslagen op de kaart. Als u beelden in het interne geheugen wilt opslaan, moet u de geheugenkaart uit de camera halen.
De beveiligingsschuif Geheugenkaarten zijn voorzien van een beveiligingsschuif tegen ongewild dataverlies. Staat deze schuif in de stand "Lock" (beveiligd), dan is het niet mogelijk foto’s op te nemen, te wissen en te bewerken. De kaart kan ook niet worden geformatteerd. Beveilig de kaart niet wanneer u foto's maakt, bewerkt of verwijdert, wanneer u beelden overspeelt naar een computer, wanneer u de draadloze overdrachtsstand gebruikt of wanneer u de geheugenkaart formatteert.
Batterijconditie controleren 1 Zet de camera aan • Druk op de hoofdschakelaar. • Het camera-aan-lampje brandt wanneer de camera ingeschakeld is. Voorbereiding de batterijconditie op de 2 Controleer monitor AUTO 1/60 F2.7 NORM Als de camera voor het eerst wordt ingeschakeld, verschijnt een taalkeuzevenster. Kies de gewenste taal en druk op d. Zie "Setup - basisinstellingen"(c16). 14 Batterijconditie Melding Betekenis GEEN PICTOGRAM Batterij volledig geladen. w (brandt) Batterij bijna leeg.
De knop i De camera kan ook worden ingeschakeld door de knop i ongeveer een seconde ingedrukt te houden (behalve als de keuzeknop is ingesteld op Y). Het beeld beslaat nu het hele scherm (c24). Het camera-aan-lampje Wanneer het camera-aan-lampje Aan Knippert Uit Is de camera Aan In de standby-stand, automatische uitschakeling of wacht op volgende opname in stand Intervalopnamen of Interval film.
Setup - basisinstellingen De eerste keer dat de camera wordt aangezet, verschijnt het taalselectievenster op de monitor. Volg onderstaande stappen om een taal te kiezen en tijd en datum in te stellen. Voorbereiding DATUM Tijd/datum instellen? Nee Ja Annuleren Ingestld Ingestld Selecteer Deutsch (Duits), English (Engels), Er verschijnt een bevestigingsscherm. Español (Spaans), Français (Frans), Itali- Markeer Ja.
DATUM DATUM D M J D M J 01 09 2005 01 09 2005 00 00 00 Stel Dag in (volgorde van Dag, Maand en Jaar kan in sommige regio’s afwijken). DATUM DATUM D M J D M J 01 09 2005 01 12 2005 00 00 13 00 Ingestld Selecteer Maand. Herhaal stap 7 en 8 om Markeer D M J. de Maand, het Jaar, het uur en de minuten in te stellen. DATUM M D J 12 01 2005 13 00 Ingestld AUTO 1/60 F2.
Foto’s maken - basistechniek Stap 1–De stand X selecteren Dit hoofdstuk behandelt de basishandelingen voor het maken van foto’s in de stand X (Automatische opname). In de automatische stand (voor simpelweg richten en afdrukken) wordt het merendeel van de camera-instellingen automatisch afgestemd op de omstandigheden, wat in de meeste situaties optimale resultaten geeft.
Resterend aantal opnamen Beschikbare functies in de automatische opnamestand In de stand X (automatisch) kunnen flitser, zelfontspanner, scherpstelling en belichtingscorrectie worden ingesteld (c26). In de stand Z kunnen Beeldkwaliteit en Beeldformaat worden ingesteld (c47).
Stap 2–Compositie bepalen 1 Maak de camera klaar Houd de camera rustig en stevig met twee handen vast. U kunt de beelduitsnede van foto’s bepalen via de monitor. Dek het beeld niet af Foto’s maken - basistechniek Zorg ervoor dat er niets voor het objectief, het flitsvenster, de AF-hulpverlichting, de microfoon of de antenne zit, anders krijgt u donkere of gedeeltelijk afgedekte opnamen.
Digitale zoom Wanneer er weinig licht is Wanneer er weinig licht is, wordt de ISO-gevoeligheid verhoogd. Het beeld op de monitor kan daardoor enigszins korrelig worden. Dat is normaal en wijst niet op een fout. 21 Foto’s maken - basistechniek • Bij digitale zoom wordt beeldinformatie van de beeldsensor van de camera digitaal bewerkt, waardoor het centrale deel van het beeld wordt vergroot tot dit het hele beeld vult.
Stap 3–Scherpstellen en afdrukken 1 Scherpstellen Foto’s maken - basistechniek AUTO 1/60 F2.7 Druk de ontspanknop half in om scherpstelling en belichting in te stellen. De camera heeft een ontspanknop met twee standen. Als u de ontspanknop half indrukt, legt de camera scherpstelling en belichting vast. Scherpstelling en belichting blijven vergrendeld zolang de ontspanknop half ingedrukt wordt gehouden. • In de stand X stelt de camera automatisch scherp op het onderwerp in het midden van het beeld.
Tijdens de opname Het geheugenpictogram (M of O) knippert terwijl beelden worden opgeslagen in het geheugen of op de geheugenkaart. Terwijl beelden worden opgenomen, mag u de camera niet uitzetten, de geheugenkaart niet verwijderen en de stroombron niet verwijderen/afkoppelen. Onder deze omstandigheden kan een stroomonderbreking of verwijdering van de geheugenkaart leiden tot informatieverlies of beschadiging van de camera, het interne geheugen of de kaart.
Stap 4–Resultaten bekijken (schermvullende weergave) 1 Druk op de knop i • De knop is uitgeschakeld als de keuzeknop is ingesteld op Y. Zorg ervoor dat de keuzeknop niet is ingesteld op Y. Foto’s maken - basistechniek 2005 12 01 12 00 100NIKON 0001 JPG NORM 1 2 Bekijk de foto’s op de monitor • Deze stand wordt "schermvullende weergave" genoemd.
Meer over weergave Zie "Meer weten over weergave" (c55 - 75) voor meer informatie over weergave. Beeldbestands- en mapnamen Identificator Extensie c Foto DSCN .JPG 24 Beeldtype Origineel Kopie Audio Film DSCN .MOV 85 Interval film INTN .MOV 83 Kopie gemaakt met Kleine kopie SSCN .JPG 79 Uitsnedekopie RSCN .JPG 77 Een kopie die gemaakt is met behulp van D-Lighting FSCN .JPG 78 Spraakmemo DSCN, RSCN, SSCN, FSCN .
Meer weten over foto’s maken Naast de stand X (automatisch), die wordt toegelicht in "Foto's maken - Basistechniek" (c18), biedt de COOLPIX P1/P2 de opnamestanden P (geprogrammeerd automatisch), A (diafragmavoorkeuze) en b (onderwerpsstand). U selecteert een stand met de keuzeknop. Sommige functies kunnen worden ingesteld terwijl u foto's maakt in alle standen, terwijl andere functies alleen kunnen worden ingesteld in de standen P en A.
C Wanneer er weinig licht is: Flitser gebruiken De volgende zes flitsstanden zijn beschikbaar: Stand Hoe het werkt Wanneer te gebruiken Flitser wordt ontstoken Beste keuze in meeste situaties. wanneer er weinig licht is. A Automatisch met rodeogencorrectie Om "rode ogen" te onderdrukken, wordt de voorflitser gebruikt vóór de hoofdflitser ontsteekt. Als "rode ogen" worden gedetecteerd nadat het beeld werd gemaakt, corrigeert de camera de "rode ogen" bij het opslaan van het beeld.
Zo kiest u de flitsstand: Flitser AUTO AUTO Flitser AUTO : Ingestld : Ingestld Geef het flitsmenu weer. Selecteer de gewenste stand en druk op d. De flitsstand wordt weergegeven op de monitor. (Als u het menu wilt verlaten zonder de stand te wijzigen, wacht u twee seconden zonder op d te drukken). Meer weten over foto’s maken Het pictogram J (cameratrilling) Wanneer er weinig licht is en de flitser uit staat (B), worden de sluitertijden langer en neemt de kans op bewogen foto’s toe.
Rode-ogencorrectie De flitsfunctie voor rode-ogencorrectie van de COOLPIX P1/P2 maakt gebruik van een geavanceerde methode voor het verminderen van rode ogen. De voorflitser flitst meerdere keren voordat de hoofdflitser flitst om rode ogen te onderdrukken. Als de camera ondanks deze functie nog rode ogen detecteert, corrigeert de camera dit effect automatisch als het beeld wordt opgeslagen (rode-ogencorrectie in de camera).
H Een zelfportret maken: Gebruik van de zelfontspanner Als de zelfontspanner is ingeschakeld, wordt de opname tien of drie seconden na het indrukken van de ontspanknop gemaakt. U kunt deze functie gebruiken om zelf op de foto te komen, maar ook om bij dichtbij-opnamen of opnamen bij weinig licht het gevaar van trilling te verminderen, omdat het indrukken van de ontspanknop trilling veroorzaakt.
F Scherpstellen op het onderwerp: De scherpstelstand gebruiken Kies een scherpstelstand afhankelijk van het onderwerp en de compositie. Stand Hoe het werkt Wanneer te gebruiken Camera past scherpstelling Als onderwerp zich meer automatisch aan, afhankelijk dan 50 centimeter van het van afstand tot onderwerp. objectief bevindt. w Oneindig De camera stelt scherp op oneindig; scherpstelaanduiding licht op als de ontspanknop half is ingedrukt. Flitser is uitgeschakeld.
De scherpstelstand kiezen: Scherpstelling AF AF Scherpstelling : Ingestld AF AF : Ingestld Roep het menu voor de scherpstelstand Selecteer de optie. op. Meer weten over foto’s maken AUTO 1/60 F2.7 NORM 14 Verlaat menu. Het pictogram voor de scherpstelstand verschijnt op de monitor. (Als u het menu wilt verlaten zonder de scherpstelstand in te stellen, wacht u twee seconden zonder op d te drukken.) Scherpstelstand De scherpstelstand is niet beschikbaar in bepaalde onderwerpsstanden (c34 - 44).
