Operation Manual
43
Meer dan doorsnee-foto's
Flitsopnamen
De knop
In de standen
(auto) , (portret) en
(strand/sneeuw) kunt u een keuze maken uit on-
derstaande flitsinstellingen. Wilt u een flitsstand
kiezen, druk dan op de knop tot de gewenste
stand op de monitor wordt aangegeven.
Stand Hoe het werkt Wanneer te gebruiken
Flitser uit
Flitser wordt niet ont-
stoken, ook niet wan-
neer er weinig licht is.
Te gebruiken wanneer het onderwerp
zich buiten het flitsbereik bevindt, om
de natuurlijke verlichting te benutten
of wanneer flitsen verboden is. Ge-
bruik van een statief tegen trillingson-
scherpte wordt aangeraden.
Auto met
rode-ogen-
reductie
Voorflits gaat aan hoofd-
flits vooraf. Door voorflits
trekken pupillen zich sa-
men voordat foto wordt
gemaakt, waardoor licht-
reflectie op netvlies (rood)
minder goed op de foto
te zien is.
Te gebruiken voor portretten (werkt het
best als onderwerp royaal binnen flits-
bereik is en naar de flitser kijkt). Omdat
het door de voorflits langer duurt voor-
dat de opname na het indrukken van de
ontspanknop wordt gemaakt, is deze
instelling niet geschikt voor bewegende
onderwerpen en situaties waarin snel
reageren belangrijk is.
Flitser aan
(invulflits)
Flitser wordt bij elke
foto ontstoken.
Te gebruiken om schaduwen en in
tegenlicht staande onderwerpen op
te helderen.
Auto
Flitser wordt bij weinig
licht ontstoken.
Beste keus in de meeste omstandig-
heden.
Flitsen met
lange tijden
Automatisch flitsen bij
gebruik van lange slui-
tertijden.
Om 's nachts of bij weinig licht zo-
wel onderwerp als achtergrond goed
op de foto te krijgen. Gebruik van
een statief tegen trillingsonscherpte
wordt aangeraden.
FINE
AUTO
8
1632










