Operation Manual
200
n
De elektronische afstandsmeter
Merk op dat met sommige onderwerpen de scherpstelaanduiding
(I) mogelijk wordt weergegeven wanneer de camera niet is
scherpgesteld. Controleer de scherpstelling in de schermweergave
alvorens te fotograferen.
Foutberichten en schermweergaven
De volgende waarschuwingen verschijnen in de
diafragmaweergave van de camera.
Beperkingen
• De automatische stand en de stand beste moment vastleggen
worden niet ondersteund.
• Bewegingssnapshots kunnen alleen worden opgenomen
wanneer een AF-S-objectief wordt gebruikt en AF-S (Enkelvoudige
AF) is geselecteerd als scherpstelstand, en dan enkel wanneer de
camera is scherpgesteld. Probeer het scherpstellen niet aan te
passen door de scherpstelring te gebruiken.
• Sluitertijden van 1 sec. of langer zijn niet beschikbaar.
• De schakelaar van de geluidsmonitor en de knop van de
scherpstelbediening (Scherpstelvergrendeling/
GEHEUGENHERINNERING/AF-Start) hebben geen invloed.
Als in de handmatige scherpstelstand een
CPU-objectief is bevestigd, kan de
scherpstelaanduiding worden gebruikt om
te controleren of de camera op het
onderwerp in het midden van het
scherpstelveld wordt scherpgesteld.
Scherpstelaanduiding Status
I Scherpgesteld.
2 Camera voor het onderwerp scherpgesteld.
4 Camera achter onderwerp scherpgesteld.
24
Kan scherpstelling niet vaststellen.
(knippert)
Schermweergave Probleem Oplossing
FEE
Diafragmaring van het
objectief is niet
vergrendeld bij een
minimaal diafragma.
Vergrendel, bij het gebruik van
CPU-objectieven, de
diafragmaring bij een minimaal
diafragma (hoogste f-waarde).
F––
Objectief zonder CPU is
bevestigd, of er is geen
objectief bevestigd.
Draai bij het gebruik van een
objectief zonder CPU aan de
diafragmaring om het diafragma
aan te passen.