I De belichting regelen: Belichtingscorrectie Belichtingscorrectie wordt gebruikt om de belichting aan te passen ten opzichte van de waarde die de camera voorstelt. De belichtingscorrectie kan in stappen van 1/3 LW worden ingesteld tussen –2,0 LW (onderbelichting) en +2,0 LW (overbelichting). : Sluit : Sluit 0 +1.0 Belichtingscorrectie De belichtingscorrectie is niet beschikbaar als K VUURWERK (c39) is geselecteerd in de onderwerpsstand.
b Onderwerpsstand De onderwerpsstand biedt een menu met zestien onderwerpen, die elk overeenkomen met een veel voorkomende situatie, zoals een onderwerp met tegenlicht, een zonsondergang of een binnenopname. De camera-instellingen worden automatisch aan de geselecteerde situatie aangepast, waardoor u niet elke instelling afzonderlijk hoeft uit te voeren. Via Geavanceerde opties kunt u drie effecten, waaronder NORMAAL, selecteren voor elf van de zestien onderwerpsstanden.
PORTRET NORMAAL EFFECT 1 EFFECT 1 2 Sluit Ingestld Selecteer de optie. 1/60 Help F2.7 NORM 14 Stel een optie in en keer terug naar de opnamestand. • Als Geavanceerde opties niet is ingesteld op NORMAAL, verschijnt het geselecteerde effect (1 of 2) naast het pictogram voor de onderwerpsstand. Meer weten over foto’s maken Onderwerpsstanden De onderwerpsstanden geven, afhankelijk van het onderwerp, mogelijk niet altijd het gewenste resultaat.
De volgende onderwerpsstanden zijn beschikbaar: A PORTRET (GEZ.PRIOR.) Deze functie is bedoeld voor het fotograferen van portretten (vanaf het middel) van maximaal drie personen. Wanneer de camera een menselijk gezicht herkent, verschijnt het vierkante scherpstelveld en is het onderwerp scherp (gezichtprioriteitAF). Wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt, wordt het scherpstelveld vergrendeld en stelt de camera scherp. Hoofdonderwerpen zijn duidelijk afgetekend tegen een zachte achtergrond.
C PARTY/BINNEN Om achtergronddetails of het effect van kaarslicht of andere soorten binnenverlichting te behouden. Met EFFECT 1 zijn beelden minder vaag. Net als met EFFECT 1 zijn beelden met EFFECT 2 minder vaag. Achtergronden zijn echter lichter dan bij EFFECT 1. • Niveau van bewegingsonscherpte: C A (wijzigbaar) F AF C A (wijzigbaar) F Meer weten over foto’s maken D NACHTPORTRET Voor opnamen met een natuurlijke balans tussen hoofdonderwerp en achtergrond als u portretten maakt bij weinig licht.
F PANORAMA ASSIST Te gebruiken wanneer u een serie foto’s maakt die later worden samengevoegd tot één beeld (bijvoorbeeld een panorama of een 360 graden virtual reality beeld). Zie pagina 43 voor meer informatie over hoe u foto's maakt met deze functie. • De flitser-, zelfontspanner-, scherpstel- en belichtingsstanden zijn vast ingesteld op de waarden voor de eerste opname in een reeks. De zoom is ook vast ingesteld op de waarde voor de eerste opname in een reeks.
I ZONSONDERGANG Legt de diepe tinten van zonsopgangen en zonsondergangen prachtig vast. Bij EFFECT 1 worden de rode kleurtinten intenser weergegeven. Bij EFFECT 2 blijven de kleuren van de zonsopgang en de zonsondergang behouden. • Niveau van bewegingsonscherpte: C B F AF C B F w K VUURWERK Het contrast met de achtergrond wordt versterkt en het vuurwerk steekt duidelijker af. Bij EFFECT 1 wordt vuurwerk helder weergegeven. Bij EFFECT 2 worden de lichtsporen van een groot vuurwerk helder weergegeven.
L TEGENLICHT Te gebruiken wanneer licht van achter het onderwerp komt, waardoor het in de schaduw komt te liggen, of wanneer uw onderwerp zich voor een achtergrond bevindt die fel wordt belicht. Bij EFFECT 1 lijken personen helderder dan normaal. Bij EFFECT 2 wordt de foto afgestemd op de helderheid van mensen. Gebruik dit effect als mensen er nog steeds donker uitzien bij EFFECT 1.
O KOPIE Geeft heldere opnamen van teksten of tekeningen op een whiteboard of van drukwerk, zoals een visitekaartje. • Gekleurde teksten en tekeningen komen in het uiteindelijke resultaat mogelijk niet optimaal over. C B (wijzigbaar) F AF (wijzigbaar) C B F AF (wijzigbaar) 41 Meer weten over foto’s maken P SPORT Door snelle sluitertijden worden bewegingen bevroren voor dynamische sportopnamen.
A PORTRET (GEZ.PRIOR.) gebruiken: Meer weten over foto’s maken Draai de keuzeknop naar b. K knippert in het midden van de monitor (standaardinstelling). • K geeft de grootte aan van het gezicht van het onderwerp dat de camera kan herkennen. • Als een ander onderwerpsmenu is geselecteerd, drukt u op de knop m en selecteert u A. Als het gezicht bijna dezelfde grootte heeft als K, herkent de camera het gezicht en wordt het gezicht omkaderd met L (geel).
F PANORAMA ASSIST gebruiken: PANORAMA ASSIST Sluit Ingestld 1/60 Help F2.7 NORM 14 Selecteer F (PANORAMA ASSIST) in het De bewegingsrichting (E) wordt geel onderwerpsmenu. weergegeven. Van beneden naar boven Van links naar rechts 1/60 F2.7 NORM 14 Van boven naar beneden Kies hoe de beelden in het voltooide panorama worden samengevoegd. In deze richting moet u de camera na iedere opname bewegen. 1/60 F2.
Bepaal de compositie voor het volgende beeld dat het vorige beeld moet overlappen. 1/60 F2.7 NORM 14 Meer weten over foto’s maken Maak de volgende opname. Herhaal stap Beëindig de serie. 6 en 7 totdat alle opnamen in de serie zijn • De opname eindigt ook als u de stand gemaakt. wijzigt met de keuzeknop of als de camera stand-by gaat. Panorama Assist (Panorama-assistentie) De flits-, zelfontspanner-, scherpstel- en belichtingscorrectiestand kunnen worden ingesteld nadat de draairichting is ingesteld.
P/A Sturen van de belichting: Belichtingsstanden In de standen P en A kunnen de sluitertijd en het diafragma worden aangepast aan uw creatieve bedoelingen. Met de standen P en A kunt u ook de ISO-gevoeligheid (c50), witbalans (c52) en de opties in het opnamemenu (c86) regelen. Stand Hoe het werkt Wanneer te gebruiken P: Geprogrammeerd automatisch 1/60 Draai de keuzeknop naar P. F2.7 NORM 14 Bepaal de compositie, stel scherp en druk af.
A: Diafragmavoorkeuze automatisch 1/60 F2.7 NORM 14 : Sluit 0 F2.7 Histogram Draai de keuzeknop naar A. Geef de waarde voor belichtingscorrectie (instelscherm voor belichtingscorrectie) en het histogram (verdeling van tinten) weer. Meer weten over foto’s maken : Sluit 0 F2.7 Selecteer het diafragma. Bepaal de compositie, stel scherp en druk af.
Z Bestandsgrootte regelen: Beeldkwaliteit en -formaat selecteren De grootte van de bestanden en het aantal beelden dat kan worden opgeslagen in het geheugen of op de geheugenkaart is afhankelijk van de kwaliteit en het formaat van de beelden. Kies voordat u gaat fotograferen een beeldkwaliteit en beeldformaat, afhankelijk van het gebruik en de bestemming van de foto. X Beeldkwaliteit Optie Omschrijving Compressie Y FIJN Fijne kwaliteit, geschikt voor vergrotingen en kwaliteitsprints.
Kies een van de volgende opties, afhankelijk van de toepassing en de bestemming van de opname. Beeldformaat (pixels) Afdrukformaat (cm)* Meer weten over foto’s maken c 3264 × 2448 (standaardinstelling voor P1) d 2592 × 1944 (standaardinstelling voor P2) e 2048 × 1536 f 1600 × 1200 g 1280 × 960 h 1024 × 768 i 640 × 480 j 3264 × 2176 (voor P1) j 2592 × 1728 (voor P2) 28 × 21 22 × 16 17 14 11 9 5 × × × × × 13 10 8 7 4 28 × 18 22 × 15 * Alle getallen zijn benaderingen.
Beeldkwaliteit/-formaat en resterend aantal opnamen Onderstaande tabel geeft bij benadering het aantal beelden dat kan worden opgeslagen in het interne geheugen en op een geheugenkaart van 256 MB bij verschillende kwaliteits-/formaatinstellingen.
W ISO-gevoeligheid gebruiken De ISO-gevoeligheid is een maatstaf voor de lichtgevoeligheid van de camera. Wanneer de gevoeligheid wordt verhoogd, is er minder licht nodig voor een bepaalde belichting, zodat een kortere sluitertijd mogelijk is. Dit wordt aanbevolen wanneer u foto's maakt bij weinig licht of van bewegende onderwerpen. Er kan echter "ruis" in de vorm van her en der verspreide, helder gekleurde pixels optreden.
Flitslicht gebruiken De instelling 400 is bedoeld voor gebruik bij natuurlijk licht. Kies Automatisch, 50 (voor P1), 64 (voor P2), 100 of 200 als u de flitser gebruikt (c27). Het opnamemenu U kunt de ISO-gevoeligheid ook instellen via de optie Gevoeligheid in het opnamemenu (c86).
d De kleurtoon aanpassen: Witbalans gebruiken Meer weten over foto’s maken De kleur van het licht dat door het onderwerp wordt gereflecteerd, is mede afhankelijk van de kleur van de lichtbron. Onze hersenen passen zich aan kleurveranderingen aan, met als resultaat dat we witte objecten als wit zien, ongeacht het feit of ze zich in de schaduw bevinden, in direct zonlicht of onder het licht van gloeilampen.
De witbalans instellen Een instelling voor de witbalans kiezen: WITBALANS 1/2 A-WB Automatisch PRE Witbal. Preset WITBALANS 1/2 A-WB Automatisch PRE Witbal. Preset Dir. zonlicht Gloeilamp-licht TL-licht Dir. zonlicht Gloeilamp-licht TL-licht Ingestld Ingestld Het menu WITBALANS verschijnt. Selecteer de gewenste optie en druk op d. 1/60 F2.7 NORM 14 Het opnamemenu U kunt de witbalans ook instellen via de optie Witbalans in het opnamemenu (c86).
f Vooringestelde witbalans De vooringestelde witbalans wordt gebruikt onder menglicht-omstandigheden (verschillende soorten licht) of om een correctie te realiseren voor lichtbronnen met een duidelijke kleurzweem (bijvoorbeeld om foto’s die werden gemaakt met het licht van lamp met een rood schijnsel, er uit te laten zien alsof ze bij normaal licht werden gemaakt). Kiest u f Witbal. Preset uit het witbalansmenu, dan zoomt de camera in en verschijnt het rechtsboven vertoonde menu op de monitor. WITBAL.
Meer weten over weergave Beelden met de camera bekijken Schermvullende weergave Druk in de opnamestand op de knop i om over te schakelen naar de schermvullende weergave (c24). • Als de camera is uitgeschakeld, drukt u gedurende ongeveer één seconde op de knop i om de camera aan te zetten in de schermvullende weergavestand (behalve als de keuzeknop is ingesteld op Y).
Histogram bekijken Druk in de schermvullende weergave op d om het histogram te bekijken (c33). De volgende huidige instellingen worden rechts in het scherm weergegeven: opnamestand, sluitertijd, diafragma, belichtingscorrectie, ISO-gevoeligheid Lichte gedeelten knipperen. Druk op d terwijl het histogram wordt weergegeven om terug te keren naar de schermvullende weergavestand 100NIKON 0001 JPG P 1/60 F2.7 0.
Nader bekijken: Zoomweergave Terwijl de snelle zoomweergave van kracht is, kunt u met k (T) en j (W) in- en uitzoomen op de foto. 3.0 Schuiven Actie Inzoomen Zoomen Druk op Omschrijving k(T) Druk op k (T) terwijl snelle zoomweergave actief is om tot maximaal 10× in te zoomen. Terwijl er wordt ingezoomd, verschijnen het pictogram k en de zoomverhouding in de linkerbovenhoek van de monitor. Gebruik de multi-selector om te scrollen naar gedeelten die niet op de monitor zichtbaar zijn.
Spraakmemo’s: Opname en weergave Een spraakmemo kan worden opgenomen met de ingebouwde microfoon en toegevoegd worden aan elke opname die gemarkeerd is met het pictogram N:O (spraakmemo-opnamehulp) bij schermvullende weergave (c24). 2005 12 01 12 00 NORM Actie Druk op Meer weten over weergave Spraakmemo wissen 58 NORM 1 12s Beelden met spraakmemo’s zijn gemar- 2005 12 01 keerd met het pictogram N:P in de 12 00 schermvullende weergave. Druk op de ontspan- ontspanknop om de spraakmemo af te spelen.
Opslag Bestandsnamen voor spraakmemo’s bestaan uit een identificator ("DSCN" voor memo’s die bij originele opnamen horen), een viercijferig bestandsnummer, gekopieerd van het bijbehorende beeld, en de extensie ".WAV" (bijv."DSCN0015.WAV"). Opmerkingen bij spraakmemo’s • Spraakmemo’s kunnen niet worden opgenomen voor films. • Als er reeds een spraakmemo voor het huidige beeld bestaat, moet die spraakmemo worden gewist voor een nieuwe spraakmemo kan worden opgenomen.
Beelden op tv bekijken Met de EG-CP14 audio/videokabel, die bij uw camera wordt geleverd, kunt u de camera aansluiten op een tv-toestel of een videorecorder. 1 De camera uitzetten Zet de camera uit voordat u de A/V-kabel aansluit of afkoppelt. 2 Sluit de A/V-kabel aan op de camera Open het klepje over de aansluitingen en steek de zwarte stekker van de A/V-kabel in de audio/video (A/V) uit-aansluiting van de camera. Let op dat u de stekker in de juiste stand en recht in de aansluiting plaatst.
Beelden op de computer bekijken Met de UC-E6 USB-kabel en PictureProjectsoftware die bij uw camera worden geleverd, kunt u beelden en films op een computer bekijken. Voordat u beelden kunt overspelen naar uw computer, moet u PictureProject installeren. Zie de Snelhandleiding en de PictureProject-naslaggids (op cd-rom) voor informatie over het installeren van PictureProject. U kunt beelden overspelen naar een computer met een draadloos LAN en de beelden op de computer bekijken.
USB-kabel aansluiten Zet de computer aan en wacht tot deze is opgestart. Nadat u hebt gecontroleerd dat de camera uit staat, sluit u de UC-E6 USB-kabel (bij uw camera geleverd) aan zoals hieronder aangegeven. Let op dat u de stekker in de juiste stand en recht in de aansluiting plaatst. Gebruik geen kracht bij het aansluiten of ontkoppelen. Sluit de camera rechtstreeks op de computer aan. Sluit de camera niet aan via een USB-hub of toetsenbord.
Beelden overspelen Wanneer PictureProject Transfer wordt weergegeven op het scherm van de computer, drukt u op de knop d (Overspelen E) op de camera of klikt u op de knop Overspelen in PictureProject om beelden over te spelen naar de computer. Voor informatie over PictureProject, zie de Snelhandleiding of de PictureProject-naslaggids (op cd-rom).
Ontkoppelen van de camera Als PTP (standaardoptie) geselecteerd is bij USB in het setup-menu: U kunt de camera uitzetten en de USB-kabel loskoppelen als het overspelen ten einde is. Als Mass storage is geselecteerd bij USB in het setup-menu: U dient de camera van het systeem te verwijderen zoals hierna aangegeven, voor u de camera uitschakelt en de kabel loskoppelt.
Foto’s printen Beelden die opgeslagen zijn in het interne geheugen of op de geheugenkaart, kunnen op dezelfde manier worden geprint als beelden die met een filmcamera zijn gemaakt. Met de optie Printopdracht in het weergavemenu van de camera kunt u opgeven welke foto’s er geprint moeten worden en in welk aantal, en welke informatie er bij de print moet worden verwerkt.
w Printopdracht De optie Printopdracht in het weergavemenu kan worden gebruikt om een digitale "printopdracht" te maken, waarin is opgenomen welke beelden moeten worden geprint, het aantal prints en de informatie die in elke print moeten worden opgenomen. Deze printopdracht wordt opgeslagen op de geheugenkaart in Digital Print Order Format (DPOF). Als een printopdracht werd gemaakt, kunnen de beelden rechtstreeks van de geheugenkaart worden geprint door de kaart in een DPOF-compatibel toestel te steken.
PRINT SELECTIE PRINT SELECTIE 1 2005 . 12 . 01 12 : 00 4 5 Ingestld Terug Terug Door foto’s bladeren. 2 2005 . 12 . 01 12 : 00 4 Ingestld 5 Gereed Datum Info Ingestld Gereed 5 Duw de multi-selector omhoog (+) of omlaag (–) om het aantal afdrukken in te stellen (maximaal 9) en druk op d. • Wilt u de selectie van het beeld opheffen, druk dan op de multi-selector omlaag (–) wanneer het aantal prints op 1 staat. • Herhaal stap 3 tot en met 5 om extra beelden te selecteren.
Printopdracht op dag instellen U kunt een afzonderlijke printopdracht voor beelden annuleren en een printopdracht instellen voor alle beelden met dezelfde opnamedatum. PRINTOPDRACHT Print selectie Datum kiezen Printopdr. wissen Sluit DATUM KIEZEN Huidige printopdracht verwijderen? Nee Ja Ingestld Sluit Ingestld Op het scherm PRINTOPDRACHT (c66) Selecteer Ja en druk op d. selecteert u Datum kiezen en drukt u op d.
Printopdracht Als u het menu Printopdracht oproept na het aanmaken van een printopdracht, worden de opties Datum en Info teruggezet. Beperkingen voor het afdrukken van foto's Foto's die niet op de monitor kunnen worden weergegeven, kunnen niet worden afgedrukt. Bij gebruik van Datum kiezen Aangezien verborgen foto's (c113) en foto's waarvoor geen datum is ingesteld (c16, 118) niet worden gegroepeerd, kunnen de bewerkingen op de vorige pagina niet worden uitgevoerd.
Printen via directe USB-aansluiting Beelden kunnen rechtstreeks vanaf de camera worden geprint met behulp van PictBridge. Als de UC-E6 USB-kabel wordt gebruikt om de camera te verbinden met een printer die PictBridge ondersteunt, kunnen beelden direct uit het geheugen of van de geheugenkaart worden geprint, zonder ze over te spelen naar een computer. 1 Kies PTP voor de optie USB Stel de USB-optie in op PTP in het menu Interface van het setup-menu voordat u de camera verbindt met een printer (c61).
3 Zet de camera en de printer aan Het objectief schuift uit en de laatst gemaakte foto verschijnt na het openingsscherm. 5 5 • Druk op j (W) of k (T) om naar de miniatuurweergave te schakelen. • Druk op d om alleen het weergegeven beeld te printen (c74). 4 Geef het PictBridge-menu weer Druk op de knop m om het PictBridge-menu op te roepen.
5 Controleer de instellingen op de printer Bevestig voor het printen de instellingen op de printer door de bij de printer geleverde instructies te volgen. Zorg dat u de papierinstellingen kiest voordat u Print selectie, Print alle beelden of DPOF printen selecteert. Het papierformaat instellen op de camera Wanneer u print op een formaat papier dat in de camera kan worden ingesteld, kiest u de optie Papierformaat in het dialoogvenster van PictBridge.
6 Selecteer de foto's die u wilt afdrukken PictBridge Print selectie Print alle beelden DPOF printen Papierformaat Annuleren PRINT SELECTIE 2005 . 12 . 01 12 : 00 Ingestld Terug 4 5 Ingestld Selecteer Print selectie en druk op d. Door foto’s bladeren. • Om één exemplaar van alle beelden in het geheugen of op de geheugenkaart te printen, selecteert u Print alle beelden en drukt u op d. 1 2005 . 12 . 01 12 : 00 Terug 4 5 Ingestld PRINT SELECTIE 3 2005 . 12 .
006 PRINTS 1 4 Terug 2 3 5 6 Printen 002/006 Annuleren Start print Geselecteerde foto’s bekijken. Druk op Beginnen met printen. de multi-selector omhoog of omlaag om • Om het printen te onderbreken, drukt beelden te bekijken die niet zichtbaar zijn u op d. in het scherm. • Druk op de knop m om terug te keren naar het scherm PRINT SELECTIE. Gereed Meer weten over weergave De melding links wordt weergegeven als het printen is voltooid. Zet de camera uit en ontkoppel de USB-kabel.
Direct printen van de in Printopdracht opgegeven beelden De beelden die opgeslagen zijn in het geheugen of op de geheugenkaart, worden rechtstreeks geprint, op basis van de printopdracht die is gedefinieerd in Printopdracht (c66). Als u DPOF printen selecteert in het dialoogvenster PictBridge (c71), verschijnt het dialoogvenster van DPOF printen. DPOF PRINTEN 006prints Start print Bevestigen Annuleren Ingestld Printen 002/006 1 4 Terug 2 3 5 6 Start print Geselecteerde foto’s bekijken.
Beelden bewerken Bewerkingsfuncties voor beelden Met de COOLPIX P1/P2 kunt u een beeld bewerken met de volgende bewerkingsfuncties en kunt u het beeld opslaan als een afzonderlijk bestand. Bewerkte kopieën zijn herkenbaar aan identificatoren die overeenkomen met de bewerkingsfunctie en de bestandsnummers die automatisch zijn toegewezen door de camera (c25). Bewerkingsfunctie Omschrijving Hiermee maakt u een uitsnede van een beeld.
Uitsneden maken: Uitsnede Als een beeld wordt weergegeven in de zoomweergavestand (c57) kunt u een deel van een beeld uitsnijden en als afzonderlijk bestand opslaan. 2.0 UITSNEDE Dit beeld opslaan als getoond? : Schuiven : Zoomen Zoom in en uit. Gebruik de multi-selector om in het beeld te bladeren tot het gewenste gedeelte van het beeld op de monitor wordt weergegeven. Nee Ja : Ingestld Er verschijnt een bevestigingsscherm.
Contrast verbeteren: D-Lighting Het gecorrigeerde beeld wordt automatisch als apart beeld gemaakt. Met D-Lighting kunt u beelden lichter maken die met tegenlicht of met onvoldoende flitslicht zijn genomen. Als u een foto wilt verbeteren, geeft u deze weer in de weergavestand. D-Lighting Sluit Ingestld Help D-Lighting Uitvrn. Annuleren : Ingestld Beelden bewerken Markeer D-Lighting in het weergave- Het gecorrigeerde beeld verschijnt. menu.
H Een kleiner beeld maken: Kleine kopie Als u een kleine kopie van een beeld wilt maken, kiest u Kleine kopie bij schermvullende weergave van het beeld. De volgende opties zijn beschikbaar: Grootte (pixels) Omschrijving I 640×480 Kopie kan zonder kwaliteitsverlies schermvullend worden weergegeven op een tv of een 13-inch monitor. J 320×240 Geschikt voor weergave op webpagina’s. Door de geringe bestandsgrootte wordt het beeld sneller weergegeven in een webbrowser.
Films S Films opnemen Films worden opgenomen met geluid via de in de camera ingebouwde microfoon. Een film opnemen: 1 Draai de keuzeknop naar S 2 Zet de camera aan De monitor geeft de beschikbare opnametijd weer. Films 1m39s 3 Start de opname 56s Druk de ontspanknop geheel in om de opname te starten. • De camera stelt zich scherp op het onderwerp in het midden van het beeld (c84). • Tijdens het opnemen knippert het pictogram y en wordt de voortgang aangegeven door de aanduiding onder in de monitor.
Filmopties selecteren Welk type film u onder Filmopties selecteert, is afhankelijk van uw bedoelingen met de film. Max. opnameduur*1 GeheuGeheugen genkaart Optie Omschrijving Onge- Ongeveer veer 256 MB 32 MB 16 MB (voor P1) (voor P2) Q TV Film 640 R TV Film 640 25 s 11 s 3m 35 s*2 Films worden opgenomen met 15 beelden per seconde. Elk beeld meet 640 × 480 pixels. 50 s 22 s 7 m 15 s 45 s 14 m 15 s Films worden opgenomen met 15 S beelden per seconde.
Films Films worden opgenomen als QuickTime filmbestanden met de extensie ".MOV"; na overspelen kunnen ze op de computer worden afgespeeld. Filmopties 1m39s Draai de keuzeknop naar S. Sluit Films Ingestld 1/2 FILMOPTIES TV Film 640 TV Film 640 Film 320 Film 160 Interval film Help Sluit Markeer Filmopties. Ingestld Het menu met filmopties wordt weergegeven. FILMOPTIES TV Film 640 TV Film 640 Film 320 Film 160 Interval film Sluit Help Het filmmenu wordt weergegeven.
Een intervalfilm opnemen Als u Interval film selecteert in het menu FILM, verschijnt het menu dat hieronder in stap 2 wordt weergegeven. INTERVAL INSTELLEN 1/2 30 sec 1 min 5min 10min 30min FILMOPTIES 1/2 TV Film 640 TV Film 640 Film 320 Film 160 Interval film Sluit Ingestld Sluit Selecteer Interval film en druk op d. Ingestld Kies een interval tussen beelden van 30 sec (dertig seconden), 1 min (1 minuut), 5 min (vijf minuten), 10 min (tien minuten), 30 min (dertig minuten) en 60 min (zestig minuten).
Scherpstelstand selecteren De scherpstelstand voor het opnemen van films kan worden ingesteld. Selecteer Scherpstel-stand in het filmmenu en kies een van de volgende twee standen. Optie Omschrijving Z Enkelvoudig AF (standaardinstelling) De camera wordt scherpgesteld wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Wanneer het scherpstellen is voltooid, wordt de scherpstelling vergrendeld. a Continu AF De camera stelt continu scherp.
Films weergeven In de stand Schermvullende weergave (c24) kunnen films met geluid worden afgespeeld. Films worden aangegeven met het pictogram S en kunnen worden bekeken door op d te drukken. De afspeelknoppen worden boven in de monitor weergegeven. Druk op de multi-selector naar rechts of naar links om een optie te selecteren. Druk vervolgens op d om de geselecteerde bewerking uit te voeren.
Het opnamemenu Werken met het opnamemenu Draai de keuzeknop naar P of A (c6) als u het opnamemenu wilt gebruiken. Het opnamemenu bevat de volgende opties: Optie Omschrijving c Witbalans Kies witbalans die bij de heersende lichtbron past. 52 Lichtmeting Selecteer een lichtmeetmethode uit de opties Matrix, Centrum-gericht, Spot en Spot AF-veld. 88 Continu Opnamemethode op basis van zeven opties, r Enkelvoudig, s Continu H, zoals y 5 Opnamen buffer en w Multi-shot 16.
Het opnamemenu weergeven: Witbalans 1/60 NORM F2.7 14 Draai de keuzeknop naar P of A. Sluit Lichtmeting Sluit Ingestld Ingestld LICHTMETING Matrix Centrum-gericht Spot Spot AF-veld Help Sluit Ingestld Het instelscherm voor de geselecteerde optie wordt weergegeven. LICHTMETING Matrix Centrum-gericht Spot Spot AF-veld Ingestld 1/60 F2.7 NORM 14 Selecteer de optie. Druk op d om de Keer terug naar de opnamestand. optie te selecteren en terug te keren naar het vorige scherm.
m Lichtmeting Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Lichtmeting te selecteren. Druk vervolgens op d. Het menu Lichtmeting biedt keuze uit drie lichtmeetmethoden om te bepalen hoe de belichting wordt ingesteld door de camera.
q Continu Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Continu te selecteren. Druk vervolgens op d. Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen r Enkelvoudig of zes opties voor continuopnamen worden geselecteerd. Optie CONTINU Enkelvoudig Continu H Continu L Multi-shot 16 Ultra HS Sluit 1/2 Ingestld Omschrijving r Elke keer dat u op de ontspanknop drukt, wordt één opname Enkelvoudig gemaakt.
Optie Omschrijving x Ultra HS Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera maximaal honderd opnamen (voor de P1) of veertig opnamen (voor de P2) met een snelheid van maximaal dertig beelden per seconde. Beeldkwaliteit wordt automatisch ingesteld op NORMAAL en Beeldformaat op i 640 × 480. Voor elke reeks opnamen wordt een nieuwe map gemaakt waarin alle opeenvolgende foto’s worden opgeslagen.
Intervalopnamen INTERVAL INSTELLEN 1/2 30 sec 1 min 5min 10min 30min CONTINU 2/2 5 Opnamen buffer Intervalopnamen Sluit Ingestld Sluit Ingestld Selecteer Intervalopnamen en druk op Kies een interval tussen de beelden van d. 30 sec (30 seconden), 1 min (1 minuut), 5 min (5 minuten), 10 min (10 minuten), 30 min (30 minuten) en 60 min (60 minuten). Druk op d om deze optie in te stellen en terug te keren naar het opnamemenu. F2.7 Keer terug naar de opnamestand.
A Best Shot Selector Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om BSS te selecteren. Druk vervolgens op d. BEST SHOT SELECTOR Uit Aan Wanneer "Best Shot Selector" (BSS) is ingeschakeld, worden er maximaal tien opnamen gemaakt zolang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden. Deze Sluit Ingestld beelden worden vervolgens vergeleken en het scherpste beeld (het beeld met de meeste details) wordt opgeslagen in het geheugen of op de geheugenkaart.
C Auto bracketing Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Auto bracketing te selecteren. Druk vervolgens op d. AUTO BRACKETING Uit Auto bracketing WB bracketing Onder bepaalde omstandigheden kan het moeilijk zijn de juiste instellingen voor de belichtingscorrectie en Sluit Ingestld de Witbalans te selecteren, terwijl u geen tijd hebt om na elke opname de resultaten te beoordelen en de instellingen aan te passen.
E Flitsbel. corr. Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Flitsbel. corr. te selecteren. Druk vervolgens op d. Deze optie wordt gebruikt om het flitslicht aan te passen van -2,0 LW tot +2,0 LW in stappen van 1/3 LW. Selecteer de gewenste waarde en druk op d. FLITSBEL. CORRECTIE +0.3 0 -0.3 Sluit Ingestld F Beeld aanpassen Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Beeld aanpassen te selecteren. Druk vervolgens op d.
M Verscherping Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Verscherping te selecteren. Druk vervolgens op d. De camera bewerkt opnamen automatisch om de overgangen tussen lichte en donkere beeldpartijen abrupter te maken, waardoor contouren worden verscherpt. VERSCHERPING Automatisch Hoog Normaal Laag Uit Sluit Ingestld Omschrijving K Automatisch (standaardinstelling) De camera verscherpt contouren voor optimale resultaten; de mate van verscherping verschilt van beeld tot beeld.
P Verzadiging Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Verzadiging te selecteren. Druk vervolgens op d. Met Verzadiging wordt de levendigheid van de kleuren verhoogd of verlaagd. Optie Q Maximaal R Verbeterd Het opnamemenu S Normaal (standaardinstelling) U Gematigd V Minimaal 96 VERZADIGING Maximaal Verbeterd Normaal Gematigd Minimaal Sluit Ingestld Omschrijving Voor een levendig fotoprinteffect als beelden worden gemaakt die zonder verdere bewerking worden geprint.
k AF-veld stand Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om AF-veld stand te selecteren. Druk vervolgens op d. Deze optie bepaalt hoe het scherpstelveld wordt geselecteerd. AF-VELD STAND Automatisch Handmatig Centrum Sluit Ingestld Omschrijving l Automatisch (standaardinstelling) De camera kiest automatisch het scherpstelveld dat het onderwerp bevat dat zich het dichtst bij de camera bevindt. Het geselecteerde NORM scherpstelveld wordt in groen aange1/60 F2.
Weergave van het scherpstelveld • Als het onderwerp scherpgesteld is, wordt het scherpstelveld groen weergegeven. • Als het onderwerp niet scherpgesteld is, knippert het scherpstelveld rood. • Als AF-veld stand ingesteld is op l Automatisch, wordt het scherpstelveld weergegeven als de ontspanknop half wordt ingedrukt. Opmerkingen over het selecteren van scherpstelvelden • In de onderwerpsstand (c34) wordt automatisch het optimale scherpstelveld voor de geselecteerde stand gekozen.
Werken met de m handmatige optie Het scherpstelveld kan worden gekozen uit het selecteerbare veld in het scherm. Scherpstelveldselectie aanduiding Selecteerbaar gebied AF 1/60 F2.7 NORM Druk de ontspanknop half in. Als het onderwerp scherpgesteld is, wordt het scherpstelveld groen weergegeven. Druk de ontspanknop geheel in om de foto te maken.
Y Scherpstelstand Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Scherpstel-stand te selecteren. Druk vervolgens op d. Deze optie bepaalt hoe wordt scherpgesteld tijdens het maken van foto’s. SCHERPSTEL-STAND Enkelvoudig AF Continu AF Sluit Ingestld Het opnamemenu Optie Omschrijving Z Enkelvoudig AF (standaardinstelling) De camera stelt alleen scherp wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
o Ruisonderdrukking Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Ruisonderdruk. te selecteren. Druk vervolgens op d. Bij een sluitertijd van meer dan 1/4 seconde kan er "ruis" optreden in de vorm van her en der verspreide, helder gekleurde pixels, vooral in schaduwgedeelten. Als u beelden maakt op donkere plaatsen, kunt u met deze optie de "ruis" verminderen bij lange sluitertijden. Optie o Aan Sluit Ingestld Omschrijving Ruisonderdrukking uit; camera werkt normaal.
q Standaardwaarden Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Standaardwaarden te selecteren. Druk vervolgens op d. Met deze optie herstelt u de instellingen voor de huidige geheugenbank met gebruikersinstellingen (c103) in de oorspronkelijke staat. Optie STANDAARDWAARDEN Bevestig terugzetten van Gebr. instell. 1 op standaardwaarden Nee Standaard Ingestld Omschrijving Nee Verlaat menu, instellingen blijven ongewijzigd. Standaard Instellingen herstellen tot de standaardwaarden.
r Gebruikersinstelling Draai de keuzeknop naar P of A en druk op de knop m om Gebr. instelling te selecteren. Druk vervolgens op d. De camera-instellingen kunnen worden opgeslagen in Wanneer Gebruikersintwee afzonderlijke geheugenbanken: Bank 1 en Bank stelling 1 is geselecteerd 2. Wijzigingen in de camera-instellingen worden standaard opgeslagen in Bank 1. Als u een andere combinatie van veelgebruikte instellingen wilt opslaan, selecteert u Bank 2 en past u de instellingen naar wens aan.
Het weergavemenu Werken met het weergavemenu Het weergavemenu bevat de volgende opties: Optie Omschrijving c Sorteer op datum Groepeer beelden op de opnamedatum. Voer vijf soorten bewerkingen uit. 107 D-Lighting Pas de toon (helderheid) van een beeld aan en sla een kopie op. 78 Printopdracht Selecteer foto’s voor printen met een DPOF-compatibel printapparaat; geef aantal prints en informatie die erin moet worden geprint op. 66 Beelden bekijken in een diashow.
Sommige opties in het weergavemenu maken gebruik van het scherm voor beeldselectie en het scherm Datum kiezen. Zie "Navigeren in het scherm voor beeldselectie" (c105), "Navigeren in het scherm Datum kiezen" (c106) en de beschrijving van de diverse menu's vanaf pagina 107 voor meer informatie.
Navigeren in het scherm Datum kiezen Wanneer Datum kiezen wordt geselecteerd in Printopdracht (c66), Wissen (c111) of Overspeelmarkering (c112), verschijnt het scherm DATUM KIEZEN, dat rechts wordt weergegeven. Een menubewerking kan worden toegepast op alle beelden die op dezelfde datum zijn opgenomen. Zie "Printopdracht op dag instellen" (c68) voor meer informatie over Printopdracht. DATUM KIEZEN 2005 .12 .01 2005 .11 .01 5 3 2005 .10 .
L Sorteer op datum Druk op de knop m in de weergavestand om Sorteer op datum te selecteren en druk vervolgens op d. Met deze optie worden beelden op opnamedatum gesorteerd in het geheugen of op de geheugenkaart. De volgende vijf opties zijn beschikbaar: D-Lighting, Printopdracht, Wissen, Overspeelmarkering en Kleine kopie. Beelden selecteren op datum en het weergavemenu activeren: SORTEER OP DATUM 2005 .12 .01 GESEL. BEELDEN 5 2005 .11 .01 3 2005 .10 .01 2 2005 .12 .
GESEL. BEELDEN 2005 .12 .01 12:00 Terug 5 Ingestld 5 Zoom in Selecteer een beeld. Sluit Ingestld Het scherm OPTIES weergeven • Selecteer een bewerking voor het beeld. • Nadat u in stap 2 bent overgeschakeld op de schermvullende weergavestand, verschijnt het scherm OPTIES wanneer u een beeld selecteert en op d drukt. OPTIES D-Lighting Printopdracht Wissen Overspeelmarkering Kleine kopie Het weergavemenu Sluit Markeer een menuoptie.
z Diashow Druk op de knop m in de weergavestand om Diashow te selecteren en druk vervolgens op d. Met deze optie worden beelden weergegeven in een automatische diashow met twee seconden tussen elk beeld. Verborgen beelden worden niet weergegeven. Als u de tussenpauze wilt wijzigen, selecteert u Tussenpauze en drukt u op d om het scherm TUSSENPAUZE weer te geven (c110). • Beelden worden weergegeven in de volgorde waarin ze zijn opgenomen (van kleinste bestandsnummer naar grootste bestandsnummer).
Beelden in het geheugen De beelden in het geheugen en op de geheugenkaart kunnen niet tegelijkertijd worden weergegeven. Als u de beelden in het geheugen wilt weergeven, kiest u een van volgende mogelijkheden: • Haal de geheugenkaart uit de camera (c13) en geef de beelden weer. • Kopieer de beelden van het geheugen naar een geheugenkaart (c114) en geef de beelden weer. "Herhalen" Als Herhalen in het startscherm is geselecteerd zal de diashow steeds worden herhaald.
A Wissen Druk op de knop m in de weergavestand om Wissen te selecteren en druk vervolgens op d. WISSEN Gesel. beeld(en) Datum kiezen Wis alle beelden Deze optie wordt gebruikt om geselecteerde beelden of alle beelden in het geheugen of op de geheugenkaart te wissen. Sluit Ingestld • Als de geheugenkaart niet in de camera is geplaatst, worden de beelden in het geheugen gewist. • Als de geheugenkaart in de camera is geplaatst, worden de beelden op de geheugenkaart gewist. Omschrijving B Gesel.
D Beveiligen Druk op de knop m in de weergavestand om Beveiligen te selecteren en druk vervolgens op d. Met deze optie kunt u beelden beveiligen tegen per ongeluk verwijderen. BEVEILIGEN 2005 .12 .01 12:00 Terug 4 5 Ingestld Opmerkingen over het beveiligen van beelden Beveiligde beelden kunnen niet worden gewist met de knop A of met het menu Wissen. Alle beelden, ook de beveiligde bestanden, worden echter gewist als het geheugen of de geheugenkaart wordt geformatteerd (c127).
Opmerkingen over overspeelmarkeringen • Maximaal 999 beelden kunnen voor overspelen worden gemarkeerd. Als het geheugen of de geheugenkaart meer dan 999 beelden bevat, speelt u alle beelden over met behulp van PictureProject. Kijk in de PictureProject-naslaggids (op cd-rom) voor meer informatie. • U kunt de COOLPIX P1/P2 niet gebruiken om beelden over te spelen die met een ander model Nikon-camera voor overspelen zijn geselecteerd. Gebruik de COOLPIX P1/P2 om de beelden opnieuw te selecteren.
L Kopiëren Druk op de knop m in de weergavestand om Kopieren te selecteren en druk vervolgens op d. KOPIËREN Kopieert opgeslagen beelden van het interne geheugen naar de geheugenkaart of omgekeerd. U kunt beelden selecteren die u wilt kopiëren of u kunt alle beelden kopiëren. Sluit Ingestld Optie Omschrijving MNO Kopieert opgeslagen beelden van het geheugen naar de geheugenkaart. ONM Kopieert opgeslagen beelden van de geheugenkaart naar het geheugen. Het weergavemenu Beeldkopie • Wanneer Gesel.
Het setup-menu Werken met het setup-menu Het setup-menu bevat de volgende opties: Optie Menu’s Omschrijving c 116 Kies het welkomstscherm dat verschijnt wanneer de camera wordt aangezet. 117 Stel de cameraklok in. 118 Monitorinstelling Stel de weergave, helderheid en de kleuren van de monitor in. 120 Datum afdrukken Foto’s worden in beeld voorzien van de datum en/ of tijd van de opname.
Het menu SET-UP weergeven: Welkomstscherm Menu's Ingestld Help Ingestld Help Draai de keuzeknop naar a. Markeer de gewenste menuoptie en druk • Het setup-menu wordt weergegeven.* op d. • Als u het menu wilt sluiten, draait u de keuzeknop naar een andere stand of drukt u op i. * De laatst ingestelde menu-optie verschijnt. R Menu’s Draai de keuzeknop naar a om Menu’s te selecteren en druk vervolgens op d.
V Welkomstscherm Draai de keuzeknop naar a om Welkomstscherm te selecteren en druk vervolgens op d. Met deze optie kiest u het welkomstscherm dat verschijnt wanneer de camera wordt aangezet. WELKOMSTBEELD Geen Welkom Nikon Animatie Selecteer beeld Ingestld Optie Omschrijving Geen Welkom Er verschijnt geen welkomstscherm wanneer de camera wordt aangezet. Het rechts weergegeven beeld verschijnt wanneer de camera wordt aangezet.
W Datum Draai de keuzeknop naar a om Datum te selecteren en druk vervolgens op d. Met deze optie kunt u de cameraklok instellen en uw eigen tijdzone en een nieuwe tijdzone (tijdzone van uw reisbestemming) selecteren. DATUM 2005. 1 2. 0 1 13 : 00 Datum Tijdzone Ingestld Datum Datum wordt gebruikt om de cameraklok op de juiste datum en tijd in te stellen. Zie "Setup - basisinstellingen"(c16). Tijdzone Selecteer de tijdzone. De normale instelling van de tijdzone is X (eigen tijdzone).
EIGEN TIJDZONE EIGEN TIJDZONE Terug London, Casablanca Terug Madrid,Paris,Berlin Terug Ingestld Ingestld De geselecteerde tijdzone wordt weerge- Kies een tijdzone en druk op d. geven. De tijdzone is ingesteld.
Z Monitorinstelling Draai de keuzeknop naar a om Monitorinstelling te selecteren en druk vervolgens op d. Met deze optie stelt u de weergave, helderheid en kleuren van het scherm in. MONITORINSTELLING Foto-informatie Helderheid 3 0 Kleur Ingestld Foto-informatie Selecteer deze optie om de aanduidingen op de monitor weer te geven of te verbergen. Het setup-menu Optie Omschrijving Info tonen Toont de huidige instellingen of rasterlijnen op de monitor als u foto’s maakt of bekijkt. Automat.
Helderheid Met deze optie stelt u de helderheid van de monitor in op één van de vijf standen. Selecteer Helderheid en druk op d om het scherm voor helderheidsaanpassing weer te geven. Selecteer de helderheid aan de hand van het beeld en druk op d. HELDERHEID Ingestld Kleur Met deze optie stelt u de kleurtoon van de monitor in. Selecteer Kleur en druk op d om het scherm voor kleuraanpassing weer te geven. Selecteer de kleur aan de hand van het beeld en druk op d.
b Datum afdrukken Draai de keuzeknop naar a om Datum afdrukken te selecteren en druk vervolgens op d. Deze optie wordt gebruikt om de datum of de datum en de tijd van de opname op beelden te plaatsen terwijl ze worden opslagen in het geheugen of op de geheugenkaart. Deze optie kan niet worden gebruikt om na de opname een datum op de beelden te plaatsen.
Dagenteller Deze optie wordt gebruikt om een bepaalde datum op DAGENTELLER te slaan en vervolgens het aantal dagen tussen die datum en de opnamedatum op foto’s af te drukken. 77 Als de opgeslagen datum vóór de opnamedatum ligt, 2006 02 16 wordt het aantal dagen dat is verstreken, afgedrukt Aantal dagen op foto’s. Ingestld Als de opgeslagen datum na de opnamedatum ligt, Opties wordt e, gevolgd door het aantal dagen tot de op- Opgeslagen dagentonen namedatum, afgedrukt op foto’s.
K Opnamebevestiging Draai de keuzeknop naar a om Opnamebevestiging te selecteren en druk vervolgens op d. Met deze optie licht het lampje van de zelfontspanner op na een opname. OPNAMEBEVESTIGING Uit Aan Ingestld Optie Omschrijving Uit (standaardinstelling) Als u Uit selecteert, licht het lampje van de zelfontspanner niet op na een opname. Aan Als u Aan selecteert voor deze optie, licht het lampje van de zelfontspanner op na een opname om aan te geven dat de sluiter is ontspannen.
u AF assist Draai de keuzeknop naar a om AF hulplicht te selecteren en druk vervolgens op d. De COOLPIX P1/P2 is voorzien van een AF-hulpverlichting. Bij weinig licht zal de ingebouwde AF-hulpverlichting automatisch gaan branden wanneer u de ontspanknop half indrukt, zodat ook kan worden scherpgesteld als het onderwerp slecht verlicht is. AF ASSIST Uit Auto Ingestld Optie Omschrijving f Uit De AF-hulpverlichting brandt niet.
h Geluid instellen Draai de keuzeknop naar a om Geluid instellen te selecteren en druk vervolgens op d. Met deze optie regelt u de volgende geluidsinstellingen. GELUID INSTELLEN Knopgeluid ON Sluitergeluid Opstartgeluid Ingestld Optie Omschrijving Knopgeluid Bepaal het geluid dat wordt weergegeven KNOPGELUID als de knoppen worden ingedrukt. Het knopgeluid wordt in de volgende gevallen Uit Aan weergegeven: • Als de keuzeknop naar een andere stand wordt gedraaid.
i Automatisch uit Draai de keuzeknop naar a om Automatisch uit te selecteren en druk vervolgens op d. AUTOMATISCH UIT 30 sec 1 min 5 min 30 min Deze optie wordt gebruikt om te bepalen hoe lang de monitor ingeschakeld blijft alvorens deze automatisch wordt uitgeschakeld: dertig seconden (30 sec), een minuut (1 min, standaardinstelling), vijf minuten (5 min) of dertig minuten (30 min). Zie pagina 15 voor meer informatie over Automatisch uit.
j Taal Draai de keuzeknop naar a om Taal te selecteren en druk vervolgens op d. Met deze optie kiest u een taal voor de menu’s en berichten op de monitor uit Deutsch (Duits), English (Engels), Español (Spaans), Français (Frans), Italiano Terug (Italiaans), Nederlands, (Russisch), Svenska (Zweeds), (Japans), (Vereenvoudigd Chinees), tioneel Chinees) of (Koreaans). Ingestld (Tradi- k Interface (USB/videostand) Draai de keuzeknop naar a om Interface te selecteren en druk vervolgens op d.
E Auto-overdracht Draai de keuzeknop naar a om Auto-overdracht te selecteren en druk vervolgens op d. Met deze optie geeft u aan of het pictogram E (overspelen) wordt toegevoegd wanneer beelden worden opgenomen. Terug Ingestld Als u de camera via de UC-E6 USB-kabel aansluit op een computer waarop PictureProject is geïnstalleerd en u vervolgens op de knop d (het midden van de multi-selector) drukt, worden alleen foto’s overgespeeld die zijn gemarkeerd met het pictogram E (c61).
n Standaardwaarden STANDAARDWAARDEN Draai de keuzeknop naar a om Standaardwaarden te selecteren en druk vervolgens op d. Alle instellingen terugzetten? Met deze optie herstelt u de standaardwaarden voor de onderstaande instellingen. Nee Standaard Ingestld De volgende instellingen worden teruggezet: Onderwerpsmenu b Geavanceerde opties Opnamemenu Het setup-menu Witbalans Lichtmeting Continu Interval voor Intervalopnamen BSS Auto bracketing Flitsbel. corr.
Setup-menu Menu’s Welkomstscherm Foto-informatie Helderheid Kleur Datum afdrukken Opnamebevestiging AF-hulplicht Knopgeluid Sluitergeluid Opstartgeluid Automatisch uit Auto-overdracht Standaard Knopinstelling Standaard Pictogrammen Animatie Info tonen 3 6 Uit Uit AUTO Aan Normaal Normaal 1 min Aan Flitser Belichtingscorrectie Zelfontspanner Scherpstelstand Diafragma voor stand A (diafragmavoorkeuze automatisch) Flexibel-programmawaarde voor de stand P (geprogrammeerd automatisch) Digitale zoom z 0 Uit
Draadloze overdrachtsstand Functies van de draadloze overdrachtsstand De COOLPIX P1/P2 heeft een draadloze communicatiefunctie op basis van de IEEE 802.11b/g standaards. Verbind de camera draadloos met een computer of printer en sla de beelden op de computer op of print ze met onderstaande functies.
Werken met de draadloze overdrachtsstand Dit hoofdstuk behandelt de vereisten voor het werken met de draadloze overdrachtsstand. Vereisten voor het werken met de draadloze overdrachtsstand Wireless LAN omgeving (IEEE 802.11b/g compatible) • Peer-to-peer (Ad-hocmethode)*: De computer heeft een interne of externe draadloze LAN-adapter. * In deze stand kunt u alleen IEEE 802.11b gebruiken. • Toegangspunt (Infrastructuurstand): De computer is via een toegangspunt verbonden met een draadloos netwerk.
Voordat u de draadloze overdrachtsstand gebruikt Gebruik voor het werken met de draadloze overdrachtsstand de Setup Utility om in de camera de verbindingsprofielen in te stellen, zodat de camera wordt herkend door de computer(s) en/of printer(s) die met de camera worden verbonden. Hieronder wordt beschreven hoe u profielen maakt. Kijk voor meer informatie op de in de tekst genoemde pagina's.
De draadloze LAN-instellingen van een computer controleren. Controleer de draadloze LAN-instellingen van de computer voordat u de Setup Utility start en profielinformatie invoert. Controleer de volgende onderdelen met gebruikmaking van de gebruiksaanwijzing en ander naslagmateriaal van uw computer en draadloos LAN-apparaat. Item Omschrijving Netwerknaam Voer het network-ID van de computer in (verplicht). Gebruik elke (SSID) waarde die automatisch verschijnt.
Wanneer Access Point (Infrastructure) (Toegangspunt (Infrastructuur)) is geselecteerd voor Type: Onderdeel Omschrijving Authentication Selecteer Open, Shared (Gedeeld) of WPA-PSK (selecteer (Verificatie) dezelfde instelling als het toegangspunt). Security (Beveili- Selecteer None (Geen), 64-bits WEP of 128-bits WEP of TKIP ging) (selecteer dezelfde methode die op de computer is ingesteld).
Setup Utility op een computer starten Wanneer de Setup Utility is geïnstalleerd op een computer die verbonden is met de camera: • Windows : Selecteer Start → Alle programma's → Wireless Camera Setup Utility → Wireless Camera Setup Utility. • Macintosh : Programmamap → opent de map Wireless Camera Setup Utility in de map Nikon Software, en dubbelklik op het pictogram Wireless Camera Setup Utility. Creëer een profiel voor de computer.
Profiel configureren Na het opstarten van de Setup Utility volgt u de instructies in het venster en voert u de juiste gegevens in. De hoofdstappen zijn als volgt. Klik op de knop Help voor meer informatie over de verschillende bewerkingen. 1 Selecteer gram een profielnaam en picto- Voer de profielnaam in (maximaal 16 alfanumerieke enkelvoudige tekens) die in de cameramonitor verschijnt en selecteer het pictogram. Als u klaar bent klikt u op Next (Volgende).
Profielinformatie beheren U kunt de Setup Utility gebruiken om profielinformatie te bekijken of te verwijderen die in de camera is opgeslagen, of om een profielnaam te bewerken. 1 Start de Setup Utility 2 Selecteer de tab Profielen Selecteer de gewenste profielnaam uit de lijst. Om een profiel te controleren klikt u op View Profile (Profiel weergeven). Om een profielnaam te bewerken klikt u op Rename (Naam wijzigen). Om een profiel te verwijderen klikt u op Delete (Verwijderen).
Beelden overspelen naar een computer Het menu DRAADLOOS weergeven: PROFIEL KIEZEN 1/3 PROFIEL KIEZEN 1/3 Profiel-A Profiel-A Profiel-B Profiel-B Profiel-C Profiel-C Ingestld Info Ingestld Info Draai de keuzeknop naar Y en zet de Selecteer het profiel waarmee u verbincamera aan. Het scherm PROFIEL KIEZEN ding wilt maken. verschijnt. • Profielen worden weergegeven in volgorde van het meest recente gebruik.
Als er een foutmelding wordt weergegeven Kan een profiel niet worden geselecteerd (wanneer de overdracht niet is gestart) dan verschijnt VERBINDING MET Verbinding mislukt met VERBINDING MET NETWERK IS MISLUKT. Als NETWERK IS MISLUKT Profiel-A DRAADLOOS MENU werd geselecteerd en de camera geen verbinding kan maken met het Probeer het opnieuw Probeer het opnieuw Profiel kiezen Profiel kiezen profielapparaat, dan verschijnt"Verbinding misIngestld Ingestld lukt met XXX”.
Beelden overspelen die niet op een computer staan: Eenvoudige overdracht DRAADLOZE MENU 1/2 Eenvoudige overdracht / Nieuwe beelden Opnamedatum Gemarkeerde beelden Geselect. beelden Opnemen+Overspelen Ingestld Beelden overspelen naar computer 0002 / 0006 Annuleren Help Selecteer Eenvoudige overdracht in Druk op d om de beelden over te spelen die het DRAADLOOS MENU. nog niet op de computer zijn opgeslagen. De volgende zaken worden weergegeven tijdens de overdracht.
Beelden overspelen op basis van een specifieke opnamedatum: Opnamedatum DRAADLOZE MENU 1/2 Eenvoudige overdracht / Nieuwe beelden Opnamedatum Gemarkeerde beelden Geselect. beelden Opnemen+Overspelen Ingestld Selecteer Opnamedatum DRAADLOOS MENU. Help in OPNAMEDATUM 2005 .12 .01 2005 .11 .01 5 3 2005 .10 .01 beelden totaal 2 Sluit Ingestld OFF 0 ON het Het scherm OPNAMEDATUM verschijnt als het scherm dat de verbinding bevestigt (c142) is verschenen. OPNAMEDATUM 2005 .12 .01 2005 .11 .
Beelden met overspeelmarkering overspelen: Gemarkeerde beelden DRAADLOZE MENU 1/2 Eenvoudige overdracht / Nieuwe beelden Opnamedatum Gemarkeerde beelden Geselect. beelden Opnemen+Overspelen Ingestld Help Beelden overspelen naar computer 0002 / 0006 Annuleren Markeer Gemarkeerde beelden in het Druk op d om alle beelden met de overDRAADLOOS MENU. speelmarkering (E) (c112) over te spelen. De volgende zaken worden weergegeven nadat het bevestigingsscherm (c142) voor de verbinding is verschenen.
Beelden selecteren en overspelen: Geselecteerde beelden GESELECTEERDE BEELDEN DRAADLOZE MENU 1/2 Eenvoudige overdracht / Nieuwe beelden Opnamedatum Gemarkeerde beelden Geselect. beelden Opnemen+Overspelen Ingestld 2005 .12 .01 12:00 Sluit Help 5 5 Ingestld Markeer Geselecteerde beelden in het Het scherm GESELECTEERDE BEELDEN DRAADLOOS MENU. verschijnt als het scherm dat de verbinding bevestigt (c142) is verschenen. GESELECTEERDE BEELDEN Beelden overspelen naar computer 0002 / 0006 2005 .12 .
Opgenomen beelden direct overspelen: Opnemen + overspelen Eenvoudige overdracht 1/2 Eenvoudige overdracht Opnamedatum Gemarkeerde beelden Geselect. beelden Opnemen+Overspelen Ingestld AUTO 1/60 Help F2.7 NORM 14 Markeer Opnemen + overspelen in het Nadat het bevestigingsscherm voor de DRAADLOOS MENU. verbinding is weergegeven, verschijnt het opnamescherm (c142). Beelden overspelen naar computer Annuleren Is een opname gemaakt, dan wordt het beeld naar de computer overgespeeld.
Beelden overspelen met een computer: PC-Stand DRAADLOZE MENU 2/2 PC-Stand Verbinding maken met (PC-pictogr.) Profiel-A Ingestld Help Selecteer PC-Stand in het DRAADLOOS Druk op d. MENU. Het Overdrachtsscherm van PictureProject verschijnt op het computerscherm. Klik op Overspelen om de beelden over te spelen.
Beelden afdrukken met een printer die op de computer is aangesloten: Draadloos afdrukken PROFIEL KIEZEN 1/3 PROFIEL KIEZEN 1/3 Profiel-A Profiel-A Profiel-B Profiel-B Profiel-C Profiel-C Ingestld Info Ingestld Info Draai de keuzeknop naar Y en zet de Markeer de printer (het profielapparaat camera aan. Het scherm PROFIEL KIEZEN met een printerpictogram) die op de verschijnt. computer is aangesloten. • Profielen worden weergegeven in volgorde van het meest recente gebruik.
Technische opmerkingen Optionele accessoires De volgende optionele accessoires zijn beschikbaar voor uw digitale Nikon-camera. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer. Oplaadbare batterij Batterijlader Lichtnetadapter Cameratas Extra EN-EL8 Li-ionbatterijen zijn verkrijgbaar bij de Nikon-dealer.
Verzorging van uw camera Als u er zeker van wilt zijn dat u lang plezier hebt van uw Nikon product, is het belangrijk dat u bij opslag en gebruik de volgende voorzorgsmaatregelen in acht neemt: Droog houden Dit product raakt defect als het wordt ondergedompeld in water of aan een hoge vochtigheid wordt blootgesteld.
Reinigen Objectief Raak het glas bij het reinigen nooit met uw vingers aan. Verwijder stof en pluisjes met een blaasbalgje (gewoonlijk in de vorm van een rubberen balletje met een spuitmondje waaruit de lucht wordt geblazen). Vingerafdrukken en ander vuil dat niet met een blaasbalgje kan worden verwijderd, kunt u wegvegen met een zachte doek, waarbij u een rondgaande beweging maakt vanuit het midden naar de randen toe. Monitor Verwijder stof of pluisjes met een blaasbalgje.
Opslag Zet de camera uit wanneer u deze niet gebruikt en controleer of het camera-aanlampje uit staat voordat u de camera opbergt. Om schimmel en meeldauw te voorkomen dient u de camera in een droge, goed geventileerde ruimte op te bergen. Als u niet van plan bent de camera binnen afzienbare tijd te gebruiken, verwijder dan de batterij om lekkage te voorkomen en berg de camera op in een plastic tas met een droogmiddel.
Foutmeldingen In de volgende tabel vindt u de foutmeldingen en andere waarschuwingen die op de monitor verschijnen en wordt uitgelegd wat u moet doen. c Klok niet ingesteld. 16 Batterij bijna leeg. Zet de camera uit en vervang de batterij wanneer hij volledig geladen is. 10 [ ] p (knippert rood) Gebruik de scherpstelvergrendeling om scherp te Camera kan niet scherp- stellen op een ander stellen. onderwerp op dezelfde afstand en pas daarna de compositie aan.
Melding DEZE KAART KAN NIET GEBRUIKT WORDEN x WAARSCHUWING! DEZE GEH. -KAART KAN NIET GELEZEN WORDEN! O KAART IS NIET GEFORMATTEERD O Formatteren Nee h GEEN GEHEUGEN MEER O of M Probleem Oplossing • Gebruik een goedgekeurde kaart. • Controleer of de conStoring in communicatie tactpunten schoon zijn. met geheugenkaart. • Schakel de camera uit en controleer of de geheugenkaart correct is geplaatst.
Melding Probleem Oplossing • Formatteer het doelgeheugen (het geheugen De doellocatie bevat of de geheugenkaart). onvoldoende geheugen • Plaats een nieuwe geheugenkaart of wis ongewenste om het beeld te kopiëren. beelden uit het geheugen of van de geheugenkaart. Er heeft zich een fout voorgedaan tijdens het opslaan van het beeld. 12, 24, 111 Ongeldig beeld gekozen Controleer welke soorten voor het maken van een beelden kunnen worden uitsnede. uitgesneden.
Melding Probleem BESTAND BEVAT GEEN BEELDGEGEVENS r Het bestand is gemaakt door een computer of een andere camera. ALLE BEELDEN ZIJN VERBORGEN r MONITOR UIT u Oplossing Bekijk het bestand op de Het geheugen of de computer of de andere geheugenkaart bevat camera. geen beelden die weergegeven kunnen worden op de COOLPIX P1/P2. c – De interne circuitbeveiliZet de camera uit en ging is geactiveerd omdat gebruik deze niet gedude camera lange tijd niet rende enige tijd. is gebruikt.
Melding LENSFOUT u Probleem Als deze foutmelding op het computerscherm verschijnt, klikt u op OK om PictureProject te sluiten. Zet de camera uit, sluit de kabel opnieuw aan of vervang de geheugenkaart. Zet vervolgens de camera aan en speel de beelden over. 12, 62 Als deze fout op het computerscherm verschijnt, De computer is bezig met klikt u op OK en speelt u een bewerking. de beelden over zodra de bewerking is voltooid.
Melding Probleem Oplossing c OVERDRACHTSFOUT E • Controleer of de camera is aangesloten Er is een fout opgetreden en of de batterij volletijdens het overspelen van dig is opgeladen. beelden naar de compu- • Controleer of de optioter. nele EH-62C lichtnetadapter goed op de camera is aangesloten.
Storingsmeldingen tijdens draadloze overdrachtsstand Melding Probleem Oplossing c OVERDRACHTSFOUT u Er is een fout opgetreden tijdens het overspelen van beelden naar de computer. Controleer het signaal. Verwijder obstakels tussen de camera-antenne en het profielapparaat. – Configureer profielappaProfiel voor draadloze raat met de Draadloze overdracht is nog niet setup-utility of de optiogeconfigureerd. nele PD-10 draadloze printer-adapter.
Problemen oplossen Als uw camera niet naar behoren functioneert, raadpleeg dan eerst de volgende algemene problemen voordat u zich tot uw dealer of de importeur wendt. In de rechterkolom vindt u de paginacijfers die verwijzen naar meer informatie over oplossingen. Elektronisch gestuurde camera’s In zeer uitzonderlijke gevallen kunnen er ongewone tekens op de monitor verschijnen, waarbij de camera ophoudt te functioneren. Meestal is dit het gevolg van een sterke externe statische ontlading.
Probleem Mogelijke oorzaak c • Camera staat in weergavestand. 18 • Batterij is leeg. 14 • Scherpstelaanduiding knippert: camera kan niet 22 scherpstellen. • Rood (C) lampje knippert: flitser wordt opgeladen. 22 Er wordt geen • Het bericht "ONGEFORMATT. KAART" wordt weer- 13, 127 foto gemaakt als gegeven op de monitor: de geheugenkaart is niet de ontspangeformatteerd voor gebruik in de camera. knop wordt • Het bericht "GEH.
Probleem Mogelijke oorzaak • Sluitertijd te lang. U kunt ruis verminderen door: Flitslicht te gebruiken Door de onderwerpsstand b te kiezen en Willekeurig D NACHTPORTRET, G NACHTLANDSCHAP of geplaatste pixels "ruis" verschijJ SCHEMERING te kiezen. (In deze standen nen in beeld wordt automatisch ruisonderdrukking toegepast bij een langere sluitertijd. Selecteer een geschikte stand overeenkomstig de opnameomstandigheden.) Heldere vlekken • Flits wordt weerkaatst door deeltjes in de lucht.
Probleem Mogelijke oorzaak • Beeldbestand is een film. Kan niet op • Beeld is gemaakt met de optie Kleine kopie. beeld inzoomen • Beeld is uitgesneden tot 320×240 pixels of kleiner. • Camera staat uit. • De optionele EH-62C lichtnetadapterkit is niet goed PictureProject aangesloten of batterij is leeg. wordt niet • UC-E6 USB-kabel is niet correct aangesloten of de gestart als de kaart is niet correct in de kaartlezer of de kaartsleuf camera wordt geplaatst.
Specificaties Type COOLPIX P1/P2 digitale camera Effectieve pixels 8,0 miljoen (voor COOLPIX P1)/5,1 miljoen (voor COOLPIX P2) CCD 1/1,8inch high-density CCD; totaal aantal pixels: 8,31 miljoen (voor COOLPIX P1)/5,26 miljoen (voor COOLPIX P2) Beeldformaat (pixels) • • • • • • Objectief Brandpuntsafstand 3.264×2.448 [8M] (alleen voor COOLPIX P1) 2.592×1.944 [5M] • 2.048×1.536 [3M] 1.600×1.200 [2M] • 1.280×960 [1M] 1.024×768 [PC] • 640×480 [TV] 3.264×2.176 [3:2] (voor COOLPIX P1) 2.592×1.
Belichting Lichtmeting Vier standen voor DDL-meting (Door-De-Lens); • Matrix met 256 segmenten • Spot • Centrumgericht • Spot AF-veld Belichtingsregeling Geprogrammeerd automatisch, diafragmavoorkeuze, belichtingscorrectie (-2,0 - +2,0 LW in stappen van 1/3 LW), Auto bracketing Bereik W: -1,0 - +19,0 LW T: +0,5 - +19,0 LW (Gevoeligheid: Automatisch) Sluiter Sluitertijden Diafragma Bereik Mechanische en charge-coupled elektronische sluiter 8 - 1/2.
Draadloze overdracht Standaards IEEE 802.11b/g (standaard draadloos LAN protocol), ARIB STD-T66 (standaard voor laagvermogen-datacommunicatiesystemen) Communicatieprotocollen IEEE 802.11g: OFDM IEEE 802.11b: DBPSK, DQPSK, CCK Bereik (hemelsbreed) Circa 30 m Bedrijfsfrequentie 2412–2462 MHz (11 kanalen) Dataklasse *2 IEEE 802.11g: 6, 9, 12, 18, 24, 36, 48 en 54 Mbps IEEE 802.11b: 1, 2, 5.
Design Rule for Camera File System (DCF) Deze camera werkt conform Design Rule for Camera File System (DCF), een standaard die algemeen wordt toegepast door fabrikanten van digitale camera’s om de compatibiliteit van camera’s van verschillende merken te waarborgen. Exif versie 2.2 Deze camera ondersteunt Exif (Exchangeable Image File Format for Digital Still Cameras) versie 2.2, een standaard die het mogelijk maakt informatie bij beelden op te slaan.
Index Symbolen B D X (automatische opname)stand, 18 - 23 S (film)-stand, 6 l (help)-knop, 3 E (overspelen)-knop, 61, 63 A (Wissen), knop, 3, 55, 57, 58, 85 i (afspelen), knop, 3, 15, 24 I Belichtingscorrectie, 3, 33 Y (draadloos overspelen), stand, 132 C Flitser, 3, 27 C lampje, zie lampje, rood (C) F Scherpstelstand, 3, 31 m (menu), knop, 3 H Zelfontspanner, 3, 30 Batterij, ii, iii, 1, 8, 10 - 11, 14, 152, 165 Deksel batterijruimte/geheugenkaartsleuf, 3, 10 EN-EL8, iii, 10, 149, 165 opladen, 8, 10 verg
F G Geavanceerde opties, 34 Gebruikersinstelling r, 86, 103 Geheugen/kaart formatteren M/O, 115, 127 zie Formatteren Geheugenkaart, iii, 12 - 13, 149, 164 capaciteit van, 18, 81 deksel sleuf, 12 formatteren, 13, 127 goedgekeurd, 149 O Pictgram, 18 plaatsen en verwijderen van, 12 - 13 Geluid instellen, 126 knopgeluid, 126 opstartgeluid, 126 sluitergeluid, 126 Geluid instellen h, 58, 115, 126 GevoeligheidW, 29, 50 Gloeilamplicht, 52 Groothoek, zie Zoom Grootte van beelden aanpassen, 117, 162 H Histogram, 3
Overspeelmarkering E, 104, 112 P P (Geprogrammeerd automatisch), 6, 45 PAL, zie Videostand PANORAMA ASSIST F, 38, 43 Papierformaat, 71, 72 PARTY/BINNEN C, 37 PictBridge, 70 DPOF printen, 71, 75 Papierformaat, 71, 72 Print alle beelden, 71, 73 Print selectie, 71, 73 Pictogram intern geheugen M, 18 PictureProject, 17, 61, 65 Polskoord, camera, ii, 2 PORTRET (GEZ.PRIOR.
Nl Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, in welke vorm ook, volledig of gedeeltelijk, zonder de schriftelijke toestemming van NIKON CORPORATION (met uitzondering van korte citaten in artikels of besprekingen). De Nikon gids voor digitale fotografie met de DIGITALE CAMERA (Nl) Fuji Bldg.